26 897 (R 1643)
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Dominicaanse Republiek inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden, met bijlage; Santo Domingo, 15 december 1998

A
ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 10 augustus 1999 en het nader rapport d.d. 14 oktober 1999, aangeboden aan de Koningin door de minister van Buitenlandse Zaken. Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Bij Kabinetsmissive van 25 juni 1999, no. 99.003011, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Dominicaanse Republiek inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden, met bijlage; Santo Domingo, 15 december 1998 (Trb. 1999, 11), met toelichtende nota.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabient van 25 juni 1999, nr. 99.003011, machtigde uwe Majesteit de Raad van State van het Koninkrijk zijn advies inzake het bovenvermelde verdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 10 augustus 1999, nr. W09.99.0305/V/K, bied ik U hierbij aan.

Ingevolge artikel 2 van het verdrag verleent elke verdragsluitende partij aan de andere een aantal rechten voor het verrichten van internationaal luchtvervoer door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere verdragsluitende partij. Ingevolge artikel 8 dient echter de door elke verdragsluitende partij aangewezen luchtvaartmaatschappij steeds zestig dagen tevoren de dienstregeling van voorgenomen diensten ter goedkeuring voor te leggen aan de luchtvaartautoriteiten van de andere verdragsluitende partij. De verhouding tussen beide bepalingen is niet geheel duidelijk. De Raad van State van het Koninkrijk adviseert in de toelichtende nota uiteen te zetten welke de samenhang is tussen beide bepalingen.

Conform het advies van de Raad van State van het Koninkrijk is aan de toelichting een alinea toegevoegd waarin de verhouding tussen de artikelen 2 en 8 is aangegeven.

De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat bedoelde Verdrag wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De Vice-President van de Raad van State,

H. D. Tjeenk Willink

Ik moge U mede namens mijn ambtgenote van Verkeer en Waterstaat verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te leggen aan de Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

J. J. van Aartsen

Naar boven