nr. 4
VERSLAG
Vastgesteld 16 februari 2000
De vaste commissie voor Justitie1, belast
met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, brengt als volgt verslag
uit van haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de regering de gestelde vragen tijdig zal hebben
beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel
voldoende voorbereid.
De leden van de PvdA-fractie hebben met instemming kennisgenomen van het
onderhavige wetsvoorstel, dat in hoofdzaak strekt tot een noodzakelijke formele
aanpassing als gevolg van het Akkoord arbeidsvoorwaarden 1997–1999 sector
Rechterlijke Macht. Deze leden zijn van mening dat goede arbeidsvoorwaarden
voor de rechterlijke macht een bijdrage kunnen leveren aan het verminderen
van de capaciteitsproblemen. Bovendien horen ook rechterlijke ambtenaren gebruik
te kunnen maken van gewone vormen van ouderschapsverlof. Ten aanzien van het
wetsvoorstel hebben deze leden nog de navolgende vragen. De leden van de PvdA-fractie
merken op dat het Akkoord arbeidsvoorwaarden 1997–1999 sector Rechterlijke
Macht een looptijd heeft van 1 april 1997 tot 1 juni 1999. Kan de regering
een toelichting geven op de partners met wie onderhandeld wordt over de arbeidsvoorwaarden
sector Rechterlijke macht? Kan aangegeven worden wie deze onderhandelingspartner
is en of nieuwe onderhandelingspartners tot het overleg worden toegelaten?
Is er voorzien in een evaluatiemoment in het overlegmodel arbeidsvoorwaarden
sector Rechterlijke Macht?
Het Akkoord is drie jaar geleden getekend. Deze leden wensen van de regering
te vernemen waarom het wetsvoorstel pas nu wordt ingediend.
De dekking van de aan het onderhavige wetsvoorstel verbonden kosten wordt
deels gevonden binnen de voor de rechterlijke organisatie beschikbare budgetten.
Kan de regering toelichten wat deze herschikking van budgetten feitelijk betekent?
Welke onderdelen van de rechterlijke organisatie ontvangen vanwege deze herschikking
minder financiële middelen en welke consequenties heeft dat? Een ander
deel van de dekking van de kosten wordt gevonden in de voor de arbeidsvoorwaarden
centraal beschikbare middelen. Welke middelen worden hiermee bedoeld? Zijn
er regionaal of decentraal beschikbare middelen?
De memorie van toelichting vermeldt summier een aantal juridisch-technische
wijzigingen ter verruiming van de regeling van het ouderschapsverlof. Kan
de regering nader ingaan op de betekenis van deze verruiming voor de praktijk
en kan zij meer informatie verschaffen over de behoefte aan ouderschapsverlof
bij de rechterlijke macht, zo vragen deze leden. Meent de regering dat er
een relatie bestaat tussen de capaciteitsproblemen bij de rechterlijke macht
en de behoefte aan ouderschapsverlof danwel kinderopvang bij deze groep? Is
er ten aanzien van het voorgaande sprake van regionale verschillen, bijvoorbeeld
de situatie in de Randstad afgezet tegen die daarbuiten?
Tot slot vragen de leden van de PvdA-fractie ten aanzien van onderdeel
E of er voor de rechterlijke macht algemeen geldende criteria bestaan waaraan
verzoeken tot ouderschapsverlof van magistraten door de functionele autoriteit
worden getoetst. Is in dezen – voor de toekomst – nog een taak
voorzien voor de nog in te stellen Raad voor de Rechtspraak, zo vragen de
leden van de PvdA-fractie.
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van voorliggend wetsvoorstel,
dat een uitvloeisel is van het in het Sectoroverleg Rechterlijke Macht en
de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak gesloten Akkoord arbeidsvoorwaarden
(verder het Akkoord). Het voorliggende wetsvoorstel strekt enkel en alleen
tot formalisering van eerder gemaakte afspraken binnen het Akkoord. In zoverre
verbaast het de leden van de VVD-fractie dat dit voorstel het democratisch
proces van beide Kamers der Staten-Generaal in wordt ingestuurd, terwijl de
gemaakte afspraken reeds feitelijk als ware zij een wet functioneren. Het
voorstel beslaat de rechtspositie over de periode 1997–1999. Kan de
regering aangeven of de reeds uitgekeerde vergoedingen over die periode conform
het Akkoord waren? In hoeverre is er sprake van het betalen van vergoedingen
met terugwerkende kracht?
De leden van de VVD-fractie vragen bijzondere aandacht voor de Trendnota
Arbeidszaken Overheid 2000 in dezen. De rechterlijke macht is één
van de in totaal elf arbeidsvoorwaardelijke sectoren die aan bod komen in
deze nota. In hoeverre passen de uitgangspunten van het Akkoord in het beleid
van de Trendnota met als beoogde resultaat een krachtige en slagvaardige overheidsinstantie
die vertrouwen en gezag uitstraalt en daarmee respect oogst?
Binnen de arbeidsmarkt wordt de laatste tijd gesproken over flexibilisering
van individuele arbeidsovereenkomsten. Binnen het zogenaamde «cafetariamodel»
kan de werknemer als het ware een keuze maken tussen bepaalde vormen van belonen
en secundaire arbeidsvoorwaarden. Het voorstel dat rechterlijke ambtenaren
in opleiding in beperkte mate vakantiedagen kunnen afkopen, kan in het «cafetariamodel»
ook omgekeerd worden overeengekomen: tegen een financiële vergoeding
zouden vakantiedagen kunnen worden gekocht. Ook in de Trendnota wordt gesproken
over een flexibele, open organisatie met concurrerende arbeidsvoorwaarden.
In hoeverre zijn flexibele vormen van belonen en subsidiaire arbeidsvoorwaarden
ook onderwerp van overleg binnen het Sectoroverleg, zo vragen de leden van
de VVD-fractie.
De voorzitter van de commissie,
Van Heemst
De griffier van de commissie,
Pe
XNoot
1Samenstelling: Leden: Van de Camp (CDA), Biesheuvel (CDA), Swildens-Rozendaal
(PvdA), Scheltema-de Nie (D66), Kalsbeek-Jasperse (PvdA), Zijlstra (PvdA),
Apostolou (PvdA), Middel (PvdA), Van Heemst (PvdA), voorzitter, Dittrich (D66),
ondervoorzitter, Rabbae (GL), Rouvoet (RPF), Van Oven (PvdA), O. P. G.
Vos (VVD), Van Wijmen (CDA), Patijn (VVD), De Wit (SP), Ross-van Dorp (CDA),
Niederer (VVD), Nicolaï (VVD), Halsema (GL), Weekers (VVD), Van der Staaij
(SGP), Wijn (CDA), Brood (VVD).
Plv. leden: Balkenende (CDA), Verhagen (CDA), Wagenaar (PvdA), Van Vliet
(D66), Arib (PvdA), Duijkers (PvdA), Kuijper (PvdA), Albayrak (PvdA), Barth
(PvdA), Hoekema (D66), Karimi (GL), Schutte (GPV), Santi (PvdA), Van den Doel
(VVD), Rietkerk (CDA), Rijpstra (VVD), Marijnissen (SP), Buijs (CDA), Van
Baalen (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Oedayraj Singh Varma (GL), De Vries
(VVD), Van Walsem (D66), Eurlings (CDA), Kamp (VVD).