nr. 87
VERSLAG OVER HET ADRES1 VAN H. J. W.
VISSER TE HEYEN BETREFFENDE NAHEFFINGSAANSLAGEN LOONBELASTING/PREMIEHEFFING
Vastgesteld 7 september 2000
De commissie2, gelet op de door de staatssecretaris
van Financiën verstrekte inlichtingen,
overwegende,
dat adressant zich erover beklaagt dat hij aansprakelijk wordt gesteld
voor naheffingsaanslagen in de loonbelasting/premieheffing,
dat de aanslagen in februari 1992 zijn opgelegd naar aanleiding van een
door de FIOD ingesteld onderzoek naar de aannemingsbedrijven waar adressant
op grond van artikel 36 Invorderingswet 1990 (bestuurdersaansprakelijkheid)
als feitelijk leidinggevende c.q. mede-beleidsbepaler aansprakelijk is gesteld,
dat na het arrest van de Hoge Raad terzake de aansprakelijkheid echter
onherroepelijk vaststaat,
dat adressant in april 1998 een beroepschrift tegen de aanslag heeft ingediend
bij het Gerechtshof Arnhem en dat deze procedure nog niet is afgewikkeld,
zodat de omvang van de schuld thans nog niet definitief vaststaat,
dat adressant heeft verzocht om een gesprek om na te gaan welke mogelijkheden
er zijn om de aansprakelijkheidsschuld definitief af te wikkelen,
dat adressant echter niet heeft gereageerd op een brief van de ontvanger
naar aanleiding van adressants verzoek om een bespreking, waarin wordt gesteld
dat adressant tenminste de overwaarde in zijn onroerende zaak, vermeerderd
met de overige positieve vermogensbestanddelen waarover hij beschikt, moet
voldoen ter afwikkeling van zijn aansprakelijkheidsschuld,
dat adressant aanvoert dat zijn woning is aangepast aan zijn handicap
en de verkoop daarvan hem in nog grotere fysieke en psychische problemen zal brengen dan waarin hij nu, blijkens medische-psychologische rapporten,
verkeert,
dat de staatssecretaris stelt dat het voldoen van de aansprakelijkheidsschuld
niet behoeft te leiden tot een openbare executoriale verkoop van de onroerende
zaak en dat hij bereid is adressant in de gelegenheid te stellen na te gaan
op welke wijze de overwaarde in de onroerende zaak kan worden verwezenlijkt
ter gedeeltelijke voldoening van de aansprakelijkheidsschuld, waarvoor de
staatssecretaris een periode van één jaar vanaf het moment dat
de Tweede Kamer een standpunt heeft ingenomen voldoende acht, waarbij hij
aantekent dat de termijn zal worden verlengd totdat het Hof Arnhem een uitspraak
heeft gedaan in de beroepsprocedure tegen de onderliggende aanslagen;
van oordeel,
dat de Kamer niet kan treden in de beoordeling van rechterlijke uitspraken,
dat de staatssecretaris adressant in voldoende mate tegemoetkomt door
hem een periode van één jaar aan te bieden om na te gaan op
welke wijze de overwaarde van zijn woning kan worden verwezenlijkt ter gedeeltelijke
voldoening van de aansprakelijkheidsschuld, zodat executoriale verkoop van
zijn woning kan worden voorkomen,
stelt de Kamer voor ten aanzien van dit adres over te gaan tot de orde
van de dag.
De voorzitter van de commissie,
Apostolou
De griffier van de commissie,
Van Dijk
XNoot
1Deze adressen en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten
dienste hebben gestaan, liggen op de griffie van de commissie voor de Verzoekschriften,
Lange Poten 4, ter inzage van de leden.
XNoot
2De commissie bestaat uit de leden: Van den Berg (SGP), Apostolou (PvdA)
(voorzitter), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Giskes (D66), Passtoors (VVD),
De Haan (CDA), Van Wijmen (CDA) , Duijkers (PvdA), Remak (VVD) en de plaatsvervangende
leden De Wit (SP), Van der Hoek (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Ter Veer (D66),
Niederer (VVD), Stroeken (CDA), Mosterd (CDA), Van Heemst (PvdA) en Van den
Doel (VVD).