Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 januari 2014
Op 22 januari jongstleden maakte de Nationale Politie het rapport «Anti-homogeweld
in Nederland, analyse van (dreiging van) fysiek anti-homogeweld» openbaar1. In deze brief zend ik uw Commissie mijn reactie op het rapport en zal ik ingaan
op de oproep van het COC en mijn (verdere) aanpak.
Reactie op het rapport
Het onderzoek toont voor het eerst een landelijk beeld van de aard en omvang van geweld
tegen homoseksuelen. Daarvoor werd gekeken naar de registratie bij de politie in de
periode van 1 januari 2009 tot september 2013. In die periode waren er 769 meldingen,
wat neerkomt op een gemiddelde van drie meldingen per week. Ik vind dit ernstig. Daarbij
geven de cijfers geen compleet beeld van het aantal gevallen van anti-homogeweld,
omdat lang niet alle zaken bij de politie gemeld worden.
Het meest voorkomende type delict is mishandeling (31,5%), daarna bedreiging (16,9%)
en zware mishandeling (6,7%). Verder zijn zaken geregistreerd onder diefstal met geweld,
openlijke geweldpleging, straatroof en vechtpartij/ruzie.
In het rapport is ook een beeld geschetst van kenmerken van slachtoffers en daders.
Het zijn in beide gevallen in overgrote meerderheid jonge personen met de Nederlandse
nationaliteit. Er is verder een grote samenhang geconstateerd tussen incidenten en
de concentratie van evenementen en het uitgaansleven.
Over de periode van het onderzoek (bijna vijf jaar) is er overigens geen significante
toename of afname van homogerelateerd geweld zichtbaar. Dit doet echter niets af aan
de ernst van de delicten en de vaak enorme gevolgen voor slachtoffers. Het rapport
staat ook niet op zichzelf. Uit de Veiligheidsmonitor 2012 blijkt dat homoseksuelen
zich vaker onveiliger voelen dan heteroseksuelen. Ook zijn zij anderhalf keer vaker
slachtoffer van criminaliteit en respectloos gedrag. Het vorige week verschenen SCP
rapport over ervaren discriminatie in Nederland geeft onder meer aan dat een aanzienlijk
deel discriminatie ervaart in de publieke ruimte.
Aanpak
Het COC pleit ervoor bestrijding van discriminatie tot officiële prioriteit te maken
van politie en OM. Het bestrijden van geweld heeft prioriteit bij mij, de politie
en de lokale besturen.
Netwerk Roze in Blauw
Het COC stelt dat slachtoffers van anti-homogeweld een hoge drempel over moeten om
hun verhaal te doen bij de politie en dat «Roze in Blauw» een grote meerwaarde daarin
heeft. Zoals in de Voortgangsbrief Discriminatie2 is aangegeven is in iedere eenheid een contactpersoon vanuit het netwerk Roze in
Blauw beschikbaar. Zij adviseren en ondersteunen hun collega-politiemedewerkers bij
de aangifte en opsporing van delicten. Daarnaast hebben zij een signalerende rol bij
zaken die aanvankelijk worden betiteld als «wijkproblematiek» of «overlast», maar
waar mogelijk een discriminatoir karakter aan vast zit. Aan de zichtbaarheid naar
de buitenwereld toe is onder meer gewerkt door de aanwezigheid op evenementen en inzet
van sociale media.
Met de politie en het COC zal ik nagaan of de huidige werkwijze in de eenheden voldoet
of aanpassing behoeft. In de Voortgangsbrief Discriminatie 2014 zal ik u hierover
informeren.
Daarnaast ondersteunt het Ministerie van OCW «Natuurlijk Samen», met Art1./Radar en
samenwerkingspartners als Roze in Blauw en COC. De inzet is het verbeteren van de
lokale (keten)aanpak van de bij veiligheid betrokken instanties om calamiteiten rond
discriminatie vanwege seksuele gerichtheid te herkennen en adequaat aan te pakken,
maar ook zoveel mogelijk te voorkómen.
Campagne aangiftebereidheid
Zoals ook het COC aangeeft is het zaak dat incidenten worden gemeld bij de politie
en dat aangifte wordt gedaan. In mijn brief van 9 juli 20133ben ik uitgebreid ingegaan op de maatregelen die ik de komende jaren zal nemen om
het aangifteproces van de politie te verbeteren. Voor het vergroten van de aangiftebereidheid
bij slachtoffers van discriminatie op basis van seksuele gerichtheid is door de politie
een campagne gestart. De campagne bestaat onder andere uit een banner op de homepage
van gay.nl en advertenties in geschreven media zoals de Gay krant, Gay & Night en
Zij aan Zij.
De aangever wordt teruggebeld door de contactpersoon/afdeling discriminatie uit de
desbetreffende eenheid voor een goede opvolging en afronding van de aangifte.
Tot slot
De cijfers over de aard en omvang van anti-homogeweld helpen ons de werkwijze van
de politie en het beleid nader onder de loep te nemen. Het gaat mij om een reële en
directe aanpak. Wij moeten alert blijven, daders stevig aanpakken en slachtoffers
goed opvangen. Dit vereist het zorgvuldig behandelen van zaken en goede terugkoppeling.
Er mag geen drempel zijn om melding dan wel aangifte te doen bij de politie. In mijn
periodieke gesprek met het COC zal ik het rapport bespreken en actiepunten hieruit
destilleren. Dit gesprek vindt uiterlijk in maart plaats.
De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten