nr. 42
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 juli 2000
Hiermee informeer ik u omtrent het Financial Stability Forum en de Nederlandse
deelname daarin, zoals toegezegd in het Algemeen Overleg voorjaarsvergadering
IMF-Wereldbank van 21 juni 2000.
Doelstelling
Het Financial Stability Forum (FSF) is in april 1999 opgericht door de
G7 landen en vergadert halfjaarlijks. Doelstelling van het FSF is het opstellen
van praktische aanbevelingen die het internationale financiële systeem
versterken. Het Forum richt zich daarbij vooral op het voorkomen van financiële
crises door:
• het vroegtijdig signaleren van de zwakke plekken in het financiële
systeem;
• daartegen actie te ondernemen door de toepassing van internationaal
aanvaarde «best practices and standards» op een consistente sectoroverstijgende
wijze te bevorderen;
• de coördinatie te verbeteren tussen autoriteiten die voor
financiële stabiliteit verantwoordelijk zijn.
Deelname
Naast toezichthouders en diverse financiële instellingen uit de G7
landen, nemen ook Nederland, Hong Kong en Australië deel aan het Forum.
De heer Wellink, president van de Nederlandsche Bank, neemt voor Nederland
plaats in het Forum1; De Nederlandse voorbereiding
wordt gezamenlijk met het Ministerie van Financiën gedaan. Waar nodig
wordt tevens de Raad van Financiële Toezichthouders geraadpleegd.
Belangrijkste werkzaamheden Forum tot en met mei 2000
I Bespreking rapporten
• Alternatieve mogelijkheden voor regulering van
«Highly Leveraged Insititutions» (HLI's)
Het rapport geeft aan wat de meest effectieve mogelijkheden zijn om de
«leverage» (mate van vreemd vermogen financiering) bij HLI's terug
te dringen. Deze zijn meer marktdiscipline, het verbeteren van de informatievoorziening
door HLI's, verbeterd risicomanagement en beter toezicht op kredietverschaffers
van HLI's.
Het Forum vindt naar aanleiding van het rapport dat eventueel opnieuw
aandacht moet worden geschonken aan directe vormen van toezicht op HLI's indien
verbeteringen van de informatievoorziening en risicomanagement door HLI's
uitblijven.
• Kortlopende kapitaalstromen
Het rapport geeft antwoord op de vraag hoe de risico's van kortlopende
kapitaalstromen (met name liquiditeits- en valutarisico) moeten worden beheerst.
Het Forum is akkoord met de voorstellen van het rapport om op nationaal niveau
een risicomanagement raamwerk op te stellen ten behoeve van het monitoren
en beheersen van de risico's als gevolg van grote en volatiele kapitaalstromen.
Als onderdeel daarvan onderstreept het Forum het belang van essentiële
richtlijnen voor het risicomanagement van de publieke sector (management van
staatsschuld, liquiditeit en buitenlandse reserves); de afgelopen jaren is
gebleken is dat tekortkomingen hierin tot liquiditeitscrises kunnen leiden,
en vervolgens het risicomanagement van de private sector ernstig kunnen bemoeilijken.
Tevens geeft het Forum aan dat het risicomanagement van banken via het Bazelse
Comité op onderdelen kan worden aangescherpt, zoals met betrekking
tot kapitaalseisen en interactie tussen verschillende vormen van risico (bijvoorbeeld
liquiditeits-, valuta- en kredietrisico).
• Off-shore Financiële Centra (OFC's)
Het rapport concludeert dat de implementatie van internationale standaarden
door OFC's van belang is, met name op het gebied van regulering, toezicht,
informatievoorziening en informatieafstemming. Het rapport heeft een beoordelingsmethode
ontwikkeld waarin wordt getoetst in hoeverre OFC's voldoen aan de internationale
standaarden en waarin probleemgebieden worden geïdentificeerd. Daarnaast
stelt het rapport bepaalde straffen en beloningen voor om naleving van de
standaarden te bevorderen.
Het Forum is akkoord met het rapport en legt de nadruk op het genoemde
belang van het ontwikkelen van regelgeving om het misbruik van ondernemingsconstructies
tegen te gaan.
Na de vergadering op 25 en 26 maart j.l. van het FSF is een indeling gemaakt
van de OFC's in drie categorieën die vervolgens is gepubliceerd. Deze
lijst is gericht op de (bereidheid tot) samenwerking tussen financiële
toezichthouders en de kwaliteit van het toezicht. Aruba en de Antillen zijn
daarbij geplaatst in de derde categorie.
Het FSF meent dat het IMF de aangewezen instantie is voor verdere vervolgacties.
II Discussie over de gevolgen van het internet en elektronische
financiële dienstverlening op toezicht en regelgeving
Het Forum zal in kaart brengen wat de belangrijkste toezichts- en regelgevingsvraagstukken
op het gebied van het internet en elektronische financiële
dienstverlening zijn. Tevens zal het Forum inventariseren welke onderzoeken
reeds hebben plaatsgevonden in andere overlegfora. Naar aanleiding van deze
«mapping exercise» zal het Forum bij een volgende vergadering
besluiten om eventueel zelf onderzoek uit te voeren.
III Discussie over mogelijke kwetsbaarheden in het internationale
financiële systeem
Het Forum is van mening dat de belangrijkste oorzaken van conjuncturele
kwetsbaarheid overwaardering op de aandelenmarkten, onevenwichtigheid van
wisselkoersen, onevenwichtigheid van de lopende rekening (met name van de
Verenigde Staten) en te veel kredietverlening zijn. Met name de overwaardering
van «high tech» aandelen is in detail besproken.
Het Forum vindt dat kwetsbaarheid in het internationale financiële
systeem als gevolg van structurele veranderingen (o.a. internationalisatie,
deregulering en technologische ontwikkelingen) in markten en in handelspatronen
goed in de gaten moet worden gehouden.
De algemene conclusie van de discussie is dat het huidige financieel economische
toekomstbeeld gunstig is en financiële instellingen goed voorbereid lijken
te zijn op financiële schokken. Echter de mogelijkheid van een grote
financiële schok vereist dat financiële instellingen alert blijven.
Website
Via www.fsforum.org kan uitgebreide en actuele
informatie over het FSF worden verkregen, waaronder rapporten, voortgang van
werkgroepen, en beleidsaanbevelingen die het FSF op basis van haar werk doet.
Volgende FSF vergadering (Bazel, 7–8 September 2000)
In deze vergadering zal worden geëvalueerd in hoeverre de aanbevelingen
voortkomende uit de drie werkgroepen worden geïmplementeerd.
De Minister van Financiën,
G. Zalm