Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1999-2000 | 26800-IXB nr. 3 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1999-2000 | 26800-IXB nr. 3 |
| Bijlage 1 | Overzichten personeelsgegevens | 2 |
| Bijlage 2 | Overzicht inzake wetgeving | 3 |
| Bijlage 3 | Overzicht van de door de Staten-Generaal aanvaarde moties en door bewindslieden gedane toezeggingen in het vergaderjaar 1998–1999 | 10 |
| Bijlage 4 | Geldende circulaires van het Ministerie van Financiën | 30 |
| Bijlage 5 | Aanbevelingen Nationale Ombudsman | 32 |
| Bijlage 6 | Subsidies | 33 |
| Bijlage 7 | Evaluatie-onderzoeken | 34 |
| Bijlage 8 | Overzicht van economische en functionele classificaties | 54 |
| Bijlage 9 | Voorlichting | 56 |
| Bijlage 10 | Convenanten | 63 |
OVERZICHTEN PERSONEELSGEGEVENS>
| Overzicht A: Samenvattend overzicht begrotingssterkte Kernministerie (voorlopige cijfers) | |||||||
| Organisatie-eenheid | Werkelijke bezetting | Begrotingssterkte | |||||
| 30-6-1999 | 1999 | 2000 | 2001 | 2002 | 2003 | 2004 | |
| Algemene Leiding en Centrale | |||||||
| Directies | 425 | 433 | 427 | 425 | 421 | 417 | |
| Personeel Buitenland | 6 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | |
| Domeinen | 355 | 355 | 355 | 355 | 355 | 355 | |
| Generale Thesaurie | 226 | 235 | 235 | 232 | 223 | 217 | |
| DG Rijksbegroting | 259 | 276 | 272 | 268 | 261 | 258 | |
| DG Fiscale Zaken | 153 | 163 | 162 | 162 | 153 | 153 | |
| DG Belastingen | 257 | 266 | 261 | 258 | 255 | 251 | |
| Totaal Kernministerie | 1 681 | 1 735 | 1 719 | 1 707 | 1 675 | 1 658 | 1 658 |
| Overzicht B: Samenvattend overzicht begrotingssterkte Belastingdienst | |||||||
| Organisatie-eenheid | Werkelijke bezetting | Begrotingssterkte | |||||
| 30-6-1999 | 1999 | 2000 | 2001 | 2002 | 2003 | 2004 | |
| Directie Particulieren | 6 291 | 6 508 | 6 425 | 6 330 | 6 142 | 5 985 | |
| Directie Ondernemingen Noord | 4 991 | 5 090 | 4 987 | 4 874 | 4 735 | 4 580 | |
| Directie Ondernemingen Zuid | 5 695 | 5 943 | 5 814 | 5 638 | 5 456 | 5 279 | |
| Directie Grote Ondernemingen | 2 020 | 2 033 | 2 079 | 2 057 | 1 982 | 1 948 | |
| Directie Douane | 5 356 | 5 520 | 5 350 | 5 231 | 5 117 | 5 010 | |
| Belastingdienst Automatiseringscentrum | 2 149 | 2 089 | 2 062 | 2 046 | 2 039 | 2 036 | |
| Fiscale inlichtingen en opsporingsdienst | 724 | 815 | 872 | 881 | 848 | 840 | |
| Interne Accountantsdienst Belastingen | 128 | 134 | 133 | 132 | 132 | 132 | |
| Bel. Centrum voor Kennis en Communicatie | 350 | 327 | 315 | 313 | 311 | 311 | |
| Bel. Centrum voor Facilitaire dienstverlening | 1 405 | 1 500 | 1 470 | 1 404 | 1 349 | 1 282 | |
| Projectorganisatie | 177 | 215 | 214 | 213 | 213 | 214 | |
| Personeel overige | 89 | 60 | 191 | 194 | 187 | 142 | |
| Belastingdienst | 29 375 | 30 234 | 29 912 | 29 313 | 28 511 | 27 759 | 27 742 |
| Overzicht C: Samenvatting Kernministerie en Belastingdienst | |||||||
| Organisatie-eenheid | Werkelijke bezetting | Begrotingssterkte | |||||
| 30-6-1999 | 1999 | 2000 | 2001 | 2002 | 2003 | 2004 | |
| Kernministerie | 1 681 | 1 735 | 1 719 | 1 707 | 1 675 | 1 658 | 1 658 |
| Belastingdienst | 29 375 | 30 234 | 29 912 | 29 313 | 28 511 | 27 759 | 27 742 |
| TOTAAL-GENERAAL | 31 056 | 31 969 | 31 631 | 31 020 | 30 186 | 29 417 | 29 400 |
OVERZICHT INZAKE WETGEVING
A. Tot stand gekomen wetgeving (periode 1-6-1998 tot 1-6-1999)
| Citeertitel | Kamerstuknr. | Staatsblad jaar nr. | Inwerkingtreding |
|---|---|---|---|
| Wet van 29 oktober 1998, houdende aanpassing van het fiscale procesrecht aan de Algemene wet bestuursrecht en wijziging van een aantal fiscale en andere wetten (herziening van het fiscale procesrecht) | 25 175 | 1998, 621 | 1 september 1999 |
| Wet van 4 maart 1999 tot wijziging van bepalingen van de Mediawet in verband met de privatisering van het Nederlands Omroepproduktie Bedrijf N.V. | 25 312 | 1999, 146 | Eerste dag van tweede kalendermaand na datum uitgifte Staatsblad |
| Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en van enige andere belastingwetten in verband met de fiscale begeleiding van de overgang van vermogen onder algemene titel bij rechtspersonen op de voet van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek | 25 709 | 1998, 350 | 24 juni 1998, zie ook artikel VII |
| Wijziging van de wet op de loonbelasting 1964, de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Coördinatiewet Sociale Verzekering | 25 721 | 1998, 370 | 26 juni 1998, zie ook artikel IV |
| Wijziging van de Wet van 16 december 1993 tot wijziging van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 in verband met verruiming van het begrip personenauto (Stb. 1993, 673) (beëindiging grootwagenparkregeling) | 25 904 | 1998, 416 | Artikel I 1 augustus 1998, zie ook artikel IV |
| Wet van 29 april 1999, houdende aanpassing van de wet op de loonbelasting 1964, de wet op de inkomstenbelasting 1964, de coördinatiewet sociale verzekering en in samenhang daarmee enige andere wetten naar aanleiding van de voorstellen van de werkgroep fiscale behandeling pensioenen | 26 020 | 1999, 211 | 1 juni 1999, zie ook artikel VIII |
| Wet van 17 december 1998, houdende regels inzake de heffing en de invordering van rijksbelastingen in euro's (Wet overgang belastingheffing in euro's) | 26 147 | 1998, 723 | 1 januari 1999, zie ook artikel 19 |
| Wet van 17 december 1998, houdende aanpassing van de Wet op de IB 1964, de Wet op de LB 1964 en de Wet financiering volksverzekeringen in verband met het afschaffen van het aparte tarief voor buitenlandse belastingplichtigen in enkele belastingwetten | 26 148 | 1998, 724 | 30 december 1998, zie ook artikel X |
| Wet van 17 december 1998, houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. (belastingplan 1999) | 26 245 | 1998, 725 | 1 januari 1999, zie ook artikel XVII |
| Wet van 17 december 1998, houdende wijziging van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen en de Wet op de inkomstenbelasting 1964 | 26 249 | 1998, 726 | 1 januari 1999, zie ook artikel VI |
| Wet van 17 december 1998, houdende wijziging van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 | 26 272 | 1998, 727 | 1 januari 1999 |
| Wet van 17 december 1998, houdende wijziging van de Wet waardering onroerende zaken, de Wet algemene regels herindeling en enige andere wetten (verfijning waardebepaling en handhaving waardepeildata bij herindeling) | 26 281 | 1998, 728 | 1 januari 1999, zie ook artikel VIII |
B. Bij de Staten-Generaal aanhangige wetsontwerpen
| Citeertitel | Kamerstuknr. | Op 1 juni 1999 gevorderd t/m | Verwachting omtrent eerstvolgende fase | Beoogde inwerkingtreding |
|---|---|---|---|---|
| Regels betreffende een heffing over vermogensoverschotten van pensioenfondsen | 21 197 | Gewijzigd voorstel van wet Tweede Kamer 7 juli 1992; nota van verbetering Tweede Kamer 23 juli 1992 | Regering is niet voornemens de behandeling voort te zetten; Handelingen TK, 10 november 1994, 21–1222 | Nader te bepalen |
| Wijziging van het Burgerlijk Wetboek, de Faillissementswet en enige andere wetten in verband met de bevoorrechting van vorderingen, het verbinden van een bijzonder verhaalsrecht aan bepaalde vorderingen en de invoering van de mogelijkheid van een vereenvoudigde afwikkeling van faillissement (Staatssecretaris van Justitie eerste ondertekenaar) | 22 942 | Eindverslag Tweede Kamer 26 mei 1994 | Interne beraadslaging | Bij KB |
| Wijziging van de Coördinatiewet Sociale Verzekering en de Invorderingswet 1990 in verband met de invoering van de opdrachtgeversaansprakelijkheid en de kopersaansprakelijkheid in de confectiesector en invoering van een vrijwaringsregeling in de ketenaansprakelijkheid | 25 035 | Nota naar aanleiding van verslag en Nota van wijziging 20 juni 1997 | Eerste dag na tweede maand na uitgifte Staatsblad | |
| Regels inzake een regulerende heffing op het gebruik van wegen in de Randstad tijdens spitsuren (Wet op het rekeningrijden) (voortouw V & W) | 25 816 | Verslag Tweede Kamer 21 december 1998 | bij wet | |
| Voorstel van rijkswet, houdende regels inzake de administratieve bijstand tussen de landen van het Koninkrijk op het gebied van de douane en inzake de heffing en de invordering van omzetbelasting, accijnzen, algemene bestedingsbelasting en belasting op bedrijfsomzetten (Rijkswet administratieve bijstand douane) | 25 948 (R 1616) | Nota n.a.v. Verslag, 25 maart 1999 | Gewijzigd voorstel van Rijkswet, 3 juni 1999 naar 1e Kamer | 1 januari 2000 |
| Goedkeuring van de op 26 juli 1995 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst opgesteld op grond van Artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake het gebruik van informatica op douanegebied (Trb. 1995, 287); van het op 26 juli 1995 te Brussel tot stand gekomen Akkoord betreffende de voorlopige toepassing tussen een aantal Lid-Staten van de Europese Unie van de op basis van Artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie opgestelde Overeenkomst inzake het gebruik van informatica op douanegebied (Trb. 1995, 288); en van het op 29 november 1996 te Brussel tot stand gekomen Protocol, opgesteld op grond van Artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst inzake het gebruik van informatica op douanegebied (Trb. 1997, 39) | 26 439 | Verslag vastgesteld op 26 mei 1999 | Nota n.a.v. verslag, september 1999 | 1 januari 2000 |
| Goedkeuring van de regeling ophoging depositorente | 26 462 | 29 april 1999 | Nota naar aanleiding van het verslag 4 juni 1999 | Dag na uitgifte Staatsblad |
| Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met de invoering van een bijzondere regeling voor beleggingsgoud | 26 467 | Verslag Tweede Kamer 27 mei 1999 | Nota naar aanleiding van het verslag zomer 1999 naar Tweede Kamer | 1 januari 2000 |
| Wijziging van de regulerende energiebelasting en de inkomstenbelasting met het oog op het bevorderen van energiezuinig en milieuvriendelijk gedrag | 26 532 | Ingediend bij Tweede Kamer op 12 mei 1999 | Nader te bepalen bij nota van wijziging | |
| Wijziging van technische aard van enige belasting wetten c.a. | 26 569 | Ingediend Tweede Kamer op 28 mei 1999 | Dag na uitgifte Staatsblad, zie ook artikel X |
C. In voorbereiding zijnde wetsvoorstellen
| Wetsvoorstel | Op 1 juni 1999 gevorderd t/m | Verwachting omtrent eerstvolgende fase | Beoogde inwerkingtreding |
|---|---|---|---|
| Belastingherziening 21e eeuw; rompwet | 11 mei 1999 naar Raad van State | 1 januari 2001 | |
| Herziening regime fiscale eenheid Vennootschapsbelasting | 28 juli 1998 advies Raad van State | 3e kwartaal 1999 indiening bij Tweede Kamer | Bij KB |
| Wijziging wet Vennootschapsbelasting 1964 (afschaffing van de vrijstelling voor gemeentelijke vervoersbedrijven) | 29 januari 1999 advies Raad van State | 3e kwartaal 1999 indiening bij Tweede Kamer | Dag na plaatsing Staatsblad |
Overzicht van belastingverdragen (incl. Douaneverdragen) in periode 1 juni 1998 en 1 juni 1999
1. In de periode 1-6-1998 tot 1-6-1999 in werking getreden verdragen
Canada (wijzigingsprotocol)
Estland (algemeen verdrag)
Korea (wijzigingsprotocol)
Letland (douane)
Macedonië (algemeen verdrag)
Maleisië (wijzigingsprotocol)
Malta (wijzigingsprotocol)
Noorwegen (herziening)
Russische Federatie (algemeen verdrag)
IJsland (algemeen verdrag)
2. Op 1 juni 1999 ondertekende verdragen, maar nog niet in werking getreden
Egypte (algemeen verdrag)
Litouwen (douane)
Roemenië (herziening)
Zuid-Afrika (wijzigingsprotocol)
3. Op 1 juni 1999 geparafeerde verdragen
Azerbaijan (douane)
Canada (douane)
Duitsland (bijstand bij invordering)
Frankrijk (successie)
Georgië (algemeen verdrag)
Groot-Brittannië en Noord-Ierland (wijzigingsprotocol)
Jordanië (algemeen verdrag)
Kroatië (algemeen verdrag)
Litouwen (algemeen verdrag)
Macedonië (douane)
Moldavië (algemeen verdrag)
Nieuw-Zeeland (wijzigingsprotocol)
Nieuw-Zeeland (bijstand bij invordering)
Oezbekistan (algemeen verdrag)
Oostenrijk (successie)
Portugal (algemeen verdrag)
Russische Federatie (douane)
4. Op 1 juni 1999 lopende onderhandelingen
Armenië (algemeen verdrag)
Algerije (algemeen verdrag)
Algerije (douane)
Argentinië (douane)
Australië (wijzigingsprotocol)
Azerbaijan (algemeen verdrag)
Bahrein (luchtvaart)
België (herziening)
Bolivia (algemeen verdrag)
Bolivia (lucht- en scheepvaart)
Chili (algemeen verdrag)
Chili (douane)
China (wijzigingsprotocol)
Colombia (lucht- en scheepvaart)
Costa Rica (lucht- en scheepvaart)
Cyprus (algemeen verdrag)
Denemarken (wijzigingsprotocol)
Dominicaanse Republiek (lucht- en scheepvaart)
Duitsland (herziening)
Ecuador (algemeen verdrag)
Ecuador (lucht- en scheepvaart)
Ethiopië (lucht- en scheepvaart)
Filippijnen (douane)
Frankrijk (wijzigingsprotocol)
Gabon (lucht- en scheepvaart)
Ghana (lucht- en scheepvaart)
Griekenland (wijzigingsprotocol)
Groot-Brittannië en Noord-Ierland (wijzigingsprotocol)
Guatemala (lucht- en scheepvaart)
Haïti (lucht- en scheepvaart)
Hong Kong (algemeen verdrag)
Hong Kong (scheepvaart)
Ierland (herziening)
India (herziening)
Indonesië (wijzigingsprotocol)
Ivoorkust (lucht- en scheepvaart)
Jamaïca (lucht- en scheepvaart)
Japan (wijzigingsprotocol)
Jemen (lucht- en scheepvaart)
Kazachstan (douane)
Kenia (lucht- en scheepvaart)
Koeweit (algemeen verdrag)
Oezbekistan (douane)
Oostenrijk (wijzigingsprotocol)
Peru (algemeen verdrag)
Polen (wijzigingsprotocol)
Qatar (luchtvaart)
Roemenië (douane)
Singapore (wijzigingsprotocol)
Slovenië (algemeen verdrag)
Spanje (herziening)
Tanzania (lucht- en scheepvaart)
Turkmenistan (algemeen verdrag)
Zuid-Afrika (wijzigingsprotocol)
Zwitserland (herziening)
Overzicht inzake wetgeving
A. Tot stand gekomen wetgeving (periode 1-6-98 tot 1-6-99) (niet-fiscaal)
| Citeertitel | Kamerstuknr. | Staatsblad jr. nr. | Inwerkingtreding |
|---|---|---|---|
| Wijziging WTK 1992 en faillissementswet | 26 260 | 1998 714 | 1-1-99 |
| Wet grensoverschrijdende betaaldiensten | 25 934 | 1998 686 | 14-8-99 |
| Wijziging WTE 1995 | 25 623 | 1998 482 | 25-9-98 |
| Aanpassing WTE 1995 | 25 670 | 1998 483 | 1-2-99 |
| Wet schuldredenominatie | 26 078 | 1998 659 | 1-1-99 |
| Wet vervanging referentierentes. | 26 124 | 1998 716 | 1-1-99 |
| Wijziging Muntwet 1987 | 26 120 | 1998 713 | 1-1-99 |
| Wijziging van de wet toezicht kredietwezen 1992 | 26 130 | 1999 201 | 19-5-99 |
B. Bij de Staten-Generaal aanhangige wetsontwerpen (niet-fiscaal)
| Citeertitel | Kamerstuknr. | Op 1 juni 1999 gevorderd t/m | Verwachting omtrent eerstvolgende fase | Inwerkingtreding |
|---|---|---|---|---|
| Wijziging WTB, WTE, WTK, WTV en WTN (toezicht op toezicht) | 24 456 | Verslag EK 30-11-98 | NnV begin juni | Bij KB |
| Wijziging WTK, WTB, WTE, WTV, WTN en WWK (invoering bestuurlijke boetes en dwangsommen) | 25 821 | EK 27-4-99 | Verslag EK begin juni | Bij KB |
| Wijziging WTV, WTN en enkele andere wetten (Vie d'Or I) | 26 075 | NnV + NvW 9-4-99 | Plenaire behandeling TK na zomerreces na zomerreces | Bij KB |
| Wijziging Wet Assurantiebemiddelingsbedrijf (WABB II) | 26 531 | TK 12-5-99. Nota v. verbetering 1-6-99 | Verslag TK vóór einde zomerreces zomerreces | Bij KB |
| Wijziging Wet Assurantiebemiddelingsbedrijf (WABB I) | 25 507 | NnNV TK 6–5-99 | Plenaire behandeling TK na zomerreces na zomerreces | Verslag TK vóór einde 1-1-2000 1-1-2000 |
| Wijziging van de Bankwet 1998 | 26 233 | Verslag EK 21–5-99. | NnV EK | Dag na plaatsing Stb. |
| Wet verbod europenningen | 26 492 | Indiening TK 19–4-99. | Verslag TK medio juni | Dag na plaatsing Stb. |
C. In voorbereiding zijnde wetsvoorstellen (niet fiscaal)
| Wetsvoorstel inzake | Op 1 juni 1999 gevorderd t/m | Verwachting omtrent eerstvolgende fase | Inwerkingtreding |
|---|---|---|---|
| Wijziging Nederlandse wetgeving (interdep. verzamelwet) i.v.m. invoering van Euro | Ambtelijke voorbereiding | Indiening wetsvoorstel medio 2000 | 1-1-2002 |
| Wijziging Wet toezicht effectenverkeer of wetboek van strafrecht (strafbaarstelling koersmanipulatie) | Ambtelijke voorbereiding | ||
| Wet toezicht betalingsafwikkelingssystemen | Ambtelijke voorbereiding | ||
| Wijziging WTV 1993; opvanginstrument levensverzekeraars | Advies RvS 27-4-99 | Indiening wetsvoorstel in TK vóór zomerreces | Bij KB |
| Wijziging wet Wisselkantoren (wet op de geldtransactiekantoren) | Ambtelijke voorbereiding | ||
| Wijziging Wet Identificatie Financiële dienstverlening | Ambtelijke voorbereiding | Na zomerreces in MR | |
| Comptabiliteitswet; zevende wijziging | Ambtelijke voorbereiding. Voor commentaar bij AR | MR na zomerreces | Afh. van plaatsing in Stb. |
| Wet Financiering lage overheden (Filo 2000)) | Ambtelijke voorbereiding | MR vóór zomer | |
| Wet regelgevingsprocedures euro | Blanco advies RvS 25-2-99 | Eind juni naar TK | |
| Aanpassing van WFBB | Ambtelijke voorbereiding | ||
| Comptabiliteitswet achtste wijziging | Ambtelijke voorbereiding | ||
| Wijziging WTB, WTE, WTK, WTV, WTN (actualisering en harmonisatie) | Ambtelijke voorbereiding | ||
| Wet Toezicht Beleggingsinstellingen | Ambtelijke voorbereiding | ||
| Wet Giraal Effectenverkeer – 2e fase Mogelijkheid effecten op naam onder te brengen | Ambtelijke voorbereiding | ||
| Wet Giraal Effectenverkeer – 3e fase Algehele herziening | Ambtelijke voorbereiding | ||
| Wijziging van de WTV 1993 (aanvullend toezicht op verzekeraars in één groep) | RvS 20-5-99 | TK november 1999 | 5-6-2000 |
| Wijziging WTV 1993 (Vie d'Or II) | Ambtelijke voorbereiding | MR oktober 1999 | Bij KB |
| Wijziging WTB, WTE, WTK, WTV, WTN (Raad van financiële toezichthouders) | Ambtelijke voorbereiding | ||
| Vrijwaring kredietinstellingen | Ambtelijke voorbereiding | MR vóór zomerreces | vóór 30-12-99 |
Moties en Toezeggingen (fiscaal)
Door de Staten-Generaal aanvaarde moties
Onderdeel A.1 moties die zijn afgerond
| Vergaderjaar | Omschrijving van de motie | Vindplaats | Stand van Zaken/Planning |
|---|---|---|---|
| 1. 1989–1990 | Kombrink en Vreugdenhil Verzoekt de regering te onderzoeken welke kenmerken aan het aandeelhouderschap van ondernemers zijn verbonden en de Kamer daarover te rapporteren. | Kamerstukken II 1989/90, 20 701, nr. 19. | Dit onderwerp is betrokken bij de belastingherziening 21e eeuw. |
| 2. 1995–1996 | Van Rey c.s. Aanwending van een eventuele meeropbrengst overdrachtsbelasting i.v.m. economische eigendomsoverdracht voor een verlaging van het tarief overdrachtsbelasting. | Kamerstukken II 1995/96, 24 172, nr. 15. | Op 10 augustus 1998 brief aan Tweede Kamer gezonden; geen indicaties meeropbrengst. |
| 3. 1995–1996 | B.M. de Vries c.s. Jaarlijkse tussentijdse rapportage over de gevolgen van wetsvoorstel tot wijziging van de Wet belastingen op milieugrondslag in verband met de invoering van een regulerende energiebelasting met betrekking tot de – milieueffecten; – economische effecten; alsmede – de financiële effecten (wat levert het wetsvoorstel op, inclusief de meerjarenafspraken). | Kamerstukken II 1995/96, 24 250, nr. 29. | Rapportage over het jaar 1997 (WV98/539M) is op 10 maart 1999 aan de Tweede Kamer gestuurd. |
| 4. 1995–1996 | Van Vliet, Van Blerk, Adelmund Verzoekt de regering voor 1 mei 1996 een notitie aan de Kamer uit te brengen over de mogelijkheden van sparen uit loon en de fiscale aftrekbaarheid daarvan. | Kamerstukken II 1995/96, 24 332, nr. 6. | Nota Arbeid en Zorg (Kamerstukken II 1998/99, 26 447, nr. 1) is op 19 maart 1999 door SZW naar de Tweede Kamer gezonden. |
| 5. 1995–1996 | B.M. de Vries c.s. Verzoekt de regering de Kamer periodiek te informeren over de werking van de aangepaste Belastingregeling voor het Koninkrijk en zo nodig met nadere maatregelen te komen. | Kamerstukken II 1995/96, 24 583 (R 1564), nr. 10. | De eerste rapportage is verzonden op 29 januari 1998 (IFZ 98/85M). Op dit moment is er geen aanleiding nieuwe maatregelen in overwegingen te nemen. |
| 6. 1996–1997 | Crone c.s. Verzoekt de regering, gelet op het amendement Remkes/De Vries (24 250, nr. 30), voor 1 juni 1997 in overleg met betrokken organisaties te onderzoeken welke mogelijkheden uitvoerbaar zijn om MJA's/IMT's alsnog onder een teruggaveregeling REB te brengen. | Kamerstukken II 1996/97, 24 250, nr. 36. | In brief van de Staatssecretaris van Financiën, de Minister van EZ en de Minister van VROM d.d. 13 oktober 1997, aan voorzitter Tweede Kamer, Kamerstukken II 1997/98, 24 250, nr. 39, is aangegeven dat wordt afgezien van REB-teruggaveregeling. Mondeling overleg met vaste commissie voor Financiën op 11 december 1997. Brief n.a.v. mondeling overleg door Minister EZ (mede namens Financiën en VROM) op 27 april 1998 aan Kamer gezonden (24 250, nr. 41). Naar aanleiding van deze brief heeft de Kamer nog een vraag gesteld die door de Minister van EZ op 30 augustus 1998 is beantwoord. |
| 7. 1997–1998 | Van der Ploeg en Ybema De scholingsimpuls voor ouderen in kleine bedrijven die via de Vennootschapsbelasting gestimuleerd wordt, ook mogelijk maken voor ouderen die in de (niet Vpb-plichtige) non-profit sector werkzaam zijn. | Kamerstukken II 1997/98, 25 600, nr. 42. | Gerealiseerd via de afdrachtvermindering scholing voor de non-profit sector die per 1 januari 1999 van kracht is geworden. |
| 8. 1997–1998 | Van der Ploeg c.s. Jaarlijkse evaluatie van de belastinguitgaven, waarbij aangegeven wordt of de regeling beantwoord aan zijn doelstelling en hoe de budgettaire raming zich verhoudt tot de werkelijke uitgaven. | Kamerstukken II 1997/98, 25 600, nr. 43. | Onderdeel Miljoenennota. |
| 9. 1997–1998 | Van Nieuwenhoven De invoeringsdatum van de BTW-verlaging voor podiumkunsten en de filmsector per 1 september 1998 in laten gaan. | Kamerstukken II 1997/98, 25 600-VIII, nr. 56. Handelingen II 1997/98, blz. 2444/2445. | Is per 1 september 1998 ingegaan (Stb. 1998, 520). |
| 10. 1997–1998 | Van Walsem c.s. Het verrichten van onderzoek naar de mogelijkheid van een afdrachtskorting voor de eerste werknemer bij startende ondernemers. | Kamerstukken II 1997/98, 25 600 XIII, nr. 19. | Zie hoofdstuk XIII, begroting Ministerie van Economische Zaken. |
| 11. 1997–1998 | Stellingwerf Verzoek aan de regering om voor jonge agrariërs waarvoor de bedrijfsovernamelasten zwaar zijn en die onvoldoende profiteren van fiscale maatregelen omdat hun belastingafdracht door hoge lasten laag is, in het kader van het Belastingplan 1999 de mogelijkheden te bezien tot het opzetten van een Starters Overname Reserve (SOR). | Kamerstukken II 1997/98, 25 600-XIV, nr. 16. | Dit onderwerp is aan de orde gekomen bij de werkgroep Oort II. De werkgroep heeft op 24 juli 1998 (AFP 98/314M) gerapporteerd en negatief geadviseerd over een Starters Overname Reserve. Dit rapport is op 29 oktober 1998 met de Tweede Kamer besproken. |
| 12. 1997–1998 | Van der Vlies Verzoek aan regering om biologisch geteelde niet-levensmiddelen onder het lage BTW-tarief van 6% te brengen. | Kamerstukken II 1997/98, 25 600 XIV, nr. 46. | De zesde BTW-richtlijn blijkt hiervoor geen ruimte te bieden. |
| 13. 1997–1998 | Giskes c.s. Verzoekt de regering voorstellen voor te bereiden die bij werknemers het bezit van aandelen in het bedrijf waar zij werkzaam zijn bevorderen en die op 1 januari 1999 in kunnen gaan. | Kamerstukken II 1997/98, 25 721, nr. 11. | Door Staatssecretaris afgedaan tijdens Tweede Kamer behandeling van Belastingplan 1999 op 25 november 1998, Handelingen II 1998/99, 26 245, blz. 2076. |
| 14. 1997–1998 | De Vries c.s. Verzoekt de regering de tegenbewijsregeling uit het wetsvoorstel aandelenopties zodanig toe te passen dat het verkrijgen van zekerheid vooraf omtrent de waardevaststelling van de optierechten reëel en praktisch uitgevoerd zal worden. | Kamerstukken II 1997/98, 25 721, nr. 13. | De Belastingdienst voert de tegenbewijsregeling, waar overigens weinig gebruik van wordt gemaakt, uit op de wijze zoals in de motie gevraagd. |
| 15. 1998–1999 | De Vries c.s. Verzoekt de regering de effecten van de verruiming van het urencriterium van 32 naar 36 uur bij de toepassing van de afdrachtvermindering langdurig werklozen en onderwijs op de fiscale faciliteit (zelf) en het aantal leer/arbeidsplaatsen te monitoren en de Tweede Kamer jaarlijks over de uitkomsten te berichten. | Kamerstukken II 1998/99, 26 245, nr. 25. | Minister van OCW heeft op 15 juli 1999 rapportage naar Tweede Kamer gezonden. |
| 16. 1992–1993 | Van der Vaart c.s. Gefaseerde afschaffing op termijn verbruiksbelasting alcoholvrije dranken. | Kamerstukken II 1992/93, 22 843, nr. 14. | Aan de orde geweest bij de vormgeving van de tariefwetgeving belastingherziening 21e eeuw. Er is geen budgettaire ruimte om de motie uit te voeren. |
| 1998–1999 | De Vries c.s. Verzoekt de regering de uitvoering van de motie Van der Vaart c.s. (zie hiervoor) inzake afschaffing van de verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken te betrekken bij de vormgeving van het in het regeerakkoord aangekondigde belastingstelsel 21e eeuw. | Kamerstukken II 1998/99, 26 245, nr. 26. | |
| 17. 1998–1999 | De Vries c.s. Verzoekt de regering de effecten van de in het belastingplan 1999 opgenomen rente-aftrek beperkende maatregelen bij de uitvoering van het belastingstelsel 21e eeuw te betrekken. | Kamerstukken II 1998/99, 26 245, nr. 27. | Met de invoering van een vermogensrendementsheffing is een nadere rente-aftrekbepaling niet nodig. De maatregelen in het Belastingplan 1999 zijn betrokken bij het overgangsrecht belastingherziening 21e eeuw. |
| 18. 1998–1999 | Schutte c.s. Nodigt de regering uit bij de voorbereiding van de begroting voor het jaar 2000 – al dan niet in het kader van de tweede tranche van de vergroening van het belastingstelsel – de compensatie voor de belastingen op energie- en waterverbruik voor grote gezinnen duidelijk te betrekken. | Kamerstukken II 1998/99, 26 245, nr. 31. | De beleidsvoornemens inzake de verdere vergroening zijn opgenomen in een bijlage bij de Miljoenennota. (Zie brief van de Staatssecretaris van Financiën van 30 juni 1999 (Kamerstukken II 1998/99, 26 200, nr. 39). |
| 19. 1998–1999 | Bos c.s. Verzoekt de regering in de tweede tranche van de vergroening voorstellen te doen teneinde alsnog compensatie te bieden voor de vergroeningsoperatie aan organisaties, instellingen en (sport)verenigingen. | Kamerstukken II 1998/99, 26 245, nr. 34. | De beleidsvoornemens inzake de verdere vergroening zijn opgenomen in een bijlage bij de Miljoenennota. (Zie brief van de Staatssecretaris van Financiën van 30 juni 1999 (Kamerstukken II 1998/99, 26 200, nr. 39). |
Onderdeel A.2 Moties waarvan de uitvoering nog niet is afgerond
| Vergaderjaar | Omschrijving van de motie | Vindplaats | Stand van zaken/Planning |
|---|---|---|---|
| 20. 1994–1995 | Blaauw De regering wordt verzocht het daarheen te leiden dat de vervangingsreserve ex. art. 14 Wet IB kan worden toegepast op bedrijfsverplaatsingen in de agrarische sector. Gedacht wordt aan bedrijfsverplaatsingen vanwege het milieu, de natuur, ruimtelijke ordening en de bedrijfsstructuur. | Kamerstukken II 1994/95, 23 900 XIV, nr. 22. | Nadere uitwerking van de problematiek vindt plaats in de werkgroep Fiscale opties bij herstructurering op bedrijfsniveau in de land- en tuinbouw. De rapportage van de werkgroep wordt rond 1 oktober 1999 verwacht. |
| 21. 1995–1996 | B.M. de Vries c.s. Verzoekt de regering de werking van het wetsvoorstel Van Slooten te evalueren en de eerste evaluatie binnen 2 tot 3 jaar aan de Kamer voor te leggen en daarbij zorg te dragen voor een zodanige rapportage dat een objectieve beoordeling van de effecten van de maatregelen op de relatie Belastingdienst/belastingplichtige mogelijk is. | Kamerstukken II 1995/96, 23 470, nr. 13. Kamerstukken II 1997/98, 24 800, Handelingen II, blz. 2276 en bijvoegsel binj Handelingen I 1997/98, blz. 509. | Evaluatie is in de loop van 1999 gestart. |
| 22. 1996–1997 | De Vries c.s. Wetgeving voortvloeiend uit het wetsvoorstel (herziening regime AB c.a.) te evalueren, de Tweede Kamer in de loop van het jaar 2000 hierover te informeren en in het bijzonder aandacht te schenken aan de regelingen m.b.t. fictief loon en fictieve rente en huur. | Kamerstukken II 1996/97, 24 761, nr. 21. | Evaluatie zal in de eerste helft van het jaar 2000 plaatsvinden. |
| 23. 1997–1998 | De Vries c.s. Verzoekt de regering de regelgeving met betrekking tot de werknemersaandelenopties te evalueren in het jaar 2000. | Kamerstukken II 1997/98, 25 721, nr. 12. | Evaluatie wordt voorbereid. |
| 24. 1998–1999 | Giskes c.s. Verzoekt de regering om vóór 1 mei 1999 met een interdepartementale notitie te komen waarin de mogelijkheid van een tegemoetkoming voor ouderen die de zorg op zich nemen voor een gehandicapte leeftijdsgenoot wordt besproken. | Kamerstukken II 1998/99, 26 245, nr. 35. | In voorbereiding |
Door bewindslieden gedane toezeggingen
Onderdeel B.1 toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond
| Vergaderjaar | Omschrijving van de toezegging | Vindplaats | Stand van zaken/Planning |
|---|---|---|---|
| 25. 1989–1990 | Bereid om, zodra voldoende materiaal ter beschikking is, te bezien of de middelingsregeling naar tevredenheid werkt. | Staatssecretaris tijdens UCV op 22 november 1989 inzake reparatiewetgeving Oort, Handelingen UCV 1989/90, 21 184, nr. 1, blz. 53. | Het onderzoek is afgerond en in oktober 1998 aan de Tweede Kamer gezonden. |
| 26. 1992–1993 | Problematiek inzake het lot van de bedrijfsspaarregelingen in gevallen van faillissement zal worden voorgelegd aan de Minister van Justitie. | Staatssecretaris tijdens debat op 7 september 1993 inzake het initiatiefwetsvoorstel Vermeend/ Vreugdenhil inzake winstdeling, Handelingen II 1992/93, 20 291, blz. 6764. | Op 10 september 1993 brief gestuurd aan de Minister van Justitie (WDB93/268). Minister van Justitie heeft op 25 november 1993 brief teruggestuurd met mededeling dat op wetsvoorstel 22 942 (voorrecht en bodemrecht) een nota van wijziging zal worden ingediend (WDB93/416). Behandeling ligt stil. |
| 27. 1994–1995 | Afkoop alimentatie door het storten van een koopsom bij een verzekeringsmaatschappij voor een lijfrente. Toezegging om dat te onderzoeken. | Staatssecretaris tijdens wetgevingsoverleg op 7 november 1994, Kamerstukken II 1994/95, 23 046, nr. 18, blz. 22. | Is afgedaan bij wet van 17 december 1998, Stb. 727 (Kamerstukken II 1998/99 26 272). Inwerkingtreding 1 januari 1999. |
| 28. 1994–1995 | Kamer informeren over Rijnvaartproblematiek. | Staatssecretaris tijdens algemeen overleg met de vaste commissie voor Financiën op 1 februari 1995, Kamerstukken II 1994/95, 23 638, nr. 6, blz. 8. | Er is multilateraal overleg gevoerd met de Commissie, België en Duitsland. Mede i.v.m. de bijzondere situatie in België beraadt de Commissie zich. |
| 29. 1994–1995 | De Kamer zal worden geïnformeerd indien knelpunten worden opgelost binnen de ministeriële regeling. | Staatssecretaris tijdens het debat op 1 december 1994 over de 7e btw-richtlijn, Handelingen II 1994/95, 23 952, blz. 1983. | Eerste melding bij brief van 11 december 1995 (WV95/857) aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer. Nadien geen nieuwe knelpunten gesignaleerd. |
| 30. 1995–1996 | De fiscale regeling startende ondernemers zal na twee jaar worden geëvalueerd. | Staatssecretaris tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen in de Eerste Kamer op 12 en 13 december 1995, Handelingen I 1995/96, 24 400, blz. 474. | Heeft plaatsgevonden in het kader van de Werkgroep evaluatie en herziening fiscale tegemoetkomingen en faciliteiten voor ondernemers. Dit rapport is op 29 oktober 1998 met de Tweede Kamer besproken. |
| 31. 1995–1996 | De discussie op het punt van de motie van mw. De Vries c.s. om de mogelijkheid van willekeurige afschrijving voor starters in de BV-vorm nog eens te bezien zal worden aangegaan. Bereid een en ander nog eens op een rijtje te zetten. | Staatssecretaris tijdens debat op 14 november 1995 inzake het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet op de ib, lb en rvk (MKB), Handelingen II 1995/96, 24 423, blz. 1794. | Dit onderwerp is aan de orde gekomen in de Werkgroep evaluatie en herziening fiscale tegemoetkomingen en faciliteiten voor ondernemers. Dit rapport is op 29 oktober 1998 met de Tweede Kamer besproken. |
| 32. 1995–1996 | Naar aanleiding van een vraag van de heer Van Walsem is aangegeven dat de discussie omtrent de problematiek inzake terugkeer uit de BV niet is gesloten en dat op dat punt bij de commissies om aandacht zal worden gevraagd. | Staatssecretaris tijdens debat op 14 november 1995 inzake het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet op de ib, lb en rvk (MKB), Handelingen II 1995/96, 24 423, blz. 1799. | In het kader van de belastingheffing 21e eeuw heeft de Werkgroep belastingen bedrijfsleven 21e eeuw aanbevolen een regeling terugkeer uit de BV in te voeren. |
| 33. 1995–1996 | Wanneer in verband met het signaleren van paracommerciële activiteiten de noodzaak ontstaat om bij ministeriële regeling bepaalde activiteiten van de vrijstelling voor fondswerving uit te sluiten of de kantineregeling aan te passen teneinde het evenwicht tussen de belangen van de horeca en van de onder de vrijstelling vallende sectoren te bewaren, zal de Staatssecretaris de Kamer daarover informeren. | Kamerstukken II 1995/96, 24 428, nr. 5, blz. 6. | Een dergelijk geval heeft zich nog niet voorgedaan. |
| 34. 1995–1996 | Staatssecretaris is bereid in Brussel een pleidooi te voeren tot verhoging van de bovengrens in de K.O.-regeling BTW. | Staatssecretaris tijdens debat op 15 november 1995 inzake het terugsluis btw-reparatiewetsvoorstel, Handelingen II 1995/96, 24 428, blz. 1870. | Mogelijkheid heeft zich nog niet voorgedaan. Gebeurt als Commissie met modernisering Zesde richtlijn komt. Signaal is afgegeven dat dit punt voor Nederland prioriteit heeft. Nadere actie als commissie komt met modernisering Zesde richtlijn. |
| 35. 1995–1996 | Twee jaar na inwerkingtreding van de fiscale faciliteit voor de zeevaart zal de Kamer bij de begroting van Verkeer en Waterstaat of Financiën worden gerapporteerd over de effecten van de regeling, waarbij mede de tien-jaarstermijn zal worden bezien. | Staatssecretaris tijdens de mondelinge behandeling van het wetsvoorstel 24 482 (wijziging van enige belastingwetten in het belang van de zeescheepvaart), Kamerstukken II 1995/96, 24 438, nr. 8, blz. 9. | Evaluatie zal worden verzorgd door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. |
| 36. 1995–1996 | Verlenen van technische ondersteuning bij ontwerpen van een nieuwe Antilliaanse winstbelasting die voldoet aan internationale normen, het zogenoemde nieuw fiscaal raamwerk. | Staatssecretaris tijdens debat over de BRK op 6 juni 1996, Handelingen II 1995/96, 24 583(R1564), blz. 5985. | Bij het fiscaal overleg van 7 en 9 september 1998 bleek de nieuwe Antilliaanse regering te streven naar inwerkingtreding van het NFR per 1 januari 2000. Bijstand is verleend. |
| 37. 1996–1997 | Als er zich problemen voordoen m.b.t. de gang van zaken in de praktijk worden die gerapporteerd, waarna er in overleg, zo snel mogelijk tot een oplossing wordt gekomen. Dit geldt ook voor eventuele problemen rond de bedrijfsopvolging (fiscale infrastructuur). | Staatssecretaris tijdens debat op 10 oktober 1996, inzake wetsvoorstel 24 696, Handelingen II 1996/97, blz. 698. | Zie rapport Evaluatie en herziening fiscale tegemoetkomingen en faciliteiten voor ondernermers. Dit rapport is op 29 oktober 1998 met de Tweede Kamer besproken. |
| 38. 1996–1997 | Notitie m.b.t. het toetsen van wetgeving aan de Europese regelgeving en Europese ontwikkelingen op dat terrein. Toezegging al eerder gedaan bij financiële beschouwingen naar aanleiding van opmerkingen heer Ybema. | Staatssecretaris tijdens het wetgevingsoverleg van 23 oktober 1996, Kamerstukken II 1996/97, 24 761, nr. 26, blz. 36 | Meegenomen bij de herziening van het belastingstelsel 21e eeuw. Mede naar aanleiding van Securitel is de Interdepartementale Commissie Europese Regelgeving (ICER) ingesteld. |
| Notitie over de Europese ontwikkelingen nav de uitspraak van het Europese Hof van Justitie en de gevolgen van de uitspraak. | Staatssecretaris tijdens debat op 10 oktober 1996, inzake wetsvoorstel 24 696, Handelingen II 1996/1997, blz. 5. Staatssecretaris tijdens debat op 21 oktober 1996 inzake wetsvoorstel 24 761, Handelingen II 1996/1997, blz. 36. | ||
| 39. 1996–1997 | Er komt een evaluatie van de regeling «kansenzones». Indien dan blijkt dat er in de praktijk vraag is naar verlaging van het benodigde aanschaffingsbedrag van de aangewezen bedrijfsmiddelen (nieuwe bedrijfsgebouwen), kan dit bedrag naar beneden worden bij gesteld. | Staatssecretaris tijdens plenaire behandeling op 27 november 1996 inzake wetsvoorstel 24 880, Handelingen II, 1996/97, blz. 2602. | De regeling is niet in werking getreden. Dit zou geschieden bij KB, afhankelijk van de totstandkoming van de wet op de kansenzones, welke niet gerealiseerd is. |
| 40. 1996–1997 | Bereid om na te denken over de problematiek van het inkopen van eigen aandelen. | Staatssecretaris tijdens Algemene financiële beschouwingen/belastingwetten in de Eerste Kamer, Handelingen I 1996/97, 25 000, blz. 383. | Onderdeel van de herziening van het belastingstelsel 21e eeuw. |
| 41. 1997–1998 | De Staatssecretaris heeft toegezegd op technische vragen schriftelijk te zullen reageren. | Staatssecretaris tijdens algemeen overleg met de vaste commissie voor Financiën inzake de notitie «Uitgangspunten van het beleid op het terrein van internationaal (verdragen) recht» 25 augustus 1998, Kamerstukken II 1997/98, 25 087, nr. 5. | Beantwoording is geschied op 18 december 1998 (IFZ98/1036M). |
| 42. 1997–1998 | In overleg met de branche de uitvoering van de teruggaafregeling niet achteraf maar in een continueproces volgen, zodat tijdens de rit kan worden bijgesteld indien mocht blijken dat er elementen zijn ingeslopen die niet beoogd zijn en elementen die aanleiding geven tot misbruik en oneigenlijk gebruik. Kamer ter zake informeren. | Staatssecretaris tijdens plenaire behandeling wetsvoorstel paarse diesel in Tweede Kamer, Handelingen II 1997/1998, 25 349, blz. 6–371 l.k. | Bij brief d.d. 19 januari 1999 aan de Tweede Kamer bericht over de stand van zaken bij het verzamelen van gegevens. Zomer 1999 is rapportage naar Tweede Kamer gegaan. |
| Bereid om in overleg met de branche het kostenaspect en het realiteitsgehalte van de invoering van dieselolie met een afzonderlijk tarief voor zware vrachtauto's met de branche-organisaties nog eens door te exerceren. | Staatssecretaris tijdens plenaire behandeling wetsvoorstel paarse diesel in Tweede Kamer, Handelingen II 1997/98, 25 349, blz. 6–371 r.k. | ||
| 43. 1997–1998 | Bereid om met de Belastingdienst van gedachten te wisselen over het beleid m.b.t. startende ondernemers. | Staatssecretaris tijdens Algemene financiële beschouwingen 1 oktober 1997, Handelingen II 1997/98, 25 600, blz. 511. | Belastingdienst was ook vertegenwoordigd in de Werkgroep evaluatie en herziening fiscale tegemoetkomingen en faciliteiten voor ondernemers. Het rapport is op 29 oktober 1998 met de Tweede Kamer besproken. |
| 44. 1997–1998 | Indien zich nog meer problemen voordoen met betrekking tot de uitvoering van de subsidieregeling voor de pomphouders, zal de Kamer daarvan op de hoogte worden gesteld. | Staatssecretaris tijdens vragenuurtje op 18 november 1997, Handelingen II 1997/98, blz. 25–1906–1907. | Indien nodig wordt de Kamer nader geïnformeerd, laatstelijk gebeurd bij brieven van 12 maart en 26 april 1999. |
| 45. 1997–1998 | Informeren naar de mate waarin het ruling-team te Rotterdam (over)belast is en wat er waar is van het bericht dat dit ruling-team gedurende ongeveer een maand geen nieuwe aanvragen in behandeling neemt. | Staatssecretaris tijdens de Algemene financiële beschouwingen op 16 december 1997, Handelingen I 1997/98, 25 600, blz. 549. | Berichten inzake Rulingteam te Rotterdam blijken niet juist te zijn. |
| 46. 1997–1998 | Verslag van overleg aan de Staatssecretaris van Justitie doen toekomen. | Staatssecretaris tijdens overleg met de vaste commissie voor Financiën op 2 april 1998 over de evaluatie van de Invorderingswet 1990, Kamerstukken II 1997/98, 25 600 IXB, nr. 22. | Verslag is op 6 augustus 1998 toegezonden aan de Staatssecretaris van Justitie (WDB 98/257M). |
| 47. 1997–1998 | Staatssecretaris heeft toegezegd zijn opvolger te zullen melden dat het onderwerp van de oudedagsreserve te zijner tijd nadrukkelijk aan de orde moet komen. | Staatssecretaris tijdens algemeen overleg met vaste commissie voor Financiën op 10 juni 1998, Kamerstukken II 1997/98, 25 600 IXB, nr. 30. | Door uitkomst kabinetsformatie afgerond. |
| 48. 1997–1998 | Toegezegd is, in overleg met de Minister van LNV, een notitie inzake de verschillende aspecten van pachtersvoordelen. Daarbij zal onder meer aandacht worden besteed aan het gebruikersvoordeel, de betekenis van het arrest van de Hoge Raad van 26 maart 1997. | Staatssecretaris tijdens algemeen overleg met vaste commissie van LNV op 25 juni 1998, Kamerstukken II 1997/98, 25 600 XIV, nr. 28. | Terzake is op 14 oktober 1998 een brief aan de Tweede Kamer gezonden (DB 98/4295). |
| 49. 1997–1998 | Het Kabinet zal in kader NMP-3 terugkomen op de gedachte van een meer milieuvriendelijke grondslag motorrijtuigenbelasting. | Staatssecretaris tijdens debat op 26 november 1997 inzake het Belastingplan 1998, 25 691, blz. 2240. | In NMP-3 opgenomen, tevens in Uitvoeringsnota Klimaatbeleid. Nadere beleidsvoornemens inzake vergroening zijn opgenomen in een bijlage van de Miljoenennota. (Zie brief van de Staatssecretaris van Financiën van 30 juni 1999 (Kamerstukken II 1998/99, 26 200, nr. 39). |
| 50. 1997–1998 | Overleg met VROM over onderzoek naar ontwijkgedrag; tevens overleg met IPO. | Staatssecretaris tijdens algemeen overleg op 11 december 1997 met vaste commissie voor Financiën over het verslag van het evaluatieonderzoek inzake de bepalingen van de grondwaterbelasting en de afvalstoffenbelasting. Kamerstukken II 1997/98, 25 600 IXB, nr. 12, blz. 4 | De Commissie Integraal Waterbeheer heeft op 29 mei 1999 advies uitgebracht. Minister van V en W bereidt standpunt t.b.v. Tweede Kamer voor. |
| 51. 1997–1998 | Uitkomst onderzoek van VROM naar nuttige toepassing grond op stortplaatsen na maart 1998 naar Kamer. | Staatssecretaris tijdens algemeen overleg op 11 december 1997 met vaste commissie voor Financiën over het verslag van het evaluatieonderzoek inzake de bepalingen van de grondwaterbelasting en de afvalstoffenbelasting. Kamerstukken II 1997/98, 25 600 IXB, nr. 12, blz. 4 | Uitkomsten van onderzoek worden medio 1999 verwacht. VROM informeert Kamer. |
| 52. 1997–1998 | Schriftelijke reactie in maart 1998 alternatieve grondwatersystemen (oevergrondwaterwinning, diepte-infiltratie, ondergrondse ontijzering). | Staatssecretaris tijdens algemeen overleg op 11 december 1997 met vaste commissie voor Financiën over het verslag van het evaluatieonderzoek inzake de bepalingen van de grondwaterbelasting en de afvalstoffenbelasting. Kamerstukken II 1997/98, 25 600 IXB, nr. 12, blz. 4 | De beleidsvoornemens inzake de verdere vergroening zijn opgenomen in een bijlage bij de Miljoenennota. (Zie brief van de Staatssecretaris van Financiën van 30 juni 1999 (Kamerstukken II 1998/99, 26 200, nr. 39). |
| 53. 1997–1998 | Wanneer de voorstellen uit de verkenning 21e eeuw concrete vormen hebben aangenomen en hierover met de Staten-Generaal van gedachten wordt gewisseld, zal worden aangegeven wat een en ander betekent voor de besparingen op de overheidssector. | Staatssecretaris tijdens debat op 15/16 december 1997 inzake het Belastingplan 1998, Handelingen I 1997/1998, 25 691, blz. 12–548. | In het kader van de belastingherziening 21e eeuw vinden ook de besparingen op de overheidssector hun plaats. |
| 54. 1997–1998 | De Staatssecretaris heeft toegezegd terzake van de afdrachtvermindering kinderopvang te trachten in de zomer van 1998 in overleg met de departementen van VWS en SZW met praktische oplossingen te komen voor problemen i.v.m. fondsstructuren. | Staatssecretaris tijdens algemeen overleg met de vaste commissie voor Financiën op 8 april 1998 over de evaluatie van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen. Kamerstukken II 1997/98, 25 875. | Beleidsnota kinderopvang is op 8 juni 1999 naar de Tweede Kamer gezonden. |
| 55. 1998–1999 | Zo spoedig mogelijk komen met een wetsvoorstel i.v.m. de bestrijding van constructies die het gevolg zijn van de inbrengvrijstelling voor de overdrachtsbelasting (artikel 4 WBR). | Staatssecretaris tijdens algemeen overleg met vaste commissie voor Financiën op 10 juni 1998. | Onderdeel van de herziening belastingstelsel 21e eeuw onderdeel ondernemerspakket. |
| 56. 1998–1999 | Toegezegd is het instellen van een werkgroep vaarbelasting die zich bezig zal houden met de vormgeving van een vaarbelasting en alle aspecten die daarbij een rol spelen. | Staatssecretaris tijdens Algemene Financiële Beschouwingen in de Tweede Kamer op 1 oktober 1998, Handelingen II 1998/99, 26 200 IXB, blz. 406. | Werkgroep ingesteld bij beschikking d.d. 2 februari 1999, Stcrt. 23. |
| 57. 1998–1999 | De Staatssecretaris heeft toegezegd het CPB te vragen of zij bereid zijn om een variant kinderopvang te becijferen waarbij «alles» gaat naar fiscale maatregelen voor werknemers. | Staatssecretaris tijdens Algemene Financiële Beschouwingen in de Tweede Kamer op 1 oktober 1998, Handelingen II 1998/99, 26 200 IXB, blz. 408. | Beleidsnota kinderopvang is op 8 juni 1999 naar de Tweede Kamer gezonden. |
| 58. 1998–1999 | Rapportage vergroening van de motorrijtuigenbelasting waarschijnlijk eind 1998 beschikbaar. | Staatssecretaris tijdens Algemene Financiële Beschouwingen in de Tweede Kamer op 1 oktober 1998, Handelingen II 1998/99, 26 200 IXB, blz. 438. | In NMP-3 opgenomen, tevens in de Uitvoeringsnota klimaatbeleid. Nadere beleidsvoornemens zijn opgenomen in een bijlage van de Miljoenennota. (Zie brief van de Staatssecretaris van Financiën van 30 juni 1999 (Kamerstukken II 1998/99, 26 200, nr. 39). |
| 59. 1998–1999 | Toegezegd is de minister van BZK een brief te schrijven inzake de wens om fiscale wetgeving eerder openbaar te maken, met het verzoek om zo spoedig mogelijk te reageren. | Staatssecretaris tijdens Algemene Financiële Beschouwingen in de Tweede Kamer op 1 oktober 1998, Handelingen II 1998/99, 26 200 IXB, blz. 441. | Onder de aandacht gebracht bij de minister van BZK bij brieven van 13 oktober 1998, WDB98/353M, en 21 december 1998, WDB98/440M. |
| 60. 1998–1999 | Toegezegd is een uitgewerkte planning voor het proces belastingwetgeving 21e eeuw, zodat dit proces volgbaar is. | Staatssecretaris tijdens Algemene Financiële Beschouwingen in de Tweede Kamer op 1 oktober 1998, Handelingen II 1998/99, 26 200 IXB, blz. 453. | Bij brief van 18 januari 1999 (P21/99/17M) is de Tweede Kamer geïnformeerd over het tijdpad. |
| 61. 1998–1999 | Toegezegd is een notitie over de effectiviteit van belastinguitgaven. | Staatssecretaris tijdens algemeen overleg met vaste commissie voor Financiën inzake het rapport «Een duwtje in de rug» op 29 oktober 1998, Kamerstukken II 1998/99, 26 200 IXB, nr. 12, van de werkgroep evaluatie en herziening fiscale tegemoetkomingen en faciliteiten voor ondernemers. | In bijlage V van de Miljoenennota wordt aandacht besteed aan belastinguitgaven. |
| 62. 1998–1999 | De Staatssecretaris heeft toegezegd dat bij de stelselherziening nadrukkelijk aandacht zal worden besteed aan de deeltijd-ondernemer. | Staatssecretaris tijdens algemeen overleg met vaste commissie voor Financiën inzake het rapport «Een duwtje in de rug» op 29 oktober 1998, Kamerstukken II 1998/99, 26 200 IXB, nr. 12, van de werkgroep evaluatie en herziening fiscale tegemoetkomingen en faciliteiten voor ondernemers. | Bezien in het kader van de herziening belastingstelsel 21e eeuw. |
| 63. 1998–1999 | Toegezegd is om in overleg te treden met het MKB om te bekijken of betere gegevens kunnen worden verkregen inzake de terugsluis. | De Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Tweede Kamer op 25 november 1998, Kamerstukken II 1998/99, 26 245, blz. 2048–2049. | Overleg met MKB/EIM is gevoerd; afstemming van gegevens heeft plaatsgevonden. |
| 64. 1998–1999 | Toegezegd is een beter inzicht in de terugsluis te verwerven. Hierbij zullen ook huishoudens worden betrokken. | Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Tweede Kamer op 25 november 1998, Kamerstukken II, 1998/99, 26 245, blz. 2049. | De beleidsvoornemens inzake de verdere vergroening zijn opgenomen in een bijlage bij de Miljoenennota. (Zie brief van de Staatssecretaris van Financiën van 30 juni 1999 (Kamerstukken II 1998/99, 26 200, nr. 39). |
| 65. 1998–1999 | Met de Staatssecretaris van EZ nader bezien in hoeverre het mogelijk is meer inzicht in de problematiek van het belasten van grootverbruikers van energie te krijgen, mede gelet op de concurrentieverhoudingen. Met de Kamer zal worden overlegd over onderzoeksopzet. | Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Tweede Kamer op 25 november 1998, Kamerstukken II, 1998/99, 26 245, blz. 2050. | De beleidsvoornemens inzake de verdere vergroening zijn opgenomen in een bijlage bij de Miljoenennota. (Zie brief van de Staatssecretaris van Financiën van 30 juni 1999 (Kamerstukken II 1998/99, 26 200, nr. 39). |
| 66. 1998–1999 | Voor de zomer van 1999 met de Kamer van gedachten wisselen over alle aspecten van vergroening, waaronder terugsluis en de SPAK (specifieke afdrachtskorting). | Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Tweede Kamer op 25 november 1998, Kamerstukken II, 1998/99, 26 245, blz. 2051. | De beleidsvoornemens inzake de verdere vergroening zijn opgenomen in een bijlage bij de Miljoenennota. (Zie brief van de Staatssecretaris van Financiën van 30 juni 1999 (Kamerstukken II 1998/99, 26 200, nr. 39). |
| 67. 1998–1999 | Het CBS zal om nieuwe gegevens gevraagd worden om te gebruiken bij de bespreking van de vergroening en terugsluis met de Kamer. | Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Tweede Kamer op 25 november 1998, Kamerstukken II, 1998/99, 26 245, blz. 2051. | De beleidsvoornemens inzake de verdere vergroening zijn opgenomen in een bijlage bij de Miljoenennota. (Zie brief van de Staatssecretaris van Financiën van 30 juni 1999 (Kamerstukken II 1998/99, 26 200, nr. 39). |
| 68. 1998–1999 | Toegezegd is om bij verdere vergroening te komen tot een adequate compensatie van sport- en andere verenigingen al dan niet via de fiscale weg. | Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Tweede Kamer op 25 november 1998, Kamerstukken II, 1998/99, 26 245, blz. 2052. | De beleidsvoornemens inzake de verdere vergroening zijn opgenomen in een bijlage bij de Miljoenennota. (Zie brief van de Staatssecretaris van Financiën van 30 juni 1999 (Kamerstukken 1998/99, 26 200, nr. 39). |
| 69. 1998–1999 | Bezien wordt of het amendement van de heer Bos met betrekking tot de BTW op water tot uitvoeringsproblemen zal leiden, en deze dan oplossen. | Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Tweede Kamer op 25 november 1998, Kamerstukken II, 1998/99, 26 245, blz. 2054. | Geregeld in ministeriële regeling van 15 januari 1999, Stcrt. 12. |
| 70. 1998–1999 | Toegezegd is om meer in het algemeen te kijken hoe de fiscale faciliteit leerlingwezen werkt en daarbij de specifieke effecten van de verhoging van 32 uur naar 36 uur te betrekken. | De Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Tweede Kamer op 25 november 1998, Kamerstukken II 1998/99, 26 245, blz. 2057. | Minister van OCW heeft op 15 juli 1999 rapportage aan Tweede Kamer gezonden. |
| 71. 1998–1999 | Toegezegd is te proberen duidelijk te maken aan belastingplichtigen op welke wijze mogelijke problemen met betrekking tot de knip in de eerste schijf kunnen worden voorkomen. | Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Tweede Kamer op 25 november 1998, Kamerstukken II 1998/99, 26 245, blz. 2059. | In de voorlopige aanslagregeling is hieraan aandacht besteed. |
| 72. 1998–1999 | Toegezegd te proberen overleg met Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt inzake waardering van grond, successie- en schenkingsrecht vóór Kerstmis 1998 af te ronden en aan de Kamer te rapporteren, dan wel te komen tot een tussenrapportage. | Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Tweede Kamer op 25 november 1998, Kamerstukken II 1998/99, 26 245, blz. 2061. | Overleg afgerond; overeenstemming bereikt met NAJK en LTO Nederland over concept-besluit. Over dit concept vindt thans binnen Financiën definitieve besluitvorming plaats. |
| 73. 1998–1999 | Toegezegd voor 1 januari 1999 vragen omtrent de verkoop van woningen onder voorwaarde schriftelijk te beantwoorden. | Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Tweede Kamer op 25 november 1998, Kamerstukken II, 1998/99, 26 245, blz. 2062. | Beantwoord bij brief van 26 november 1998 (AFP 98/506). |
| 74. 1998–1999 | Begin 1999 zal een fiscale vergroeningscommissie worden ingesteld. Primaire taak van de commissie is te komen tot ideeën, gedachten en adviezen over de mogelijkheden van verdere vergroening. | Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Tweede Kamer op 25 november 1998, Kamerstukken II, 1998/99, 26 245, blz. 2063. | Commissie is samengesteld en start september 1999. |
| 75. 1998–1999 | Toegezegd om met het bedrijfsleven te overleggen over bezwaren tegen de omzetting van een winstaftrek in een afdrachtskorting (kinderopvang). Het aspect van de werkgelegenheid dient hierbij te worden betrokken. | Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Tweede Kamer op 25 november 1998, Kamerstukken II, 1998/99, 26 245, blz. 2074. | Beleidsnota kinderopvang is op 8 juni 1999 naar de Tweede Kamer gezonden. |
| 76. 1998–1999 | Toegezegd is om bij de per 1 juli 1999 te introduceren positieve prikkels het idee van leningen op zachte voorwaarden te betrekken. | Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Tweede Kamer op 25 november 1998, Kamerstukken II, 1998/99, 26 245, blz. 2074. | Loopt mee in wetsvoorstel positieve prikkels (Kamerstukken II 1998/1999, 26 532). |
| 77. 1998–1999 | Toegezegd op zo kort mogelijke termijn met een alternatief te komen voor het gedeeltelijk buiten de 17,5% BTW-heffing houden van de levering van water, of voor de 17,5% als zodanig. | De Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Tweede Kamer op 25 november 1998, Kamerstukken II, 1998/99, 26 245, blz. 2074. De Staatssecretaris heeft tijdens de plenaire behandeling in de Eerste Kamer op 15 december 1998 een nadere toezegging gedaan; Kamerstukken I 1998/99; 26 245, blz. 332. | De beleidsvoornemens inzake de verdere vergroening zijn opgenomen in een bijlage bij de Miljoenennota. (Zie brief van de Staatssecretaris van Financiën van 30 juni 1999 (Kamerstukken II 1998/99, 26 200, nr. 39). |
| 1998–1999 | Bereid om na te gaan of de invoering van een heffingsvrije voet in de BTW-heffing op de levering van water beter aansluit bij de gekozen systematiek van energieheffingen. Discussie kan nog gevoerd worden voor het uitbrengen van het belastingplan 2000, zodat de resultaten daarbij kunnen worden betrokken. | De Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Tweede Kamer op 25 november 1998, Kamerstukken II 1998/99, 26 245, blz. 2074. | |
| 78. 1998–1999 | Toezegging herhaald om een onderzoek te verrichten naar de problematiek van putten. | De Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Tweede Kamer op 25 november 1998, Kamerstukken II 1998/99, 26 245, blz. 2075. | De Commissie Integraal Waterbeheer heeft op 29 mei 1999 advies uitgebracht. Minister van V & W bereidt standpunt t.b.v. Tweede Kamer voor. |
| 79. 1998–1999 | Toegezegd is om met de nieuwe minister van EZ de voordelen die Esso en Shell hebben van de ecotaks opnieuw te bezien. | De Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Tweede Kamer op 25 november 1998, Kamerstukken II 1998/99, 26 245, blz. 2075. | De beleidsvoornemens inzake de verdere vergroening zijn opgenomen in een bijlage bij de Miljoenennota. (Zie brief van de Staatssecretaris van Financiën van 30 juni 1999 (Kamerstukken 1998/99, 26 200, nr. 39). |
| 80. 1998–1999 | Bij een geschikte gelegenheid voorstellen dat, in de situatie dat na de beëindiging van een schuldsaneringsregeling het onvoldane deel van de schuld dat blijft voortbestaan als een natuurlijke verbintenis, net als in de situatie van een akkoord de kwijtscheldingswinstregeling van toepassing is. | De Staatssecretaris in een antwoordbrief d.d. 30 november 1998 (WDB 98/400U) aan de voorzitter van de Eerste kamer naar aanleiding van het artikel «Schuldsanering en de Fiscale Kwijtscheldingswinstregeling». | In het Besluit van 8 januari 1999 (DB98/4444) is, vooruitlopend op wetgeving terzake, goedgekeurd dat de kwijtscheldingsregeling van artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 van toepassing is indien op beëindiging van de schuldsanering een gedeelte van de schuld als natuurlijke verbintenis blijft voortbestaan. |
| 81. 1998–1999 | De Staatssecretaris is bereid tot een gedachtewisseling met de Raad van State omtrent het (beperkt) openbaar maken van het wetsvoorstel inzake de belastingheffing 21e eeuw voordat de Raad van State heeft geadviseerd. | De Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het belastingplan 1999 in de Eerste Kamer op 14 en 15 december 1998, Handelingen I 1998/99, 26 245, blz. 327. | Bij brief van 21 december 1998 heeft de Staatssecretaris de Minister van BZK verzocht om de mogelijkheden hiertoe te onderzoeken. |
| 82. 1998–1999 | De Staatssecretaris is bereid tot een gedachtewisseling met de Raad van State omtrent het (beperkt) openbaar maken van het wetsvoorstel inzake de belastingheffing 21e eeuw voordat de Raad van State heeft geadviseerd. | De Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het belastingplan 1999 in de Eerste Kamer op 14 en 15 december 1998, Handelingen I 1998/99, 26 245, blz. 327. | Bij brief van 21 december 1998 heeft de Staatssecretaris de Minister van BZK verzocht om de mogelijkheden hiertoe te onderzoeken. |
| 83. 1998–1999 | Toegezegd is om bij een eventuele verhoging van het algemene BTW-tarief naar 19% de hoogte van de Duitse BTW in de afweging te betrekken | De Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het belastingplan 1999 in de Eerste Kamer op 14 en 15 december 1998, Handelingen I 1998/99, 26 245, blz. 327. | Is meegenomen in besluitvorming BTW-tariefverhoging i.v.m. 21e eeuw. |
| 84. 1998–1999 | Toegezegd om het verschil in cijfers van de Vewin en het CBS (waterverbruik van verschillende inkomensgroepen) nader te onderzoeken. | De Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het belastingplan 1999 in de Eerste Kamer op 14 en 15 december 1998, Handelingen I 1998/99, 26 245, blz. 331. | Overleg met Vewin is gevoerd. Afstemming van gegevens heeft plaatsgevonden. |
| 85. 1998–1999 | Toegezegd om met de Tweede Kamer te overleggen over Europese ontwikkelingen. | Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het belastingplan 1999 in de Eerste Kamer op 14 en 15 december 1998, Handelingen I 1998/99, 26 245, blz. 352. | Gedachtewisselingen met de Tweede kamer vinden plaats in het reguliere algemene overleg inzake Europese aangelegenheden (Europa overleg). |
| 86. 1998–1999 | Toegezegd schriftelijk te antwoorden op de vraag of «niet bemoeilijken» gelijkgesteld kan worden met kwijtschelden in de sfeer van de invordering. | De Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het belastingplan 1999 in de Eerste Kamer op 14 en 15 december 1998, Handelingen I 1998/99, 26 245, blz. 352–353. | Beantwoord bij brief van 21 december 1998, Kamerstukken I 1998–1999, 26 245, nr. 107b. |
| 87. 1998–1999 | Toegezegd is om bij de invoering van de belastingherziening in het kader van de 21e eeuw aandacht te besteden aan de inkomenseffecten die de invoering zal hebben op de middengroepen en op huishoudens met kinderen. | De Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het belastingplan 1999 in de Eerste Kamer op 14 en 15 december 1998, Handelingen I 1998/99, 26 245, blz. 353. | Betrokken bij belastingherziening 21e eeuw. |
| 88. 1998–1999 | Toegezegd om te pogen het nut van «boxen» duidelijk te maken. | De Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het belastingplan 1999 in de Eerste Kamer op 14 en 15 december 1998, Handelingen I 1998/99, 26 245, blz. 353. | Aan het nut van «boxen» zal aandacht worden besteed in het wetsvoorstel belastingherziening 21e eeuw. |
| 89. 1998–1999 | De vragen over de AWBZ en de Wet op de bejaardenoorden zullen schriftelijk beantwoord worden. | De Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het belastingplan 1999 in de Eerste Kamer op 14 en 15 december 1998, Handelingen I 1998/99, 26 245, blz. 353. | Beantwoord bij brief van 21 december 1998, Kamerstukken I 1998–1999, 26 245, nr. 107b. |
| 90. 1998–1999 | De Staatssecretaris heeft toegezegd aan de vaste commissie voor Financiën en Volkshuisvesting een notitie te doen toekomen inzake de fiscale aspecten van maatschappelijk gebonden eigendom, toegespitst op de eigen woning. | Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het belastingplan 1999 in de Eerste Kamer op 14 en 15 december 1998, Handelingen I 1998/99, 26 245, blz. 407. | Terzake is op 4 maart 1999 een besluit gepubliceerd (DB 99/669M) en een brief aan de Tweede Kamer gezonden (DB 98/3687U). |
| 91. 1998–1999 | Toegezegd is dat de notitie inzake beleidsmatige keuzen die worden gemaakt bij de douane binnen enkele weken gereed zal zijn. | Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het belastingplan 1999 in de Eerste Kamer op 14 en 15 december 1998, Handelingen I 1998/99, 26 245, blz. 439. | De Tweede Kamer is ingelicht bij brief van 14 januari 1999 (PFC 98/1252M) |
| 92. 1998–1999 | Toegezegd dat een verzoek om een notitie over de BTW-differentiatie met betrekking tot arbeidsintensieve diensten aan de Staatssecretaris zal worden overgebracht. Deze notitie zal vermoedelijk in het voorjaar van 1999 gereed zijn. | De Minister tijdens het debat inzake de Najaarsnota 1998 op 16 december 1998. Handelingen II 1998/99, blz. 2786. | Via Ecofin-verslagen en daaruit volgend overleg is de Tweede Kamer over de voortgang geïnformeerd. |
Onderdeel B.2 toezeggingen waarvan de uitvoering nog niet is afgerond
| Vergaderjaar | Omschrijving van de toezegging | Vindplaats | Stand van zaken/Planning |
|---|---|---|---|
| 93. 1986–1987 | Evaluatie renteregeling. Hierbij zal naast de budgettaire en organisatorische gevolgen van de regeling tevens met reacties van belastingplichtigen en hulpverleners rekening worden gehouden. | Staatssecretaris tijdens debat met de Eerste Kamer inzake de heffingsrente op 24 maart 1987, Handelingen I 1986/87, 19 557, blz. 977. | Evaluatie zal in de tweede helft 1999 aan de Tweede Kamer worden aangeboden. |
| 94. 1991–1992 | Evalueren van de werking van de Wet brede herwaardering in de praktijk in samenwerking met de verzekeraars. | Staatssecretaris tijdens debat op 10 december 1991 inzake de brede herwaardering, Handelingen I 1991/92, 21 198, blz. 393 en 402. | De evaluatie is in de tweede helft van 1997 gestart. De afronding is voorzien in de tweede helft van 1999. |
| 95. 1992–1993 | Evaluatie winstbedrijfsspaarregeling die mede benut zal worden om te bezien of verdere stroomlijning van de bestaande bedrijfsspaarregelingen kan worden overwogen. | Staatssecretaris tijdens debat op 7 september 1993 inzake het initiatiefwetsvoorstel Vermeend/ Vreugdenhil inzake winstdeling, Handelingen II 1992/93, 20 291, blz. 6755. | De evaluatie zal in de tweede helft van 1999 worden afgerond. |
| 96. 1992–1993 | Te gelegener tijd de Kamer informeren, zo nodig vertrouwelijk, over resultaten van de aanpak van de bestrijding van handel in vervangingsreservevennootschappen. | Staatssecretaris tijdens debat op 11 november 1992 inzake het begrotingshoofdstuk voor financiën, Handelingen II 1992/93, 22 800 IX, blz. 1520. | Er lopen enige civiele procedures. Na afloop van die procedures zal de Kamer worden geïnformeerd. In ieder geval heeft de Hoge Raad een arrest gewezen waaruit blijkt dat de ontvanger langs civielrechtelijke weg belastingschulden via een onrechtmatige-daadactie kan invorderen. Dit is echter een tussenstand. De procedures worden vervolgd. |
| 97. 1994–1995 | Knelpunten die het aandelenbezit van werknemers in de weg staan in beeld brengen en vervolgens daarover rapporteren. | Staatssecretaris tijdens debat Algemene Financiële Beschouwingen op 13 oktober 1994, Handelingen II 1994/95, 23 900, blz. 10–397. | Raad van State heeft op 28 juli 1998 advies uitgebracht over een wetsvoorstel tot herziening van het regime voor de fiscale eenheid en de vennootschapsbelasting. |
| 98. 1995–1996 | Er zal vrij snel een nota over kansspelen worden uitgebracht, waarin onder andere aandacht zal worden besteed aan de hele problematiek van de illegale loterijen en de buitenlandse loterijen. In de nota Kansspelbeleid zal ook aandacht worden besteed aan onder andere de vraag van het niet innen van kansspelbelasting, bijvoorbeeld in het illegale gokcircuit. | Staatssecretaris tijdens het begrotingsoverleg op 27 september 1995, Kamerstukken II 1995/96, 24 400 IXB, nr. 5, blz. 4. | Nota «kansspelen herijkt» is inmiddels naar de Tweede Kamer gezonden. Daarin wordt verwezen naar een nog door Financiën uit te brengen studie (Kamerstukken II 1995/96, 24 557, nr. 2, blz. 14). Studie is gaande. |
| 99. 1995–1996 | Bereid om aan het verzoek van de heer Reitsma tegemoet te komen om na 3 jaar te bezien of de f 163 mln lastenverlichting voor de agrarische sector daadwerkelijk aan deze sector ten goede is gekomen. | Staatssecretaris tijdens debat op 14 november 1995 inzake het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet op de ib, lb en rvk (MKB), Handelingen II 1995/96, 24 423, blz. 1792. | Onderzoek kan eerst na drie jaar plaatsvinden. In tweede helft 1999 zal Kamer worden geïnformeerd. |
| 100. 1995–1996 | Bedrijfsopvolging in de landbouwsfeer bezien bij vrijstelling overdrachtsbelasting reorganisaties. | Staatssecretaris tijdens debat op 12 december 1995 inzake het wetsvoorstel reparatie BTW-constructies met onroerende zaken, Handelingen II 1995/96, 24 428, blz. 12–473. | De uitwerking van de problematiek vindt plaats in de Werkgroep Fiscale opties bij herstructurering op bedrijfsniveau in de landen tuinbouw. De rapportage van de werkgroep wordt rond 1 oktober 1999 verwacht. |
| De Staatssecretaris laat in het kader van de Werkgroep fiscaal-technische herziening van de loon- en inkomstenbelasting, welke werkgroep ook de doorschuifregeling onderzoekt, het onderzoek naar een oplossing voor de overdrachtsbelasting bedrijfsopvolging voortzetten. | Kamerstukken II 1995/96, 24 428, nr. 5, blz. 15. | ||
| Bereid vanuit een positieve grondhouding te kijken naar een verruiming op het punt van de problematiek van de bedrijfsopvolging in de overdrachtsbelasting (art. 15, lid 1, onderdeel g Wet belastingen van rechtsverkeer). Het zal echter wel moeten gaan om een verruiming met het oog op het gelijkheidsbeginsel. Ik zal dat betrekken bij de herziening van de loon- en inkomstenbelasting waarmee wij op het ogenblik bezig zijn in werkgroepverband. | Staatssecretaris tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen in de Eerste Kamer op 12 en 13 december 1995, Handelingen I 1995/96, blz. 12–473. | ||
| Vrijstelling overdrachtsbelasting bij bedrijfsopvolging in de zijlinie. | Staatssecretaris tijdens debat op 13 december 1995 inzake het wetsvoorstel 24 428, Handelingen I 1995/96, blz. 500. | ||
| 101. 1996–1997 | Voorkomen moet worden dat er onnodige administratieve lasten ontstaan in de uitvoeringspraktijk van bijvoorbeeld artikel 10a. Er zal een praktische en pragmatische aanpak worden gekozen. Dit punt zal meegenomen worden als de hele uitvoeringspraktijk van de «fiscale infrastructuur» onder de loep genomen wordt. | Staatssecretaris tijdens debat op 10 oktober 1996, inzake wetsvoorstel 24 696, Handelingen II 1996/97, blz. 694. | Wordt eventueel meegenomen bij de evaluatie fiscale infrastructuur in het jaar 2000. |
| 102. 1996–1997 | De evaluatie van het wetsvoorstel «fiscale infrastructuur» zal plaatsvinden over drie à vier jaar waarbij de gang van zaken in de praktijk gevolgd zal worden. Indien er eerder gegevens beschikbaar zijn zullen die aan de Kamer gemeld worden, daarbij wordt de kapitaalsbelasting betrokken. | Staatssecretaris tijdens debat op 10 oktober 1996, inzake wetsvoorstel 24 696, Handelingen II 1996/97, blz. 695, 697. | Wet is op 1 januari 1997 in werking getreden. Evaluatie over 3 à 4 jaar. Uitvoering in het jaar 2000. |
| 103. 1997–1998 | Bereid om regeling voor zwakke economische regio's die betrekking heeft op de jaren 96, 97 en 98 eerder te evalueren dan pas eind 1998. | Staatssecretaris tijdens Algemene financiële beschouwingen 1 oktober 1997, Handelingen II 1997/98, 25 600, blz. 8–511. | Evaluatie rond 1 oktober 1999 naar Tweede Kamer. |
| 104. 1997–1998 | De regeling voor telewerken zal na een jaar, indien er voldoende gegevens zijn, worden geëvalueerd. Indien de regeling niet werkt, wordt deze stopgezet. | Staatssecretaris tijdens plenaire behandeling van het wetsvoorstel fiscale milieuversterking, Handelingen II 1997/98, 25 689, blz. 2269. | Afronding voorzien in de tweede helft van 1999. |
| 105. 1997–1998 | De relatie tussen het afschaffen van de vermogensaftrek en de vermogenstoets in de FOR en de gevolgen hiervan bij verschillende sectoren betrekken bij de evaluatie over 2 jaar. | Staatssecretaris tijdens plenaire behandeling van het wetsvoorstel FOR, Handelingen II 1997/98, 25 690, blz. 2273. | Evaluatie vindt plaats in 2000. |
| 106. 1997–1998 | Over twee jaar (na 1999) is meer bekend over de feitelijke milieu en economische effecten. | Staatssecretaris tijdens algemeen overleg op 11 december 1997 met vaste commissie voor Financiën over het verslag van het evaluatieonderzoek inzake de bepalingen van de grondwaterbelasting en de afvalstoffenbelasting. Kamerstukken II 1997/98, 25 600 IXB, nr. 12, blz. 4 | In de loop van 2000 zal worden gerapporteerd aan de Kamer. |
| 107. 1997–1998 | Toezegging evaluatie in het jaar 2000 van de Wet inzake de fiscale begeleiding van splitsing en fusie van rechtspersonen. | Staatssecretaris tijdens parlementaire behandeling van het wetsvoorstel inzake de fiscale begeleiding van splitsing en fusie van rechtspersonen op 7 april 1998. Handelingen II 1997/98, 25 709, blz. 5230. | Evaluatie vindt plaats in 2000. |
| 108. 1997–1998 | Trachten om voor het eind van het jaar de effectiviteit, dus de doelmatigheid en de doeltreffendheid in de praktijk, te meten. Het gaat om de administratieve lasten, de uitvoering en het gebruik. | Staatssecretaris tijdens algemeen overleg met de vaste commissie voor Financiën op 8 april 1998 over de evaluatie van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen. Kamerstukken II 1997/98, 25 875. | NEI voert momenteel onderzoek uit. Verwachting is dat dit eind van de zomer 1999 wordt afgerond. |
| 1998–1999 | Toegezegd om samen met SZW de SPAK (specifieke afdrachtskorting) te analyseren. | De Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 1999 in de Tweede Kamer op 25 november 1998, Kamerstukken II, 1998/99, 26 245, blz. 2074. | |
| 109. 1997–1998 | Op verzoek van B.M. de Vries zal de Staatssecretaris de Tweede Kamer een toetsingsschema doen toekomen voor de Nederlandse inzet bij onderhandelingen over de totstandkoming van een bilateraal belastingverdrag. | Staatssecretaris tijdens algemeen overleg op 18 juni 1998 met vaste commissie voor Financiën over de notitie «Uitgangspunten van het beleid op het terrein van internationaal fiscaal (verdragen)recht» Kamerstukken II 1997/98, 25 087, nr. 4. | Er wordt naar gestreefd in het najaar van 1999 een toetsingsschema naar de Kamer te sturen. |
| 110. 1998–1999 | Slotrapportage in 1999 over werking btw-reparatiewet constructies onroerend goed. | Staatssecretaris tijdens algemeen overleg met vaste commissie voor Financiën op 10 juni 1998. | Rapportage is als tussenstand op 21 april 1998 (Kamerstukken II 1997/98, 25 600 IXB, nr. 20) aan de Tweede Kamer gezonden. Slotrapportage voorzien voor tweede helft van 1999. |
| 111. 1998–1999 | Contact opnemen met de collega van VROM om na te gaan wat gedaan kan worden om de Kamer een actueler inzicht te geven in de hypotheekrenteaftrek ten opzichte van oudere studies. | Staatssecretaris tijdens begrotingsoverleg met Tweede Kamer op 23 september 1998. | In voorbereiding. |
| 112. 1998–1999 | Er wordt onderzocht of de Tante-Agaathregeling voldoende tot haar recht komt. | Staatssecretaris tijdens algemeen overleg met vaste commissie voor Financiën inzake het rapport «Een duwtje in de rug» op 29 oktober 1998, Kamerstukken II 1998/99, 26 200 IXB, nr. 12, van de werkgroep evaluatie en herziening fiscale tegemoetkomingen en faciliteiten voor ondernemers. | In voorbereiding. |
| 113. 1998–1999 | De Staatssecretaris zal naar aanleiding van reeds gestelde schriftelijke Kamervragen ingaan op het Baksteenarrest van de Hoge Raad. | Staatssecretaris tijdens algemeen overleg met vaste commissie voor Financiën inzake het rapport «Een duwtje in de rug» op 29 oktober 1998, Kamerstukken II 1998/99, 26 200 IXB, nr. 12, van de werkgroep evaluatie en herziening fiscale tegemoetkomingen en faciliteiten voor ondernemers. | De Raad van State heeft op 25 mei 1999 advies uitgebracht over het wetsvoorstel naar aanleiding van het Baksteenarrest. |
| 1998–1999 | Toegezegd om in verband met de aangekondigde reparatiewetgeving van het Baksteenarrest zich te beraden op situaties waarin termijnoverschrijdingen in het geding zijn. | De Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het belastingplan 1999 in de Eerste Kamer op 14 en 15 december 1998, Handelingen I 1998/99, 25 245, blz. 327. | |
| 114. 1998–1999 | De vragen over de ontwikkelingen op het terrein van de Belgisch-Nederlandse samenwerking zullen binnenkort worden beantwoord. | Staatssecretaris tijdens Algemene Financiële Beschouwingen in de Tweede Kamer op 1 oktober 1998, Handelingen II 1998/99, 26 200 IXB, blz. 405. | In voorbereiding. |
| 115. 1998–1999 | Toegezegd is om de problematiek met betrekking tot bodemverontreiniging en het feit dat dit bij de toepassing van de WOZ een factor is die de waarde mede bepaalt nader te bezien. | Idem blz. 2060. | Wordt meegenomen in evaluatie Wet WOZ. |
| 116. 1998–1999 | Toegezegd om, tegelijkertijd met de Tweede Kamer, de Eerste Kamer te berichten over de bevindingen van een op te richten interdepartementale werkgroep omtrent landbouw en bedrijfsopvolging. | De Staatssecretaris tijdens de plenaire behandeling van het belastingplan 1999 in de Eerste Kamer op 14 en 15 december 1998, Handelingen I 1998/99, 26 245, blz. 329. | De rapportage wordt rond 1 oktober 1999 verwacht. |
| 117. 1998–1999 | Toegezegd is een brief aan de Tweede kamer waarin wordt uitgelegd: a. hoe en vanaf wanneer belastingsoorten in euro kunnen worden aangegeven b. hoe wordt omgegaan met geprognotiseerde derving van belastinginkomsten (f 60 mln) als gevolg van afrondingen bij aangiften in euro. | De Minister van Financiën tijdens een algemeen overleg met de vaste commissie voor Financiën inzake de invoering van de euro op 8 april 1999. | In voorbereiding. |
| 118. 1998–1999 | Toegezegd is indien bij de Uitvoeringsregeling inzake het vervallen van de belastingvrije verkoop problemen mochten optreden, de Kamer zal worden geïnformeerd. | De Staatssecretaris tijdens een algemeen overleg met de vaste commissie voor Financiën van 20 mei 1999 inzake voorbereiding Ecofin 25 mei 1999. | Tax free verkopen vervallen per 1 juli 1999. Nederland heeft bij de EU-Commissie aangedrongen op verdergaande vereenvoudigingsmaatregelen van communautaire regelgeving. |
Moties en toezeggingen (niet-fiscaal)
A. Door de Staten-Generaal aanvaarde moties (niet-fiscaal)
| Omschrijving van de motie | Vindplaats | Stand van zaken |
|---|---|---|
| Van der Vlies nodigt de regering uit tot een fundamentele bezinning op de aard en begrenzing van de overheidstaak en verzoekt de regering hierover een notitie aan de Kamer voor te leggen. | Kamerstukken II 1997/98, 25 600, nr. 26 | In voorbereiding. |
| Witteveen en van Walsem verz. de regering een voorstel voor te bereiden om de gewenste duidelijkheid m.b.t. taken en bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer vast te leggen. | Kamerstukken II 1997/98, 25 080, nr. 19. | Discussie is gaande. Kamerstukken II, 24 479. |
| Crone en Bakker etc. verzoeken het kabinet zich maximaal in te zetten voor ingrijpende maatregelen van het IMF en de Wereldbank. | Kamerstukken II 1998/99, 26 200, nr. 28. | Verslag van Interim Committee en Development Committee van het IMF/Wereldbank besproken in Algemeen Overleg d.d. 20 oktober 1998 en 9 juni 1999. (Kamerstukken II 1998/99, 26 234, nr. 2 en 1998/99, 26 234, nr. 7) |
| Melkert en Dijkstal etc. zeggen tijdens de afz. behandeling van de begrotingshfdst. aan te geven van welke beleidsprioriteiten meer in het bijzonder prestatiegegevens moeten worden opgenomen in de depart. jaarverslagen over het begrotingsjaar 1999. | Kamerstukken II 1998/99, 26 200, nr. 6. | In het eindrapport van de werkgroep «Van Zijl» (Kamerstukken II, 1998/1999, 26 526, nr. 1) is hiervan verslag gedaan. Tevens is de kamer in een brief van 19 mei 1999 (26 347, nr. 3) en 31 mei 1999 (26 347, nr. 4) hierover ingelicht. |
| De Graaf en Melkert verz. de regering voorstellen te doen die de neg. effect. van de bevriezing van de max. toegestane huur moeten terugbrengen binnen de beschikbare budgetten en een oneigenlijke subsidiëring moeten tegengaan. | Kamerstukken II 1998/99, 26 200, nr. 7. | Onderdeel van de voorstellen tot wijziging van de huursubsidiewet, ingaande 1 juli 1999 (Stbl. 1999, 215) |
| De Graaf en Melkert verz. de regering tijdens het najaarsoverleg te bespreken, hoe een groter draagvlak kan worden bereikt voor de reïntegratie van mensen met een arbeidshandicap en de resultaten vóór de begrotingsbehandeling van SoZaWe mee te delen. | Kamerstukken II 1998/99, 26 200, nr. 15. | De minister van SZW heeft bij brief van 3 december 1998 het rapport van de tripartite werkgroep reïntegratie aan de TK aangeboden. |
B. Door bewindslieden gedane toezeggingen (niet-fiscaal)
| Omschrijving van de toezegging | Vindplaats | Stand van zaken |
|---|---|---|
| De Minister zal de Kamer z.s.m. rapporteren over het nieuw te verwachten regime voor «corporate governance». (De VEUO en de VBVE gaan proberen de positie van de aandeelhouders te versterken en daar een soort code voor te maken) | Minister tijdens behandeling van de wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen (24 626) op 9 oktober 1996. (Handelingen II 1996–1997, p. 631) | Kabinetsreactie op rapport Cie-Peters is 20-4-98 aangeboden aan TK (Kamerstukken II 1997–1998, 25 732 nr. 5). Kabinetsreactie op rapport Monitoring Cie. Peters II is 10-5-99 aangeboden aan TK (Kamerstukken II 1998/99, 25 732, nr. 8). Ingegaan wordt op effect aanbevelingen en eventueel noodzakelijke wijzigingen. |
| Staatssecretaris zal schriftelijke reactie aan de vaste commissie zenden over het buiten het uitgavenkader houden van de meeropbrengsten van agrarische domeingronden | Staatssecretaris tijdens begrotingsonderzoek vaste commissie voor Financiën op 3 oktober 1996 (Kamerstukken II 1996–1997, 25 000 IXB, nr. 8, p. 8) | In voorbereiding |
| Samen met de andere departementen worden de toezichtswetten doorgelicht. Wij hopen voor de zomer een analyse te krijgen van de werkgroep die daarmee bezig is. | Minister tijdens behandeling van wetsvoorstel 24 456 (toezicht op toezicht) op 18 februari 1997 (Handelingen II 1996–1997) blz. 3880 | Brief aan Tweede Kamer gestuurd op 29 juli 1998. |
| Aan toezichthouders vragen hoe de informatie-uitwisseling en -vergaring is geregeld m.b.t. personeelsmutaties binnen en tussen de onder toezicht staande sectoren | Minister tijdens algemeen overleg met de vaste Commissie voor Financiën op 22 april 1997 | Is meegenomen in Integriteitsnota (Kamerstukken II, 1997–1998, 25 830). |
| De Minister zal nagaan of hij i.s.m. de Minister van Justitie een overzicht kan verschaffen van subsidiëring uit de Rijksbegroting aan ideële organisaties (o.a. m.b.t. de Postcodeloterij) | Minister tijdens Algemene Financiële Beschouwingen d.d. 1 oktober 1997 (Handelingen II 1997–1998, blz.498 + 526) | Over de criteria van de inventarisatie zijn afspraken gemaakt met de TK. De uiteindelijke inventarisatie is op 27-3-97 aan TK gezonden. (Kamerstukken II 1998–1999, 26 200 IXB nr. 4 Bijlage) |
| De Minister zegt toe de notitie over opties, niet zijnde het fiscale wetsvoorstel, waarschijnlijk voorjaar 1998 naar de Kamer te sturen. | Minister tijdens behandeling wijziging WTE 1995 i.v.m. gebruik voorwetenschap op 19 november 1997 (Handelingen II 1997/98, blz. 1978) | Brief aan Tweede Kamer d.d. 23 november 1998 (Kamerstukken II 1998–1999, 26 302 nr. 1) |
| De Minister zegt toe de Kamer een notitie te doen toekomen over de interpretatie van artikel 54 van de Comptabiliteitswet | Minister tijdens behandeling van de moties m.b.t. de schenking van DNB (Victory Boogie Woogie) op 15 oktober 1998 (Handelingen II 1998–1999 p. 936) | In voorbereiding |
| De Minister zal bezien of de wens van de AR om een KB te slaan m.b.t. schenking DNB ingewilligd kan worden | Minister tijdens algemeen overleg op 15 oktober 1998 (Kamerstukken II 1998–1999, 26 248 nr. 9) | Brief aan Tweede Kamer d.d. 20 april 1999. KB 7-4-99 (Stb. 1999 165) |
| De Kamer zal een notitie krijgen met daarin een inventarisatie van concrete voorstellen die de Minister de Kamer de komende periode zal doen | Minister tijdens behandeling van toezicht op toezicht op 29 oktober 1998 (Handelingen II 1998–1999, p. 1098 + 1103) | Brief aan TK d.d. 4-12-98 (Kamerstukken II 1998–1999 24 456 nr. 20) |
| Rond de jaarwisseling zal de Minister met een notitie komen met een verhaal over conglomeraten en de vormgeving van het toezicht in een bredere context | Minister tijdens behandeling van toezicht op toezicht op 29 oktober 1998 (Handelingen II 1998–1999 p. 1098) | Brief aan TK d.d. 2-4-99 (Kamerstukken II 1998–1999, 26 466, nr. 1) |
| De Minister zal bij de Europese Commissie aankaarten of de Cie een wijziging van de regelgeving inzake geheimhouding en informatie-uitwisseling overweging zou willen nemen. Ook de andere ministers zullen hierover geïnformeerd worden. | Minister tijdens behandeling van toezicht op toezicht op 29 oktober 1998 (Handelingen II 1998–1999 p.1101–1102 + 1103) | Brief aan Europees Commissaris Monti d.d. 29 april 1999. Brief aan overige ministers d.d. 28 mei 1999. Hier wordt op teruggekomen na reactie van Europese Commissie. |
| De Kamer zal na overleg met de STE geïnformeerd worden over de mening van deze toezichthouder over de korte termijn tussen het uitbrengen van een prospectus en de inschrijving op een emissie. | Minister tijdens algemeen overleg over nota integriteit financiële sector op 1 april 1998 (Kamerstukken II 1997/98, 25 830, nr. 3, p. 6) | Brief aan Tweede Kamer d.d. 25 juni 1998 (Kamerstukken II, 1997–1998 25 830, nr. 4) |
| Minister zegt toe de Kamer jaarlijks te rapporteren over de voortgang bij de uitvoering van de nota en hij zal de Kamer nog voor de zomer informeren over de uitwerking van de nog openstaande onderdelen van de nota | Minister tijdens algemeen overleg over nota integriteit financiële sector op 1 april 1998 (Kamerstukken II 1997–1998 25 830 nr. 3 p. 10) | Brief aan TK d.d. 25 juni 1998 (Kamerstukken II 1997–1998 25 830 nr. 4) |
| De Minister zal met de NVB overleggen omtrent de reikwijdte van de integriteitscode. Deze dient ook van toepassing te zijn op dochterondernemingen in het buitenland. De Kamer zal schriftelijk geïnformeerd worden over mogelijke belemmeringen in deze. | Minister tijdens overleg met de vaste cie. voor Financiën d.d. 31-3-99 over de integriteit van de financiële sector (Kamerstukken II 1998–1999 25 830 nr. 8 p. 5) | Brief aan vaste cie. van Financiën d.d. 1 juni 1999. |
| De beurs is al een eind gevorderd met een gedegen analyse van de primaire markt, ook in internationaal verband. De Minister zegt toe het resultaat daarvan aan de Kamer toe te sturen. | Minister tijdens overleg met de vaste cie. voor Financien d.d. 31-3-99 over de integriteit van de financiële sector (Kamerstukken II 1998–1999 25 830 nr. 8 p. 5) | In voorbereiding, onderzoek is nog niet afgerond. |
| De vragen van mevr. Voûte omtrent strafbaarstelling gebruik voorwetenschap zullen z.s.m. mogelijk beantwoord worden. Er is echter meer overleg met de STE over de juridische aspecten noodzakelijk. | Minister tijdens overleg met de vaste cie. voor Financiën d.d. 31-3-99 over de integriteit van de financiële sector (Kamerstukken II 1998/99, 25 830, nr. 8, p. 7). | Beantwoording in brief aan Tweede Kamer d.d. 9 april 1999. |
| De Minister zal een nader overzicht verstrekken van de voorziene capaciteitsuitbreiding bij diverse instanties | Minister tijdens overleg met de vaste cie. voor Financiën d.d. 31-3-99 over de integriteit van de financiële sector (Kamerstukken II 1998–1999, 25 830 nr. 8 p. 7) | Brief aan Vaste cie. van Financiën d.d. 1 juni 1999 |
