27 029
Fundamentele Herziening Wet op de Ruimtelijke Ordening

nr. 5
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 augustus 2001

In maart 2000 is naar aanleiding van een verzoek vanuit het parlement de Discussienota over de Wet op de Ruimtelijke Ordening verschenen, waarin de mogelijke uitgangspunten voor een herziening van deze wet zijn beschreven. Over deze nota is uitvoerig gesproken met Uw Kamer, wetenschappers en met vele organisaties die werkzaam zijn op het terrein van de ruimtelijke ordening.

De reacties op de Discussienota en de voortschrijdende inzichten bij de beleidsontwikkelingen hebben tot de conclusie geleid dat het wettelijk instrumentarium voor de ruimtelijke beleidsvoering toe is aan een fundamentele herziening. Het ingrijpende karakter van de gewenste wijzigingen en de behoefte aan duidelijke regelgeving zijn aanleiding geweest niet te volstaan met een voorstel tot wijziging van de huidige Wet op de Ruimtelijke Ordening. In plaats hiervan wordt gekozen voor een nieuwe opzet van de wet, waarbij gestreefd is naar een totaal en samenhangend pakket van regels. Hiermee kan het ruimtelijk beleid zoals dat onder andere in de Vijfde Nota op de Ruimtelijke Ordening is vastgelegd, adequaat tot uitvoering worden gebracht.

Om bij de parlementaire behandeling van deel 3 van de Vijfde Nota inzicht te kunnen verschaffen in de voornemens voor het toekomstige instrumentarium is gekozen voor het publiceren van een voorontwerp voor de nieuwe Wet ruimtelijke ordening1. Deze keuze biedt tegelijkertijd de gelegenheid met het parlement van gedachten te wisselen over deze voornemens alvorens een definitief wetsvoorstel in te dienen. Het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de VROM-raad zullen worden gevraagd over het voorontwerp te adviseren en de gebruikers van de wet zullen in staat worden gesteld hun mening te geven.

Het is de bedoeling dat de adviezen en reacties in de maanden september en oktober worden ontvangen. Het kabinet is voornemens rond de jaarwisseling het definitieve voorstel voor de nieuwe Wet ruimtelijke ordening vast te stellen, waarna het ter advisering naar de Raad van State wordt verzonden.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. P. Pronk


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven