Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum indiening
Tweede Kamer der Staten-Generaal1999-200026800-VI nr. 23

26 800 VI
Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Justitie (VI) voor het jaar 2000

nr. 23
MOTIE VAN HET LID HALSEMA

Voorgesteld 3 november 1999

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat met het Nederlandse gedoogbeleid ten aanzien van het gebruik en de verkoop van softdrugs goede resultaten zijn geboekt;

overwegende, dat dit gedoogbeleid slechts ziet op de voordeur van de coffeeshops waardoor de bevoorrading enkel op illegale wijze tot stand kan komen;

voorts overwegende, dat van de illegale toevoer van en handel in softdrugs een ontwrichtende invloed op de samenleving uitgaat;

overwegende, dat herhaaldelijk door de minister van Justitie is uitgesproken dat lokale experimenten met regelingen van de achterdeurproblematiek tot de mogelijkheden behoren;

tot slot overwegende, dat een toenemend aantal gemeenten indringend heeft verzocht, tot zodanige experimenten over te gaan;

verzoekt de minister, om het openbaar ministerie de ruimte te laten om mee te werken aan het vormgeven en uitvoeren van deze experimenten opdat de eerste resultaten van deze experimenten kunnen worden betrokken bij de behandeling in 2000 van de drugsnotitie van het kabinet,

en gaat over tot de orde van de dag.

Halsema