Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202026991 nr. 564

26 991 Voedselveiligheid

Nr. 564 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 januari 2020

Vorige week heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) de wijze van bestrijding van salmonella in bepaalde pluimveebedrijven aangepast. Hierbij informeer ik uw Kamer daarover.

De wijziging houdt in dat dieren van pluimveevermeerderingsbedrijven – dat zijn de bedrijven die uitsluitend broedeieren produceren – meteen worden afgevoerd en geslacht als de eerste controlemonsters besmet blijken te zijn met salmonella. Deze monsters worden door de veehouder zelf genomen in het kader van het Nationale Salmonella Controle en Bestrijdingsplan (SNCP) dat alle lidstaten verplicht uitvoeren op grond van EU-regelgeving. Tot dusverre deed de NVWA in dergelijke gevallen altijd een hertest ter bevestiging. Deze hertest blijft vanaf nu achterwege en zal nog slechts in uitzonderlijke gevallen worden toegepast wanneer er gerede twijfel is aan de juistheid van de eerste testuitslag.

Deze wijziging is doorgevoerd onder druk van de Europese Commissie. Die dreigde de Europese co-financiering aan het Nederlandse salmonellaprogramma te stoppen. Een randvoorwaarde voor co-financiering is dat aan alle EU-voorschriften voor salmonella-bestrijding wordt voldaan. In concreto gaat het om de EU-verplichting om de dieren direct na de eerste positieve testuitslag af te voeren. De Nederlandse standaard hertest acht de Commissie in strijd met de Europese regelgeving. Die mag zoals ook hierboven gesteld, slechts in uitzonderlijke gevallen worden gedaan. De verwachte Europese co-financiering voor het SNCP in 2020 is in totaal € 2.400.000 waarvan € 400.000 voor de bestrijding op besmette vermeerderingsbedrijven.

Ik ben hierover teleurgesteld. Nederland heeft meermalen en uitvoerig aan de Commissie uitgelegd dat onze aanpak de voedselveiligheid waarborgt en tegelijk poogt te voorkomen dat onterecht als «besmet» aangemerkte koppels onnodig vroegtijdig worden geslacht. Ik vind het jammer dat de Europese regelgeving op dit vlak geen ruimte laat voor de Nederlandse werkwijze.

De aanpassing zal leiden tot hogere kosten voor bestrijding. De verwachting is dat de bestrijdingskosten waaronder compensatie voor de pluimveehouder, gemiddeld met een kleine 700.000 euro per jaar toenemen. De werkelijke jaarlijkse kosten kunnen echter sterk variëren omdat het aantal geconstateerde besmettingen per jaar ook verschilt. De Europese Commissie co-financiert dit bedrag met ongeveer 50%. In 2019, dat een redelijk gemiddeld jaar lijkt, bleken 8 bedrijven besmet met in totaal 16 stallen. Daarvan bleken 7 stallen negatief na hertest door de NVWA.

Ik wil benadrukken dat het vlees van de besmette geslachte dieren in deze gevallen voor consumptie bestemd mag worden mits het industrieel wordt verhit. Het hoeft dus niet vernietigd te worden.

Nederland is voornemens in Europa de voorgeschreven bestrijdingsaanpak aan de orde te stellen. Het Ministerie van LNV laat daarom door Wageningen Universiteit en Research onderzoek doen om te kijken of een andere aanpak vergelijkbare waarborgen kan bieden voor de voedselveiligheid en tegelijkertijd de kans verkleint dat er dieren onnodig voortijdig afgevoerd moeten worden.

De aanpassing van de bestrijding is met het betrokken bedrijfsleven besproken. Het bedrijfsleven is eveneens teleurgesteld. Het bedrijfsleven is blij dat het Ministerie van LNV de bestrijdingsaanpak in de EU aan de orde wil stellen.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten