Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201426956 nr. 196

26 956 Beleidsnota Rampenbestrijding

Nr. 196 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 juni 2014

Op verzoek van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu, gedaan tijdens de procedurevergadering van 11 juni, zend ik u hierbij een brief over de brand van 3 juni 2014 bij de fabriek van Shell in Moerdijk.

Specifiek wordt gevraagd in te gaan op de oorzaak van de brand, de status van het onderhoud van het complex (wanneer was de laatste onderhoudsstop), de stand van zaken omtrent de best bestaande techniek omtrent veiligheidssystemen voor dergelijke complexen, de naleving van procedures en regels op het complex, het toezicht op de naleving van procedures en regels op het complex en het vervolgonderzoek naar de brand. Daarnaast is gevraagd naar de eventuele milieuschade (hoe wordt dit gemeten en tot wanneer wordt dit gemeten).

Op basis van het omgevingsrecht is de provincie Noord-Brabant bevoegd gezag voor de vergunning van het bedrijf en het toezicht erop. De provincie heeft deze taken gemandateerd aan de BRZO Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant.

Naar deze brand zijn inmiddels diverse onderzoeken gestart:

  • De provincie Noord-Brabant heeft de Omgevingsdienst gevraagd onderzoek te doen naar eventuele vervolgschade bij omliggende bedrijven als gevolg van de explosie.

  • Het Openbaar Ministerie doet strafrechtelijk onderzoek ter beoordeling of strafbare feiten hebben plaatsgevonden.

  • De Brzo-partners (provincie, Inspectie SZW en de Veiligheidsregio) doen onderzoek naar de oorzaken van het incident in het kader van Hoofdstuk 17 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

  • Shell zelf voert een onderzoek uit naar de gebeurtenis.

Tenslotte heeft ook de OvV op 5 juni 2014 aangekondigd een onderzoek uit te voeren. De Raad betrekt daarbij de volgende thema’s:

  • De toedracht van de brand;

  • De brandweerinzet en brandbestrijding;

  • De crisisbeheersing inclusief de communicatie;

  • De vergunningverlening, het toezicht en de handhaving;

  • De opvolging van de aanbevelingen die zijn gedaan naar aanleiding van het onderzoek naar de brand bij Chemie Pack in Moerdijk in 2011.

Een antwoord op de vragen over de oorzaak van de brand en de status van onderhoud van het complex zouden van mij ook een nader onderzoek vragen. Dat zou dubbel werk zijn en een extra belasting voor bedrijf en direct betrokken instanties. Om die reden wacht ik de uitkomsten af van het onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar de brand.

De veiligheidsregio Zuid Holland Zuid heeft de Milieu Ongevallen Dienst (MOD) van het RIVM ingeschakeld om een beeld van de milieuschade te krijgen. Door het waterschap Hollandse Delta zijn metingen verricht aan het oppervlaktewater. Op zondag 8 juni bleek uit de analyseresultaten dat er geen schadelijke concentraties van deze stoffen aanwezig waren. Het RIVM brengt eind juni een rapport uit met een samenvattend totaalbeeld.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld