27 121
Wijziging van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het gemeentefonds voor het jaar 2000 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

nr. 4
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 14 juni 2000

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer in de vorm van een lijst van vragen verslag uit te brengen. De door de regering gegeven antwoorden zijn hierbij afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

De Cloe

De griffier van de commissie,

Coenen

1

In hoeverre behoeft de begroting van het gemeentefonds 2000 incidentele wijziging in verband met de recente instemming van de Europese Commissie met de wettelijke vrijstelling van OZB van de substraatteelt? (Initiatiefwetsvoorstel Van der Hoeven en Luchtenveld)

De begroting behoeft geen wijziging. Voor het gemeentefonds wordt in de begroting voor een uitkeringsjaar het beschikbare bedrag opgenomen als verplichting. Het beschikbare bedrag dient volledig tot uitbetaling te komen, waarbij de verdeling geschiedt aan de hand van een aantal maatstaven. Wettelijke vrijstelling voor de OZB in verband met substraatteelt leidt niet tot een verandering van het beschikbare bedrag. Wel zullen door de vrijstelling wijzigingen optreden in de verdeling van het beschikbare bedrag, aangezien de gemeentelijke belastingcapaciteit geldt als inkomstenmaatstaf.

2

Wordt door de algemene uitkering aan het gemeentefonds (in verband met het afschaffen van de omroepbijdrage) volledige compensatie bereikt? Via welke verdeelmaatstaven wordt het geld verdeeld? Wat zijn de herverdeeleffecten (bijv. 50 grootste voordeel- en 50 grootste nadeelgemeenten)? (blz. 2)

De compensatie voor gemeenten bedraagt f 10 miljoen. Dit bedrag is opgebouwd als f 3 miljoen heffingsopbrengst (stand vermoedelijke uitkomsten 1999) en f 7 miljoen eigen bijdragen aan oproepen. Dit bedrag wordt verdeeld met de maatstaf woonruimten. Het bedrag per woonruimte is daartoe verhoogd met ca f 1,40.

Alle gemeenten in Nederland ontvangen deze verhoging, terwijl niet alle gemeenten de lokale omroep subsidiëren. Voor gemeenten die een tarief van f 2 aan lokale opslagen kenden bedraagt het negatieve saldo-effect ongeveer f 0,60 per woonruimte. Aangezien de heffing in de betreffenden gemeenten gemiddeld ca f 1,80 per woonruimte is, is het gemiddelde saldo-effect f 0,40 negatief. Voor gemeenten die geen lokale opslagen kenden zal het voordelige verschil doorgaans f 1,40 per woonruimte bedragen.

De f 10 miljoen is toegevoegd aan het cluster Kunst en Ontspanning. Dit cluster heeft een omvang van ongeveer f 2750 miljoen.

3

Welke bezwaarschriften in het kader van de integratie-uitkering onderwijshuisvesting zijn wel en welke zijn niet gehonoreerd? (blz. 4)

Bij de vaststelling van de integratie-uitkering onderwijshuisvesting is onder andere gebruik gemaakt van gegevens die ontleend zijn van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW). Achteraf is gebleken dat OCW voor een aantal gemeenten ten onrechte enkele vergoedingen onder het basisonderwijs en speciaal onderwijs niet heeft opgenomen. Voorts is bij de maatstaf leerlingen SO-duur uitgegaan van een te laag aantal leerlingen. Dit heeft geresulteerd in een verhoging van de integratie-uitkering onderwijshuisvesting met f 1,5 miljoen.

4

Hoe kan het verschil tussen de verplichtingen voor het gemeentefonds (f 25 673,1 miljoen) en de uitgaven van het fonds (f 25 503,6 miljoen) over het jaar 2000 worden verklaard?

Het verschil van 169,5 miljoen tussen de verplichtingen en de uitgaven van het gemeentefonds wordt veroorzaakt door de inhouding van de behoedzaamheidsreserve 2000, de uitbetaling van de behoedzaamheidsreserve 1999 en de eindejaarsmarge.

De inhouding van de behoedzaamheidsreserve 2000 heeft bij ontwerpbegroting 2000 plaatsgevonden. Thans worden bij eerste suppletore begroting de uitgaven van het gemeentefonds verhoogd als gevolg van de uitbetaling van de behoedzaamheidsreserve 1999 en de eindejaarsmarge. Ter verduidelijking is onderstaande tabel opgenomen.

Verplichtingenstand gemeentefonds 25 673,1
   
Inhouding behoedzaamheidsreserve 2000– 460,0 
Uitbetaling behoedzaamheidsreserve 1999251,1 
Eindejaarsmarge39,4 
Totaal verschil – 169,5
Kasstand gemeentefonds 25 503,6

XNoot
1

Samenstelling: Leden: Schutte (GPV), Te Veldhuis (VVD), ondervoorzitter, De Cloe (PvdA), voorzitter, Van de Camp (CDA), Van den Berg (SGP), Scheltema-de Nie (D66), Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Rijpstra (VVD), Noorman-den Uyl (PvdA), Hoekema (D66), Dankers (CDA), Cornielje (VVD), O.P.G. Vos (VVD), Rehwinkel (PvdA), Wagenaar (PvdA), Luchtenveld (VVD), De Boer (PvdA), Verburg (CDA), Rietkerk (CDA), Halsema (GroenLinks), Kant (SP), Duijkers (PvdA) en Balemans (VVD).

Plv. leden: Rouvoet (RPF), Van Beek (VVD), Zijlstra (PvdA), Van Wijmen (CDA), Ravestein (D66), Augusteijn-Esser (D66), Balkenende (CDA), Barth (PvdA), Rabbae (GL), Cherribi (VVD), Gortzak (PvdA), Dittrich (D66), Wijn (CDA), Nicolaï (VVD), Van den Doel (VVD), Van Oven (PvdA), Apostolou (PvdA), Vacature VVD, Kuijper (PvdA), Mosterd (CDA), Eurlings (CDA), Van Gent (GroenLinks), Poppe (SP), Belinfante (PvdA) en Essers (VVD).

Naar boven