26 840
Wijziging van de Meststoffenwet in verband met een aanscherping van de normen van het stelsel van regulerende mineralenheffingen

nr. 6
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 2 december 1999

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel 2 van onderdeel H komt te luiden:

2. In het vierde lid wordt «in het betreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte grond» vervangen door: in het desbetreffende kalenderjaar bij het bedrijf behorende oppervlakte grond.

2. In onderdeel N wordt «In artikel 41, vierde lid» vervangen door: In artikel 41, vijfde lid.

3. In onderdeel P komt artikel 42a te luiden:

Artikel 42a

1. Bij de aangifte van de heffingen, bedoeld in de titels 1 en 2, wordt een verklaring van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent overgelegd indien de veebezetting op het bedrijf in het desbetreffende kalenderjaar gemiddeld meer is dan 2,5 grootvee-eenheden per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond.

2. De omrekening van dieren van de onderscheiden diercategorieën naar grootvee-eenheden geschiedt overeenkomstig de daarvoor in bijlage A bij deze wet opgenomen normen.

4. Onderdeel 1 van onderdeel U komt te luiden:

1. In het tweede lid wordt «5, 6, 7» vervangen door «5, 6, 6a, 7» en wordt «10, derde lid, 55» vervangen door: 55.

B

Artikel III komt te luiden:

ARTIKEL III

In artikel 1a, onder 3°, van de Wet op de economische delicten wordt in de zinsnede met betrekking tot de Meststoffenwet «5, 6» vervangen door «5, 6, 6a» en wordt «10, derde lid, 59, derde lid» vervangen door: 59, derde lid.

Toelichting

De onderhavige wijzigingen strekken er, op één inhoudelijke wijziging na, toe het wetsvoorstel op enkele technische punten te verbeteren. De inhoudelijke wijziging betreft het voorgestelde artikel 42a van de Meststoffenwet. Zoals toegelicht in paragraaf 3 van de nota naar aanleiding van het verslag stelt de regering voor om de verplichting om bij de aangifte een accountantsverklaring te overleggen vooralsnog te beperken tot de intensieve veehouderijen; dit zijn bedrijven die in een kalenderjaar een gemiddelde veebezetting hebben van 2,5 grootvee-eenheden per hectare landbouwgrond.

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

L. J. Brinkhorst

Naar boven