Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201126991 nr. 320

26 991 Voedselveiligheid

Nr. 320 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 augustus 2011

Hierbij informeer ik u, mede namens de minister van VWS, over de resultaten van een interne audit van de nVWA naar de naleving van de wettelijke regels op middelgrote en kleine slachthuizen en over de resultaten van het aanvullende onderzoek naar het (niet) uitvoeren van BSE-testen bij runderen.

Deze interne audit wordt ook genoemd in het onderzoeksrapport van de heer Vanthemsche1. Hij heeft bij zijn rondgang diverse tekortkomingen op het gebied van hygiëne en infrastructuur vastgesteld bij deze categorie van slachthuizen. Vanthemsche merkt op dat zijn vaststellingen worden bevestigd door de interne audit van de nVWA. Hij concludeert dat er op de middelgrote en kleine slachthuizen weinig verbeteringen zijn gerealiseerd sinds zijn vorige audit in 2008 en dat het toezicht ontoereikend is en moet worden aangescherpt. Ik deel deze mening.

Audit nVWA

In mijn brief als beleidsreactie op het rapport Vanthemsche heb ik u hierover geïnformeerd. Daarin heb ik aangegeven wat de nVWA de afgelopen jaren heeft gedaan aan toezicht op deze bedrijven en welke veranderingen de nVWA in het toezicht op kleine en middelgrote bedrijven zal doorvoeren: strikter handhaven, meer risicogericht toezicht, eerder overschakelen naar permanente aanwezigheid van het toezicht en meer onaangekondigde inspecties.

In de afgelopen drie jaar is de nVWA ook bij de kleine en middelgrote slachterijen opgetreden. Echter, een structurele aanpak voor deze bedrijven is pas dit jaar gestart.

In de eerste twee jaar van het verbeterprogramma is prioriteit gegeven aan het verscherpen van toezicht en handhaving op diertransporten, verzamelcentra en de aanvoer van dieren naar slachthuizen.

Daarnaast is gewerkt aan het op peil brengen van de kwaliteit van onder meer de handhaving, opleidingen en werkinstructies en het oplossen van capaciteitstekorten van toezichthoudend dierenartsen. Hierbij is onder andere een succesvolle inzet geweest van de combiteams van AID-controleurs en VWA-dierenartsen. Over deze prioriteitstelling is door de toenmalige minister van LNV met de Tweede Kamer gecommuniceerd. Uit de rapportage van Vanthemsche blijkt dat op deze terreinen goede voortgang is geboekt.

Ik vind het teleurstellend te moeten constateren dat de hier onderzochte kleine en middelgrote slachterijen op veel punten tekort zijn geschoten in de naleving van de wet- en regelgeving en dat het toezicht van de nVWA, ondanks alle vastgestelde verbeteringen, ontoereikend is gebleken. Het dierenwelzijn, de diergezondheid en de voedselveiligheid zijn bij de kleine en middelgrote bedrijven niet in alle gevallen voldoende geborgd geweest en dat is niet acceptabel.

De eerste resultaten van de interne audit zijn in april 2011 mondeling besproken binnen de nVWA. Hier is besloten om, in afwachting van de definitieve resultaten, twee bedrijven grondiger te gaan inspecteren De bevinding dat er bij een aantal bedrijven geen juiste scheiding in leeftijd van de slachtdieren is gemaakt, is toen ten onrechte niet gekoppeld aan het (niet goed) uitvoeren van BSE-testen (zie hieronder). Deze relatie is in juli 2011 gelegd. Hoewel in juli actie is ondernomen ben ik van mening dat dit eerder had moeten geschieden. Inmiddels heb ik maatregelen genomen, zoals in mijn reactie op het rapport van Vanthemsche is beschreven, om dit in de toekomst wel te kunnen doen. Overigens is het risico voor de volksgezondheid verwaarloosbaar klein (zie hieronder).

In deze brief informeer ik u over de resultaten van de audit en de (korte termijn) acties die de nVWA vervolgens heeft uitgevoerd.

Resultaten van de audit

De nVWA heeft in de eerste helft van 2011 16 kleine en middelgrote slachterijen geaudit, in juli nog aangevuld met een 17e bedrijf, dat was bezocht door Vanthemsche. Deze 17 bedrijven voeren in totaal zo’n 3,5% van het aantal roodvleesslachtingen in Nederland uit.

De belangrijkste tekortkomingen die werden geconstateerd lagen op de gebieden van:

  • Hygiëne en diergezondheid, zoals de omgang met de karkassen, de scheiding van de slachtbijproducten in de wettelijk verplichte categorieën (1, 2 en 3) en de scheiding van dieren in leeftijdsgroepen in verband met de Europees verplichte BSE test en de verwijdering van specifiek risicomateriaal voor BSE (SRM).

  • Protocollen: het niet volgen of het niet voorhanden hebben van de (wettelijk verplichte) HACCP-procedures

  • Dierenwelzijn, zoals de wijze van bedwelming, de fixatie van dieren en de wijze van onbedwelmd slachten van dieren.

