Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2000-200127030 nr. 12

27 030
Wijziging van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, de Natuurschoonwet 1928, de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Coördinatiewet Sociale Verzekering

nr. 12
AMENDEMENT VAN DE LEDEN REITSMA EN REMAK

Ontvangen 9 november 2000

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Artikel II, onderdeel I, artikel 8a, wordt als volgt gewijzigd:

I

In het eerste lid wordt «25» vervangen door: 10.

II

Het derde lid wordt vervangen door:

3. Het ingevolge het eerste lid in te vorderen recht bedraagt het volledige bedrag van de ten tijde van de in het eerste lid, onderdeel a of b, bedoelde gebeurtenis waarvan ingevolge artikel 7, eerste lid, invordering achterwege is gebleven.

III

In het zevende lid wordt «25» vervangen door: 10.

Toelichting

De invoeging van het artikel 8a beoogt een relatie aan te brengen tussen de schenkings- en successiefaciliteit en inspanningen ten behoeve van de ontwikkeling en instandhouding van het natuurschoon op landgoederen. Bovendien wordt door de introductie van een bezitseis in de Natuurschoonwet 1928 een einde gemaakt aan de mogelijkheid om de fiscaal gefacilieerde schenking van een landgoed liquide te maken, door het landgoed terug te verkopen aan de schenker of door te verkopen aan een derde.

Een periode van maximaal 10 jaar is redelijk om een relatie te veronderstellen tussen de genoten faciliteit en de inspanningen ten behoeve van de ontwikkeling en instandhouding van het natuurschoon op de vaak weinig rendabele landgoederen te leggen.

Het liquide maken van een fiscaal gefacilieerde schenking dan wel vererving is uitsluitend interessant wanneer de opvolgende verkoop binnen een overzienbare termijn plaatsvindt. De termijn van 10 jaar is (gekoppeld aan de sanctie dat bij verkoop binnen die periode het gehele voordeel alsnog ingevorderd zal worden en de mogelijkheid van fraus legis) voldoende effectief ter voorkoming van constructies waarbij landgoederen als middel worden gebruikt om fiscaal gefacilieerde schenkingen dan wel verervingen te creëren, zonder dat de bedoeling bestaat om het landgoed gedurende langere tijd in bezit te houden, i.c. handelen in strijd met de bedoeling van de wet (in de overige belastingwetgeving worden voor handelen in strijd met de wet vrijwel in alle gevallen een verjaringstermijn van 5 jaar gehanteerd).

Reitsma

Remak