Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1999-2000 | 26937 nr. 1 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1999-2000 | 26937 nr. 1 |
Vastgesteld 1 december 1999
Een delegatie uit de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft van 9 tot en met 18 mei 1999 een werkbezoek gebracht aan Mali en aan Ghana. Het bezoek stond in het teken van ontwikkelingssamenwerking. Doel van het bezoek was om informatie te verkrijgen over de resultaten van de Nederlandse hulp aan beide landen. Hierbij is het van belang te onderkennen dat de situatie in Mali en Ghana heel verschillend is. Mali is een Franstalig land, geheel door land omgeven, terwijl Ghana een Engelstalige kuststaat is. Beide landen komen voor op de lijst zoals die door de minister voor Ontwikkelingssamenwerking aan de Kamer is gezonden in het kader van haar voornemens omtrent het landenbeleid structurele bilaterale hulp (Kamerstuk 26 433, nrs. 1 en 2).
De delegatie was samengesteld uit mevrouw M. de Boer (PvdA, tevens voorzitter van de commissie), de heer E. van Middelkoop (GPV), mevrouw drs. F. Karimi (GroenLinks), de heer O. Cherribi (VVD), de heer prof. dr. H. De Haan (CDA) en mevrouw dr. M. Bussemaker (PvdA). De griffier van de commissie, de heer mr. J. Hommes, trad op als griffier van de delegatie.
De delegatie heeft het werkbezoek als leerzaam en informatief ervaren. Bij de voorbereiding en tijdens het bezoek heeft de delegatie veel steun ontvangen van de Nederlandse ambassadeurs in Bamako en in Accra en hun medewerkers. Ook het dossier dat door het ministerie van Buitenlandse Zaken tevoren is uitgereikt was nuttig bij de voorbereiding. De delegatie spreekt voor dit alles haar erkentelijkheid uit.
De republiek Mali is een land in West Afrika. Het land heeft een oppervlakte van 1 240 190 km2 en is daarmee 37 maal zo groot als Nederland. Mali is geheel door land omsloten. Grenzen zijn er met Algerije, Mauritanië, Senegal, Burkina Fasso en met Niger. Er wonen in Mali ongeveer 11,8 miljoen mensen. De natuurlijke bevolkingsgroei bedraagt 2,8% en de levensverwachting is gemiddeld 47 jaar. Het merendeel van de bevolking is islamitisch (90%). De officiële taal is Frans. Verder wordt een aantal inheemse talen gesproken, waarvan het Bambara de belangrijkste is.
Mali was tot 1960 een Franse kolonie. In dat jaar werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. De eerste president, Modibo Keita, verklaarde het land een één-partij staat onder leiding van zijn Union Soudanaise Rassemblement Démocratique Africain (US-RDA). Dit marxistische regime werd in 1968 omver geworpen door het leger. Generaal Moussa Traoré werd de nieuwe president. In 1974 stelde deze een nieuwe grondwet op, waarin de één-partij-staat opnieuw werd vastgelegd. De heersende partij werd nu de Union Démocratique du Peuple Malien (UDPM). Ondanks grote tegenstand en gewelddadige demonstraties won Traoré in 1979 de verkiezingen en werd hij in 1985 herkozen als president. Vanaf 1990 worden enige democratische hervormingen doorgevoerd en worden twee nieuwe partijen toegestaan, het Comité National d'Initiative Démocratique (CNID) en de Alliance pour la Démocratie au Mali (ADEMA). De roep om echte democratische hervormingen werd echter steeds sterker en leidde tot een staatsgreep in 1991, waarbij president Traoré werd afgezet en gearresteerd. Door een overgangsbewind werden verkiezingen georganiseerd die door ADEMA worden gewonnen. In 1992 wordt Alpha Oumar Konaré gekozen tot president. In 1997 wordt Konaré herkozen en vinden er tweemaal parlementaire verkiezingen plaats, omdat de eerste verkiezingen wegens slechte organisatie door het constitutionele hof ongeldig werden verklaard. De oppositie heeft deze verkiezingen geboycot en ook de herverkiezing van de president niet erkend.
De grondwet van de Derde Republiek van Mali werd in 1992 goedgekeurd. Er is sprake van een meerpartijenstaat. De uitvoerende macht ligt bij de president, die wordt gekozen voor een periode van vijf jaar. Herverkiezing is éénmaal mogelijk. De huidige president is in 1997 herkozen en zal dus in 2002 moeten aftreden. De president is opperbevelhebber van het leger en benoemt de premier. De premier benoemt de overige ministers. De wetgevende macht bestaat uit een parlement van één kamer, de Nationale Vergadering. De 147 leden hiervan worden direct gekozen voor een periode van vijf jaar.
ADEMA domineert de Malinese politiek. Oppositiepartijen zijn nog niet in staat gebleken een nationaal front te vormen, alhoewel eind 1997 een relatief coherente overkoepelende oppositiepartij is opgericht, de Coordination des Partis Politiques de l'Opposition (COPPO). De oppositie is echter sterk verdeeld uit de verkiezingsstrijd gekomen. Zo is de USRDA (georiënteerd op de eerste president Keita) uiteen gevallen. De enige serieuze tegenstander van de regeringspartij is de MPR-partij (georiënteerd op het voormalige bewind van dictator Moussa Traoré).
Sinds 1990 is de binnenlandse politiek sterk beïnvloed door activiteiten van naar autonomie strevende Toeareg-groeperingen in het noorden. De Toeareg-nomaden werden er door de toenmalige machthebber Traoré van beschuldigd een onafhankelijke staat te willen vestigen. De noodtoestand werd vervolgens uitgeroepen in de regio van Gao en Tombouctou. Gewapende regeringstroepen startten een repressieve campagne tegen de Toearegs. In 1992 werd een nationaal pact gesloten waarbij aan de Toearegs autonomie werd toegestaan en waarbij werd beloofd om extra aandacht te schenken aan de ontwikkeling van het gebied. Deze overeenkomst werd echter onvoldoende uitgevoerd. In 1993 en 1994 vonden verschillende confrontaties plaats tussen het leger en rebellerende Toearegs. Na een Ronde Tafel Conferentie in 1995 in Tombouctou, werd een nieuw akkoord gesloten. Dit feit werd in 1996 bezegeld door een vredesvuur («Flamme de la Paix») waarbij de door partijen ingeleverde wapens werden verbrand. De toenmalige Nederlandse minister voor Ontwikkelingssamenwerking was daarbij aanwezig. Nu wordt veel energie gestoken in de opbouw van het noorden. Tijdens het bezoek van de delegatie aan Tombouctou is van gedachten gewisseld met enkele leden van de Équipe Mobile. Deze organisatie levert een belangrijke bijdrage aan de opbouw van het noorden na het einde van de rebellie. Zo wordt gepoogd economische activiteiten te ontwikkelen ten behoeve van voormalige rebellen. Er wordt gestreefd naar vrede en verzoening. Hierbij speelt de decentralisatie een rol. Deze zorgt ervoor dat de verantwoordelijkheid van beslissingen veel meer bij het gebied zelf komt te liggen. Zeker in het noorden dat geïsoleerd ligt ten opzichte van de rest van het land en zich achtergesteld voelt, is dat belangrijk. De rebellie had primair een economische oorzaak, geen politieke. De decentralisatie biedt verder meer mogelijkheden om lokaal belasting te heffen en die aan het gebied te besteden.
Over het algemeen worden de mensenrechten door de overheid gerespecteerd. De omstandigheden in de gevangenissen zijn echter slecht. Het justitieel systeem werkt zeer traag en wordt beïnvloed door de uitvoerende macht. Sociale en culturele factoren beperken sterk de economische en educatieve mogelijkheden van vrouwen. Maatschappelijk geweld ten aanzien van vrouwen en kinderen komt vaak voor.
De grondwet voorziet in vrijheid van meningsuiting en vrijheid van pers. De televisie- en radiostations die door de overheid worden gecontroleerd, kunnen zich kritisch opstellen.
De ontwikkeling van de sociale sector blijft achter bij datgene wat noodzakelijk is voor de ontwikkeling van een land. Het onderwijs is slecht georganiseerd en wordt slecht beheerd. Er is sprake van een onevenwichtige verdeling van middelen ten nadele van het basisonderwijs. Voor de sector onderwijs is een tienjarenplan geformuleerd. De regering wil daarin meer aandacht gaan besteden aan de ontwikkeling van het basisonderwijs en met name meisjes aanmoedigen om aan het onderwijs deel te nemen. Ook wordt de mogelijkheid bestudeerd een onderwijssysteem te introduceren dat gebaseerd is op het gebruik van de eigen taal en meer direct gerelateerd is aan het eigen soiaal-culturele milieu van de leerlingen. Hiermede wordt gehoopt de alfabetiseringsgraad te verhogen.
De medische voorzieningen in Mali schieten op alle niveaus tekort. Er is gebrek aan goed opgeleid medisch personeel en essentiële medicijnen. Veel voorkomende ziekten zijn malaria, diarree, tetanus en mazelen, die met eenvoudige voorzieningen effectief zouden kunnen worden bestreden.
De landbouwsector is de belangrijkste economische sector in Mali. Naast voedselproductie voor voornamelijk binnenlandse consumptie, richt de landbouwsector zich op de exportproducten katoen en vlees. Mali ziet zich geconfronteerd met een aantal structurele factoren die het ontwikkelingspotentieel beperken: de geografische ligging, het klimaat, de geringe natuurlijke hulpbronnen, de achteruitgang van het natuurlijke milieu, de bevolkingsgroei en de inadequate infrastructuur. Deze factoren leidden in combinatie met het gevoerde financieel-politieke beleid in de late jaren zeventig tot een crisis waarna een structureel aanpassingsprogramma in 1982 van start ging. Alhoewel de uitvoering van dit programma aanvankelijk sterk werd ondermijnd door corruptie, was er ook sprake van enige vooruitgang. Er werd een begin gemaakt met afslanking van de overheid, een aanzet gegeven tot verruiming van de mogelijkheden van particuliere bedrijven en prijzen werden geliberaliseerd. De structurele aanpassing is voor Mali nog steeds een prioriteit van de eerste orde en verloopt nu wel goed. Doelstellingen daarbij zijn: duurzame economische groei, het terugdringen van het tekort op de lopende rekening en het laag houden van de inflatie. De maatregelen hebben zich sterk gericht op hervorming van de graanmarkt en reorganisatie van de staatsondernemingen. Verder worden stimuleringsmaatregelen getroffen ten behoeve van een versnelde ontwikkeling van de particuliere sector en ook wordt er aandacht besteed aan het wegnemen van beperkingen in de industriële sector zodat deze zich kan ontwikkelen. Met de devaluatie van de CFA franc in 1994 kreeg de productie van lokale gewassen zoals katoen en granen een krachtige impuls. De beheersing van de overheidsuitgaven en de sterk stijgende belastinginkomsten, als gevolg van meer efficiënte belastinginning en de sterk groeiende export van goud en katoen, deden de Malinese overheidsbegroting stijgen. Dit neemt niet weg dat het overheidstekort en het betalingsbalanstekort nog steeds hoog zijn (respectievelijk $ 91 en $ 244 miljoen verwacht voor 1998). Mali is onder andere afhankelijk van financiering door de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. Beide organisaties spreken zich positief uit over Mali. In september 1998 heeft Mali zich gekwalificeerd voor het Highly Indebted Poor Countries (HIPC) initiatief.
Het economisch beleid van de regering zorgt voor een aanzienlijke groei die nu 6% bedraagt bij 2% inflatie. Het land en in het bijzonder de hoofdstad Bamako bruisen van activiteiten van voornamelijk de informele sector. De prijs die voor de groei wordt betaald is wel hoog. Met name de kosten van de eerste levensbehoeften zijn sterk gestegen zonder dat daar een evenredige salarisverhoging tegenover staat. Het aantal armen is toegenomen. Toch bestaat er draagvlak onder de bevolking voor het beleid, omdat er het gevoel is dat de laatste jaren meer vooruitgang is bereikt dan in de jaren van de dictatuur.
8. (Nederlandse) Ontwikkelingssamenwerking in Mali
8.1. Veranderende samenwerking
Voor de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking is Mali een van de belangrijkere landen in West-Afrika. Dit is vooral een antwoord op het effectieve economische beleid, het proces van democratisering en het streven naar behoorlijk bestuur. Na Frankrijk is Nederland de tweede bilaterale donor voor Mali. Nederland heeft altijd een tegenwicht gevormd voor een te eenzijdige afhankelijkheid van Mali van met name Frankrijk.
De Nederlandse ontwikkelingssamenwerking in Mali ondergaat een proces van geleidelijke verandering. Daarvoor zijn twee redenen:
1. In 1994 voerde de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking (IOB) een evaluatie uit van 20 jaar OS-relatie tussen Mali en Nederland. Hoewel het programma als zeer goed werd bestempeld werd toch een veelheid van veelal los van elkaar staande projecten geconstateerd. De projecten leidden tot een parallelle structuur, terwijl het nu juist de bedoeling is om de eigen Malinese structuren te versterken. Dit heeft ertoe geleid dat afzonderlijke projecten nu zoveel mogelijk worden geclusterd, of anders worden beëindigd. Er wordt gewerkt met de zogenaamde programmatische aanpak. Dit betekent dat de Malinese counterpart een programmaontwerp aan de ambassade voorlegt. Vervolgens wordt dit ontwerp door de ambassade en de Malinese overheid getoetst aan het Nederlandse en het Malinese beleid. Bij goedkeuring zegt Nederland een bijdrage toe voor de activiteit. De activiteit wordt vervolgens door de organisatie zelf uitgevoerd en meegefinancierd. Er worden zo min mogelijk nieuwe projecten gestart. De ambassade streeft naar ondersteuning van bredere initiatieven. Door bovenstaande aanpak is het aantal veldwerkers van 45 in 1994 teruggebracht naar 15 in 1999. Alleen hierdoor is al 6 miljoen gulden meer beschikbaar voor investeringen. Het werk van de veldwerkers wordt nu in het algemeen door de Malinezen zelf gedaan.
2. De tweede reden ligt in het feit dat per 1 januari 1997 de ambassade bevoegdheden en budgetten gedelegeerd kreeg vanuit Den Haag. Daarbij werd een strikt administratief en beheerssysteem ingevoerd (jaarplan, interne controle e.d.). De ambassade was daardoor in staat de externe financiële monitoring op de activiteiten te intensiveren. Daarnaast is door de ambassade een inhoudelijke (zgn. kwaliteits-) monitoring ingevoerd. Elke activiteit is nu voorzien van een «logical framework». In een logical framework worden doelstellingen, te behalen resultaten, activiteiten en indicatoren op een gestructureerde wijze gepresenteerd. Hiermee kunnen de resultaten worden getoond die worden behaald. De monitoring wordt gecoördineerd door één van de medewerkers van de ambassade en is de basis voor overleg over eventueel noodzakelijke bijsturing.
8.2. Structurele bilaterale ontwikkelingsrelatie
Mali is geplaatst op de lijst van landen waarmee Nederland een structurele bilaterale ontwikkelingsrelatie wil gaan onderhouden. De criteria die in dit kader worden gehanteerd zijn:
– deugdelijk sociaal economisch beleid
– behoorlijk bestuur
– mate van armoede
De Wereldbank (WB) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) beoordelen het macro-economische beleid van Mali in de afgelopen vijf jaar als positief. Hierdoor komt het land in aanmerking voor schuldverlichting onder het Heavily Indebted Poor Countries Initiative (HIPC). Uit onderzoek is gebleken dat Mali aan de gestelde normen voldoet. In de afgelopen jaren is de groei toegenomen en is de inflatie afgenomen. Door verbeteringen in de efficiëntie bij de belastinginning en door reorganisaties in de publieke sector is tevens een afname van het begrotingstekort gerealiseerd. De algemene verwachting is dat deze positieve trend zal doorzetten.
De kwaliteit van het bestuur is de afgelopen tijd verbeterd, maar vertoont nog desondanks nog gebreken. Corruptie is een probleem dat vooral in de lagere geledingen van de overheid voorkomt en de verkiezingen verlopen tot nu toe niet vlekkeloos. Kiezerslijsten blijken onvolledig en veel kiezers ontvangen geen stemkaart. De meerderheid van de oppositiepartijen weigert aan de verkiezingen deel te nemen en de opkomst was bij de laatste verkiezingen slecht 29%. Voorts komt de hervorming van de rechterlijke macht slechts langzaam op gang en is de onafhankelijkheid van de rechters onvoldoende gewaarborgd. Daar tegenover staat dat grondwettelijke rechten zoals de vrijheid van meningsuiting, van godsdienst en van vereniging en vergadering door de overheid worden gerespecteerd. Overheidsbeslissingen worden niet eerder genomen dan na intensief overleg met alle geledingen van de maatschappij. Zo zijn belangengroeperingen op informele wijze steeds betrokken bij het besluitvormingsproces. Het in gang gezette decentralisatieproces moet betrokkenheid van de burger verder vergroten. Ondanks een grote tegenwerking van bijvoorbeeld religieuze leiders wordt serieus gepoogd de positie van de vrouw te verbeteren.
Voor wat betreft de mate van armoede kan worden gesteld dat Mali in 1997 een bruto binnenlands product per capita had van $ 260 per jaar. Ondanks de economische groei leeft ruim 70% van de bevolking onder de armoedegrens. Een alfabetiseringsgraad van minder dan 27% en een hoge bevolkingsgroei dragen bij aan de armoede. De relatieve hoge economische groei en de geringe inflatie hebben nog niet geleid tot een structurele verbetering van de armoedesituatie. Er blijft dan ook een grote behoefte bestaan aan steun.
Nederland steunt het basisonderwijs in Mali via sectorale begrotingssteun. Er wordt veel aandacht besteed aan decentralisatie van onderwijstaken en aan scholing van meisjes. Het streven is om te komen tot een scholingsgraad van 75% in 2008. Er wordt veel aandacht besteed aan monitoring van de steun en aan donorcoördinatie. De delegatie heeft tijdens het bezoek scholen bezocht in de hoofdstad Bamako (Daoudabougou) en in Ber (nabij Tombouctou). Er is daar van gedachten gewisseld met leerlingen, onderwijzend personeel en met ouders. Het grootste probleem is het gebrek aan personeel en materieel. De werkomstandigheden moeten verbeteren. Klassenverkleining kan daaraan een bijdrage leveren.
Vorig jaar zijn de hervormingsplannen voor de gezondheidszorg in Mali afgerond met de formulering van het tienjaren beleidsplan (PDDSS 1998–2007) en het investeringsplan voor de eerste vijf jaar (PRODESS 1998–2002). Kenmerkend voor de plannen is de formulering van een coherent totaalbeleid en de ontwikkeling van een gezamenlijk werkplan en administratief-financiële procedures in overleg met alle betrokken instanties.
In maart 1999 is PRODESS van start gegaan. Het beleid is gericht op verbetering van de gezondheid van de gehele bevolking van Mali door:
1. de toegang tot gezondheidsdiensten te vergroten door de kwaliteit van de eerstelijnsgezondheidszorg te verbeteren en door de ontwikkeling van dorpsklinieken en verwijscentra op districtsniveau;
2. de ontwikkeling van sociale vangnetten voor met name vrouwen, kinderen, gehandicapten en ouderen;
3. de ontwikkeling van alternatieve financieringssystemen voor ziektekosten;
4. de versterking van de personele, institutionele en organisatorische capaciteit in de gezondheidszorg.
