Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201826991 nr. 528

26 991 Voedselveiligheid

Nr. 528 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 juni 2018

Het RIVM heeft een rapport uitgebracht over minerale oliën1 in papier en karton en in voedsel, dat ik u hierbij aanbied2. In deze brief treft u een korte beschrijving van de bevindingen aan. Ook ga ik in op de betekenis van het rapport voor de al ingezette acties. Tot slot beantwoord ik de vraag of aanvullende acties nodig zijn.

Mijn ambtsvoorganger heeft in het vergaderjaar 2015–2016 drie keer Kamervragen beantwoord3 over minerale oliën. Speciale aandacht was er voor deze stoffen in kringlooppapier en -karton en de overgang ervan naar de verpakte voedingsmiddelen. De antwoorden op de Kamervragen gaven aan welke acties waren ingezet om het probleem te kunnen aanpakken. Eén van die acties was het vragen van nadere informatie aan het RIVM. Het RIVM is gevraagd naar:

  • de laatste informatie over de schadelijkheid van deze stoffen;

  • een berekening van de blootstelling van Nederlandse consumenten daaraan; en

  • de bijdrage van papieren en kartonnen verpakkingen aan die blootstelling.

Algemene conclusie op basis van het RIVM onderzoek

Uit een nadere analyse door het RIVM van de wetenschappelijke kennis over minerale oliën blijkt dat de blootstelling voor het minerale olietype MOSH minder schadelijk lijkt. Voor het andere type MOAH is geen nieuwe informatie gevonden en is meer kennis nodig over de bron van MOAH om een inschatting van de schadelijkheid te kunnen maken. De bijdrage van verpakkingspapier en -karton is niet dusdanig groot dat inzet op maatregelen nu prioriteit moet krijgen, de aanpak moet zich richten op alle mogelijke bronnen.

In de komende tijd werken de NVWA en het RIKILT, conform de aanbeveling van de Europese Commissie, verder aan het ontwikkelen van de geschikte analysemethodes en zodra deze beschikbaar zijn wordt er gemeten in producten en verpakkingsmaterialen. Vanwege de complexiteit van dit onderzoek heeft de Europese Commissie de lidstaten meer tijd gegeven om deze onderzoeken uit te voeren (tot 1 oktober 2019). Een discussie over eventuele wettelijke maatregelen zal niet starten, voordat de onderzoeksresultaten van de lidstaten beschikbaar zijn.

Bevindingen van het RIVM over de schadelijkheid van de stoffen

Het RIVM heeft een studie gemaakt van de literatuur die sinds het laatste advies van de European Food Safety Authority4 (EFSA) uit 2012 over het onderwerp zijn gepubliceerd. De recente publicaties beperken zich tot MOSH5, over MOAH is geen nieuwe informatie beschikbaar. Op grond van deze aanvullende informatie lijkt de zorg over de schadelijkheid van MOSH iets te worden afgezwakt, maar een definitieve EFSA-beoordeling van deze informatie is nodig voordat gezondheidskundige grenswaarden6 worden aangepast. Het RIVM heeft de blootstelling aan MOSH bij de risicobeoordeling dan ook getoetst aan de grenswaarden die EFSA in 2012 heeft afgeleid. De beoordeling van MOAH blijft ongewijzigd: sommige MOAH zijn kankerverwekkend en voor het totaal aan MOAH’s is een gezondheidskundige grenswaarde niet af te leiden.

Schatting van het RIVM van de inname van minerale oliën via voedsel in Nederland

Gegevens over de aanwezigheid van minerale oliën in voedingsmiddelen zijn schaars. In Nederland zijn er weinig laboratoria die dit onderzoek met voldoende gevoeligheid en betrouwbaarheid kunnen uitvoeren; ook de overheidslaboratoria van het RIKILT en de NVWA zijn daartoe pas sinds kort in staat. Dergelijke gegevens zijn dan ook vooral afkomstig van een overheidslaboratorium in Zwitserland. Daarnaast heeft de NGO Foodwatch in 2015 en 2016 diverse producten (chocolade en diverse droge kruidenierswaren) laten onderzoeken door private laboratoria.

Deze concentratiedata zijn gecombineerd met de voedingspatronen in Nederland die uit de Voedselconsumptiepeiling naar voren komen. De berekeningen laten zien dat er voor MOSH voldoende marge zit tussen de gezondheidskundige grenswaarde en de daadwerkelijke blootstelling. Van de werkelijke blootstelling zijn dan ook geen schadelijke gezondheidseffecten te verwachten.

