Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202026991 nr. 568

26 991 Voedselveiligheid

35 334 Problematiek rondom stikstof en PFAS

Nr. 568 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Ontvangen ter Griffie op 6 mei 2020.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aan de Kamer overgelegd tot en met 3 juni 2020.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan op 4 juni 2020.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 mei 2020

Overeenkomstig artikel 10.10, tweede lid, van de Wet dieren, doe ik uw Kamer hierbij toekomen de concept-wijziging van de Regeling diervoeders 2012 vanwege het normeren van ruw eiwit in krachtvoer voor melkvee1.

Na de voorhangprocedure zal de concept-regeling worden genotificeerd als technische maatregel bij de Europese Commissie. Gedurende een periode van 3 maanden kan de regeling dan in ieder geval niet worden vastgesteld. Beoogde inwerkingtreding is dan ook 1 september 2020. De regeling vervalt met ingang van 1 januari 2021. Zoals aangegeven in mijn brief van 24 april jl. zal voor de jaren na 2020 worden ingezet op een met de sector overeen te komen afsprakenkader, gericht op voermanagementmaatregelen ter verdunning van de stikstofdeken.

Met de onderhavige wijziging worden maxima gesteld aan het ruw eiwitgehalte van krachtvoer in Nederland met het oog op het terugdringen van de stikstofdepositie vanuit de melkveehouderij. De wijziging vloeit voort uit de kabinetsbrief van 13 november 2019 (Kamerstuk 35 334, nr. 1) waarin het kabinet een drietal maatregelen – waaronder veevoeraanpassingen – aankondigde om op korte termijn stikstofruimte te creëren ten behoeve van (woning)bouwprojecten.

Bij de uitwerking van deze maatregel is daarom leidend geweest dat deze moet voldoen aan de eisen voor opname van de te creëren stikstofruimte in het stikstofregistratiesysteem. Daarnaast moet de maatregel voldoen aan de Europese regelgeving (geschikt, evenredig, geen doorkruising van de Europese diervoederregelgeving) en in de praktijk uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. Met de onderhavige wijziging wordt aan deze randvoorwaarden voldaan. Vanwege de doorlooptijd van de uitwerking en invoering van de maatregel, wordt de met de maatregel beoogde reductie van stikstofdepositie aangepast op de periode waarin de maatregel in werking is. Dit resulteert in een beoogde reductie van stikstofdepositie van 1,2 mol/ha/jaar.

Krachtvoer maakt ongeveer een kwart uit van het totale rantsoen van melkvee. De rest van het voer bestaat uit het ruwvoer (voornamelijk gras, graskuil, hooi en maïs). Krachtvoer fungeert in de praktijk als «de regelknop» van het rantsoen en wordt benut om het ruwvoer aan te vullen en het rantsoen te optimaliseren. Over het algemeen wordt in Nederland meer eiwit aan het melkvee gevoerd dan het dier nodig heeft.

De met deze regeling beoogde stikstofreductie betreft een reductie in 2020 ten opzichte van 2018. Dit is het laatste jaar waarover op dit moment definitieve cijfers zijn vastgesteld. In dit referentiejaar was sprake van een relatief hoog ruw eiwitgehalte in het ruwvoer en een laag gehalte ruw eiwit in het krachtvoer.

Omdat krachtvoer en ruwvoer gezamenlijk het eiwitgehalte bepalen van het rantsoen van melkvee zal ik tijdens de notificatieprocedure in augustus nog bezien hoe zich de ruwvoersituatie in Nederland in 2020 ontwikkelt. Eventueel kan ik dan nog een beperkte wijziging van de normen in de regeling doorvoeren.

Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.