nr. 31
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 oktober 2009
In het kader van de parlementaire behandeling van het Masterplan Buitenland,
over de internationale gevolgen van de invoering van de Zorgverzekeringswet,
heb ik toegezegd de Tweede Kamer nader te informeren omtrent de belastingzaak
bij het Gerechtshof Den Bosch, waarbij betrokkene een beroep deed op het arrest
Nikula (C-50/05). Met deze brief voldoe ik aan die toezegging.
In het arrest Nikula heeft het Europees Hof van Justitie bepaald dat een
lidstaat bij de grondslag voor de berekening van de verschuldigde sociale
ziektekostenpremies rekening mag houden met wettelijke pensioenen uit een
andere lidstaat, maar dat het maximaal verschuldigde premie niet hoger mag
zijn dan het pensioen dat de bevoegde staat verschuldigd is.
De Nederlandse regering stelde zich in deze zaak op het standpunt dat
de toepassing van het gelijkheidsbeginsel ertoe dient te leiden dat iemand
met een buitenlands pensioen en een Nederlands pensioen in totaal dezelfde
ziektekostenpremies verschuldigd moet zijn als iemand met alleen Nederlands
pensioen wanneer het samengestelde pensioen even groot is als het enkele pensioen.
Hierover bestond een verschil van inzicht met de Europese Commissie, die vooruitlopend
op een procedure bij het Europees Hof een ingebrekestelling en een met redenen
omkleed advies aan Nederland had uitgebracht. De Commissie is van oordeel
dat de formulering van de huidige Europese sociale zekerheidsverordening geen
ruimte biedt voor de Nederlandse opvatting.
Deze kwestie kwam ook naar voren in een nationale belastingzaak. Hierin
heeft het Gerechtshof Den Bosch in hoger beroep uitspraak gedaan op 10 juli
20091. Het Gerechtshof Den Bosch heeft hierbij
aangesloten bij hetgeen bepaald is door het Europees Hof van Justitie in de
zaak Nikula en geoordeeld overeenkomstig de interpretatie van de Europese
Commissie.
De Nederlandse regering heeft besloten zich bij deze uitspraak neer te
leggen en zal de premieheffing voor de ziektekosten onder de huidigeVerordening
met ingang van de datum dat het Gerechtshof Den Bosch uitspraak heeft gedaan
in overeenstemming brengen met de lijn die de Europese Commissie volgt in
haar ingebrekestelling. Dit houdt in dat de verschuldigde ziektekostenpremies
overeenkomstig de Nederlandse wetgeving worden berekend, maar dat het te heffen
bedrag niet hoger is dan het Nederlandse wettelijke pensioen.
Met de overige Europese lidstaten en de Europese Commissie zal nog afstemming
plaatsvinden over de wijze van premieheffing onder de nieuwe Verordening die
op 1 mei 2010 in werking zal treden. Ten opzichte van de zaak Nikula
zijn de betreffende bepalingen in de nieuwe Verordening namelijk anders geformuleerd.
In de nieuwe Verordening is in het betreffende premieartikel (artikel 30)
de huidige heffingsbeperking tot maximaal de hoogte van het nationale pensioen
geschrapt. Tevens bevat de nieuwe Verordening een gelijkschakelingsartikel
(artikel 5) waarin het beginsel is vastgelegd dat aan de ontvangst van buitenlandse
sociale zekerheidsprestaties (zoals pensioenen) dezelfde rechtsgevolgen (zoals
premieheffing) mogen worden verbonden als aan nationale sociale zekerheidsprestaties.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink