Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1999-2000 | 27003 nr. 1;168 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1999-2000 | 27003 nr. 1;168 |
Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 7 februari 2000
Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 7 februari 2000.
De wens dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring van de Staten-Generaal wordt onderworpen kan door of namens één van de Kamers of door ten minste vijftien leden van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de Tweede Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk op 8 maart 2000.
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste lid, en artikel 5, eerste lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, de Raad van State gehoord, heb ik de eer U hierbij ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen de op 21 juli 1999 te Washington tot stand gekomen notawisselingen tussen de regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, enerzijds, en de regering van de Verenigde Staten van Amerika, anderzijds, houdende een Verdrag inzake de toepassing van non-proliferatiewaarborgen op aan Taiwan geleverd licht verrijkt uranium, met bijlage (Trb. 1999, 170).1
Een toelichtende nota bij deze notawisselingen treft U eveneens hierbij aan.
De goedkeuring wordt alleen voor Nederland gevraagd.
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt (artikel 25a, vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State)Op basis van de op 4 maart 1970 te Almelo totstandgekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake samenwerking bij de ontwikkeling en exploitatie van het gas-ultracentrifuge-procédé voor de produktie van verrijkt uranium (Trb. 1970, 41) is de tripartiete uraniumverrijkingsorganisatie Urenco in het leven geroepen. Deze organisatie heeft aan de partijen bij het verdrag (hierna te noemen de Troika-landen) gevraagd toestemming te verlenen om vanaf eind 2000 licht verrijkt uranium te leveren aan de Taiwanese electriciteitsmaatschappij Taiwan Power Company, als brandstof voor twee kerncentrales in dat land. De Troika-landen hebben hier in principe positief op gereageerd onder de uitdrukkelijke voorwaarde, dat de noodzakelijke en gebruikelijke non-proliferatiewaarborgen tot stand zouden (kunnen) worden gebracht.
Conform de toezegging in 1983 door de Nederlandse regering om het parlement te zullen raadplegen indien de mogelijkheid van de levering van licht verrijkt uranium aan Taiwan zich zou voordoen (kamerstukken II, 17 600 hoofdstuk XIII, nr. 29), heeft de consultatie hierover plaatsgevonden door middel van de brief van 19 juni 1998 van de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Economische Zaken aan de Tweede Kamer (kamerstukken II 1997/98, 25 600 XIII, nr. 46). Bovendien is de Volksrepubliek China over één en ander geïnformeerd. Ook heeft de Minister van Buitenlandse Zaken desgevraagd de Tweede Kamer nadere informatie verstrekt in de brief van 28 juli 1998 (kamerstukken II 1997/98, 25 600 V, nr. 91) en de brief nr. DJZ/VE-130/99 van 5 februari 1999 betreffende informatie over verdragen in voorbereiding.
Aan de hiervoor bedoelde non-proliferatiewaarborgen en aanverwante regelingen hebben de meeste staten zich tegenwoordig reeds gecommitteerd via verdragen en internationale afspraken, waarvan het op 1 juli 1968 te Londen/Moskou/Washington totstandgekomen Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (hierna te noemen het Non-Proliferatie Verdrag; Trb. 1968, 126) en de richtlijnen van de zogenoemde Nuclear Suppliers Group (NSG; IAEA-INFCIRC/254 van februari 1978, laatstelijk aangevuld op 24 februari 1998) de belangrijkste zijn. Normaliter kan derhalve worden volstaan met het verkrijgen van een schriftelijke bevestiging terzake van het land waaraan het verrijkt uranium wordt geleverd.
In het geval van Taiwan is deze procedure evenwel niet mogelijk gegeven de bijzondere internationale en volkenrechtelijke positie van dat land en het één-China beleid dat door de Troika-landen wordt gevolgd. Daarnaast is relevant de situatie waarin Taiwan wat betreft het internationale non-proliferatiestelsel verkeert. Taiwan heeft namelijk onder de naam «Republic of China» wel het Non-Proliferatie Verdrag ondertekend en geratificeerd. Toen het zich evenwel in 1971 als lid van de Verenigde Naties moest terugtrekken, verviel ook het lidmaatschap van de aan de Verenigde Naties gelieerde Internationale Organisatie voor Atoomenergie (hierna te noemen de IAEA). Als gevolg hiervan heeft de IAEA de onderhandelingen over een krachtens het Non-Proliferatie Verdrag verplichte waarborgenovereenkomst afgebroken.
Taiwan heeft echter steeds duidelijk gemaakt zich gebonden te voelen door het Non-Proliferatie Verdrag en de daaruit voortvloeiende verplichtingen. Bovendien bestond alom de wens dat ondanks de gecompliceerde volkenrechtelijke positie van Taiwan de nucleaire activiteiten en materialen in dat land aan non-proliferatiewaarborgen onderworpen zouden blijven.