De delegatie heeft een bezoek gebracht aan enkele projecten in San en Koulikoro (nabij Ségou). Met beide projecten zijn aanzienlijke resultaten geboekt. In San heeft 90% van de bevolking toegang tot de eerstelijnsgezondheidszorg, de vaccinatiegraad bij kinderen is ruim 80% en 30–50% van de bevallingen vinden plaats onder deskundige begeleiding. Daarnaast is de kwaliteit van de zorg en van de geneesmiddelenvoorziening verbeterd.
In Koulikoro heeft 80% van de bevolking toegang tot de eerstelijnsgezondheidszorg. Verder zijn er 100% essentiële geneesmiddelen beschikbaar en is er een functioneel verwijssysteem. De programmabenadering is hier voltooid.
Mali kent een rijke geschiedenis en er is het een en ander aan cultureel erfgoed. Nederland werkt op cultureel gebied samen met Mali. Er worden op dit moment twee projecten gefinancierd: het project Behoud Cultureel Erfgoed en het Restauratieproject Djenné. De delegatie heeft een bezoek gebracht aan Djenné. De stad Djenné ligt in de binnendelta van de rivier de Niger en heeft een geschiedenis die teruggaat tot de derde eeuw voor Christus. Wereldberoemd is de moskee en bijzondere architectuur van de huizen. In 1996 startte het project «Restauratie en behoud van de architectuur van Djenné» om een halt toe te roepen aan de ingezette teloorgang van de stad. Uitgevoerd door de Mission Culturelle van Djenné en begeleid door het Rijksmuseum van Volkenkunde in Leiden beoogt het project de restauratie en documentatie van 168 huizen over een periode van vier jaar (totale kosten 1,7 miljoen gulden). De Mission Culturelle en het lokaal ingestelde «Comité de pilotage» geven voorlichting en dragen zorg voor het betrekken van de belanghebbenden vanaf het begin van de werkzaamheden. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd door de traditionele «barey-ton», de metselaarsgilden in Djenné. Voor de restauratie worden oude foto's en tekeningen bestudeerd en gedetailleerde tekeningen gemaakt van de bestaande situatie opdat de huizen in hun oorspronkelijke staat hersteld kunnen worden. Naast restauratie wordt in het project ook de nodige aandacht geschonken aan voorlichting, opleiding en sociaal-economische en culturele ontwikkeling. Er zijn nu elf huizen volledig gerestaureerd, aan vijf huizen wordt gewerkt en elf huizen zullen nog dit jaar worden gedocumenteerd. De grote uitdagingen voor het project liggen op het gebied van participatie (hoe de betrokkenheid van huiseigenaren verder te vergroten) en duurzaamheid (hoe het onderhoud in de toekomst veilig te stellen).
8.6.1. FAO als uitvoeringskanaal
Het Programme Spécial de Sécurité Alimentaire maakt deel uit van een wereldwijd programma van de FAO met als hoofddoel de voedselzekerheid in de «low-income food deficit»-landen te vergroten. In Mali is besloten het programma te richten op twee hoofdgewassen, maïs en geïrrigeerde rijst op zeven plaatsen in verschillende regio's. De delegatie heeft in dit verband een bezoek gebracht aan de regio Mopti. Naast directe steun voor verhoging van de productiviteit van de hoofdgewassen streeft het programma naar vergroting van de diversiteit en de productiviteit van productiesystemen. In de huidige fase worden nieuwe technieken uitgetest. De volgende fase betreft een investeringsplan op lange termijn om de voedselzekerheid te verhogen. Door Nederland is tijdens de formulering de nadruk gelegd op «ownership» van de Malinese structuren betrokken bij plattelandsontwikkeling. De uitvoering van het programma is geheel in handen van Malinese instanties en lokale technische assistentie.
De delegatie heeft een bezoek gebracht aan het Office du Niger. Het Office du Niger (ON), gesticht in 1932, is een publiekrechtelijke onderneming, die tot taak heeft het irrigatiepotentieel van het westelijk deel van de binnendelta van de rivier de Niger te ontwikkelen en te beheren. De infrastructurele werken van het ON bestaan uit de stuw in de Niger bij Markala, de hoofdinlaatwerken en drie irrigatiesystemen. Deze hoofdinfrastructuur, oorspronkelijk ontworpen voor irrigatie van 960 000 ha, bedient heden slechts 67 000 ha, waarvan 55 000 ha door het ON en 12 000 ha door de boeren zelf is aangelegd. Het huidige geïrrigeerde areaal kan zonder grote aanpassingen van het hoofdsysteem worden uitgebreid tot ongeveer 100 000 ha.
Rijst is de belangrijkste cultuur binnen het ON, gevolgd door de sterk in opkomst zijnde tuinbouw. De hoofdinfrastructuur van het ON is gerehabiliteerd en productieomstandigheden zijn verbeterd door herstel van de secundaire en tertiaire irrigatiesystemen, door verbeterde productiemethoden en toegang tot krediet. Deze ontwikkelingen zijn tot stand gebracht met behulp van donoren, waarvan Nederland een van de belangrijkste is. De rijstcultuur is regionaal en mondiaal zeer concurrerend, wat heeft geleid tot aanzienlijke inkomensverbetering van de boeren. De opbrengst uit het gebied bedraagt 50% van de totale rijstproductie in Mali. Het geïrrigeerde areaal is verdeeld over ongeveer 15 000 families die verspreid zijn over 190 dorpen. De totale bevolking binnen het gebied bedraagt ongeveer 250 000 personen. De Nederlandse ondersteuning aan het ON is per januari 1999 voor een periode van vier jaar verlengd, waarbij men heeft overgeschakeld van een projectmatige naar een programmatische aanpak. Er wordt bijgedragen aan een duurzame en gelijkwaardige sociaal-economische ontwikkeling van het ON door middel van verhoging van de productie en de productiviteit van de rijstteelt en gelieerde teelten, waarmee tegelijkertijd de nationale voedselzekerheid verbetert. Er is een systeem voor landbouwkrediet geïntroduceerd.
8.6.3. Toegepast landbouwkundig onderzoek
Nederland is sinds 1978 betrokken bij het landbouwkundig onderzoek in Mali. De delegatie heeft een bezoek gebracht aan Niono, waar sinds 1985 met het project «Riz Irrigué» wordt bijgedragen aan de productieverhoging van rijst in het ON. De productie is tot nu toe verhoogd van 3 tot 5 ton per ha door het ontwikkelen van variëteiten met een hogere opbrengst, verbetering van productiemethoden, ziektebestrijding en behoud van de bodemvruchtbaarheid.
