nr. 4
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel
van wet, heeft de eer in de vorm van een lijst van vragen verslag uit te brengen.
De door de regering gegeven antwoorden zijn hierbij afgedrukt.
De voorzitter van de commissie,
De Cloe
De griffier van de commissie,
Coenen
1
In hoeverre behoeft de begroting van het gemeentefonds
2000 incidentele wijziging in verband met de recente instemming van de Europese
Commissie met de wettelijke vrijstelling van OZB van de substraatteelt? (Initiatiefwetsvoorstel
Van der Hoeven en Luchtenveld)
De begroting behoeft geen wijziging. Voor het gemeentefonds wordt in de
begroting voor een uitkeringsjaar het beschikbare bedrag opgenomen als verplichting.
Het beschikbare bedrag dient volledig tot uitbetaling te komen, waarbij de
verdeling geschiedt aan de hand van een aantal maatstaven. Wettelijke vrijstelling
voor de OZB in verband met substraatteelt leidt niet tot een verandering van
het beschikbare bedrag. Wel zullen door de vrijstelling wijzigingen optreden
in de verdeling van het beschikbare bedrag, aangezien de gemeentelijke belastingcapaciteit
geldt als inkomstenmaatstaf.
2
Wordt door de algemene uitkering aan het gemeentefonds
(in verband met het afschaffen van de omroepbijdrage) volledige compensatie
bereikt? Via welke verdeelmaatstaven wordt het geld verdeeld? Wat zijn de
herverdeeleffecten (bijv. 50 grootste voordeel- en 50 grootste nadeelgemeenten)?
(blz. 2)
De compensatie voor gemeenten bedraagt f 10 miljoen. Dit bedrag is
opgebouwd als f 3 miljoen heffingsopbrengst (stand vermoedelijke uitkomsten
1999) en f 7 miljoen eigen bijdragen aan oproepen. Dit bedrag wordt verdeeld
met de maatstaf woonruimten. Het bedrag per woonruimte is daartoe verhoogd
met ca f 1,40.
Alle gemeenten in Nederland ontvangen deze verhoging, terwijl niet alle
gemeenten de lokale omroep subsidiëren. Voor gemeenten die een tarief
van f 2 aan lokale opslagen kenden bedraagt het negatieve saldo-effect
ongeveer f 0,60 per woonruimte. Aangezien de heffing in de betreffenden
gemeenten gemiddeld ca f 1,80 per woonruimte is, is het gemiddelde saldo-effect
f 0,40 negatief. Voor gemeenten die geen lokale opslagen kenden zal het
voordelige verschil doorgaans f 1,40 per woonruimte bedragen.
De f 10 miljoen is toegevoegd aan het cluster Kunst en Ontspanning.
Dit cluster heeft een omvang van ongeveer f 2750 miljoen.
3
Welke bezwaarschriften in het kader van de integratie-uitkering
onderwijshuisvesting zijn wel en welke zijn niet gehonoreerd? (blz. 4)
Bij de vaststelling van de integratie-uitkering onderwijshuisvesting is
onder andere gebruik gemaakt van gegevens die ontleend zijn van het ministerie
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW). Achteraf is gebleken dat OCW
voor een aantal gemeenten ten onrechte enkele vergoedingen onder het basisonderwijs
en speciaal onderwijs niet heeft opgenomen. Voorts is bij de maatstaf leerlingen
SO-duur uitgegaan van een te laag aantal leerlingen. Dit heeft geresulteerd
in een verhoging van de integratie-uitkering onderwijshuisvesting met f 1,5
miljoen.
4
Hoe kan het verschil tussen de verplichtingen voor
het gemeentefonds (f 25 673,1 miljoen) en de uitgaven van het fonds
(f 25 503,6 miljoen) over het jaar 2000 worden verklaard?
Het verschil van 169,5 miljoen tussen de verplichtingen en de uitgaven
van het gemeentefonds wordt veroorzaakt door de inhouding van de behoedzaamheidsreserve
2000, de uitbetaling van de behoedzaamheidsreserve 1999 en de eindejaarsmarge.
De inhouding van de behoedzaamheidsreserve 2000 heeft bij ontwerpbegroting
2000 plaatsgevonden. Thans worden bij eerste suppletore begroting de uitgaven
van het gemeentefonds verhoogd als gevolg van de uitbetaling van de behoedzaamheidsreserve
1999 en de eindejaarsmarge. Ter verduidelijking is onderstaande tabel opgenomen.
| Verplichtingenstand gemeentefonds | | 25 673,1 |
|---|
| | | |
| Inhouding behoedzaamheidsreserve 2000 | – 460,0 | |
| Uitbetaling behoedzaamheidsreserve 1999 | 251,1 | |
| Eindejaarsmarge | 39,4 | |
| Totaal verschil | | – 169,5 |
| Kasstand gemeentefonds | | 25 503,6 |
XNoot
1Samenstelling: Leden: Schutte (GPV), Te Veldhuis (VVD), ondervoorzitter,
De Cloe (PvdA), voorzitter, Van de Camp (CDA), Van den Berg (SGP), Scheltema-de
Nie (D66), Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks),
Rijpstra (VVD), Noorman-den Uyl (PvdA), Hoekema (D66), Dankers (CDA), Cornielje
(VVD), O.P.G. Vos (VVD), Rehwinkel (PvdA), Wagenaar (PvdA), Luchtenveld (VVD),
De Boer (PvdA), Verburg (CDA), Rietkerk (CDA), Halsema (GroenLinks), Kant
(SP), Duijkers (PvdA) en Balemans (VVD).
Plv. leden: Rouvoet (RPF), Van Beek (VVD), Zijlstra (PvdA), Van Wijmen
(CDA), Ravestein (D66), Augusteijn-Esser (D66), Balkenende (CDA), Barth (PvdA),
Rabbae (GL), Cherribi (VVD), Gortzak (PvdA), Dittrich (D66), Wijn (CDA), Nicolaï
(VVD), Van den Doel (VVD), Van Oven (PvdA), Apostolou (PvdA), Vacature VVD,
Kuijper (PvdA), Mosterd (CDA), Eurlings (CDA), Van Gent (GroenLinks), Poppe
(SP), Belinfante (PvdA) en Essers (VVD).