Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2000-200126855 nr. 12

26 855
Herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg

nr. 12
AMENDEMENT VAN HET LID ROUVOET

Ontvangen 16 februari 2001

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel 1.8.1, derde lid, tweede volzin, wordt na «plaatsgevonden» de volgende zinsnede opgenomen: of is door de verweerder geen of nog geen verweerschrift ingediend

Toelichting

Het derde lid van artikel 1.8.1 bevat een voorschrift voor het geval de rechter beveelt dat de procedure wordt voortgezet volgens de regels van de dagvaardingsprocedure. Indien nog geen oproeping van de verweerder heeft plaatsgevonden, beveelt hij dat de dag waarop de zaak wordt voortgezet, door de aanlegger bij exploot aan de verweerder wordt aangezegd. Een dergelijke aanzegging dient evenwel ook plaats te vinden indien de verweerder wel is opgeroepen, maar (nog) geen verweerschrift heeft ingediend. In de dagvaardingsprocedure zal immers in het geval dat geen verweerschrift wordt ingediend verstek tegen verweerder moeten worden verleend. Gelet echter op art. 2.6.1 kan slechts verstek verleend worden indien de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen.

Rouvoet