In 1998 zijn met behulp van de Nederlandse bijdrage in Niono nieuwe laboratoria en kantoren gebouwd voor de voortzetting van het onderzoek. Ook zijn 30 ha proefvelden aangelegd bij het station om het onderzoek daar te faciliteren. In 1999 is het project geïntegreerd met het regionale onderzoekscentrum Niono. In dit centrum zal een uitgebreider onderzoeksprogramma worden voortgezet. Dit programma zal zich niet uitsluitend richten op agronomische aspecten, maar ook op economische en sociale aspecten, zoals de verwerking en marketing van rijst en tuinbouwproducten diversificatie van productiesystemen in het geïrrigeerde areaal en bescherming van natuurlijke hulpbronnen. Zodoende beoogt het programma een bijdrage te leveren aan duurzame en sociaal-economische ontwikkeling in dit voor Mali zeer belangrijke gebied.
8.7. Gesprek met president Alpha Oumar Konaré
Aan het einde van het bezoek aan Mali is de delegatie ontvangen door de president van de republiek. Tijdens het onderhoud ging de president in op de democratische ontwikkelingen in Mali. Op dat vlak heeft het land veel vooruitgang geboekt, maar er moet toch nog veel gebeuren. De instituties moeten verder worden versterkt. De laatste verkiezingen waren slecht georganiseerd, mede als gevolg van de onervarenheid van de onafhankelijke kiescommissie. De regering wil graag dat er meer parlementaire oppositie komt. Dat zal de democratie ten goede komen. Politieke partijen moeten meer worden ondersteund en ook aan de ontwikkeling van de onafhankelijke rechtspraak moet veel aandacht worden besteed. Er moet meer publiek debat komen. Dat betekent dat de media versterkt moeten worden. Daarvoor zijn trainingen noodzakelijk om te komen tot professionalisering. De kwaliteit van de media is nu soms te laag.
De huidige president kan in 2002 niet worden herkozen. Hopelijk doet de oppositie in dat jaar wel mee aan de verkiezingen. De organisatie van die verkiezingen, bijvoorbeeld voor wat betreft kieslijsten, stembiljetten, identificatie e.d. zal wel verbeterd moeten worden. Daarmee moet nu worden begonnen, anders ontstaan in 2002 grote problemen.
De grootste prioriteit die door Mali wordt gesteld in de ontwikkeling is het onderwijs. De bevolking van het land is relatief en dus is de behoefte aan onderwijs groot. Het analfabetisme moet worden bestreden. Dat is een voorwaarde voor de ontwikkeling van de democratie. Versterking van het basisonderwijs staat voorop. Hulp van Nederland daarbij blijft nodig.
Voor wat betreft de politieke situatie in West Afrika constateerde de president dat die erg onstabiel is. Er is politiek management nodig om de problemen in bijvoorbeeld Guinee-Bissau, Sierra Leone en Niger op te lossen. Het gevaar is anders te groot dat conflicten overslaan naar andere landen, zoals Guinee en Ivoorkust. De verdere ontwikkelingen in Nigeria zijn van groot belang. Dat land heeft een leidende rol in de regio en kan bijdragen aan veiligheid en stabiliteit.
Bestrijding van de corruptie is één van de speerpunten van het beleid. Dit vraagt om voortdurende actie. De bevolking is bezorgd over de toenemende corruptie. Er zijn teveel mogelijkheden om corrupt te zijn. Transparantie en het verminderen van de bureaucratie zijn noodzakelijk om de corruptie terug te dringen. Ook het versterken van de rechterlijke macht past in dit streven.
Voor de ontwikkelingsprojecten wordt uitstekend samengewerkt met de ambassade. Uiteindelijk gaat het erom wat Mali nodig heeft en welke prioriteiten door Mali zelf worden gesteld. Veel overleg zorgt voor een zo goed mogelijk resultaat. Een dogmatische benadering is ongewenst. Het resultaat van het ontwikkelingsbeleid is nog zwak, maar er moet worden doorgegaan op de ingeslagen weg. Met het vertrouwen van de bevolking moeten resultaten worden geboekt. De president pleitte voor partnerschap met Nederland. De Nederlandse hulp moet worden gezien als een start, daarna moet Mali op eigen kracht verder.
Ghana is een land in West Afrika. Het land heeft een oppervlakte van 238 537 km2 en is daarmee zes maal zo groot als Nederland. Er wonen ongeveer 19 miljoen mensen. Ghana grenst in het westen aan Ivoorkust, in het noorden aan Burkina Fasso, in het oosten aan Togo en in het zuiden aan de Atlantische Oceaan. De officiële taal is Engels, daarnaast worden nog 75 inheemse talen gesproken, elk geassocieerd met een etnische bevolkingsgroep, waaronder Akan (40% van de bevolking), Mole-Dagbani, Ewe en Ga-Adangbe.
Ghana werd in 1957 als eerste staat in Afrika onafhankelijk van het Verenigd Koninkrijk. Kwame Nkrumah werd premier en na een wijziging van de grondwet in 1960 werd Ghana een republiek met Nkrumah als president. Het regime van Nkrumah vertoonde in de loop der tijd steeds meer autocratische trekken en in 1963 werd de officiëleéén-partij-staat afgekondigd. Mede door de politieke onderdrukking en de slechte economische omstandigheden die waren ontstaan als gevolg van het beleid van Nkrumah vond op 24 februari 1966 een staatsgreep plaats. Nkrumah bevond zich op dat moment in het buitenland en keerde nimmer terug naar zijn land. Hij overleed in 1972 in Roemenië.
Tussen 1966 en 1969 werd Ghana geregeerd door de militaire National Liberation Council onder leiding van de generaals Ankra en Afrifa. In 1969 werden verkiezingen gehouden die werden gewonnen door de Progress Party (PP). Haar leider, dr Kofi Busia, werd de nieuwe regeringsleider. In deze tweede republiek zorgde het economisch beleid opnieuw voor grote problemen. In 1972 werd Busia in een staatsgreep afgezet en vervangen door generaal Ignatius Acheampong. Het nieuwe regime werd gekenmerkt door onderdrukking, corruptie en falend economisch beleid. In 1978 werd Acheampong in een paleiscoup vervangen door generaal Akuffo, die begon met de voorbereiding van verkiezingen voor het jaar 1979.
Twee weken voor die verkiezingen werd opnieuw een staatsgreep gepleegd, nu door een officier bij de luchtmacht, luitenant Jerry John Rawlings. Rawlings verklaarde dat de verkiezingen moesten doorgaan, maar dat in het kader van de bestrijding van de corruptie een grote schoonmaak gewenst was. Een groot aantal ambtenaren werd ontslagen, achterstallige belastingen werden geïnd en een aantal voormalige militaire leiders, onder wie de vroegere presidenten Afrifa, Acheampong en Akuffo werd terechtgesteld.
