Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 maart 2018
Met deze brief voldoe ik aan het verzoek van het lid Ouwehand, gedaan tijdens de Regeling
van Werkzaamheden van 6 februari jl. (Handelingen II 2017/18, nr. 48) Het Kamerlid
verzocht mij in een brief in te gaan op een artikel op de website van het Brabants
Dagblad over de internetverkoop van vlees. Hieruit zou blijken dat de hygiëne bij
een Brabants bedrijf dat aan internetverkoop doet, tekort zou schieten. Volgens het
artikel bleken twee van de zeven onderzochte monsters vlees hoge aantallen bacteriën
te bevatten, op twee andere monsters werd Listeria aangetoond.
De internetverkoop van voedingsmiddelen is groeiende. Bij deze verkoop zijn alle wettelijke
bepalingen voor de informatie aan de consument, de hygiëne en veiligheid onverkort
van toepassing. Ook het toezicht van de NVWA is op deze verkoop volledig van kracht.
Internetverkoop van vlees is uitsluitend mogelijk door bedrijven die een erkenning
als vleesbedrijf of een registratie als levensmiddelenbedrijf hebben. Zij zijn daarmee
bij de NVWA bekend en worden in het reguliere toezicht meegenomen.
Het bedrijf waarvan in het artikel van het Brabants Dagblad sprake is, is sinds begin
2017 geregistreerd als slagerij. Het bedrijf pakt vlees om in porties voor de consument.
Soms worden grotere delen vlees verdeeld in kleinere porties of wordt een supermarktverpakking
omgepakt naar eigen verpakking. Al deze activiteiten zijn toegestaan, mits aan de
geldende wettelijke eisen van hygiëne, veiligheid en etikettering wordt voldaan. Dit
vlees wordt via internet (facebookgroepen) verkocht en via een netwerk van distributiepunten
verdeeld. Ook deze werkwijze is toegelaten, mits aan de wettelijke eisen wordt voldaan.
Het bedrijf is bij de NVWA bekend en valt onder haar toezicht. In 2017 is het bedrijf
viermaal bezocht, onder meer naar aanleiding van enkele meldingen. Aspecten als de
hygiëne, bouwkundige staat, temperatuureisen, registraties en etikettering zijn meegenomen
tijdens deze inspecties en zijn in orde bevonden.
Omdat de hygiëne in orde was en het vlees ook geen afwijkingen vertoonde in uiterlijk,
geur en kleur, zijn er geen vleesmonsters genomen. Tot op heden was er geen aanleiding
om inspecties uit te voeren bij de distributiepunten.
De NVWA heeft het bericht van het Brabants Dagblad als melding genoteerd. Deze melding
is gecombineerd met een gelijktijdige klacht van een consument over mogelijk bedorven
kip. Op 7 februari jl. heeft daarop een inspectie bij het bedrijf plaatsgevonden.
Bij de eerste gelegenheid waarop distributie van het vlees naar de distributiepunten
van dit bedrijf plaatsvond (op 9 en 10 februari jl.) heeft de NVWA ook een inspectie
bij enkele van die distributiepunten uitgevoerd. Hiertoe zijn twee van de drie uitgaande
vleeswagens gevolgd. Van beide wagens zijn de laatste twee afleveradressen gecontroleerd.
De inspecteurs hebben bij deze inspectie gecontroleerd op temperatuur en hygiëne koelwagen,
koelkast op afleverpunt, etikettering van producten en mogelijke andere risico’s.
Ook nu zijn, omdat het vlees geen afwijkingen vertoonde in geur of kleur, geen monsters
genomen.
De eigenaar van het bedrijf en de beheerders van de distributiepunten hebben alle
medewerking aan de inspecties verleend en hebben toegang gegeven tot alle benodigde
ruimten. Tijdens de inspecties zijn geen afwijkingen in de hygiëne geconstateerd.
De melding over mogelijk bedorven kip heeft de NVWA niet kunnen bevestigen. Wel is
een partij kip aangetroffen zonder de juiste traceringsinformatie op de etiketten.
Hier is vervolgonderzoek richting de leverancier van de producten ingezet.
Het beeld dat in de krant naar voren komt van een bedrijf dat structureel onhygiënisch
te werk gaat, wordt niet bevestigd door de inspectieresultaten van de NVWA. Tekortkomingen
in de etikettering (waaronder tekortschietende herkomstetikettering) zijn beperkt
gebleven tot de genoemde partij kip. In het artikel van het Brabants Dagblad is sprake
van twee monsters bedorven vlees; deze constatering was gebaseerd op microbiologisch
onderzoek. Bederf, en zeker de term «verrot» die gebruikt werd, is geen verschijnsel
dat geconstateerd wordt met microbiologisch onderzoek, maar met een organoleptische
waarneming (geur, kleur en/of smaak). Bederf gaat weliswaar doorgaans gepaard met
hoge kiemgetallen, maar is daaraan niet gelijk. Zolang producten geen geur-, kleur-
en/of smaakafwijkingen vertonen, is een verhoogd kiemgetal geen reden tot afkeuring.
Wel moeten hoge kiemgetallen aanleiding zijn om de hygiëne van het bedrijf kritisch
door te lichten, hetgeen in dit geval gebeurd is. De aanwezigheid van Listeria op
producten die nog verhit worden, zoals het rauwe vlees dat hier aan de orde is, is
evenmin reden voor afkeuring, omdat de behandeling van de producten door de consument
het risico wegneemt.
Het is de taak van de NVWA om de hygiëne bij voedingsmiddelenbedrijven te inspecteren
en bij tekortkomingen in te grijpen. Bij het bepalen van de intensiteit van haar toezicht
baseert de NVWA zich op het risicoprofiel van het type bedrijf, eerdere eigen waarnemingen
en meldingen van het publiek. De NVWA zal bij een dergelijke melding nader onderzoek
inzetten, maar zal op basis van een klacht, als deze niet door eigen onderzoek wordt
bevestigd, geen maatregel aan het bedrijf opleggen. Ik acht dat een juiste handelwijze
en vertrouw er op dat de NVWA optreedt zodra dat nodig is.
De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins