Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201826991 nr. 525

26 991 Voedselveiligheid

Nr. 525 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 juni 2018

Hierbij stuur ik u, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Staat van Voedselveiligheid van de NVWA1. De Staat zal met bijbehorende achtergrondinformatiebladen vandaag worden gepubliceerd op de website van de NVWA (www.nvwa.nl). De Staat van Voedselveiligheid geeft een beeld op de voedselveiligheid in Nederland vanuit het perspectief van de NVWA. Het uitbrengen van deze Staat is onderdeel van het verbeterprogramma NVWA2020.

In deze Staat van Voedselveiligheid staat het kennisgedreven en risicogericht toezicht centraal en wordt gereflecteerd op de inspectieresultaten van de NVWA voor wat betreft de voedselveiligheid. Op basis van de inspecties, monsteranalyses, risicoanalyses en geconstateerde afwijkingen, wordt in de Staat van Voedselveiligheid geconcludeerd dat het voedsel dat aangeboden wordt aan de consument in het algemeen veilig is. Dat wil niet zeggen dat er nooit een onveilig product op de markt komt. In dat geval moet door de betrokken ondernemer de benodigde maatregelen genomen worden, waaronder het uit de markt terughalen van de partijen voedsel die (mogelijk) niet veilig zijn. De NVWA ziet hierop toe.

De NVWA ziet wel meer signalen van voedselfraude. Dit komt enerzijds doordat de opsporingstechnieken in de loop der tijd verbeterd zijn. Anderzijds is er complexe en uitgebreide regelgeving die bedrijven moeten naleven en zijn er meer (globale) handelsstromen zoals bijvoorbeeld via het internet. Voedselfraude ondermijnt het consumentenvertrouwen in het voedsel en in het stelsel van wetgeving en toezicht. Wanneer bedrijven beschikken over signalen of vermoedens van frauduleus handelen in de keten, wordt dit in onvoldoende mate gemeld aan de NVWA.

De NVWA vraagt in de Staat van Voedselveiligheid om enkele specifieke verbeteringen in het stelsel van voedselveiligheid, die kunnen bijdragen om de in de Staat genoemde risico’s beter te kunnen borgen.

Als eerste vraagt de NVWA om betere handvatten om de verplichting om partijen bij een incident snel te kunnen traceren (en zo nodig terughalen) beter te kunnen afdwingen. Dit verzoek sluit aan bij de motie van het Kamerlid Graus2 waarin de regering wordt verzocht de knelpunten te onderzoeken bij een voedselcrisis en/of -schandalen, waar bij terughaalacties de gestelde termijn van vier uur niet gehaald kan worden. Op dit moment onderzoek ik met de NVWA op welke wijze de verplichting vanuit de Europese Algemene Levensmiddelenwetgeving eenduidig en strikt geïnterpreteerd moet worden. Daarbij gaan wij uit van de doelstelling dat producten bij een incident zo snel mogelijk, binnen vier uur, getraceerd moeten kunnen worden. Ik kijk daarbij ook naar de wijze waarop andere lidstaten deze verplichting uit Europese wetgeving interpreteren. In het najaar zal ik u informeren over de uitkomsten van dit onderzoek.

Ten tweede vraagt de NVWA om gelijktrekking van de strafbaarstelling bij gelijksoortige overtredingen. De NVWA constateert dat de maximale strafbaarstelling bij overtredingen in relatie tot vers vlees op grond van de Wet Dieren veel hoger zijn dan in het geval van verwerkte vleesproducten op grond van de Warenwet. Dit verzoek is neergelegd bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid, aangezien het gaat om een verzoek voor aanpassing van de Wet op de Economische Delicten. Overigens betekent dit niet dat de strafbaarstelling in de Warenwet ontoereikend is. De sanctiemogelijkheden zijn in de afgelopen jaren nog aangescherpt door het verhogen van de maximale bestuurlijke boete tot maximaal 830.000 Euro en de introductie van de omzetgerelateerde boete voor opzettelijke overtredingen met grove schuld. Daarnaast beschikt de NVWA over diverse andere stevige sanctie-instrumenten zoals het uit de handel halen van partijen tot aan het sluiten van bedrijven.

De bevindingen uit deze Staat van Voedselveiligheid zal de NVWA meenemen bij verdere prioritering van haar toezicht en in de bespreking met betrokken sectoren.

Naast deze Staat publiceert de NVWA op haar website eveneens de NVWA Consumentenmonitor 2018, een onderzoek naar het vertrouwen van de consument in de veiligheid van voedingsmiddelen. In 2018 blijkt dit vertrouwen ten opzichte van de vorige metingen in 2013 en 2015 gestegen te zijn.

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Kamerstuk 26 991, nr. 507