Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum indiening
Tweede Kamer der Staten-Generaal1999-200026800-VI nr. 16

26 800 VI
Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Justitie (VI) voor het jaar 2000

nr. 16
MOTIE VAN DE LEDEN KALSBEEK EN NICOLAÏ

Voorgesteld 3 november 1999

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat de maatschappelijke onrust over de recidive bij zedendelinquenten groot is;

overwegende, dat de kans op bedoelde recidive aanzienlijk is;

overwegende, dat controle over en toezicht op weer in vrijheid gestelde zedendelinquenten vergroot moet worden teneinde de kans op recidive zoveel mogelijk te beperken;

overwegende, dat hierbij een belangrijk middel kan zijn het beëindigen van de TBS onder voorwaarden zoals periodieke contacten van de zedendelinquent met de instelling waar hij behandeld is, het innemen van medicatie, het zich niet ophouden in de buurt van zijn slachtoffer, het aanvaarden van andere woonruimte, enzovoorts;

overwegende, dat de kans op recidive bij een aantal zedendelinquenten gedurende vele jaren gelijk blijft en dat de voorwaardelijke beëindiging daarvan een lange periode moet duren;

verzoekt de regering de duur van de proeftijd na voorwaardelijke beëindiging van de TBS aanzienlijk te verlengen tot bijvoorbeeld vijftien jaar,

en gaat over tot de orde van de dag.

Kalsbeek

Nicolaï