De Verenigde Staten (VS) hadden reeds in 1955 een nucleaire samenwerkingsovereenkomst met Taiwan («Republic of China») gesloten. Die overeenkomst is op 4 april 1972 vervangen door de «Agreement for Cooperation between the United States of America and the Republic of China concerning Civil Uses of Atomic Energy» (UNTS, Vol 952, 1974). Deze overeenkomst is ondanks de wijziging in de diplomatieke betrekkingen tussen beide landen sinds 1 januari 1979 nog steeds van kracht. Daarnaast hebben de VS en Taiwan op 6 december 1971 met de IAEA een trilateraal «Safeguards Transfer Agreement» (IAEA-INFCIRC/158 van 8 maart 1972) gesloten, waarvan de tekst door de Raad van Gouverneurs van die organisatie op 23 februari van dat jaar was goedgekeurd. Krachtens deze overeenkomsten staan alle nucleaire materialen, installaties en uitrusting op Taiwan onder IAEA-controle, terwijl ook de richtlijnen van de NSG van toepassing zijn.
Het is mogelijk gebleken om nucleaire leveranties aan Taiwan, afkomstig uit andere landen dan de VS, onder de werking van bovengenoemde overeenkomsten te brengen. Hiervan hebben onder andere Australië, Canada, Frankrijk en Zuid-Afrika reeds gebruik gemaakt.
Nadat de VS zich bereid hadden verklaard deze constructie ook voor de Urenco-leveranties open te stellen, zijn de Troika-landen in onderhandeling getreden met de VS om het onderhavige verdrag tot stand te brengen. Overigens werd ook de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM) hierbij betrokken, zowel op grond van artikel 103 van het op 25 maart 1957 te Rome totstandgekomen Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Trb. 1957, 75, laatstelijk Trb. 1995, 78) als op grond van de Overeenkomst tot samenwerking bij het vreedzaam gebruik van kernenergie tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Verenigde Staten van Amerika van 29 maart 1996 (hierna te noemen de Samenwerkingsovereenkomst EURATOM-VS; PbEG L120 van 20 mei 1996). EURATOM heeft met het bereikte onderhandelingsresultaat ingestemd.
Het verdrag bestaat uit drie identieke notawisselingen tussen respectievelijk het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met de Verenigde Staten van Amerika. Hoewel in de nota's de regeringen als verdragspartijen worden genoemd, geldt het verdrag uiteraard tussen de staten.
Het verdrag bevat vrijwel geen verplichtingen voor het Koninkrijk der Nederlanden, doch slechts verplichtingen voor de VS en – indirect – voor Taiwan. Het verrijkt uranium afkomstig uit de Troika-landen, in casu Nederland, wordt naar de VS gezonden, alwaar het wordt verwerkt in brandstofelementen. Het nucleaire materiaal valt vanaf het moment dat het Nederland verlaat tot aan de heroverdracht vanuit de VS naar Taiwan onder de Samenwerkingsovereenkomst EURATOM-VS en vervolgens onder de werking van het onderhavige verdrag.
In de nota's is vastgelegd dat de samenwerking op het onderhavige terrein onderworpen is aan de bepalingen en voorwaarden welke in de bijlage bij de inleidende nota zijn opgenomen.
De paragrafen 5, 7, 8 en 16 van de bijlage bevatten de eigenlijke non-proliferatie-waarborgen zoals die uit het Non-Proliferatie Verdrag en de richtlijnen van de NSG voortvloeien. Het betreft veiligheidscontrole op alle huidige en toekomstige nucleaire installaties, materialen en dergelijke («full scope safeguards»), alsmede voorafgaande toestemming voor heroverdracht van het geleverde materiaal en voor opwerking (in paragraaf 8 «terugwinning» genoemd) en verdere verrijking van het geleverde uranium tot 20% of meer. De paragrafen bevatten ook bepalingen met betrekking tot de fysieke beveiliging van het nucleaire materiaal.
Hoewel de VS de desbetreffende bevoegdheden in eerste instantie uitoefenen, zullen waar sprake is van «voorafgaande toestemming» het uiteindelijk de Troika-landen zijn, die bepalen of, en zo ja onder welke voorwaarden, de toestemming wordt verleend.
Gelet op het bijzondere geval van Taiwan voorzien de paragrafen 9 en 10 ook in noodveiligheidscontroles («fall back safeguards») respectievelijk eventuele terugzending van het nucleaire materiaal vanuit Taiwan naar de VS, indien de situatie daartoe aanleiding geeft. Ingevolge paragraaf 11 aanvaarden de Troika-landen een inspanningsverplichting om, ingeval de in de paragrafen 9 en 10 bedoelde situatie zich voordoet, van Urenco te eisen, dat zij bijdraagt in de daaruit voortvloeiende kosten. Een nadere uitwerking van de kostenverdeling is opgenomen in het begeleidend schrijven dat de VS bij de antwoordnota hebben gevoegd (zie rubriek J van Trb. 1999, 170).
De overige paragrafen bevatten definities, bepalingen inzake geschillenbeslechting, procedures en consultaties, waarbij in voorkomende gevallen ook EURATOM is betrokken op grond van de Samenwerkingsovereenkomst EURATOM-VS.
Het verdrag zal uit zijn aard, wat het Koninkrijk betreft, alleen voor Nederland gelden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27003-1.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.