26 991 Voedselveiligheid

Nr. 295 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE EN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 januari 2011

Met voorliggende brief informeren wij u over de achtergronden en de feitelijke stand van zaken in Nederland ten aanzien van de dioxinebesmetting in Duitsland.

Op 24 december 2010 heeft het Nederlandse diervoederbedrijfsleven de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) geattendeerd op een dioxine incident in Duitsland, met een mogelijk relatie naar Nederland. Omdat hierover nog geen officiële berichtgeving was verstrekt, heeft de nVWA direct hierop contact gezocht met de Duitse autoriteiten en met de Europese Commissie (EC) voor afstemming en nadere informatie. Vanaf het moment van deze eerste melding heeft de nVWA in het belang van de volksgezondheid, continu en intensief samengewerkt met de Duitse en Europese autoriteiten om de aard en ernst van de melding te onderzoeken. Ook de expertise van het RIKILT (RIKILT is een onafhankelijk instituut dat onderzoek doet naar de veiligheid en gezondheid van voedsel en diervoeders) is door de nVWA betrokken om de mogelijke bron van de contaminatie te achterhalen.

De Europese commissie heeft op 27 december gemeld dat uit onderzoek in Duitsland bleek dat een Nederlandse tussenhandelaar technische vetzuren had geleverd aan een Duits vetverwerkingsbedrijf. Technische vetten zijn vetten die niet in de levensmiddelen- of diervoedersector gebruikt worden, maar in het algemeen als smeermiddelen of voor de bereiding van zeep of in de papierindustrie. De vetzuren waar het in Duitsland om gaat waren in principe bestemd voor de papierindustrie om gerecycled papier van inkt te ontdoen. Deze technische vetzuren zijn overigens nooit fysiek in Nederland geweest. Het Duitse verwerkingsbedrijf heeft ten onrechte deze vetzuren verwerkt in vetten bestemd voor de productie van diervoeders. Omdat de desbetreffende vetzuren verontreinigd waren met dioxine, hebben ook de diervoeders, waarin deze vetten zijn verwerkt, een te hoog gehalte aan dioxine. Dit heeft vervolgens geresulteerd in met dioxine besmette eieren. Na de melding heeft de nVWA een (dossier)onderzoek verricht bij betreffende Nederlandse tussenhandelaar.

Uit dit onderzoek van onder andere de vervoersdocumenten en het leveringscontract is tot nu toe gebleken dat dit bedrijf de vetzuren als technisch vet, dat wil zeggen niet geschikt voor de productie van diervoeders en levensmiddelen, heeft verhandeld. Ook de EC heeft dit geconcludeerd.

Op 4 januari is door de Duitse autoriteiten gemeld dat er twee partijen uit Duitsland afkomstige eieren (136 000 stuks) ten behoeve van de levensmiddelenindustrie geleverd zijn aan een Nederlands bedrijf. Deze eieren zijn allen verwerkt tot een tussenproduct en in opdracht van de nVWA getraceerd. Een groot deel hiervan (ca. 65%) is geleverd aan een andere Europese lidstaat. De Europese Commissie informeert de betreffende autoriteiten hierover. Een ander deel (ca. 25%) is geblokkeerd en zal nader worden onderzocht. Een klein deel (ca. 10%) is inmiddels verwerkt in levensmiddelen (denk hierbij bijvoorbeeld aan sauzen en bakkerijproducten), die in de voedselketen terecht zijn gekomen. Gezien de verdunning is het onafhankelijke Bureau Risicobeoordeling en onderzoeksprogrammering van de nVWA (BuRo) van oordeel dat het mogelijke risico voor de volksgezondheid, op basis van de huidige informatie, minimaal is. Het BuRo voert haar taken uit op basis van de wet onafhankelijke risicobeoordeling Voedsel en Warenautoriteit.

De Duitse autoriteiten hebben in ieder geval besloten om alle mogelijke getroffen boerderijen voorlopig te sluiten (meer dan 4000 boerderijen) waarvan het merendeel in de deelstaat Niedersaksen is gelegen. De Duitse autoriteiten zijn onder leiding van de officier van justitie (der Statsanwalt) een strafrechtelijk onderzoek gestart bij het Duitse bedrijf dat de verontreinigde vetten heeft geleverd aan Duitse mengvoederbedrijven.

De Europese Commissie heeft op 5 januari gemeld dat er verder geen leveringen van voedervetten en mengvoeders heeft plaats gevonden buiten Duitsland. Dit geldt voor zover bekend ook voor producten van dierlijke oorsprong, met uitzondering van de twee partijen eieren, zoals eerder genoemd. Mogelijk gecontamineerde producten mogen op dit moment niet worden geëxporteerd uit Duitsland en dus ook niet in de Nederlandse  voedselketen terecht komen. De genomen maatregelen vinden wij op dit moment dan ook passend.

De nVWA heeft op 5 januari een overleg georganiseerd voor alle betrokken partijen zoals productschappen en sectororganisaties waarin informatie is gedeeld en de laatste stand van zaken is toegelicht. Alle betrokken partijen benadrukken het belang van transparantie ten behoeve van de volksgezondheid. De nVWA onderhoudt doorlopend contact met de Duitse autoriteiten en de Europese Commissie.

Op grond van de ons op dit moment beschikbare feitelijke informatie afkomstig van de nVWA, de Europese Commissie en de Duitse autoriteiten stellen wij thans vast dat de Nederlandse betrokkenheid zich beperkt tot de twee geleverde partijen eieren.

Op basis van de thans beschikbare informatie schatten wij de risico's voor de volksgezondheid in Nederland minimaal in.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. I. Schippers

Naar boven