Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2000-200126855 nr. 14

26 855
Herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg

nr. 14
AMENDEMENT VAN HET LID WEEKERS

Ontvangen 16 februari 2001

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel 2.4.8, tweede lid, wordt «indien zulks met het oog op artikel 1.3.1 of met het oog op een goede instructie van de zaak noodzakelijk is.» vervangen door: indien zulks met het oog op een goede instructie van de zaak noodzakelijk is of de eiser of de rechter zulks met het oog op artikel 1.3.1 noodzakelijk acht.

Toelichting

Teneinde voldoende waarborgen voor de kwaliteit en de zorgvuldigheid van de procedure in de wetsystematiek te behouden, dient de eisende partij het recht te behouden om voor repliek te concluderen. Niet om hiervan standaard gebruik te maken, maar om de mogelijkheid te hebben om zorgvuldig te kunnen reageren op de door gedaagde bij conclusie van antwoord voor het eerst opgeworpen weren. Maakt hij van dat recht gebruik, krijgt gedaagde uiteraard de mogelijkheid om daarna voor dupliek te concluderen. Zonder dit amendement kan de rechter dat geval onderkennen en een tweede schriftelijke ronde toestaan, maar hij heeft de vrijheid dat niet te doen. De eisende partij kan aldus in een nadeliger positie komen te verkeren hetgeen wellicht de snelheid in eerste instantie, maar niet de zorgvuldigheid en dus de kwaliteit van de rechtspraak ten goede komt. Dit amendement beoogt zulks te voorkomen. Het toekennen van een dergelijk recht vergroot de kans op nodeloos vertragen niet. De eisende partij heeft immers geen belang bij vertragingen. En wordt de procedure vertraagd door de eiser, doorgaans de meest belanghebbende, dan kan men daar in gemoed vrede mee hebben.

Weekers