De verkiezingen werden gewonnen door de People's National Party en Hilla Limann werd de nieuwe president. Ook deze derde republiek was geen lang leven beschoren. Slecht economisch beleid en grote corruptie leidden tot een nieuwe staatsgreep op 31 december 1981, waarbij Jerry Rawlings opnieuw de macht in handen nam. De grondwet werd buiten werking gesteld, het parlement ontbonden en de politieke partijen verboden. Er werd een Provisional National Defence Council (PNDC) opgericht, bestaande uit vier militairen en drie burgers. Tijdens deze revolutionaire periode stapelden de politieke en economische problemen zich op. Buitenlandse investeerders keerden Ghana, door de onzekere situatie, massaal de rug toe. In het begin van 1983 werden circa één miljoen Ghanezen Nigeria uitgezet als gevolg van werkloosheid en sociale onrust in dat land. In Ghana brak hongersnood uit. De regering besloot tot een drastische koerswijziging. In maart 1983 werd een economisch herstelprogramma gepresenteerd dat voldeed aan alle criteria die door het IMF waren gesteld om in aanmerking te komen voor een lening. De nationale munt, de CEDI, werd dramatisch gedevalueerd, het aantal ambtenaren werd verminderd en staatsbezit werd geprivatiseerd.
Ondanks de economische groei die het gevolg was van de maatregelen, bleef de politieke situatie in Ghana onrustig. Er waren verschillende couppogingen en pogingen om president Rawlings te vermoorden en ook vonden veel stakingen en protesten plaats.
In 1989 en 1990 werd de roep, ook internationaal, om herstel van het burgerbestuur steeds groter. Rawlings besloot dat er een nieuwe grondwet moest komen en dat gebeurde in 1991. Na een referendum in 1992 trad deze grondwet van de vierde republiek in werking.
Aan de verkiezingen in 1992 werd deelgenomen door de People's National Convention (PNC), de New Patriotic Party (NPP) en het National Democratic Congress (NDC). Rawlings kandideerde voor het NDC en werd met 58% van de stemmen gekozen tot president. De kandidaat van de oppositie behaalde 30%. De oppositie weigerde de uitslag te erkennen en boycotte vervolgens de parlementsverkiezingen die kort na de presidentsverkiezingen werden gehouden. Hierdoor behaalde het NDC 189 van de 200 zetels. In de periode van 1992 tot 1996 werd de democratie verder uitgebouwd. Onder meer werd de persvrijheid hersteld.
In 1996 vonden opnieuw verkiezingen plaats voor het parlement en de president, nu op dezelfde dag. Rawlings werd gemakkelijk herkozen met 57% van de stemmen. Zijn tegenstander J.A. Kufuor van de NPP behaalde rond 40% van de stemmen. De regeringspartij NDC behaalde in het parlement een grote meerderheid (133 zetels), maar net geen tweederde meerderheid. De oppositie behaalde 67 zetels. De meeste daarvan gingen naar de NPP. De opkomst van de kiezers was hoog, rond 77%. In 1992 lag het opkomstpercentage op slechts 50%.
Ghana is een republiek met een sterke positie voor de uitvoerende macht in de persoon van de president. De president is naast staatshoofd ook regeringsleider en bevelhebber van het leger. Hij wordt gekozen voor een periode van vier jaar en is één keer herkiesbaar. De president benoemt de ministers, de leden van de rechterlijke macht en de legerleiding. De benoeming van de ministers en van de opperrechter moeten worden goedgekeurd door het parlement. De president is voorzitter van de ministerraad. Hij is geen verantwoording schuldig aan het parlement. Ondanks het feit dat zijn besluiten contraseign behoeven is de president dominant in de regering. Tegelijk met de president wordt een vice-president gekozen.
Het parlement bestaat uit één kamer met 200 leden. De leden worden voor vier jaar gekozen via een districtenstelsel met enkelvoudige meerderheid. De wetgeving komt tot stand door samenwerking tussen de president en het parlement. De president neemt daarbij het initiatief. Het parlement bezit het recht van initiatief, maar maakt daar tot op dit moment geen gebruik van. Er wordt wel veel gebruik gemaakt van het recht van amendement.
Op lokaal niveau is Ghana ingedeeld in regio's, die op hun beurt weer zijn verdeeld in districten. De districtsraden zijn direct gekozen en de laatste jaren zijn steeds meer bevoegdheden van de centrale overheid aan de districten overgedragen.
Naast de gewone staatsstructuur kent het land een sterk traditioneel leiderschap. De traditionele structuur loopt parallel aan de officiële staatsstructuur. Het traditionele leiderschap maakt deel uit van de identiteit van de verschillende volkeren. Per district bestaat een traditional council, die bestaat uit alle lokale chiefs. De voorzitter is de paramountchief. Alle councils sturen per regio afgevaardigden naar de Regional House of Chiefs. Op het landelijk niveau bestaat het National House of Chiefs, bestaande uit vertegenwoordigers van de regionale huizen. Er wordt nauw samengewerkt met de officiële staatsorganen. De chiefs worden geacht politiek neutraal te zijn, maar hebben vooral op het platteland grote invloed. De bekendste chief is de koning van het grootste volk (Ashante), de Asantehene.
Volgend jaar zijn er in Ghana presidents- en parlementsverkiezingen. Daarbij is het volgens de grondwet niet mogelijk dat president Rawlings wordt herkozen. Binnen de regeringspartij NDC is een strijd ontstaan over de opvolging. Rawlings zelf heeft een voorkeur uitgesproken voor de huidige vice-president professor Johan Atta Mills. Deze kandidatuur wordt echter voorbarig geacht door enkele andere partijleden. Ook de vrouw van de president, Nana Konadu Rawlings vormt een factor van politieke betekenis binnen de NDC. De oppositiepartij NPP heeft John Agyekum Kufuor benoemd als haar kandidaat voor het presidentschap. Kufuor was al eerder kandidaat.
5. Buitenlands en veiligheidsbeleid
Ghana profileert zich niet in opvallende zin op buitenlands politiek gebied. Met enkele toenmalige «revolutionaire broederlanden», zoals Libië, Cuba en ook Suriname, bestaat nog steeds een goede relatie. De relaties met de Verenigde Staten zijn sinds enkele jaren uitstekend. Het bezoek van president Clinton aan Accra in 1998 was een groot succes en heeft de betrekkingen verder verbeterd.
De diplomatieke aspiraties van Ghana zijn vooral gericht op West Afrika. Regionale samenwerking vindt plaats binnen ECOWAS. Ghana heeft bijgedragen aan ECOMOG-operaties in Liberia en Sierra Leone. Het land stelt zich eveneens actief op ten aanzien van de VN en VN-vredesoperaties. De betrekkingen tussen Ghana en haar francofone buurlanden Ivoorkust, Burkina Fasso en Togo zijn de laatste jaren verbeterd. De relatie met Nigeria was altijd wankel, maar ook hier lijkt vooruitgang te zijn geboekt.
De mensenrechtensituatie in Ghana is betrekkelijk goed. De vrijheid van meningsuiting wordt gerespecteerd en er is sprake van een open politieke dialoog. De rechtspraak functioneert redelijk onafhankelijk. De media zijn relatief vrij. De politie treedt soms hard op, hetgeen in 1997 zelf een aantal doden tot gevolg had. In november 1998 kondigde de regering aan een tribunaal te zullen oprichten waar politieambtenaren die zich van excessief geweld bedienen, berecht zullen worden. De omstandigheden in Ghanese gevangenissen zijn naar Nederlandse maatstaven slecht.
De Ghanese economie steunt met name op de landbouw: deze sector draagt voor 40–45% bij aan het BNP. Cacao is het meest bekend exportproduct De economie is extreem gevoelig voor droogten, plagen en internationale prijsfluctuaties. Ghana kampt eveneens met energietekorten, hetgeen in 1998 nog tot een acute crisis leidde, als gevolg van waarvan zowel industrieën als huishoudens op rantsoen werden gesteld. Water uit het Volta Meer vormt de belangrijkste binnenlandse energiebron.
8. Bilaterale ontwikkelingssamenwerking
In 1996 werd besloten een bilateraal ontwikkelingsprogramma met Ghana op te zetten. Vooralsnog richten de Nederlandse inspanningen zich op twee sectoren: de gezondheidszorg en het milieu. Daarnaast financiert Nederland twee door SNV uitgevoerde plattelandsontwikkelingsprojecten, maar deze financiering wordt afgebouwd.
In 1995/96 is door de regering van Ghana een vijfjarenplan opgesteld voor alle overheidsactiviteiten in de gezondheidszorg Daarbij is aan de verschillende donoren gevraagd niet meer afzonderlijke projecten in de gezondheidszorg te financieren, maar geld bij te dragen aan het vijfjarenplan. Nederland heeft aan dat verzoek voldaan. Er wordt daarbij kritisch gevolgd of het geld daadwerkelijk wordt uitgegeven aan gezondheidszorg op districtsniveau en voor basisgezondheidszorg. Ook in 1999 wordt gewerkt via deze geïntegreerde sectorbrede financiering van activiteiten in de gezondheidssector. Hoewel de uitvoering van dit programma nog gepaard gaat met allerlei kinderziektes, vooral op het terrein van financieel management en rapportage, hebben inmiddels verschillende donoren financieel bijgedragen aan dit programma. De bezorgdheid over de geringe managementcapaciteit op alle niveaus van het gezondheidszorgsysteem in deze fase van het sectorprogramma wordt door alle betrokkenen gevoeld. Toch overheerst de mening dat het proces een reële kans van slagen heeft, mits voldoende financiële ondersteuning wordt geboden.
De delegatie heeft een bezoek gebracht aan het National Drugs (medicijnen) Programme. Dit project heeft als doel de beschikbaarheid van medicijnen te vergroten en het gebruik zo efficiënt mogelijk te laten zijn. Dat betekent dat patiënten en artsen worden voorgelicht over een zo effectief mogelijk voorschrijven en gebruik van medicijnen. Daarnaast wordt gestreefd naar verbetering van de kwaliteit van de medicijnen.
In Cape Coast heeft de delegatie het plaatselijke ziekenhuis bezocht. Dit ziekenhuis is gebouwd door Interbeton en het instrumentarium is verzorgd door Philips N.V. Er is geen Nederlands overheidsgeld in gestoken, omdat de Nederlandse inspanning zich, conform de prioriteiten van het Ghanese ministerie van Volksgezondheid en andere gelijkgezinde donoren, in eerste instantie richt op gezondheidsvoorzieningen in veraf gelegen districten en de bouw van bescheiden ziekenhuizen.
Dit ziekenhuis is een voorbeeld van een activiteit die vanwege politieke druk toch doorgang heeft gevonden, ondanks het feit dat het Ghanese beleid formeel hieraan geen prioriteit geeft. Om dit soort stappen in de toekomst te voorkomen vindt er intensief overleg plaats tussen de donororganisaties actief in het hiervoor genoemde sectorbrede programma voor de gezondheidszorg en de Ghanese overheid.
Eind 1997 werd door het Ghanese Ministry of Lands and Forestry (MLF) in samenwerking met de Wereldbank het Natural Resources Management Programme (NRMP) geformuleerd. Dit programma is bedoeld als een sectorprogramma, gecoördineerd door MLF. De eerste fase van het NRMP (twee jaar) is vooral gericht op institutionele versterking en beleidsontwikkeling. Verschillende donoren financieren activiteiten in het kader van NRMP. De Wereldbank draagt bij door middel van Adaptable Programme Loan. Sectorale begrotingsondersteuning in het kader van NRMP is nog niet aan de orde. De programmatische aanpak van NRMP is wel een eerste stap in deze richting.
Alle geïdentificeerde activiteiten die door Nederland gefinancierd (zullen) worden, passen binnen het NRMP. Het betreft activiteiten gericht op bosbeheer en biodiversiteit. Daarnaast wordt gestreefd naar versterking van Ghana's milieu-instrumentarium. Deze laatste activiteit is essentieel voor het welslagen van het NRMP.
In het kader van milieu heeft de delegatie een bezoek gebracht aan Kakum National Park. Dit park is één van de laatste stukjes regenwoud dat nog over is in Ghana. Hoewel er geen Nederlandse fondsen bij de exploitatie van dit park zijn betrokken, is het park een voorbeeld van hoe dergelijke projecten tot succes kunnen leiden. De Nederlandse steun is gericht op Mount Afadjato (aan de grens met Togo) en Mole National Park (in Noord Ghana), die zich kunnen ontwikkelen tot gebieden waar de bevolking zelf de bescherming van de natuur ter hand neemt en waar, uiteindelijk, toerisme kan worden bevorderd, hetgeen tot verhoging van het inkomen leidt.
