Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2000-200126855 nr. 10

26 855
Herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg

nr. 10
AMENDEMENT VAN DE LEDEN SANTI EN WEEKERS

Ontvangen 15 februari 2001

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Artikel 1.5.1 wordt als volgt gewijzigd:

A. Na het eerste lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

2. Blijkt ter terechtzitting van feiten of omstandigheden die een ernstig vermoeden doen rijzen dat door een partij een misdrijf is gepleegd, dan wordt daarvan een proces-verbaal opgemaakt dat na voorlezing door de rechter en de griffier wordt ondertekend, tenzij duidelijk is dat het openbaar ministerie of de politie reeds kennis draagt van de feiten. De griffier doet het proces-verbaal toekomen aan het openbaar ministerie.

B. In het derde lid wordt «het eerste en het tweede lid» vervangen door: het eerste tot en met het derde lid.

Toelichting

Het amendement beoogt de rechter in het burgerlijk procesrecht te verplichten een proces-verbaal op te maken van zijn waarneming, indien hij ter terechtzitting wordt geconfronteerd met feiten en omstandigheden, waaruit hem een ernstig vermoeden van een misdrijf door partijen blijkt. Vervolgens is hij verplicht het openbaar ministerie hiervan in kennis te stellen.

Dit amendement komt feitelijk neer op een aangifteplicht van de rechter in het burgerlijk procesrecht conform de artikelen 160 en 162 Sv.

Santi

Weekers