Maatregelen

Alle 17 bedrijven zijn opnieuw bezocht om de resultaten van de interne audit te bespreken. Per bedrijf zijn schriftelijke afspraken gemaakt over de oplossing van de geconstateerde gebreken.

Alle bedrijven zijn vervolgens na een korte periode (waarin de mogelijkheid was tot herstel van de omissies) opnieuw gecontroleerd. Indien nodig zijn vervolgmaatregelen genomen.

Indien de voedselveiligheid en/of het dierenwelzijn in het geding waren, zijn direct maatregelen genomen, zoals een schorsing in verband met niet uitgevoerde BSE-testen (zie hieronder).

Aanvankelijk zijn zes bedrijven direct geschorst, twee zijn onder verscherpt toezicht geplaatst en negen bedrijven wisten de tekortkomingen op afdoende wijze op te lossen. Tegen één geschorst bedrijf loopt een strafrechtelijk onderzoek. Hier is vermoedelijk sprake van illegale slacht. Inmiddels zijn de schorsingen van vijf overige bedrijven weer opgeheven. Zij zijn alle onder verscherpt toezicht geplaatst. De nVWA zal daar langer of met meer mensen aanwezig zijn en/of vaker onverwachts inspecteren.

Dit betekent dat op dit moment nog 1 bedrijf is geschorst en er 7 onder verscherpt toezicht staan. De andere 9 bedrijven worden de komende tijd nog met enige regelmaat extra gecontroleerd om te toetsen of het herstel structureel is.

De nVWA voert in de tweede helft van 2011 gericht soortgelijke controles uit bij andere kleine slachterijen in de roodvleessector.

BSE

  • a. Bevindingen

    Tijdens de interne audit bleek dat bij een aantal kleine en middelgrote slachterijen de scheiding van runderen in leeftijdsgroepen, noodzakelijk voor het uitvoeren van BSE-testen, niet voldeed. Uit nader onderzoek begin juli 2011 bleek dat bij zes bedrijven de wettelijk verplichte BSE-test bij in totaal 125 runderen vanaf 48 maanden in 2011 niet in alle gevallen is uitgevoerd. Vanaf 1 juli 2011 geldt overigens een hogere leeftijdsgrens van 72 maanden. Indien het onderzoek nu zou zijn uitgevoerd zouden 9 runderen in plaats van nu 125 onterecht niet zijn getest op BSE. Deze 9 runderen waren allemaal na 2001 geboren. In Nederland is bij Nederlandse runderen die na 2001 zijn geboren geen BSE vastgesteld. Per jaar worden in Nederland ongeveer 320 000 runderen van 48 maanden en ouder geslacht.

  • b. Risicobeoordeling

    Om het volksgezondheidsrisico van de niet op BSE geteste runderen te bepalen heeft het ministerie van VWS op 21 juli het Bureau Risicobeoordeling en Onderzoeksprogrammering (BuRO) van de nVWA gevraagd een risicoanalyse uit te voeren. Het BuRO concludeert in zijn advies van 16 augustus dat het risico voor de volksgezondheid verwaarloosbaar klein is. De kans dat de runderen BSE-positief zouden zijn geweest acht het zeer gering. Het BuRO concludeert dit mede op basis van een EFSA publicatie in februari 2011, waarin wordt uitgegaan van een continue afname van BSE incidentie in Europa. Daarnaast wordt bij een correcte verwijdering van het specifiek risicomateriaal (SRM) voor BSE in de slachthuizen het risico tot vrijwel nul gereduceerd. Ook indien de verwijdering van SRM niet correct zou zijn uitgevoerd blijft het risico verwaarloosbaar, omdat immers de kans op een BSE-positief rund verwaarloosbaar klein is.

    De risicoanalyse is te vinden op de website van de nVWA (onder BuRO).

  • c. Recall

    De nVWA heeft de zes bedrijven gesommeerd om, conform de verplichtingen in de General Food Law, al het vlees en verwerkte producten van runderen die ten onrechte niet op BSE zijn getest -voor zover mogelijk en proportioneel- terug te halen.

    De resultaten van deze recall zijn dat tot op heden het vlees en de vleesproducten van enkele runderen teruggehaald zijn en vernietigd konden worden. Het vlees en vleesproducten van de meeste runderen zijn inmiddels geconsumeerd. Zoals hierboven is aangegeven is het volksgezondsheidsrisico hiervan verwaarloosbaar.

    Bij één bedrijf was de oorzaak van het niet testen van 96 van de 100 dieren gelegen in een foutief ingestelde leeftijdsgrens (49 in plaats van 48 maanden) in de bedrijfscomputer. Hier hadden 96 van de 100 dieren een leeftijd van tussen 48 en 49 maanden.

    De nVWA heeft alle overige bedrijven waar runderen geslacht worden aangeschreven en hen nogmaals gewezen op de verplichting tot het testen op BSE. De nVWA zal de roodvleesslachthuizen in de komenden maanden gericht controleren op de naleving van de BSE-regelgeving.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker


X Noot
1

Vervolgaudit aangaande het functioneren van de nVWA inzake de controle op slachtplaatsen en exportverzamelplaatsen, 15 augustus 2011, p. 23.