27 122
Wijziging van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het provinciefonds voor het jaar 2000 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

nr. 2
MEMORIE VAN TOELICHTING

ALGEMEEN DEEL

In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de begroting van de uitgaven van het provinciefonds voor het jaar 2000 met f 125,3 miljoen te verhogen en de verplichtingen van het provinciefonds met f 101,1 miljoen te verhogen.

De toename van het uitgavenbedrag bestaat uit een verhoging van de uitgaven voor de algemene uitkering van f 11,3 miljoen en een verhoging van de uitgaven van de integratie-uitkeringen met f 114,0 miljoen. Deze mutaties zijn opgenomen in de Voorjaarsnota 2000.

De toename van het verplichtingenbedrag bestaat uit een verlaging van de verplichtingen voor de algemene uitkering van f 12,9 miljoen en een verhoging van de verplichtingen van de integratie-uitkeringen met f 114,0 miljoen.

Verder wordt voorgesteld de begroting van de ontvangsten van het provinciefonds voor het jaar 2000 met f 125,3 miljoen te verhogen.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Wetsartikel 1 (Uitgaven)

Voorgesteld wordt de uitkeringen uit het provinciefonds voor het jaar 2000 per saldo te verhogen met f 125,3 miljoen. Deze verhoging bestaat enerzijds uit mutaties betreffende de algemene uitkering aan de provincies en anderzijds uit een mutatie met betrekking tot de integratie-uitkeringen aan de provincies.

Voor een toelichting op de mutaties wordt verwezen naar de toelichting op wetsartikel 4 en naar de toelichting onder B.

Wetsartikel 2 (Ontvangsten)

Artikel 4, eerste lid van de Financiële-verhoudingswet, regelt dat bij (begrotings)wet voor ieder uitkeringsjaar een bedrag aan middelen van het Rijk wordt afgezonderd ten behoeve van het provinciefonds. Op grond van het tweede lid van genoemd artikel zijn de uitgaven en de inkomsten over ieder uitkeringsjaar aan elkaar gelijk. Gelet hierop is voor de dekking van de uitgaven ten laste van het provinciefonds een post «ontvangsten ex artikel 4 van de Fvw» geraamd. Ten opzichte van de ontwerp-begroting van het provinciefonds voor 2000 is dit artikel, analoog aan de uitgaven, met f 125,3 miljoen verhoogd tot f 2056,7 miljoen.

Wetsartikel 4 (Verplichtingen)

De mutaties met betrekking tot begrotingsartikel 1, algemene uitkering aan de provincies worden onder A toegelicht. Aangezien de nieuwe integratie-uitkering afschaffing provinciale opslagen omroepbijdragen (begrotingsartikel 2.05) gepaard gaat met een overboeking van middelen uit de algemene uitkering en dus een verlaging van de algemene uitkering betekent, wordt deze mutatie ook onder A besproken.

A. VERPLICHTINGEN

In dit wetsvoorstel wordt ten opzichte van de ontwerp-begroting van het provinciefonds voor het jaar 2000 voorgesteld het verplichtingenbedrag van de algemene uitkering per saldo met f 12,9 miljoen te verlagen tot f 1812,2 miljoen. Deze verlaging wordt hieronder in tabel A.1 gespecificeerd en vervolgens nader toegelicht.

Tevens wordt in dit wetsvoorstel voorgesteld om ten opzichte van de ontwerp-begroting van het provinciefonds voor het jaar 2000 het verplichtingenbedrag van de integratie-uitkeringen per saldo met f 114,0 miljoen te verhogen tot f 260,3 miljoen. Deze verhoging wordt hieronder in tabel A.2 gespecificeerd en vervolgens nader toegelicht.

Tabel A.1 algemene uitkering 2000 (verplichtingen; in f mln)

Algemene uitkering 2000 volgens ontwerpbegroting (verplichtingen) 1 825,1
   
Accres66,6  
Seveso-II1,4  
Afschaffing provinciale opslagen omroepbijdragen (wordt integratie-uitkering)– 80,9 
  – 12,9
Algemene uitkering 1999 na 1e suppletore begroting (verplichtingen) 1 812,2

Tabel A.2 integratie-uitkeringen 2000 (verplichtingen; in f mln)

Integratie-uitkeringen 2000 volgens ontwerpbegroting (verplichtingen) 146,3
   
Integratie-uitkering Afschaffing provinciale opslagen omroepbijdragen (verplichtingen)114,0 
  114,0
Integratie-uitkeringen 2000 na 1e suppletore begroting (verplichtingen) 260,3

Accres

Als gevolg van mutaties in de netto gecorrigeerde rijksuitgaven wordt het accres per saldo verhoogd met f PM miljoen. Aangezien de Voorjaarsnota een zogenoemd bijstellingsmoment voor het accres van het provinciefonds is, wordt dit bedrag van de aanvullende post accres provinciefonds naar de begroting van het provinciefonds overgeboekt.