Een uitzondering hierop maakt het RIVM bij mogelijk gebruik van gezuiverde paraffineolie bij de toepassing als hulpstof bij het besproeien van granen (in de gewasbescherming) en bij het gebruik van paraffineolie als losmiddel in bakvormen. EFSA constateerde hier al een mogelijke zorg; RIVM bevestigt dit.

De blootstelling aan MOAH is ongeveer 15% van die aan MOSH. De schadelijkheid van aangetroffen MOAH’s hangt af van de oorsprong ervan. Zolang niet duidelijk is waar de MOAH vandaan komt, is blootstelling daarom altijd zorgwekkend vanwege de carcinogeniteit van sommige MOAH’s. Het RIVM raadt dan ook aan bij het aantreffen van MOAH gericht onderzoek te doen naar de bron, zoals verontreiniging met drukinkten, smeermiddelen, brandstoffen of verbrandingsgassen. Als de bron bekend is, kan een inschatting van het risico gemaakt worden; ook kan de bron worden weggenomen of vermeden.

Door het RIVM berekende bijdrage van papier en karton aan de blootstelling

Het RIVM heeft een berekening gemaakt van de bijdrage die verpakkingen hebben in de totale blootstelling aan MOSH en MOAH. Hiervoor is gebruik gemaakt van de gegevens van Foodwatch over producten als pasta, rijst, ontbijtgranen en hagelslag en hun verpakkingen van papier of karton. De bijdrage van papier en karton aan de blootstelling aan MOSH en MOAH blijkt maximaal 15% van de totale blootstelling te zijn. Het RIVM concludeert dat maatregelen tegen MOSH en MOAH uit kartonnen verpakkingen daarom een beperkt effect zullen hebben. Gezien de berekende bijdrage van papier en karton is er geen reden de aanpak van papier en karton extra prioriteit te geven.

Het huidige beleid

De aanwezigheid van vervuilende stoffen zoals minerale oliën in voedsel is ongewenst. Om deze vervuiling te kunnen aanpakken, is voldoende kennis over de aard en de aanwezigheid van de betreffende stoffen, de bronnen ervan en over de analyse ervan noodzakelijk.

Gebrek aan kennis over de analyse, waardoor er een gebrek aan analysegegevens is, bemoeilijkt een gerichte aanpak. Mogelijke maatregelen, zoals een wettelijke verplichting om bronnen aan te pakken, beschermende verpakkingen (barrièrelagen) en normstelling zijn alleen mogelijk als er kennis is over de gehalten en bronnen. Essentieel is dan ook dat deze gehalten gemeten kunnen worden.

De Europese Commissie heeft na discussie met de lidstaten daarom in 2016 een aanbeveling7 gepubliceerd, gericht tot de lidstaten, om deze stoffen in voedingsmiddelen en verpakkingen te monitoren. In die aanbeveling adviseert de Commissie ook dat geschikte analyse-apparatuur beschikbaar moet komen en dat de lidstaten voldoende ervaring moeten opdoen met het analyseren van MOH's in levensmiddelen en in verpakkingen voordat zij daadwerkelijk analyses uitvoeren.

Nederland heeft met deze aanpak ingestemd en volgt de aanbeveling op door een analysemethode in te voeren en producten te onderzoeken.

Monitoring van minerale oliën in Nederland

De monitoring van minerale oliën behelst het ontwikkelen van de geschikte analysemethode en vervolgens het onderzoeken van voedingsmiddelen en verpakkingsmaterialen op de aanwezigheid van MOSH en MOAH. De NVWA en het RIKILT voeren dit stapsgewijs uit en hebben eerst de droge producten geselecteerd voor de monitoring. Voor deze producten kan de meetmethode relatief snel operationeel beschikbaar zijn. De vettere producten zullen in een tweede monitoringsronde (begin 2019) bemonsterd worden. In de tussenliggende periode wordt de meetmethode voor dit type producten verder ontwikkeld.

Op basis van een risico-inschatting is gekozen voor levensmiddelen die veelvuldig voorkomen in het Nederlandse voedingspatroon of door een kwetsbare doelgroep (zoals baby’s) worden geconsumeerd.

Inmiddels zijn de meetmethoden (voor droge producten en voor verpakkingen van papier en karton) gevalideerd en heeft (in april/mei 2018) de eerste bemonstering plaatsgevonden. De NVWA heeft ongeveer honderd levensmiddelen bemonsterd, onderverdeeld in vier groepen: pasta, rijst, ontbijtgranen en babyvoeding op basis van granen.

