26 851
Verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften

nr. 87
VERSLAG OVER HET ADRES1 VAN H. J. W. VISSER TE HEYEN BETREFFENDE NAHEFFINGSAANSLAGEN LOONBELASTING/PREMIEHEFFING

Vastgesteld 7 september 2000

De commissie2, gelet op de door de staatssecretaris van Financiën verstrekte inlichtingen,

overwegende,

dat adressant zich erover beklaagt dat hij aansprakelijk wordt gesteld voor naheffingsaanslagen in de loonbelasting/premieheffing,

dat de aanslagen in februari 1992 zijn opgelegd naar aanleiding van een door de FIOD ingesteld onderzoek naar de aannemingsbedrijven waar adressant op grond van artikel 36 Invorderingswet 1990 (bestuurdersaansprakelijkheid) als feitelijk leidinggevende c.q. mede-beleidsbepaler aansprakelijk is gesteld,

dat na het arrest van de Hoge Raad terzake de aansprakelijkheid echter onherroepelijk vaststaat,

dat adressant in april 1998 een beroepschrift tegen de aanslag heeft ingediend bij het Gerechtshof Arnhem en dat deze procedure nog niet is afgewikkeld, zodat de omvang van de schuld thans nog niet definitief vaststaat,

dat adressant heeft verzocht om een gesprek om na te gaan welke mogelijkheden er zijn om de aansprakelijkheidsschuld definitief af te wikkelen,

dat adressant echter niet heeft gereageerd op een brief van de ontvanger naar aanleiding van adressants verzoek om een bespreking, waarin wordt gesteld dat adressant tenminste de overwaarde in zijn onroerende zaak, vermeerderd met de overige positieve vermogensbestanddelen waarover hij beschikt, moet voldoen ter afwikkeling van zijn aansprakelijkheidsschuld,

dat adressant aanvoert dat zijn woning is aangepast aan zijn handicap en de verkoop daarvan hem in nog grotere fysieke en psychische problemen zal brengen dan waarin hij nu, blijkens medische-psychologische rapporten, verkeert,

dat de staatssecretaris stelt dat het voldoen van de aansprakelijkheidsschuld niet behoeft te leiden tot een openbare executoriale verkoop van de onroerende zaak en dat hij bereid is adressant in de gelegenheid te stellen na te gaan op welke wijze de overwaarde in de onroerende zaak kan worden verwezenlijkt ter gedeeltelijke voldoening van de aansprakelijkheidsschuld, waarvoor de staatssecretaris een periode van één jaar vanaf het moment dat de Tweede Kamer een standpunt heeft ingenomen voldoende acht, waarbij hij aantekent dat de termijn zal worden verlengd totdat het Hof Arnhem een uitspraak heeft gedaan in de beroepsprocedure tegen de onderliggende aanslagen;

van oordeel,

dat de Kamer niet kan treden in de beoordeling van rechterlijke uitspraken,

dat de staatssecretaris adressant in voldoende mate tegemoetkomt door hem een periode van één jaar aan te bieden om na te gaan op welke wijze de overwaarde van zijn woning kan worden verwezenlijkt ter gedeeltelijke voldoening van de aansprakelijkheidsschuld, zodat executoriale verkoop van zijn woning kan worden voorkomen,

stelt de Kamer voor ten aanzien van dit adres over te gaan tot de orde van de dag.

De voorzitter van de commissie,

Apostolou

De griffier van de commissie,

Van Dijk


XNoot
1

Deze adressen en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste hebben gestaan, liggen op de griffie van de commissie voor de Verzoekschriften, Lange Poten 4, ter inzage van de leden.

XNoot
2

De commissie bestaat uit de leden: Van den Berg (SGP), Apostolou (PvdA) (voorzitter), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Giskes (D66), Passtoors (VVD), De Haan (CDA), Van Wijmen (CDA) , Duijkers (PvdA), Remak (VVD) en de plaatsvervangende leden De Wit (SP), Van der Hoek (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Ter Veer (D66), Niederer (VVD), Stroeken (CDA), Mosterd (CDA), Van Heemst (PvdA) en Van den Doel (VVD).

Naar boven