| De Minister is bereid na te gaan of de banken inderdaad per 1 januari de gedragscode van de NVB hebben overgenomen | Minister tijdens overleg met de vaste cie. voor Financiën d.d. 31-3-99 over de integriteit van de financiële sector (Kamerstukken II 1998–1999 25 830 nr. 8 p. 8) | Brief aan Vaste cie. van Financiën d.d. 1 juni 1999 |
| Het overleg met DNB en STE over het toezicht op afwikkelsystemen is in een afrondende fase; de Minister hoopt de Kamer hierover nog voor de zomer te kunnen informeren. Wetgeving zal nodig zijn. | Minister tijdens overleg met de vaste cie. voor Financiën d.d. 31-3-99 over de integriteit van de financiële sector (Kamerstukken II 1998–1999 25 830 nr. 8 p. 8) | In voorbereiding. Na de zomer volgt tussentijdse rapportage aan de Tweede Kamer. |
| De Minister is bereid de bevoegdheden van de AR t.a.v. DNB verwoord in art.59 lid 3 en 4 van de Comptabiliteitswet, opnieuw te bezien. | Minister tijdens behandeling van de Bankwet op 14 april 1999 (Handelingen II 1998/99, p. 4139). | In voorbereiding. |
| De Minister zal de financiële verslaggeving van verzekeraars nader bezien. | – | Beleidsnota «Financiële verslaggeving door verzekeringsmaatschappijen» aan TK op 20 april 1999 (Kamerstukken II 1998–1999, 26 489 nr. 1 en 2.) |
| De minister zal de Kamer een notitie zenden over de macro-economische beleidscoördinatie in de EU | Minister tijdens overleg met Vaste cie. voor Financiën op 11-3-99 (Kamerstukken II 1998–1999 .... Parac.) | Brief aan TK d.d. 14-4-99 (Kamerstukken II 1998–1999, 26 487 nr. 1) |
| De Minister zal de financiële aspecten van de resultaten van de speciale Europese Raad op 24 en 25 maart te Berlijn schriftelijk uiteen zetten | Minister tijdens overleg met TK op 30-3-99 (Handelingen II 1998–1999, blz. 63–3911) | Brief aan TK d.d. 20-4-99 (Kamerstukken II 1998–1999, 21 501-20 nr. 83) |
| De Minister komt met een aparte notitie over de consument en de financiële producten en de wijze waarop dat in de toekomst zal gaan | Minister tijdens behandeling van wijziging WTK (26 130) op 10 maart 1999 (Handelingen II 1998–1999, blz. 3501) | De notitie wordt in juni 1999 aan de Tweede Kamer gezonden. |
| De Minister komt met een nota over de structuur van het toezicht en de grensoverschrijdende kwesties resp. de kwesties die gemeenschappelijk door de toezichthouders zouden moeten worden aangepakt | Minister tijdens behandeling van wijziging WTK (26 130) op 10 maart 1999 (Handelingen II 1998–1999, blz. 3501) | De nota is op 2 april 1999 aan de Tweede Kamer verzonden (Kamerstukken II 1998–1999, 26 466 nr. 1). |
| Minister zegt toe ter voorbereiding van de voorjaarsvergadering van het Interim Committe en het Development Committee de Kamer een notitie te doen toekomen waarin de stand van zaken en het standpunt van de Nederlandse regering zijn opgenomen. | Minister tijdens overleg met Vaste cie. voor Financiën en Buitenlandse Zaken op 19 november 1998 (Kamerstukken II 1998/99, 26 234 en 26 255 nr. 4, blz. 9) | Brief verstuurd d.d. 13 april 1998 (Kamerstukken II, 1998–1999, 26 234, nr. 7) |
| De Minister zal de Kamer een verslag van de vergadering IMF toesturen met een aparte bijlage over de verschillende voorstellen die zijn gedaan over de gewijzigde organisatie in het licht van de crisis. | Minister tijdens Algemene Financiële Beschouwingen op 1 oktober 1998 (Handelingen II 1998–1999, blz. 381) | Brief verstuurd d.d. 20 oktober 1998 (Kamerstukken 1998–1999, 26 234, nr. 2) |
| De minister zegt toe het beleggen via internet nader te bezien. | Behandeling integriteitsnota 1 april 1998. | De Tweede Kamer wordt in 1999 geïnformeerd over het gebruik van internet in de financiële sector. In deze rapportage wordt aandacht beteed aan beleggen via internet. |
| De Minister zegt toe de Kamer een notitie te sturen over het toezicht op holdings van financiële conglomeraten | Minister tijdens algemeen overleg over de nota institutionele vormgeving van het toezicht op de financiële martksector (Kamerstukken II, 1998–1999, 26 466, nr. 1) | In voorbereiding |
| De Minister zegt toe de Kamer een aparte notitie te zenden over de samenwerking van toezichthouders binnen de EU en mondiaal. | Minister tijdens algemeen overleg over de nota integriteit financiële sector op 1 april 1998 (Kamerstukken II 1997/98, 25 830, nr. 3, p. 7) | Meegenomen in de brief aan de Tweede Kamer d.d. 25 juni 1998 (Kamerstukken 1997–1998, 25 830, nr. 4) |
| Minister zal z.s.m. met een bericht komen over valutering en over de wijze waarop wordt beoordeeld hoe de banken zijn omgegaan met de valutering | Minister tijdens behandeling van wijziging WTK (26 130) op 10 maart 1999 (Handelingen II 1998–1999, blz. 3502) | Brief aan Tweede Kamer d.d. 31 mei 1999. |
| Er komt in het najaar 1999 een uitvoerige nota over de verantwoordelijkheidsverdeling tussen De Nederlandsche Bank en het ministerie van Financiën bij de invoering van de euro. | Minister tijdens overleg met de vaste Commissie voor Financiën over invoering van de chartale euro op 8 april 1999 (Kamerstukken II 1998–1999, 25 107 nr. 33, blz. 7) | Nota in voorbereiding; volgt in najaar 1999. |
| De ECB heeft de bevoegdheid om te beslissen over het in omloop brengen van de euro. De ECB heeft besloten dat de banken en winkels wel voor 1 jan. bevoorraad worden, het publiek niet. De Minister zegt toe na te gaan of ECB-besluit bindend is. | Minister tijdens overleg met de vaste Commissie voor Financiën over invoering van de chartale euro op 8 april 1999 (Kamerstukken II 1998–1999, 25 107 nr. 33, blz. 11) | Brief aan ECB d.d. 26 april 1999. Afschrift verzonden aan vaste cie. van Financiën d.d. 6 mei 1999. |
| De Minister zegt toe met de NVB in gesprek te blijven over mogelijkheden om het elektronisch betalen te bevorderen, waarbij tariefstelling ook aan de orde kan komen. | Minister tijdens overleg met de vaste cie. voor Financiën over invoering van de chartale euro op 8 april 1999 (Kamerstukken II 1998/99, 25 107, nr. 33, blz. 11). | Op 24 juni 1999 heeft overleg plaatsgevonden met NVB. |
| De Minister zal bevorderen dat de brochures van banken worden gebundeld en aan de Kamer worden toegezonden | Minister tijdens behandeling van wijziging WTK (26 130) op 10 maart 1999 (Handelingen II 1998–1999, blz. 3505) | Bijlage bij brief aan Tweede Kamer d.d. 31 mei 1999 |
| De Minister zal laten uitzoeken wat de mogelijkheden zijn om kosten op dagafschriften van banken te vermelden | Minister tijdens behandeling van wijziging WTK (26 130) op 10 maart 1999 (Handelingen II 1998–1999, blz. 3505) | Brief aan Tweede Kamer d.d. 31 mei 1999 |
| Een notitie waarin wordt opgenomen wat bij de rijksoverheid en andere overheden als rechtmatig wordt beschouwd, wordt binnenkort naar de Kamer gestuurd. | Minister tijdens een algemeen overleg op 1 oktober 1998 inzake Financiële verantwoordingen over het jaar 1997/Rechtmatigheidsonderzoek 1997. (Kamerstukken II, 1998–1999, nr. 40) | |
| De minister zegt toe dan de Kamer binnenkort een notitie zal ontvangen over het financieel toezicht in het algemeen. | Minister tijdens algemeen overleg met de cie. voor de Rijksuitgaven, op 13 april 1999 inzake Overname Nationale Investeringsbank N.V. (Kamerstukken II, 1998/99, 26 365, nr. 3). | Nota Vormgeving Toezicht op 2 april 1999 verzonden aan de Tweede Kamer |
| Financieel toezicht op de EU. Kan in een handzame notitie aangegeven worden wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe het proces van het financiële toezicht kan worden verbeterd? De minister zegde zo'n notitie toe. | De minister in algemeen overleg op 2 september 1998 inzake Financiële verantwoordingen over het jaar 1997/Rechtmatigheidsonderzoek 1997. (Kamerstukken II 1998/99, 26 025/26 100, nr. 40). | Op 26 oktober 1998 is door de minister van Financiën een brief gestuurd aan de voorzitters van de Tweede Kamer, waarin op genoemde punten wordt ingegaan. (Kamerstukken II 1998–1999, 26 264, nr. 1) |
| De minister zegt een brief over de economische beleidscoördinatie toe, waarin de gematigde loonontwikkeling en daarmee de werkgelegenheidscreatie aan de orde zullen komen. | De minister in een algemeen overleg op 9 april 1999 inzake agenda 2000. | Op 14 april 1999 is een brief naar de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 1998–1999, 26 487, nr. 1) gestuurd over macro-economische beleidscoördinatie. |
| De minister zegt een notitie toe over resticties op kapitaalverkeer. | De minister in een algemeen overleg op 24 september 1998 inzake Vegaderingen Interim Committee en Development Committee/Restricties op kapitaalverkeer. | Notitie «Restricties op kort kapitaalverkeer» 28 september 1998 verzonden (Kamerstukken II 1998–1999, 26 255, nr. 1) |
| De minister zegt een evaluatie toe van het functioneren van het convenant, de functiescheiding en de tarifering van boetes etc. nadat enige ervaring is opgedaan. | De minister tijdens debat in de Tweede Kamer op 22 april 1999 inzake Dwangsom en bestuurlijke boete (Handelingen II, 1998–1999, p. 4292). | Evaluatie evenals AMvB inzake tarifering in voorbereiding. |
| De minister zal als bjlage bij de Voorjaarsnota 1999 een analyse van mee- en tegenvallers op de departementale begrotingen voegen | Minister tijdens de behandeling van de Najaarsnota 1998, d.d. 16 december 1998. | Afgehandeld; de analyse is als bijlage 2 bij de Voorjaarsnota opgenomen (Kamerstukken II 1998–1999, 26 500 nr. 1). |
| De minister heeft aangegeven meer eenheid in suppletoire wetten te willen aanbrengen | Minster tijdens de behandeling van de Najaarsnota 1998, d.d. 16 december 1998. | In voorbereiding |
| Notitie over de afwegingscriteria voor het gebruik van financiële instrumenten | Voortgangsrapportage PPS, maart 1999 | In voorbereiding |
| De minister zegt toe de kamer een notitie te doen toekomen over de problematiek van garantieverleningen | Minister tijdens algemeen overleg met de Commissie Rijksuitgaven en Financiën op 22 maart 1999 (Kamerstukken II 1998/1999, 25 945, nr. 5). | In voorbereiding |
| De uitkomsten van het gesprek met de Nederlandse Vereniging van banken over de transparantie van het in rekening brengen van kosten banken zullen aan de Tweede Kamer bericht worden. | Minister tijdens de behandeling van de Najaarsnota 1998, d.d. 16 december 1998. | |
| Minister zegt toe na afronding van de afstoting van de aandelen NIB de TK nader te informeren over de anndeelhoudersrol van Financiën. | Minister in brief van 11 mei 1999 (26 200 IXB, nr. 17) over het algemeen beleid te aanzien van deelnemingen van financiële instellingen in elkaar, en de toepassing ervan in het geval van de Nationale Investeringsbank NV (NIB). | Middels brief d.d. 9 juni 1999 is de TK geinformeerd (Kamerstukken II 1998–1999, 26 365, nr. 4). |
| Nader onderzoek, in overleg met betrokken departementen, over de aan de strategische grondvoorraad te stellen criteria. | Brief van Staatssecretaris d.d. 7 april 1998 (Kamerstukken II 1997–1998, 24 490, nr. 8) aan de Tweede Kamer. | De kamer wordt hierover deze zomer geïnformeerd. |
| Evaluatie uitkomsten agrarisch verkoopproces. | Brief van Staatssecretaris d.d. 7 april 1998 (Kamerstukken II 1997–1998, 24 490, nr. 8) aan de Tweede Kamer. | De Kamer wordt hierover deze zomer geïnformeerd. |
| De minister zegt een notitie toe over financiële diensten. | De minister in een Algemeen Overleg van 20 mei 1999. | In voorbereiding. |
| Toezegging minister inzake Tobin tax en Canada. | De minister in Algemeen Overleg d.d. 22 april 1999. | Brief verstuurd op 7 juni 1999 |
| De Minister zal een overzicht opstellen waaruit blijkt hoe de activiteiten die in Nederland op het gebied van financiële diensten worden ontplooid zich verhouden tot het actiekader in Europees verband. | De Minister tijdens Algemeen Overleg over financiële diensten met de vaste cie. van Financiën en Europese Zaken d.d. 20 mei 1999. | In voorbereiding. Zal voor de zomer 1999 worden afgerond. |
| De Minister zal nagaan (in overleg met de Minister van Justitie) wat de stand van zaken is bij de ontwikkeling van de Europese Vennootschap. | De Minister tijdens Algemeen Overleg over financiële diensten met de vaste commissie van Financiën en Europese Zaken d.d. 20 mei 1999. | In voorbereiding; zal voor de zomer 1999 worden afgerond. |
GELDENDE CIRCULAIRES VAN HET MINISTERIE VAN FINANCIËN1
| Datum van verzending | Registratienr. | Afzender | Geadresseerde | Onderwerp | Korte aanduiding van de inhoud | Titel | Feitelijke ondertekenaar |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 15-10-1998 | DON-LB 8/44 | Directie Ondernemingen Noord | – | Herziening LB wetgeving | Herziening LB wetgeving per 1-1-1997 | Herziening LB wetgeving per 1-1-1997 | (loco) Directeur DON |
| 16-6-1998 | DON-LB8/42 | Directie Ondernemingen Noord | – | Vermindering onderwijs | Actualisering besluit van 21 juni 1996, nr. DON-LB6/62 | Bewaren afschrift leerovereenkomst bij «vermindering onderwijs» | (loco) Directeur DON |
| 15-2-1995 | BGW 95/48-M | Min.v.Fin. Directie Binnenlands Geldwezen Afdeling Effecten, Banken en Monetaire Aangelegenheden | Provincies – gemeenten – water- schappen – gemeen- schappelijke regelingen – politieregio's | derivaten | Informatie inzake het gebruik van financiële derivaten in het treasurybeleid van openbare lichamen. De circulaire bevat aanbevelingen voor de risicobeheersing, de administratieve organisatie en de planning | Circulaire inzake het gebruik van derivaten in het treasurybeleid en openbare lichamen | Staatssecretaris |
| 24-11-1995 | PFC97/1164M | Min.v.Fin. DG der Belastingen Dir. Planning, Financiën en Control | Alle financiële instellingen van Nederland | renseignering valutajaar 1997 | Verzoek aan alle financiële instellingen om voor 1 maart 1997 aan de Belastingdienst opgaaf te doen van alle rente die in 1997 aan natuurlijke en niet-natuurlijke personen is uitbetaald. Dit verzoek wordt ieder jaar gedaan | Renseignering valutajaar 1997 | DG der Belastingen |
| 12-1-1999 | 2 253DGM8 | Directie Ondernemingen Zuid | Alle advies- kantoren/ boekhoudbureaus met landbouwers in hun bestand | Landelijke landbouwnormen | De landbouwnormen geven de afspraken weer zoals die gemaakt zijn t.b.v. de akkerbouw, veehouderij en tuinbouw over o.a.: – de waardering van vee – de waardering van boomopstanden – de afschrijving van landbouw- en tuinbouwmachines, waarderingsgrondslagen agrarische gronden, behandeling melk-, mest en suikerquota | Landbouwnormen 1998 | Directeur Directie Ondernemingen Zuid |
| 2-9-1997 | DB97/1429 M | Min.v.Fin., DG der Belastingen, Directie Directe Belastingen | Burgemeester en Wethouders van de Gemeenten | Belasting- en premieheffing terzake van bijstandsuitkeringen | Uiteenzetting van een aantal richtlijnen m.b.t. de fiscale behandeling van bijstandsuitkeringen | Heffing van belasting/premieheffing volksverzekeringen t.z.v. bijstandsuitkeringen | Staatssecretaris |
| 27-02-1998 | DB98/733 M | Min.v.Fin. , Directie Directe Belastingen | Burgemeester en Wethouders van de Gemeenten | Fiscale behandeling van (categoriale) bijzondere bijstand en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen | Handreiking voor de fiscale beoordeling van (categoriale) bijzondere bijstandsuitkeringen en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen | Fiscale behandeling van (categoriale) bijzondere bijstand en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen | Staatssecretaris |
| 2-9-1997 | DB97/1429 M | Min.v.Fin., Directie Directe Belastingen | Burgemeester en Wethouders van de Gemeenten | Fiscale behandeling van bijstandsuitkeringen | Uiteenzetting van een aantal richtlijnen m.b.t. de fiscale behandeling van bijstandsuitkeringen | Heffing van belasting/premie volksverzekeringen ter zake van bijstandsuitkeringen | Staatssecretaris |
| 31-7-1998 | FIP98/624 M | Min.v.Fin, DG van de Rijksbegroting, Directie Fipuli | de gemeentebesturen | Ruiming explosieven WOII | Bekend maken van de voorlopige eisen en voorwaarden inzake de opsporingswerkzaamheden naar conventionele explosieven door gemeentelijke en civiele explosieven opsporingsbedrijven (periode 1 aug. '98 tot 1 jan. 2000) | Voorlopige eisen en voorwaarden inzake opsporingswerkzaamheden naar conventionele explosieven door gemeentelijke en civiele explosieven opsporingsbedrijven (periode 1 aug. '98 tot 1 jan. 2000) | Staatssecretaris |
| 30-9-1999 | FIP98/715 M | Min.v.Fin, DG van Rijksbegroting, Directie Fipuli | de gemeentebesturen | Ruiming explosieven WOII | Bekendmaken van de Bijdrageregeling voor 1999 en van de uitgangspunten van het overgangsregime | Bijdragebesluit kosten ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog (aankondiging van een bijdrageregeling voor 1999 en de uitgangspunten van het overgangsregime). Staatssecretaris |
1Zie de Memorie van Toelichting bij de ontwerp-Gemeentefondsbegroting voor het jaar 1996 voor circulaires op het terrein van de Financiële Verhoudingswet 1996.
