27 073
Wet houdende een nieuwe regeling voor verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds (Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 200.)

nr. 10
VIERDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 11 september 2000

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 5 wordt «waarvan het bedrijfstakpensioenfonds aandelen of certificaten van aandelen houdt» vervangen door: waarvan het bedrijfstakpensioenfonds direct of indirect aandelen of certificaten van aandelen houdt».

B

In artikel 39, zevende lid, wordt «na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet» vervangen door: na het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikellid.

Toelichting

Onderdeel A

Dit onderdeel zorgt ervoor dat de reikwijdte van artikel 5 wordt uitgebreid met de situatie dat er sprake is van een indirecte deelneming. In artikel 5 is geregeld dat het bedrijfstakpensioenfonds geen gebruik maakt van namen, handelsmerken of beeldmerken die worden gebruikt door een rechtspersoon waarvan zij meer dan dertig percent van de aandelen houdt. Daaraan was toegevoegd dat dit ook geldt wanneer het gaat om certificaten van aandelen. Daarbij was echter niet de situatie gedekt dat er gebruik wordt gemaakt van een tussenholding. Door in het artikel op te nemen dat het verbod tot het gebruiken van dezelfde namen, handelsmerken of beeldmerken ook geldt wanneer het bedrijfstakpensioenfonds de aandelen of certificaten van aandelen indirect houdt is zowel de situatie waarin sprake is van het houden van certificaten als van het houden van aandelen via een tussenholding gedekt.

Onderdeel B

In artikel 39, zevende lid, is het overgangsrecht met betrekking tot artikel 2, vierde lid, geregeld. Daarbij was bij de formulering onvoldoende rekening gehouden met de mogelijkheid om de verschillende artikelen en onderdelen daarvan op een verschillend tijdstip in werking te laten treden. Dit onderdeel houdt hier alsnog rekening mee.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. F. Hoogervorst

Naar boven