9. Handel en economische samenwerking
Tussen Ghana en Nederland bestaat een levendige handel in allerlei goederen, waaronder veel tweedehands goederen (auto's, koelkasten, kleding). Deze handel komt deels voort uit de grote Ghanese gemeenschap die in Nederland woonachtig is (naast Kaapverdianen en Somaliërs vormen de Ghanezen de derde grootste groep Afrikanen in Nederland). In oktober 1997 werd een handelsmissie naar Ghana gerealiseerd onder auspiciën van toenmalige staatssecretaris Van Dok. Naar aanleiding hiervan werden de volgende drie sectoren als «veelbelovend» aangemerkt: agro-industrie, energie en transport. Eén van de resultaten van de handelsmissie is dat er in 1999 een Programma Samenwerking Opkomende Markten (PSOM) van start gaat in Ghana. PSOM richt zich op private sector ontwikkeling. Het gaat om proefprojecten van Nederlandse bedrijven die overwegen duurzaam te gaan investeren in Ghana: de spin off van een PSOM activiteit kan dan ook groot zijn. Nederland stelt hier ODA middelen voor beschikbaar (10 miljoen gulden in twee jaar). De uitvoering van PSOM ligt in handen van Senter.
Ghana is eveneens een belangrijke afnemer van het ORET-programma, dat ontwikkelingsrelevante exporttransacties van Nederlandse bedrijven subsidieert. Ghana ontving om en nabij 40 miljoen gulden aan ORET- gelden. De meeste ORET-aanvragen hebben betrekking op de sectoren waterbeheer, verkeer en vervoer en gezondheidszorg.
De delegatie heeft een bezoek gebracht aan een bananenplantage in Akosombo, de Volta River Estates Ltd. (VREL). VREL is opgericht in 1988 met financiering van de Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO). Momenteel heeft het bedrijf 280 hectare in gebruik. In 1996 verwierf VREL als enige plantage op het gehele Afrikaanse continent het Max Havelaar/Oké keurmerk. VREL wordt jaarlijks geïnspecteerd op de criteria in de milieu en sociale sfeer.
Per 1 januari 1999 is het bananenregime van de EU aangepast met een gunstig gevolg voor Ghana. Er kan nu min of meer vrij worden geëxporteerd. Het toekomstperspectief voor VREL is daardoor een stuk rooskleuriger geworden.
10. Legalisaties en verificaties
De consulaire werkzaamheden van de ambassade in Accra bestaan vooral uit het in behandeling nemen van paspoortaanvragen (ongeveer 140 per jaar), het afhandelen van visumaanvragen (ongeveer 5500 per jaar) en het legaliseren/verifiëren van brondocumenten (ongeveer 2200 per jaar).
De fraudegevoeligheid van uit Ghana afkomstige brondocumenten en visumaanvragen is groot. De per 1 april 1996 ingevoerde maatregel om alle brondocumenten die aan de ambassade ter legalisatie worden aangeboden ook inhoudelijk te verifiëren, is zeer arbeidsintensief. Speciaal voor dit doel zijn bijna 20 lokale medewerkers in dienst genomen door de ambassade. Zij controleren in het veld de verstrekte gegevens. Om de werkprocessen beter te stroomlijnen, is een ingrijpende reorganisatie van de afdeling legalisatie en verificatie doorgevoerd.
In Ghana zijn overblijfselen die getuigen van de Nederlandse aanwezigheid. De delegatie heeft in dit kader een bezoek gebracht aan St. George Castle in Elmina. Vanuit dit fort werd door de Nederlanders slavenhandel gedreven. Door de ambassade wordt onderzocht hoe via een gemeenschappelijke Nederlands-Ghanese benadering een aanzet kan worden gegeven tot identificatie en uiteindelijke restauratie van dit bouwwerk, mogelijk met inzet van HGIS-cultuurmiddelen voor behoud van Nederlands cultureel erfgoed overzee. Van verschillende zijden is belangstelling getoond. Zo is door Philips Projects B.V. bij Senter een aanvraag ingediend voor de financiering van een haalbaarheidsstudie voor een Multi Media Spectacle in Elmina. Voorts heeft een oud-journalist het initiatief genomen om te komen tot de historische herinrichting van een appartement in St. George Castle. Aangezien dit initiatief te kleinschalig is voor financiering uit HGIS-cultuurmiddelen zal dit project naar verwachting een ambitieuzer uitwerking krijgen.
12. Gesprek met president Jerry John Rawlings
Volgens de president is er de laatste jaren een solide basis gelegd voor de ontwikkeling van de democratische instituties. Het economische programma van Ghana is mede mogelijk gemaakt door de steun die Nederland heeft gegeven. De president sprak de hoop uit dat de internationale gemeenschap de gedane beloftes nakomt en dat de investeringen zullen worden gepleegd. Veel investeringen dragen bij aan de stabiliteit van het land. De stabiliteit zorgt weer voor extra investeringen. Als voorbeeld noemde hij het toerisme dat alleen tot ontwikkeling kan komen wanneer er rust in het land heerst. Voor de bevordering van de investeringen is het wel nodig dat de infrastructuur verbetert. De president toonde zich een sterke voorstander van de gedachte van «ownership». Het land zelf dient te beslissen over de prioriteiten van het ontwikkelingsgeld. In Ghana is de Visie 2020 (het ontwikkelingsprogramma van de regering) de basis van het beleid. De president achtte corruptie een groot kwaad dat met wortel en tak moet worden uitgeroeid.
Aankomst in Mail (Bamako)
Briefing door de ambassade
Bezoek aan de school in Douadabougou
Bezoek aan het parlement
Gesprek met de minister-president
Gesprekken met diverse politieke partijen
Vertrek van Bamako naar Tombouctou
Bezoek in Ber aan onderwijsproject
Gesprek met de gouverneur van de regio Noord
Gesprek met «Equipe mobile»
Vertrek van Tombouctou naar Sévaré
Bezoek aan een voedselproject van FAO, gefinancierd door Nederland
Bezoek aan Djenné
Gesprek in San met een vrouwengroep
Aankomst in Ségou
Bezoek aan diverse projecten in het Office du Niger
Vertrek uit Ségou
Bezoek aan gezondheidsproject in Dïoila
Aankomst in Bamako
Audiëntie bij de president
Vertrek naar Ghana
Aankomst Accra
Briefing door de ambassade
Vertrek vanuit Accra naar Elmina
Bezoek aan St. George Castle
Bezichtiging van de stad Elmina
Vertrek uit Elmina
Bezoek aan Kakum National Park
Bezoek aan Cape Coast Regional Hospital
Gesprek met diverse vertegenwoordigers van bedrijfsleven en hulporganisaties
Gesprek met de minister van Buitenlandse Zaken
Audiëntie bij de president
Bezoek aan de Volta River Estate (VREL)
Receptie in de residentie
Bezoek aan het National Drugs Programme
Bezoek aan het parlement
Rondetafelgesprek over de mogelijkheden voor Nederlandse ontwikkelingssamenwerking
Gesprek met de echtgenote van de president
Bezoek aan SNV
Vertrek naar Nederland
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26937-1.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.