NATIONALE OMBUDSMAN
De Nationale ombudsman heeft – zo blijkt uit het jaarverslag over 1998 (Kamerstukken II 1998–99, 26 445) – in totaal 620 verzoekschriften ontvangen op het terrein van het Ministerie van Financiën. Dit betreft een daling van het aantal klachten met 19,6% t.o.v. 1997 en 7,3% van het totaal aantal door de ombudsman ontvangen verzoekschriften.
In totaal heeft de ombudsman 696 zaken afgedaan. In 193 zaken zag de ombudsman aanleiding een onderzoek in te stellen, hetgeen resulteerde in 82 rapporten. In 1998 zijn 111 zaken afgedaan middels een interventie van de ombudsman. In 55,6% van de zaken waarin een rapport is uitgebracht luidde het oordeel over de in het verzoekschrift verwoorde gedraging «behoorlijk».
Het aantal klachten over de behandelingsduur van brieven, bezwaarschriften en verzoekschriften door de Belastingdienst daalde aanzienlijk. Aandacht vergden de zaken waarin de ombudsman rapporteerde over klachten naar aanleiding van verzoeken om vergoeding van kosten, gemaakt in de bezwaarfase en zaken naar aanleiding van klachten over het overmaken door de belastingdienst van gelden op rekeningen, die niet meer op naam van de rechthebbende staan.
Een tweetal klachten over de behandeling van verzoeken ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur achtte de ombudsman gegrond. Eveneens twee klachten over gedragen, toe te rekenen aan de Dienst der Domeinen, zijn door de ombudsman gegrond geacht.
Per 1 januari 1999 had de ombudsman nog 57 verzoekschriften betreffende het Ministerie van Financiën in behandeling.
SUBSIDIE-BIJLAGE
| Naam | St.crt | art.nr. | begrotingsbedrag (x f 1000,-) | doelstelling | doelgroep | ex-ante geëva- lueerd ja/nee | datum en aard laatste ex-post evaluatie | vindplaats laatste ex-post- evaluatie | horizon- bepaling aanwezig (ja/nee; indien ja; jaar) | valt de naleving van de subsidie onder reikwijdte accountantsverklaring ontvanger (ja/nee) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1999 | 2000 | ||||||||||
| Regeling subsidie tankstations grensstreek Duitsland | U 02.11 | 15 000 | 10 000 | tijdelijke tegemoet- koming aan ondernemers met tankstations ter vermindering van onwenselijke grenseffecten a.g.v. het verschil in accijnsniveau voor lichte olie tussen Nederland en Duitsland dat voortvloeit uit de m.i.v. 1-7-1997 in werking getreden accijnsverhoging | ondernemers met tankstations in een vastgestelde en aan het grondgebied van Duitsland grenzende zone | nee | n.v.t. | n.v.t. | 1 juli 2000 | ja | |
| Het Nederlands muntmuseum | U 02.01 | 915 | 915 | beheer van staatsmuntcollectie en gelegenheid geven tot bezichtiging | de Staat en belangstellenden | nee | oprichting 1994 | n.v.t. | 2009 | ja | |
| Beroepsopleiding Financieel-Economisch Beleidsmedewerker | U 01.14 | 191 | 191 | jonge afgestudeerden voorbereiden op financieel economische beleidsfuncties op nationaal niveau | jonge afgestudeerden (met name economen) | perio- dieke evaluatie | evaluatie door EZ | EZ | ja | ||
EVALUATIEPROGRAMMA1
Evaluatieonderzoek is één van de planning- en controlinstrumenten die door de directies van Financiën worden toegepast. In 1992 is een procedure «beleidsevaluaties» ingesteld op grond waarvan de directies jaarlijks per 1 mei evaluatie-overzichten verstrekken met afgeronde en lopende/voorgenomen onderzoeken. Deze overzichten leiden tot de opstelling van de evaluatieprogrammering die door de Bestuursraad wordt vastgesteld. Er vindt periodiek overleg plaats tussen beleidsdirecties en de centrale directie FEZ over onder andere de beleidsevaluaties.
De subsidies en de met subsidies vergelijkbare vormen van geldelijke overdrachten worden in de subsidiebijlage (=bijlage 6) toegelicht (het gaat hierbij om 3 subsidieregelingen). In voornoemde bijlage wordt bijvoorbeeld informatie verstrekt over het subsidiebedrag, de doelstelling van de subsidie en over de eventuele datum van de laatste ex-post evaluatie. In de periode 1998–1999 heeft geen onderzoek plaatsgevonden naar subsidies. De evaluatieprogrammering voor subsidies bevat thans geen voorgenomen of lopende onderzoeken. Resultaten van eerdere onderzoeken inzake subsidies kunnen worden teruggevonden in de begrotingen van vorige jaren.
In de periode 1998–1999 heeft geen onderzoek plaatsgevonden naar vergunningen. De evaluatieprogrammering voor vergunningen bevat thans geen voorgenomen of lopende onderzoeken. Resultaten van eerdere onderzoeken naar vergunningen kunnen worden teruggevonden in de begrotingen van vorige jaren.
4. Overzicht van de in 1998 en 1999 afgeronde onderzoeken
Onderwerp:Controlesituatie ten aanzien van kengetallen
Begrotingsartikel: –
Karakter: Onderzoek naar de mogelijkheden om meer inhoud te geven aan de toetsende verantwoordelijkheid van de departementale accountantsdiensten (DAD's) ten aanzien van de totstandkoming van kengetallen.
Resultaten: De controle van kengetallen krijgt steeds meer invulling in de werkzaamheden die in het kader van de algemene controletaak van de DAD moeten worden verricht. Voorstellen zijn geformuleerd met als doel de DAD's eerder in het totstandkomingsproces van kengetallen te betrekken om de relevantie, de aanvaardbaarheid, de consistentie en de controleerbaarheid van kengetallen te verhogen.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: 0,2 fte
Onderwerp:Lokale lastenverlichting voor gezinshuishoudingen (f 100-maatregel)
Begrotingsartikel: Gemeentefondsbegroting, artikel 2.1. algemene uitkering.
Karakter: Doel is het verschaffen van informatie aan Kabinet en Tweede Kamer over de mate waarin de beoogde lokale lastenverlichting daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.
Resultaten: De evaluatie van de lokale lastenverlichting via de f 100-maatregel (Zalmsnip) is een onderdeel van de Monitor Lokale Lasten. Het kabinet heeft met de invoering van de f 100-maatregel tot doel de lokale lasten van gezinshuishoudingen te verlichten door een korting te geven op een van de drie lokale heffingen voor gezinshuishoudingen. Uit de Monitor Lokale Lasten 1998 blijkt dat deze maatregel effect sorteert. In de eerste plaats kan worden vastgesteld dat de maatregel door de gemeenten in het algemeen goed is uitvoerd. Ook bewoners van niet-zelfstandige woonruimten, die geen eigen aanslag ontvangen, hebben in de meeste gevallen f 1000 gekregen. Het lijkt er dus op dat dat gemeenten de lokale lastenverlichting naar de bedoeling van de wetgever uitvoeren. In de tweede plaats blijkt uit de Monitor dat als gevolg van de f 100 lastenverlichting voor alle inkomensgroepen de lasten met een percentage tussen – 11,4% en – 3,4% zijn gedaald.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: 0,1 fte (excl. kosten begeleidingscommissie); kosten externen: f 30 000,-
Onderwerp:Bijdragebesluit kosten ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog (bommenregeling)
Begrotingsartikel: U 01.10
Karakter: Gezien de in de bommenregeling 1994 opgenomen horizonbepaling diende besloten te worden of de regeling per 1-1-1999 werd voortgezet en zo ja, in welke vorm en voor welke periode.
Resultaten: Een ruime meerderheid van de werkgroep is van mening dat het stopzetten van de regeling in het kader van openbare orde en veiligheid niet wenselijk is en dat de regeling centraal moet worden uitgevoerd, waarbij de voorkeur uitgaat naar het ministerie van BZK aangezien openbare orde en veiligheid primair het werkterrein is van BZK.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: onbekend
Onderwerp:Beleidsevaluatie niet-agrarische verkopen 1997
Begrotingsartikel: O 01.06 Verkopen domeinen
Karakter: Doel was inzicht en een overzicht verkrijgen over alle verrichte verkopen op totaalniveau en ook vergelijkenderwijs uitgesplitst naar de regionale directies (benchmarking) en nagaan of de niet-agrarische verkopen in het desbetreffende jaar verricht conform het beleidskader zijn.
Resultaten: Ten opzichte van de evaluatie over voorgaande jaren kan geconcludeerd worden dat de gemiddelde doorlooptijd, na correctie voor de vertraging wegens externe omstandigheden, 14,36 maanden bedraagt; dit is acceptabel gezien de norm van 12 maanden. Voor wat betreft de taxatie is in algemene zin marktconform gehandeld. Inzake bodemverontreiniging is eveneens conform de geldende regelgeving gehandeld. Verder is gebleken dat marktconform is verkocht. De administratieve afwikkeling van de verkopen in het geautomatiseerde systeem in de vorm van het definitief maken van de overeenkomst is voor verbetering vatbaar.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: 0,2 fte
FINANCIËN BINNENLAND/BUITENLAND
Onderwerp:Euromonitor gemeenten (ex ante en ex post)
Begrotingsartikel: n.v.t.
Karakter: Doel is het meten van de vooruitgang en de voorbereidingen van gemeenten op de euro.
Resultaten: Uit de euromonitor is gebleken dat de voorbereidingen op de euro bij de meeste gemeenten nog goed op gang moeten komen. Dit is ook in de 4e voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer gemeld.Vooral de kleinere gemeenten bevinden zich nog in de eerste fase van bewustwording en inventarisatie. Grotere gemeenten zijn in het algemeen verder. Voorts is naar voren gekomen dat veel gemeenten nog behoefte aan concrete en doelgerichte informatie hebben. De kleinere en middelgrote gemeenten bleken daarnaast ook behoefte te hebben aan een bepaalde vorm van collegiaal overleg.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Kosten externen: f 206 000,- (voor 4 jaar)
Onderwerp:Audit Interdepartementale euro-organisatie (ex ante en ex post)
Begrotingsartikel: n.v.t.
Karakter: Doel is inzicht te krijgen in hoe de interdepartementale euro-organisatie tot nu toe de regelfunctie van Financiën heeft ingevuld.
Resultaten: De conclusies van de audit die is uitgevoerd op de interdepartementale euro-organisatie zijn dat de euro-organisatie werkbaar is en tevens voldoende waarborgen biedt voor een juiste, volledige en tijdige invoering van de euro.
Naast enkele positieve bevindingen (o.a. heldere doelstellingen, degelijke en uitgebreide structuur, hoge mate van commitment, goede combinatie informele en formele organisatie) zijn ook enkele aandachtspunten gesignaleerd. Belangrijkste aandachtspunten het voorkomen van «euro-moeheid», meer «leren» van elkaar en het toekomstgericht denken. Hierbij dient gedacht te worden aan het tijdig in kaart brengen van thema's die in het vervolg van het project gaan spelen en vervolgens het aanpassen van de euro-organisatie aan deze thema's.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Kosten externen: ca. f 60 000,-
Onderwerp:Euromonitor rijksoverheid (ex ante en ex post)
Begrotingsartikel: n.v.t.
Karakter: Doel is bijsturing van de eurovoorbereidingen van de rijksoverheid.
Resultaten: Op twee momenten in het jaar (mei en november) wordt de voortgang van euro-voorbereidingen bij de departementen door Financiën gevolgd. De resultaten van deze «euromonitor» vinden hun weerslag in de voortgangsrapportages van de Interdepartementale Werkgroep, Euro (IWE) aan de Tweede Kamer. Voor het jaar 1998–1999 zij verwezen naar de vierde voortgangsrapportage (kamerstukken II 1998/1999 25 107 nr. 31) en de vijfde voortgangsrapportage (wordt in juli 1999 aan de Tweede Kamer verzonden).
De belangrijkste resultaten uit de onlangs uitgevoerde euromonitor zijn dat de voorbereidingen op de omschakeling op de euro bij de overheid goed op gang zijn gekomen en grossomodo volgens het door de Ministerraad vastgestelde tijdpad verlopen. Een belangrijke mijlpaal, de afronding van de plannings- en analysefase is op 1 juli 1999 evenwel niet volledig gerealiseerd. De samenloop met het milleniumvraagstuk is hier meestal debet aan. De achterstand op het tijdpad zal naar verwachting in de komende maanden kunnen worden weggewerkt.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: 2 fte (ten tijde van de uitvoering)
Onderwerp:Wet toezicht beleggingsinstellingen
Begrotingsartikel: n.v.t.
Karakter: Actualisering van de wet aan de hand van ervaringen uit de toezichtspraktijk.
Resultaten: Medio 1999 zal worden begonnen met het opstellen van een wetsvoorstel; de (interne) afronding van het wetsvoorstel is eind 1999 gepland.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Onderwerp:Toekomst OESO (ex ante)
Begrotingsartikel: n.v.t.
Karakter: Op basis van literatuuronderzoek en praktijkervaring vaststellen wat de waarde van de OESO is voor Financiën in het bijzonder en voor Nederland in het algemeen, en hoe dit in de toekomst gewaarborgd zou kunnen blijven.
Resultaten: Gelet op de beperkte beschikbare capaciteit is dit onderzoek komen te vervallen.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: n.v.t.
Onderwerp:Evaluatie schuldtoets
Begrotingsartikel: O 03.06
Karakter: De werking van de begin 1997 ingevoerde schuldtoets (met OS afgesproken) wordt na één jaar geëvalueerd. De schuldtoets is een check op betaalachterstanden op grond van de Exportkredietverzekering bij landen waarop OS hulpmiddelen verstrekt.
Resultaten: Dit onderzoek is komen te vervallen; een echte evaluatie van de schuldtoets heeft niet plaatsgevonden. Wel is een brief opgesteld met landen waarop OS moet letten bij het uitvoeren van de schuldtoets en is de relatie met OS verbeterd.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: n.v.t.
Onderwerp:Liability Management (ex ante)
Begrotingsartikel: IXA begroting nationale schuld
Karakter: Doel is een kader te scheppen waarin risico's en rendementen van financieringsbeslissingen kwantitatief tegen elkaar kunnen worden afgewogen. Het te ontwikkelen kader zal ook worden gebruikt bij de overige voorgenomen onderzoeken op het terrein van het financieringsbeleid van de Staat.
Resultaten: De vastgestelde lange-termijn-streefwaarde, of -range, van duration van de leningportefeuille geeft een belangrijk kader voor de uit te geven looptijden. Het Agentschap kan de dekking van de financieringsbehoefte binnen dit kader afstemmen op het benaderen en handhaven van de optimale leningportefeuille. Daardoor kan enerzijds een groter accent op de uitvoering komen te staan, terwijl anderzijds, zowel vooraf als achteraf, meer inhoud kan worden gegeven aan de verantwoording en evaluatie van het financieringsbeleid.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: 0,5 fte (jaarbasis); kosten externen: US$ 200 000
Onderwerp:Afwegingskader van vervroegde aflossing
Begrotingsartikel: IXA begroting nationale schuld
Karakter: Doel is de finalisering van een beleidskader waarin afwegingen ten aanzien van vervroegde aflossingen van staatsleningen gemaakt worden.
Resultaten: De evaluatie is opgesplitst in drie delen: de beoordeling of een uitstaande lening vervroegd moet worden afgelost, de berekening van het financiële voordeel en de feitelijke herfinanciering van de vervroegde aflossing. Wat betreft de techniek van de beoordeling/selectie is het juiste criterium de op enig moment geldende (forward zero-)yieldcurve. Een perfecte benadering is niet doelmatig, zo al mogelijk. De verwachte marginale verbetering in het resultaat weegt niet op tegen de automatiseringskosten. Het budgettaire voordeel op kasbasis valt niet in één cijfer weer te geven, aangezien het over meerdere jaren gespreid binnenkomt; het kan alleen op transactiebasis worden weergegeven. Ten aanzien van de herfinanciering van een vervroegd af te lossen lening kan worden vastgesteld dat een identieke lening zonder VA-clausule meestal niet tot de mogelijkheden behoort en in het algemeen ook niet wenselijk is. De herfinanciering dient te worden ingebed in het raamwerk van het liability management.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
EVALUATIE BELEID EN FISCALE WETGEVING
Onderwerp:Emancipatie-effectrapportage Verkenning belastingstelsel 21e eeuw (ex ante)
Begrotingsartikel: O 04.08 Loon- en Inkomstenbelasting
Karakter: In het regeerakkoord is opgenomen dat de emancipatie-effectrapportage een belangrijke toetssteen vormt voor het nieuwe belastingstelsel.
Resultaten: In de emancipatie-effectrapportage wordt nagegaan in hoeverre de in de Verkenning belastingstelsel 21e eeuw geschetste beleidsopties bijdragen dan wel afbreuk doen aan de doelstellingen van het emancipatiebeleid. Hierbij komt een groot aantal onderwerpen aan de orde. In de emancipatie-effectrapportage wordt onder meer geconcludeerd dat de introductie van een (niet overdraagbare) individuele heffingskorting en de afschaffing van de voetoverheveling als een zeer positief te waarderen punt is te beschouwen en dat de fiscale behandeling van de kosten van kinderen vanuit emancipatieperspectief voor verbetering vatbaar is.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Kosten externen: f 55 000,- (excl. btw)
Onderwerp:Rapportage van de Werkgroep evaluatie en herziening fiscale tegemoetkomingen en faciliteiten voor ondernemers
Begrotingsartikel: O 04.08 (inkomstenbelasting) en O 04.07 (vennootschapsbelasting)
Karakter: Rapport wordt gebruikt in het kader van het wetsvoorstel Wet inkomstenbelasting 2001.
Resultaten: De werkgroep Oort concludeert dat de effectieve lastendruk op ondernemersactiviteiten in Nederland – mede dankzij de fiscale faciliteiten – in algemene zin niet ongunstig afsteekt bij die van andere landen.
