26 912
Wijziging van de begroting van de uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 1999 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

nr. 4
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 13 december 1999

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer in de vorm van een lijst van vragen verslag uit te brengen. De door de regering gegeven antwoorden zijn hierbij afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

De Cloe

De griffier van de commissie,

Coenen

1

Waarom is de raming voor politietaken inzake de asielketen op de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met 2 miljoen verlaagd? (blz. 9).

Doordat er per saldo minder opvangplaatsen zijn gecreëerd dan aanvankelijk bij eerste suppletore begroting zijn geraamd, zullen de kosten voor politietaken naar verwachting lager uitvallen dan de oorspronkelijke raming.

2

Kan de minister een uitgebreidere toelichting geven op de beheersmatige mutatie van f 457,5 mln.? Waarom betreft deze mutatie een dergelijke grote verlaging? Waarom is zulks niet in eerste instantie toegelicht? (blz. 2).

Voor een uitgebreidere toelichting op de beheersmatige muaties verwijs ik u naar de toelichting van de mutaties die per artikel zijn opgenomen.

De belangrijkste oorzaak voor een dergelijke grote verlaging is de meevaller bij de uitvoering van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen (WTS) in verband met wateroverlast 1998.

In de aansluitingstabel is alleen een cijfermatig totaalbeeld opgenomen.

3

Kan de minister toelichten waarom een bedrag van 50 mln. in artikel 05.21 als autonome mutatie wordt gepresenteerd? (blz. 12).

Het betreft een niet beïnvloedbare van buitenaf gekomen mutatie.

4

Waarom wordt in artikel 05.21 voorts een bedrag van 375 mln. als beheersmatige mutatie opgenomen? (blz. 12).

Bij het opstellen van de tweede suppletore wet is een inconsequentie opgetreden bij het benoemen van de mutaties. De in de vraag vermelde mutatie betreft een autonome mutatie en had als zodanig opgenomen moeten worden.


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Schutte (GPV), Te Veldhuis (VVD), ondervoorzitter, De Cloe (PvdA), voorzitter, Van den Berg (SGP), Van de Camp (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), Oedayraj Singh Varma (GL), Dankers (CDA), Hoekema (D66), Rijpstra (VVD), Cornielje (VVD), O.P.G. Vos (VVD), Rehwinkel (PvdA), Luchtenveld (VVD), Wagenaar (PvdA), De Boer (PvdA), Duijkers (PvdA), Verburg (CDA), Rietkerk (CDA), Halsema (GL), Kant (SP) en Balemans (VVD).

Plv. leden: Rouvoet (RPF), Van Beek (VVD), Zijlstra (PvdA), Ravestein (D66), Van Wijmen (CDA), Augusteijn-Esser (D66), Balkenende (CDA), Barth (PvdA), Gortzak (PvdA), Rabbae (GL), Wijn (CDA), Dittrich (D66), Cherribi (VVD), Nicolaï (VVD), Van den Doel (VVD), Van Oven (PvdA), Brood (VVD), Apostolou (PvdA), Kuijper (PvdA), Belinfante (PvdA), Mosterd (CDA), Eurlings (CDA), Van Gent (GL), Poppe (SP) en Essers (VVD).

Naar boven