Alle producten uit deze eerste monitoringsronde worden op twee momenten bemonsterd. Na een periode van zes maanden (laatste kwartaal 2018) zal dit onderzoek nogmaals uitgevoerd worden om vast te stellen of er (en hoeveel) migratie gedurende deze periode heeft plaatsgevonden van het verpakkingsmateriaal naar het levensmiddel.

In de eerste helft van 2019 zal de tweede monitoringsronde starten. De resultaten van deze tweede monitoringsronde worden verwacht in het laatste kwartaal van 2019. Volgens plan zullen de volgende producten worden bemonsterd: hagelslag, dierlijk vet, vleesproducten, vleesbereidingen en oliezaden (pinda’s).

Het inregelen van de analysemethoden is een complexe activiteit. Daardoor heeft de uitvoering van de monitoring in verschillende EU-lidstaten – ook in Nederland – vertraging opgelopen. De Europese Commissie heeft daarom besloten de uiterste inleverdatum van de monitoringgegevens met een aantal maanden uit te stellen – van 28 februari naar 1 oktober 2019.

Consequenties van de resultaten van het RIVM-rapport

Het rapport geeft geen aanleiding de toxicologische beoordeling van MOSH en MOAH op korte termijn te wijzigen. De bestaande gezondheidskundige grenswaarden voor MOSH blijven van kracht, voor MOAH zijn deze niet af te leiden.

De gegevens over de aanwezigheid van MOSH in voedingsmiddelen en de bijdrage van papieren en kartonnen verpakkingen daarin, geven geen aanleiding om de in de EU gemaakte afspraken over de aanpak – bestaande uit analysecapaciteit opbouwen, gegevens verzamelen en deze evalueren en daarna wettelijke maatregelen overwegen – open te breken. Ook voor MOAH geldt: zonder kwantitatieve gegevens en zonder analysemogelijkheden kunnen geen wettelijke maatregelen worden genomen.

Op 22 juni 2016 is in de beantwoording van de Kamervragen van het lid Dik-Faber8 toegezegd de beheersmaatregelen van de voedingsmiddelensector te laten toetsen. Deze toetsing zal plaatsvinden zodra daarvoor de analytische mogelijkheden en de resultaten uit de monitoring door het RIKILT en de NVWA beschikbaar zijn.

Tot slot zal ik de zorg over de mogelijk hoge blootstelling door het gebruik van paraffineolie in de gewasbescherming en als losmiddel in bakvormen bij de Europese Commissie onder de aandacht brengen. Deze punten moeten in samenhang met een mogelijke aanpassing van de toxicologische grenswaarden van MOSH worden beschouwd.

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins


X Noot
1

Aardolie en producten daarvan: het raffineren van aardolie levert verschillende producten, die een breed gebruik hebben, bijvoorbeeld als oplosmiddel, brandstof of smeermiddel. Deze stoffen kunnen onbedoeld in voedsel terechtkomen.

X Noot
2

Mineral oils in food; a review of toxicological data and an assessment of the dietary exposure in the Netherlands (RIVM Letter report 2017–0182), ook te vinden op www.rivm.nl en tevens raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
3

Zie Aanhangel Handelingen II 2015/16, nrs. 631, 2923 en 3386.

X Noot
4

EFSA. Scientific Opinion on Mineral Oil Hydrocarbons in Food. EFSA Journal

2012; 10(6):2704, zie https://www.efsa.europa.eu/de/efsajournal/pub/2704

X Noot
5

Minerale oliën bevatten twee soorten stoffen: MOSH (mineral oil saturated hydrocarbons) en MOAH (mineral oil aromatic hydrocarbons), met verschillende toxicologische eigenschappen.

X Noot
6

Gezondheidskundige grenswaarden zijn de hoeveelheden van een stof waaronder geen effect van een stof verwacht wordt. Deze grenswaarden worden uitgedrukt in hoeveelheid stof per kilogram lichaamsgewicht per dag. Gezondheidskundige grenswaarden worden met een veiligheidfactor (vaak 100) afgeleid van een veilig niveau bij proefdieren.

X Noot
7

Aanbeveling (EU) 2017/84 inzake de controle van koolwaterstoffen uit minerale oliën in levensmiddelen (.....), zie https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32017H0084&from=EN

X Noot
8

Zie Aanhangsel Handelingen II 2015/16, nr. 2923.