Afschaffing provinciale opslagen omroepbijdrage

In de ontwerpbegroting van het provinciefonds voor het uitkeringsjaar 2000 is een toevoeging van f 80,9 miljoen in de algemene uitkering opgenomen als compensatie voor de provincies in verband met het vervallen van de provinciale opslagen omroepbijdragen. Het overleg over de invulling van de compensatie is inmiddels afgerond en heeft als uitkomst dat de compensatie met ingang van het uitkeringsjaar 2000 f 114,0 miljoen bedraagt. Tevens is overeengekomen dat de compensatie in 2000 volledig als integratie-uitkering wordt uitgekeerd en dat de integratieperiode drie jaar zal beslaan.

Deze uitkomst leidt tot twee mutaties: een onttrekking van f 80,9 miljoen ten laste van de algemene uitkering, en een toevoeging van f 114,0 miljoen als integratie-uitkering Afschaffing provinciale opslagen omroepbijdragen.

Seveso-II

Door een wijziging van Europese regelgeving, de zogenoemde Seveso-richtlijn, zullen provincies met een Seveso-inrichting – waarvoor de provincie het bevoegd gezag is – meer werkzaamheden moeten verrichten in het kader van vergunningverlening en handhaving. Met ingang van het jaar 2000 wordt hiervoor f 1,4 miljoen aan het provinciefonds toegevoegd.

B. UITGAVEN

De uitgaven van het provinciefonds worden ten opzichte van de ontwerp-begroting 2000 per saldo verhoogd met f 125,3 miljoen en komen daarmee in totaal op f 2056,7 miljoen. Dit bedrag is opgebouwd uit f 1796,4 miljoen algemene uitkering en f 260,3 miljoen integratie-uitkeringen.

Hieronder worden de uitgaven van het provinciefonds kort toegelicht. Alle mutaties die plaatsvonden met betrekking tot de verplichtingen zijn ook van toepassing op de uitgaven. Er zijn echter nog enkele mutaties alleen van belang voor de uitgaven. In deze toelichting ligt het accent op de verschillen tussen het verplichtingen en het uitgavenbedrag.

De aansluiting tussen het verplichtingenbedrag van de algemene uitkering en het uitgavenbedrag van de algemene uitkering is hieronder in tabel B.1 weergegeven voor de algemene uitkering en in tabel B.2 voor de integratie-uitkeringen (bedragen in miljoenen).

Tabel B.1 algemene uitkering 2000 (uitgaven; in f mln)

Stand verplichtingenbedrag algemene uitkering bij ontwerp-begroting 1 825,1
Behoedzaamheidsreserve 2000 – 40,0
Stand uitgavenbedrag algemene uitkering bij ontwerp-begroting 1 785,1
   
Saldo mutaties in de verplichtingen algemene uitkering ten opzichte van ontwerp-begroting (zie A)– 12,9  
uitbetaling behoedzaamheidsreserve 199924,2 
Totaal wijzigingen + 11,3
Stand uitgavenbedrag algemene uitkering bij eerste suppletore begroting 1 796,4

Tabel B.2 integratie-uitkeringen 2000 (uitgaven; in f mln)

Stand verplichtingenbedrag(=uitgavenbedrag) integratie-uitkeringen bij ontwerp-begroting 146,3
Saldo mutaties in de verplichtingen(=uitgaven) integratie-uitkeringen ten opzichte van ontwerp-begroting (zie A) 114,0
Stand uitgavenbedrag algemene uitkering bij eerste suppletore begroting 260,3

In 1999 is er in overeenstemming met de normeringsmethodiek een behoedzaamheidsreserve van f 40 miljoen ingehouden. Zoals in het wetsvoorstel van de Slotwet van het provinciefonds 1999 is aangegeven, is het accres voor 1999 met f 15,8 miljoen omlaag bijgesteld vanwege onderuitputting op de Rijksbegroting. Hierdoor is het uit te keren bedrag van de behoedzaamheidsreserve 1999 f 24,2 miljoen (f 40,0 miljoen min f 15,8 miljoen).

In 2000 is er wederom een behoedzaamheidsreserve van f 40,0 miljoen ingehouden.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K. G. de Vries

De Staatssecretaris van Financiën,

W. J. Bos

De Minister van Financiën,

G. Zalm

Naar boven