nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR GROTE STEDEN- EN INTEGRATIEBELEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 7 maart 2000
Mede namens de minister van Financiën, wil ik u informeren over het
voornemen om de aandelen van de Staat in de NV SDU v/h Staatsdrukkerij/Uitgeverij
(«Sdu») te vervreemden.
In 1988 is het toenmalige Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf (staatsbedrijf
onder het ministerie van Binnenlandse Zaken) verzelfstandigd tot de huidige
NV Sdu. De Sdu is een structuurvennootschap met de Staat, i.c. de minister
voor Grote Steden- en Integratiebeleid, als enig aandeelhouder.
In de 2e helft van de jaren negentig is de Sdu getransformeerd van een
traditionele drukkerij met een beperkte uitgeverij-activiteit tot een moderne
gedigitaliseerde uitgeverij, die zich primair richt op het aanbieden van (overheids)informatie
aan professionals.
Na de vorengenoemde transformatie staan binnen de Sdu-organisatie de uitgeverij-activiteiten
centraal. De belangrijkste uitgeefactiviteiten zijn Sdu Uitgevers, waarin
ook Koninklijke Vermande en Vuga Systemen zijn opgenomen, en Academic Service.
Daarnaast zijn er nog diverse meer kleinschalige uitgeefactiviteiten. Na de
overgang van het traditioneel drukken van de Officiële Publicaties door
het Sdu Grafisch Bedrijf naar het printen vanuit een database binnen Sdu Uitgevers
behoren de grafische activiteiten niet meer tot de core business. Sdu NV is
ook voor 50% aandeelhouder en managing partner in Enschedé/Sdu B.V.
Deze joint-venture met Joh. Enschedé BV is actief op het terrein van
identificatie en security documenten zoals paspoort, examens en betaaldocumenten.
Sdu ziet naar de toekomst toe een verdere ontwikkeling tot een volledig digitaal
bedrijf gericht op de ontsluiting van overheids- en vakinformatie voor professionals.
Van meet af aan is bij de verzelfstandiging van de Sdu uitgangspunt geweest
dat op termijn vervreemding van de aandelen door de Staat zou plaatsvinden.
Dit streven is destijds ook in de memorie van toelichting op de Wet NV Sdu
(St. 1988, 421) expliciet vermeld.
Er zijn geen beleidsmatige redenen om de deelname in de Sdu blijvend te
continueren.
In artikel 3 van de Wet NV Sdu is opgenomen dat de Staat niet eerder tot
gehele of gedeeltelijke vervreemding van haar aandelenbezit in de NV Sdu overgaat
dan veertien dagen nadat van het voornemen daartoe schriftelijk mededeling
is gedaan aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
In 1991 is de Tweede Kamer door de toenmalige staatssecretaris De Graaff-Nauta,
bij brief van 11 juli 1991 (Tweede Kamer, 1990–1991, 21 976,
nr. 2), geïnformeerd over de voorgenomen vervreemding door de Staat van
haar aandelen in de Sdu. In deze brief is tevens aangegeven dat met de Sdu
een principe-afspraak is gemaakt voor het invoeren van een werknemersparticipatie.
De Tweede Kamer heeft toen ingestemd met de voorgenomen vervreemding.
Dit voornemen is toen echter uiteindelijk niet gerealiseerd omdat in die periode
te veel onzekerheid bestond over de continuïteit van de onderneming.
In de jaren na de verzelfstandiging bleek namelijk dat de onderneming
onvoldoende was voorbereid op het opereren onder marktomstandigheden. Nadat
in 1990–1991 duidelijk was geworden dat kostenreductie en heldere strategische
keuzes noodzakelijk waren, is de onderneming in de eerste helft van de jaren
negentig financieel en organisatorisch op orde gebracht hetgeen de basis heeft
gelegd voor een succesvolle transformatie vanaf 1995 langs een drietal
lijnen:
– van drukken naar uitgeven
– van analoog naar digitaal
– van contracten naar klanten
De voor deze transformatie benodigde gelden heeft de onderneming zelf
kunnen opbrengen. Voor een verdere groei als ook voor het borgen van de vereiste
marktgerichtheid wordt nu een vervreemding van aandelen wenselijk geacht.
Thans is de positie van de Sdu op de markt dusdanig dat er geen beletsel
meer is om de voorbereidingen te starten voor vervreemding van de aandelen.
In besprekingen tussen de Staat en de Sdu is door de Sdu aangegeven dat ook
vanuit de optiek van de onderneming een privatisering binnen afzienbare termijn
wenselijk wordt geacht. Alvorens tot de daadwerkelijke vervreemding van de
aandelen zal worden overgegaan, zal in overleg met de Sdu, gelet op genoemde
principe-afspraak, duidelijkheid worden verkregen of en zo ja, met welke modaliteiten
een werknemersparticipatie wordt ingevoerd.
Bij de vervreemding van de aandelen in de Sdu zullen de continuïteit
en ontwikkelingsmogelijkheden van de onderneming een belangrijk criterium
vormen, evenals het verkrijgen van een optimale prijs. Een ander belangrijk
aandachtspunt in het kader van de vervreemding is dat een efficiënte
en betrouwbare productie van officiële publicaties van de overheid wordt
gewaarborgd. De Staat heeft dit thans contractueel gewaarborgd, door middel
van het met de Sdu gesloten «Raamcontract officiële publicaties».
Eind 1997 heeft de Staat besloten het raamcontract te verlengen voor onbepaalde
tijd met de mogelijkheid het contract op ieder moment op te zeggen met inachtneming
van een opzegtermijn van twee jaar. Overigens zijn de gezamenlijke overheidsopdrachtgevers,
gecoördineerd door het ministerie van BZK, op dit moment niet voornemens
het contract op korte termijn op te zeggen.
Gelet op de positieve ontwikkeling van de Sdu in de recente jaren en de
positie die de Sdu thans op de markt heeft, is het ontbreken van de zekerheid
dat ook in de toekomst het raamcontract met de Sdu (al dan niet in gewijzigde
vorm) nog wordt voortgezet, geen reden voor uitstel van de privatisering.
Op grond van het bovenstaande deel ik u mee in overleg met de Sdu de voorbereidingen
te willen starten met betrekking tot de vervreemding van het aandelenbezit
van de Staat in de Sdu. Over de vorm van vervreemding kan ik op dit moment
nog geen mededeling doen. Naar verwachting zal met het voorgenomen proces
van aandelenvervreemding zeker een jaar gemoeid zijn.
Zoals hierboven is aangegeven, heeft de toenmalige Staatssecretaris van
Binnenlandse Zaken bij brief van 11 juli 1991 toestemming gevraagd en gekregen
van het Parlement voor het vervreemden van het aandelenbezit van de Staat
in de Sdu. Gelet op de sindsdien verstreken tijd, wil ik u met deze brief
informeren over mijn voornemen om de verkoopprocedure nu daadwerkelijk in
gang te zetten.
Uiteraard zal ik u conform artikel 29 van de Comptabiliteitswet na de
verkoop informeren over een en ander. Tevens zal ik u op de hoogte houden
van de belangrijkste ontwikkelingen tijdens het verkoopproces, voorzover het
besloten karakter van een dergelijk proces en bijbehorende onderhandelingen
dit toelaat.
De Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid,
R. H. L. M. van Boxtel