Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2001-200226900 nr. 49

26 900
Defensienota 2000

nr. 49
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 maart 2002

Inleiding

In de Defensienota 2000 is gemeld dat de parate sterkte van het Korps Mariniers vanaf 2001 geleidelijk zal worden uitgebreid met ongeveer 300 functies, teneinde eind 2004 een derde mariniersbataljon volledig paraat te kunnen stellen. Dit bataljon levert het voortzettingsvermogen bij vredesoperaties en voorziet in de uitvoering van nationale en Koninkrijkstaken (onder meer in de Nederlandse Antillen en Aruba.

Naast bovengenoemde 300 extra functies wordt voor de opbouw van het derde mariniersbataljon gebruikgemaakt van de marinierseenheid die gestationeerd is op de Nederlandse Antillen en Aruba. Deze eenheid (twee infanteriecompagnieën met elk 105 functies) maakte deel uit van het voorheen deels mobilisabele vierde mariniersbataljon. Door gebruik te maken van deze eenheid beschikt het derde mariniersbataljon al over een parate component en is het vierde bataljon volledig reserve gesteld. De op de Nederlandse Antillen en Aruba gelegerde eenheid beschikt reeds over de benodigde infrastructuur.

In de Defensienota is tevens het besluit gemeld om het in Nederland te legeren deel van het derde mariniersbataljon in Den Helder te huisvesten. Hierbij informeer ik u over mijn voornemen de hiermee verbonden infrastructurele voorzieningen te realiseren.

Behoefte

De behoefte betreft een nieuw te bouwen kazerne, waarin onder meer legering, verblijven, magazijnen, werkplaatsen, kantoren, leslokalen, fitness-, wacht- en simulatorruimten zijn opgenomen. In de behoefte zijn een indringerdetectiesysteem en meubilair inbegrepen. Tot de behoefte behoort ook het zogenaamde terreintechniek waaronder sloopwerkzaamheden, gas -, water- en elektriciteitsvoorzieningen, telefoon- en databekabeling, bestrating, beplanting, een sportveld, drainage en hemelwater- en vuilwaterafvoer. Er wordt gestreefd naar een sober, maar kwalitatief aanvaardbaar eindproduct, dat voldoet aan de normen zoals die voor onroerend goed bij Defensie zijn vastgelegd.

In kwantitatieve zin is de behoefte gebaseerd op het in Nederland te legeren deel van het derde mariniersbataljon, inclusief de huisvesting van de administratieve, personele en logistieke ondersteuning. De personele omvang van dit Nederlandse deel betreft een bataljonsstaf (25 functies), een verzorgingscompagnie (56 functies), een ondersteuningscompagnie (121 functies) en de derde infanteriecompagnie (105 functies). De bij de kazerne behorende administratieve, personele en logistieke ondersteuning ten behoeve van het derde mariniersbataljon omvat ongeveer 20 functies. Dit betekent dat er, uitgaande van een volledige personele vulling, een infrastructurele behoefte is voor 327 personen.

Locatiekeuze

In 1999 zijn de mogelijkheden voor het onderbrengen van het Nederlandse deel van het derde mariniersbataljon te Den Helder onderzocht. Daarbij zijn die locaties in beschouwing genomen waarover de Koninklijke Marine direct zou kunnen beschikken: het magazijn voor diverse goederen in Nederland (Divmag), het Marine Vliegkamp De Kooy (MVKK), het Nieuwe Haven terrein, en de locatie van de voormalige Bewapeningswerkplaatsen en Onderzeedienst (Buitenveld). Van de onderzochte locaties scoorde Divmag het minste. Divmag is inmiddels afgestoten en aan de gemeente Den Helder overgedragen. Deze locatie is in de beschouwing niet meer meegenomen. De locatie MVKK scoorde ten opzichte van de zwaarwegende criteria investeringskosten, exploitatiekosten en mogelijkheden voor aanpassing van bouwplannen en hergebruik van bestaande infrastructuur (projectflexibiliteit) minder gunstig dan de locaties Nieuwe Haven en Buitenveld. Deze beide locaties ontliepen elkaar niet veel op de criteria investeringen en exploitatie. Vooral door de in verhouding betere projectflexibiliteit en betere verkeerstoegang is de locatie Buitenveld als meest gunstige naar voren gekomen. Daarnaast heeft de toegenomen concentratie van organisatiedelen op het terrein van de Nieuwe Haven ertoe geleid dat de omvang van de toen beoogde locatie niet langer toereikend is.

Uitgangspunt bij het uitwerken van het ontwerp is beperking van de kosten door middel van samenvoeging van functies in één gebouw, hergebruik van bestaande infrastructuur en aansluiting zoeken bij bestaande faciliteiten in Den Helder zoals het bedrijfsrestaurant en de medische faciliteit van het Koninklijk Instituut voor de Marine. Op de locatie Buitenveld zullen daarom een kantoorgebouw, magazijnen en werkplaatsen worden gerenoveerd. Daarnaast vindt nieuwbouw plaats voor legering, verblijven, wacht- en simulatorruimten.

Financieel

Voor de uitvoering van het project is een investeringsbedrag van M (prijspeil 2001) geraamd. In dit bedrag zijn inbegrepen: de kosten voor nieuwbouw, renovatie, infrastructurele aanpassingen, inrichtingskosten van diverse gebouwen, sloopwerkzaamheden, BTW en een risicoreservering. De ingenieurskosten komen niet ten laste van het projectbudget maar zijn opgenomen in het infrastructuurplan van de Koninklijke Marine. Voor de ingenieursdiensten heeft de Koninklijke Marine een raamcontract met de Dienst Gebouwen Werken en Terreinen van Defensie gesloten. De exploitatiekosten worden geraamd op M 5 per jaar.

In beginsel geldt dat de door Defensie benodigde infrastructuur, waarvan het gebruik binnen de totale levensduur zeker kan worden gesteld, niet wordt gehuurd of geleasd. Het is doelmatiger dat Defensie hierin zelf investeert (zie hiervoor tevens: brief Minister van Financiën, 5 december 1994 inzake leasecontracten binnen de Rijksdienst- TK 1994–1995, 24 027, Nr. 1). Nader onderzoek in het kader van competitieve dienstverlening is om die reden dan ook niet aan de orde.

De prijsontwikkelingen in de bouwsector van de afgelopen jaren vormen een financieel risico. De raming is gebaseerd op de meest recente inzichten. De jaarlijkse prijscompensatie en de risicoreservering van 5% moeten voorzien in het opvangen van dit risico.

Tijdschema

Het derde mariniersbataljon wordt eind 2004 paraat gesteld. Dit betekent dat van af dat moment de infrastructurele voorzieningen beschikbaar dienen te zijn.

In de realisatie van het project doet zich een risico voor dat van invloed kan zijn op het tijdschema. De huidige huurder van de zuidelijke bedrijfshal op het terrein Buitenveld (de firma Multimetaal) dient uiterlijk augustus 2002 het terrein te hebben verlaten. Op dit deel van het terrein moet nieuwbouw voor onder meer legering plaatsvinden. Deze firma heeft onlangs bij de kantonrechter een verzoek tot schorsing van de ontruiming ingediend. Eind 2001 heeft de kantonrechter de ontruimingstermijn van dit bedrijf verlengd tot 1 augustus 2002. De projectplanning is inmiddels zodanig aangepast dat deze uitspraak geen belemmering oplevert voor een tijdige realisatie van de benodigde infrastructuur. De ontruimingstermijn kan echter per jaar steeds met één jaar worden verlengd tot uiterlijk 1 augustus 2004. Indien dit laatste inderdaad het geval is, zal het op basis van het huidige plan niet mogelijk zijn het personeel van het derde mariniersbataljon tijdig in de marinierskazerne Buitenveld te legeren. Er is dan tijdelijk elders legering nodig. De mogelijkheden en consequenties hiervan worden thans door de Koninklijke Marine onderzocht.

Slot

Ik ben voornemens, desgewenst na overleg met u, dit project voort te zetten en de uitvoering aan de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten te mandateren.

De Staatssecretaris van Defensie,

H. A. L. van Hoof