27 099 Gelijke beloning

Nr. 26 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 juni 2026

Gelijkwaardigheid in de samenleving en op de arbeidsmarkt zijn belangrijke waarden voor dit kabinet. Zeker in deze tijd, waarin alle talent en inzet hard nodig zijn, is het extra van belang om ongelijkwaardigheid te bestrijden. In Nederland bestaan nog steeds loonverschillen tussen mannen en vrouwen. In 2024 was het gemiddelde ongecorrigeerde1 uurloon van vrouwen 10,5 procent lager dan dat van mannen.2

Via deze brief stuur ik uw Kamer het CBS-onderzoek naar intersectionele loonverschillen. Dit onderzoek geeft uitvoering aan de motie Rooderkerk en Mutluer die de regering verzoekt hier onderzoek naar te doen.3 In opdracht van mijn voorganger heeft het CBS kwantitatief onderzoek gedaan naar de loonverschillen tussen mannen en vrouwen in combinatie met de gronden herkomst en arbeidsbeperking.

Het onderzoek sluit aan bij de berekening van loonverschillen in de CBS-publicatie Arbeidsmarkt in cijfers. Het onderzoek splitst uit naar de kenmerken leeftijd, opleiding, vast of flexibel dienstverband, wekelijkse arbeidsduur, bedrijfsgrootte en bedrijfstak. Een breed palet aan uitkomsten laat zien dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen inderdaad verschilt als rekening wordt gehouden met kruisverbanden tussen kenmerken. Zo verdienen vrouwelijke werknemers zonder arbeidsbeperking, met uitzondering van werknemers afkomstig uit EU11, gemiddeld minder per uur dan mannen4. In bijna alle herkomstgroepen verdienen vrouwen met een arbeidsbeperking gemiddeld juist meer dan mannen. Tussen 2020 en 2024 zijn de loonverschillen tussen vrouwen en mannen zonder een arbeidsbeperking bij de meeste herkomstgroepen significant kleiner geworden. Tussen vrouwen en mannen met een arbeidsbeperking is de ontwikkeling van de loonverschillen meer divers. Al met al zijn er signalen dat de gendergelijkheid op de arbeidsmarkt meer in zicht komt, ook als naar intersectionaliteit wordt gekeken. Maar er is nog veel te doen.

Het wetsvoorstel ter implementatie van de EU-richtlijn loontransparantie is op 21 mei jl. door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) met uw Kamer gedeeld. De streefdatum van inwerkingtreding van dit wetsvoorstel is 1 januari 2027. Eén van de verplichtingen die voortvloeit uit de richtlijn is het bevorderen van de bewustwording, waaronder rondom mogelijke intersectionele discriminatie. In de communicatie over het wetsvoorstel zal hier aandacht aan worden besteed. Met bovenstaande wordt tevens uitvoering gegeven aan de toezeggingen aan het lid Dobbe5 om met SZW in gesprek te gaan over de loonkloof en om de uitkomsten van het onderzoek mee te nemen bij de uitwerking van het wetsvoorstel loontransparantie.

Tot slot informeer ik u over de invulling van de toezegging aan het lid Dobbe over lonen in publieke sectoren.6 De naderende implementatie van de EU-richtlijn loontransparantie onderstreept het belang om dit onderwerp ook binnen de (semi)publieke sector op te pakken. Daarom worden rijksbreed gesprekken gevoerd met de (semi)publieke werkgevers, zodat zij zich op tijd kunnen voorbereiden op de uitvoering van de richtlijn.

Blijvende aandacht is nodig is voor het aanpakken van loonverschillen tussen vrouwen en mannen en de diversiteit daarbinnen. Hier maak ik mij, samen met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, hard voor. Onze bredere inzet om ongelijkwaardigheden tussen vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt aan te pakken treft u aan in de Emancipatienota die ik in september naar uw Kamer stuur.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J.Z.C.M. Tielen


X Noot
1

Het feitelijk (ongecorrigeerd) loonverschil betreft het verschil in gemiddeld uurloon tussen mannen en vrouwen. Hierbij is geen rekening gehouden met verschillen in persoons- en werkkenmerken van mannen en vrouwen.

X Noot
2

Monitor Loonverschillen tussen mannen en vrouwen, 2024, CBS.

X Noot
3

Kamerstuk vergaderjaar 2023/2024, 30 420, nr. 397

X Noot
4

Herkomst EU11 (Bulgarije, Estland, Hongarije, Kroatië, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije en Tsjechië)

X Noot
5

Toezegging 5035 TZ202411–077 en toezegging 5123 TZ202506–087

X Noot
6

Toezegging 5182 TZ202512–041


X Noot
1

Het feitelijk (ongecorrigeerd) loonverschil betreft het verschil in gemiddeld uurloon tussen mannen en vrouwen. Hierbij is geen rekening gehouden met verschillen in persoons- en werkkenmerken van mannen en vrouwen.

X Noot
2

Monitor Loonverschillen tussen mannen en vrouwen, 2024, CBS.

X Noot
3

Kamerstuk vergaderjaar 2023/2024, 30 420, nr. 397

X Noot
4

Herkomst EU11 (Bulgarije, Estland, Hongarije, Kroatië, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije en Tsjechië)

X Noot
5

Toezegging 5035 TZ202411–077 en toezegging 5123 TZ202506–087

X Noot
6

Toezegging 5182 TZ202512–041

Naar boven