Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 maart 2018
Bijgaand sturen wij uw Kamer de integrale risicoanalyse (IRA) voor de pluimveevleesketen1 die vandaag gepubliceerd wordt op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
(NVWA).
Zoals aangekondigd in het plan van aanpak «NVWA 2020» brengt de NVWA sinds 2017 voor
alle relevante productieketens de risico’s voor de voedselveiligheid, dierenwelzijn
en diergezondheid in kaart door middel van een IRA.
Het primaire doel van een IRA is het richten van het NVWA-toezicht op de grootste
risico’s in een keten. Een IRA geeft een integraal beeld van de risico’s in een keten,
en de beheersing daarvan, gebaseerd op gegevens uit voorgaande jaren. Een IRA geeft
aan waar de risico’s zitten en waar maatregelen door zowel de ketenpartners, het toezicht
als het beleid nodig zijn. In augustus 2017 is de eerste IRA, namelijk die voor de
zuivelketen, uitgebracht.
De IRA pluimveevleesketen is gebaseerd op een wetenschappelijke risicobeoordeling
door Bureau Risicobeoordeling & Onderzoek (bureau), informatie vanuit toezicht van
de NVWA over de naleving van de wetgeving in deze keten in de periode van 2014–2017 en informatie over fraude in deze keten
vanuit de Inlichtingen- en Opsporingsdienst (IOD) van de NVWA in de periode van 2010–januari
2017.
De Integrale Risicoanalyse pluimveevleesketen
De NVWA schetst in de IRA over de pluimveevleesketen, vanuit het toezichtperspectief
een beeld van een productieketen die de wetgeving op een aantal terreinen onvoldoende
naleeft. De belangrijkste geconstateerde risico’s liggen op het vlak van dierenwelzijn
op primaire bedrijven en bij transport, niet toegestaan antibioticagebruik en microbiologische
risico’s van Campylobacter en Salmonella. Hierbij dient te worden opgemerkt dat deze problemen geconstateerd zijn bij een
deel van de bedrijven. De NVWA heeft dit beeld recent op hoofdlijnen gedeeld met de
ketenpartijen en maatschappelijke organisaties.
Reactie
Op verzoek van de sector heeft op 27 maart jongstleden een bestuurlijk overleg met
de Minister van LNV plaatsgevonden. Dit was een constructief gesprek waarbij de deelnemende partijen hebben afgesproken samen de zaken op
te pakken die niet goed gaan. Een eerste stap hierbij is het delen en een verdere
verdieping van de inzichten uit de risicoanalyse met ketenpartijen, beleid en maatschappelijke
organisaties. Hierover zullen door de NVWA de komende tijd nadere gesprekken worden
gevoerd.
De Nederlandse pluimveevleesindustrie heeft wereldwijd een goede naam en is een grote
exporteur. Onze pluimveesector is innovatief, ontwikkelt zich continu om aan de markteisen
te voldoen en heeft al duidelijke stappen gezet om het productieproces te verbeteren
bijvoorbeeld waar het gaat om het reduceren van het antibioticagebruik, het terugdringen
van de voetzoollaesies op primaire bedrijven en de aanpak van karkasverontreiniging
op slachterijen. Om deze goede naam te behouden is het belangrijk dat bestaande risico’s
adequaat worden aangepakt. De IRA helpt daarbij.
Over de nadere invulling van de aanpak zullen op korte termijn afspraken met elkaar
worden gemaakt. Hierbij is het belangrijk dat alle partijen in de pluimveevleesketen
hun eigen verantwoordelijkheid nemen en de wetgeving op het terrein van voedselveiligheid
en dierenwelzijn goed naleven. Deze verantwoordelijkheid ligt ook primair bij hen.
Ketenpartijen moeten elkaar daarbij aanspreken op onregelmatigheden. Van alle partijen
in deze keten – zoals pluimveehouders, slachterijen, handelaren, transporteurs, vangploegen,
dierenartsen en de supermarkten – wordt verwacht dat zij hun individuele en gezamenlijke
verantwoordelijkheid nemen. Ook de supermarkten kunnen hierbij een belangrijke rol
spelen. Zij zijn namelijk de schakel tussen de producent en consument.
Op basis van de IRA gaat de NVWA haar toezicht en handhaving aanscherpen. Dit kan
onder andere leiden tot een aangepaste prioritering in het toezicht, aanpassingen
in het interventiebeleid en prioritering voor de opsporing in deze keten. Hierdoor
zal het toezicht zich meer en meer richten op dat deel van de bedrijven waar de risico’s
ook werkelijk zijn.
In het kader van de verduurzaming van de veehouderij gaat de Minister van LNV daarnaast
de dialoog aan met sectoren en betrokken ketenpartijen, waaronder de pluimveevleessector.
Wij staan voor een toekomstbestendige, maatschappelijk geaccepteerde veehouderij die veilige producten produceert
met oog voor duurzaamheid, natuur, volksgezondheid en dierenwelzijn. Ook is het van
groot belang dat het voor iedere partij in de keten mogelijk is een eerlijke prijs
te ontvangen voor zijn dienst of product. Hierover zullen we met elkaar in gesprek
moeten en kijken welke stappen gezet moeten worden. Ook de consument heeft hierbij
een rol: is hij bereid voor zijn wensen als het gaat om voedselveiligheid en dierenwelzijn
een eerlijke prijs te betalen?
De aanpak wordt de komende periode verder geconcretiseerd. Wij informeren uw Kamer
daar in het najaar nader over.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
C.J. Schouten
De Minister voor Medische Zorg,
B.J. Bruins