De werkgroep heeft ook de mogelijkheid bekeken de verschillende fiscale faciliteiten en tegemoetkomingen af te schaffen en te vervangen door een algemene lastenverlichting voor ondernemers. Deze mogelijkheid is door de werkgroep verworpen omdat dergelijke uitruil ten koste zou gaan van gerichte fiscale stimulansen met een belangrijke doelstelling als het bevorderen van bedrijfsinvesteringen, startende ondernemers, milieuvriendelijke investeringen, speur – en ontwikkelingswerk, etc.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Kosten externen: onbekend
Onderwerp:Douanetoezicht (ex ante)
Begrotingsartikel: Douanewet
Karakter: Bezien is in hoeverre het mogelijk is of binnen de communautaire wetgeving het toezicht op de «traditionele» manier door de douane ook op een andere wijze kan worden gerealiseerd, met name in de situaties waarin sprake is van verschillende douaneregelingen binnen één bedrijf. Doelmatigheid en doeltreffendheid van de wetgeving staan hierbij centraal. Doel is de Kamer hierover te informeren.
Resultaten: De studie heeft als algemene eindconclusie dat de nationale wetgeving (in casu de Douanewet) geen wijziging behoeft te ondergaan om de in de studie geprojecteerde wijzigingen in het huidige, nationale systeem van douanetoezicht op te vangen. Eventuele wijzigingen op nationaal vlak komen pas aan de orde als de regelgeving op internationaal niveau daartoe aanleiding gaat geven.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: 1 mensjaar
Onderwerp:Evaluatie spaarregelingen
Begrotingsartikel: O 04.08
Karakter: Bij de behandeling van het initiatief-voorstel Vermeend-Vreugdenhil inzake werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen op 7 september 1993 is door de Staatssecretaris van Financiën een evaluatie van deze regelingen toegezegd.
Resultaten: In het eerste kwartaal van 1998 een onderzoek uitgevoerd dat gericht is op uitvoerbaarheid van de regelingen voor de Belastingdienst. Daarbij is met name gekeken naar het toepassen van fiscale regels bij deblokkeringen op spaarloonrekeningen. Na analyse van de gegevens bleek een aanvullend onderzoek noodzakelijk dat gericht was op precieze aard van de stukken die bij de controles op de spaarloonrekeningen zijn ingezien. Dit onderzoek is uitgevoerd in de laatste maanden van 1998 en de eerste maanden van 1999. Voor driekwart van de onderzochte deblokkeringen kon de fiscale juistheid niet worden vastgesteld, omdat de medewerker van de Belastingdienst niet de beschikking had over alle relevante stukken (zoals de volledige polisvoorwaarden) en het gezien de termijn van het onderzoek teveel tijd zou vergen om deze op te vragen. Ook vond men dat er instructies ontbraken om in het geval de polis niet aanwezig was in de administratie van de werkgever, deze op te vragen bij de werknemer of de verzekeraar.
Het onderzoek is afgerond in het voorjaar van 1999.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: 60 dagen
Onderwerp:Evaluatie Brede Herwaardering I
Begrotingsartikel: O 04.08
Karakter: Op 10 december 1991 heeft de staatssecretaris van Financiën een evaluatie toegezegd van de wet Brede Herwaardering I die per 1 januari 1992 in werking is getreden. De doelstelling van het onderzoek is het in kaart brengen van de mogelijke knelpunten in de uitvoering van deze wet bij de Belastingdienst.
Resultaten: In het onderzoek zijn 600 fi-nummers getrokken uit de IBS-steekproef voor het belastingjaar 1996 (ook wel genoemd het 1%-bestand dat bestaat uit aangiften die volledig geregeld moeten worden). Voorzover ze gevonden konden worden, zijn de aangiften verzameld op tien verschillende eenheden Particulieren of vestigingen van eenheden Particulieren waar ze in de tweede helft van 1998 door leden van de kennisgroep verzekeringsproducten zijn bekeken. Een deel van de opgevraagde aangiften (133) kon niet worden gevonden, een ander deel (160) bevatte te weinig stukken om ze te kunnen beoordelen op het punt van de aftrek van lijfrentepremies, weer een ander deel (93) bleek niet tot het 1%-bestand te horen en van nog een ander deel (29) was niet duidelijk of ze als 1%-posten waren herkend op de eenheden. Eén lijfrenteverzekering betrof een lijfrenteverzekering van het oude regime. Uiteindelijk waren 184 aangiften geschikt voor beoordeling. Hiervan bleken 47 (26%) onjuist op het punt van de aftrek van lijfrentepremies. Van deze 47 onjuiste aangiften waren er 20 (11%) gecorrigeerd door de aanslagregelaar en 27 niet. Van de 93 aangiften die niet in het 1%-bestand opgenomen waren en van 124 aangiften die wegens een gebrek aan stukken niet voor beoordeling geschikt waren, was slechts 1% gecorrigeerd. Extrapolatie van de bevindingen leidt tot de berekening van een gemist fiscaal belang van ongeveer 170 miljoen gulden.
In het zeer beperkte onderzoek op de eenheden Ondernemingen bleken er 22 aangiften geschikt voor beoordeling. Het te corrigeren bedrag hierin bedroeg de helft van de totale premie-aftrek en het feitelijk gecorrigeerde bedrag was 3% van dat totaal. Het onderzoek is afgerond in het voorjaar van 1999.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Onderwerp:Evaluatie Houderschapsbelasting (HSB)
Begrotingsartikel: O 04.11
Karakter: Aan de Kamer is toegezegd om twee jaar na invoering (1 april 1995) deze wet te evalueren.
Aandachtspunten in de evaluatie zijn: kentekenregister en Rijks Dienst voor het Wegverkeer; verzenden van rekeningen; opbrengst; reacties van het publiek; controle; misbruik en oneigenlijk gebruik; boetes; invordering; schorsing; diversen (bijzonder tarief en vrijstellingen/verkoop van particulier aan particulier).
Resultaten: De evaluatie op 15 juni 1998 aan de Tweede Kamer aangeboden. De resultaten geven het volgende aan. Na enige aanloopproblemen in de beginfase werkt de nieuwe heffingssystematiek naar tevredenheid. Het kentekenregister voldoet als basis voor de heffing motorrijtuigenbelasting. Er bestaan bij het CBM enige wensen ten aanzien van bepaalde specifieke registraties in het register. In de operationele sfeer wordt door RDW en CBM gestreefd naar verbetering van de samenwerking. RDW en CBM gaan over de wijze van samenwerken en de consequenties daarvan een convenant sluiten.
Het karakter van het register vormt een punt van aandacht. In het meldingsregister worden wijzigingen in het register op aangeven van de geregistreerde verwerkt. Naarmate voor meer heffingen het register de heffingsgrondslag vormt, wordt het karakter van het register steeds meer een punt van aandacht. Mede in het licht van de introductie van meer heffingen waar het kentekenregister als heffingsgrondslag gaat dienen (bijvoorbeeld het rekening rijden), is het van belang het karakter van het kentekenregister nog eens kritisch onder de loep te nemen. In het kader van de te maken afspraken CBM/RDW kan worden bezien welke mogelijkheden binnen de bestaande regelgeving voorhanden zijn. Mocht dit niet tot een afdoende oplossing leiden, dan resteert de mogelijkheid van wijziging van de regelgeving. Voorgesteld wordt de wet aan te passen op het punt van het verzenden van rekeningen, waarbij de selectie van rekeningen in de geautomatiseerde systemen op peildatum zal plaatsvinden. Dit zal een beperkte kasschuif van de opbrengst motorrijtuigenbelasting van circa 200 mln. met zich brengen. Door een verkorting van de betaaltermijn van 30 dagen naar drie weken kan dit effect evenwel worden beperkt. Door de provincies over de gevolgen voor de heffing provinciale opcenten tijdig te informeren, is geen bezwaar van die zijde te verwachten. In de evaluatie wordt ook aandacht besteed aan de katvangersproblematiek. Bij de aanpak van dit probleem loopt de Belastingdienst aan tegen beperkingen in de regelgeving. Uitbreiding van het verhaalsrecht zou soelaas kunnen bieden. Daarbij moet gedacht worden aan het creëren van een uitgebreid bijzonder verhaalsrecht. Het project is afgerond op 15 juni 1998 met het aanbieden van een rapport aan de Tweede Kamer.
M&O-aspecten: Ja
Kosten/uitgaven: Onbekend
Onderwerp:Evaluatie Middelingsregeling
Begrotingsartikel: O 04.08
Karakter: Met ingang van 1990 is de middelingsregeling voor de inkomstenbelasting aanzienlijk gewijzigd. Aan de Kamer is toegezegd de regeling te evalueren. Het onderzoek richt zich op de mate waarin van de regeling gebruik wordt gemaakt.
Resultaten: Van de regeling wordt weinig gebruik gemaakt. Als alleen wordt gekeken naar degenen die voor de regeling in aanmerking komen, gebeurt dat bij de particulieren door zo'n 6%. Bij de ondernemers gaat het om slechts 20%.
Een verlaging van de drempel voor teruggave in geval van middeling zou een verdubbeling betekenen van het aantal belastingplichtigen dat van de regeling gebruik kan maken. Het rapport is in oktober 1998 aan de Tweede Kamer toegezonden.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Onderwerp:Evaluatie «Tante Agaath»-regeling (TAR) en andere startersfaciliteiten
Begrotingsartikel: O 04.08
Karakter: Naar aanleiding van een toezegging aan de Kamer is de TAR, die voorziet in een faciliteit voor particulieren die (achtergestelde) leningen verschaffen aan startende ondernemers, geëvalueerd. De evaluatie richt zich op de vragen in welke mate, en hoe, van de regeling gebruik wordt gemaakt, en wat de effecten ervan zijn.
Resultaten: De evaluatie is beperkt gehouden. Vastgesteld is dat in 1996 en 1997 ongeveer 2 of 3% van de starters gebruik gemaakt heeft van een financiering door middel van de TAR. Van 1 januari 1997 tot en met 31 maart 1998 zijn er circa 4400 leningen verstrekt aan startende ondernemers. Bij ruim de helft hiervan gaat het om leningen welke direct tussen particulieren en startende ondernemers zijn afgesloten. Voor 1996 wordt het budgettaire beslag geraamd op maximaal f 3,5 miljoen. Het project is afgerond in juli 1998.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Onderwerp:Evaluatie groen beleggen
Begrotingsartikel: O 04.08
Karakter: Naar aanleiding van een toezegging aan het parlement is de fiscale vrijstelling van belasting en dividend uit zogeheten groene beleggingen geëvalueerd. Daarbij is ook gekeken naar projecten duurzaam bouwen.
Resultaten: De evaluatie is voor wat betreft de bijdrage vanuit het ministerie van Financiën zeer beperkt en wordt vrijwel geheel uitgevoerd door het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu. In 1997 werd voor bijna 2 miljard gulden aan groenverklaringen verstrekt. De grootste bedragen aan groenverklaringen zijn afgegeven voor projecten op het gebied van natuur, stads- en afstandsverwarming, biologische landbouw en windenergie. De categorie duurzame woningbouw die pas aan het einde van 1996 aan de regeling is toegevoegd, kwam in 1997 redelijk op gang. In dat jaar is voor ruim 2000 woningen een groenverklaring verstrekt ten bedrage van f 135 miljoen gulden. De groenfondsen geven eveneens een groei te zien: in 1996 f 1 miljard en in 1997 f 1,3 miljard.
Doorlopende jaarlijkse verslaglegging door het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
BEDRIJFSVOERING BELASTINGDIENST
Onderwerp:Fraudeplan 1996
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: Het onderzoek is een aanvulling op het controlplan dat de bewaking van het fraudeplan beoogt. Er wordt gekeken naar de mate waarin binnen het primaire en/of bestuurlijke proces de organisatorische maatregelen genomen zijn die van belang zijn voor de uitvoering van het fraudeplan. Ook de uitwerking van die maatregelen wordt bezien.
Resultaten: Er is een aantal bijzondere besturingsmaatregelen getroffen voor de aansturing van de uitvoering van het Fraudeplan. Aanbevolen is om meer constante aandacht voor vernieuwende impulsen op het terrein van fraudebestrijding te hebben. Inmiddels is aan die aanbeveling uitvoering gegeven. Ook is een verdere professionalisering en inbedding van projectmatig werken gewenst. Hiervoor zijn verschillende aanbevelingen gedaan. Afgerond in januari 1999.
M&O-aspecten: Ja
Kosten/uitgaven: Interne kosten: onbekend
Onderwerp:Wervings- en selectiebeleid
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: Nagegaan is hoe het wervings- en selectiebeleid voor personeel van de Belastingdienst functioneert.
Resultaten: Personeelswervingen voor de groepsfuncties E, F en I die in 1997 plaatsvonden, zijn op vier punten beoordeeld. Het eerste was of het hiervoor ontwikkelde stappenplan van de nota «Bijna 2000» goed gevolgd is. Dat bleek het geval. Het tweede punt betrof de regiobenoemingen (d.w.z. het benoemen van een medewerker in een als ambtsgebied opgegeven regio). Deze vinden in de praktijk niet plaats en vormen reden tot zorg. Het derde punt betrof de kwaliteit van externe adviezen die als goed zijn beoordeeld. Tenslotte is gekeken naar de doorlooptijd vanaf het moment van het openstellen van de vacature tot het begin van de startopleiding. Deze bleek in beperkte mate onevenredig lang.
Het project is afgerond in januari 1999.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: onbekend
5. Overzicht van de voor 1999–2004 lopende en voorgenomen onderzoeken
Onderwerp:Evaluatie DAR-tarievenhandleiding
Begrotingsartikel: n.v.t.
Karakter: De evaluatie bestaat uit de jaarlijkse actualisering van de tarieven en de berekeningswijze. De resultaten zullen worden verwerkt in de DAR- tarievenhandleiding 2000.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: ca. 400 uur/jaar
Planning: Eind 1999.
Onderwerp:Doorlichting regelingen op accountancy-aspecten
Begrotingsartikel: n.v.t.
Karakter: Doorlichting van de subsidie- en andere regelingen ter beoordeling van de daaraan ten grondslag liggende bestuurlijke visie en gekozen bekostigingssystematiek, gericht op het vormgeven van een doeltreffend toezicht zonder overbodige beleidslasten.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: onbekend; kosten externen: ca. f 100 000,-
Planning: Januari 1999 – juni 2001.
Onderwerp:Inhuur Landsadvocaat
Begrotingsartikel: U 01.01
Karakter: Doel is het evalueren van het gehanteerde beleid bij inschakeling van de Landsadvocaat. Aan de hand van een inventarisatie van zaken waarvoor de Landsadvocaat wordt ingeschakeld, wordt bezien of de gehanteerde praktijk bijstelling behoeft.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: onbekend
Planning: 1999.
Onderwerp:Verkoopbeleid niet-agrarische onroerende zaken 1998
Begrotingsartikel: O 01.06 Verkopen domeinen
Karakter: Jaarlijks onderzoek naar de vraag of de verkoop van niet-agrarische onroerende zaken in de onderzochte periode heeft plaatsgevonden conform het verkoopbeleid.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: 0,2 fte
Planning: Eind 1999 rapportage over verkoopbeleid 1998.
Onderwerp:Verkoopbeleid niet-agrarische onroerende zaken 1999
Begrotingsartikel: O 01.06 Verkopen domeinen
Karakter: Jaarlijks onderzoek naar de vraag of de verkoop van niet-agrarische onroerende zaken in de onderzochte periode heeft plaatsgevonden conform het verkoopbeleid.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: 0,2 fte
Planning: Eind 2000 rapportage over verkoopbeleid 1999
Onderwerp:Beleid inzake verhuur van het jachtgenot op staatsgronden (ex ante)
Begrotingsartikel: O 01.05 Exploitatie Domeinen
Karakter: Doel is het huidige beleid toetsen aan juridische en maatschappelijke ontwikkelingen. Eventueel nieuwe beleidsalternatieven aandragen.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Kosten externen: f 56 000,-
Planning: Voorjaar 1998 – najaar 1999.
Onderwerp:Evaluatie van de gedragslijnen inzake bodemverontreiniging in Staatseigendommen (ex ante en ex post)
Begrotingsartikel: U 01.11 Uitvoering van werken Domeinen en O 01.07 Overige ontvangsten
Karakter: Doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de mate waarin de gedragslijnen aan hun doel beantwoorden. Indien noodzakelijk aanpassingen in de gedragslijnen. Het onderzoek vloeit voort uit een toezegging aan het kabinet en wordt in samenwerking tussen Financiën en VROM uitgevoerd.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Totale kosten: onbekend (kosten externen voorlopig f 50 000,-)
Planning: Begin 1999 – medio 2000.
Onderwerp:Evaluatie grondprijzen IJsselmeerpolders 1998
Begrotingsartikel: O 01.06 Verkopen domeinen
Karakter: Ter tegemoetkoming aan de toezegging van de Staatssecretaris aan de Tweede Kamer wordt onderzocht of Domeinen reële prijzen hanteert bij verkoop van agrarische grond aan (erf)pachters.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Kosten externen: f 90 000,-
Planning: Februari 1999 – Juli 1999.
FINANCIËN BINNENLAND/BUITENLAND
Onderwerp:Regeling Bijzondere Financieringen 1971
Begrotingsartikel: U 02.07 Regeling Bijzondere Financiering
Karakter: In samenwerking met het Ministerie van Economische Zaken zal een evaluatie worden uitgevoerd naar het nut en de noodzaak van de BF-regeling.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Kosten externen: f 300 000,-
Planning: September 1999.
Onderwerp:Wet giraal effectenverkeer
Begrotingsartikel: n.v.t.
Karakter: Doel is modernisering van de wet in verband met ontwikkelingen in het (internationale) effectenverkeer.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: Augustus 1999.
Onderwerp:Evaluatie oprichtingswet De Nederlandse Munt N.V.
Begrotingsartikel: U 02.01
Karakter: Ingevolge de wet «regelen met betrekking tot de oprichting van de Nederlandse Munt N.V. en tot wijziging van de Muntwet 1987» (TK 23 413) dient de minister van Financiën binnen drie jaar na inwerkingtreding van de wet een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk toe te zenden.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: 1 fte (voor 3 maanden)
Planning: 3e en 4e kwartaal 1999.
Onderwerp:Overeenkomst betreffende het in omloop brengen van bijzondere munten in circulatiekwaliteit
Begrotingsartikel: U 02.01
Karakter: Met het oog op de komst van de euro zal het uitgiftebeleid bijzondere munten (inclusief distributie) opnieuw worden bezien. Doel is het verkrijgen van inzicht in de netto-opbrengsten van bijzondere muntuitgiften, het heroverwegen van de huidige distributiesystematiek en het heroverwegen van de oplage-aantallen.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: 1999.
Onderwerp:Integrale evaluatie Exportkredietverzekering (inclusief kostendekkendheid) (ex ante en ex post)
Begrotingsartikel: O 03.06/U 03.10
Karakter: Integrale evaluatie waarin onderzocht wordt in welke mate de doelstelling met betrekking tot het bestrijden van overheidsgesteunde buitenlandse concurrentie (vervalsing) en het bieden van concurrerende voorwaarden aan Nederlandse exporteurs wordt bereikt. Tevens wordt bekeken in hoeverre inzicht kan worden verkregen in de kostendekkendheid van de regeling door alternatieve verwerking van de resultaten en in welke mate het premiebeleid, landen- en acceptatiebeleid en recuperatiebeleid van invloed zijn op de kostendekkendheid. Toegezegd aan de Kamer.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: 1999.
Onderwerp:Risicobeheer
Begrotingsartikel: n.v.t.
Karakter: Evaluatie van het risicobeheer van de Rijksoverheid mede in relatie tot het per 1 januari 1997 in werking getreden Besluit Materieel Beheer. Gekeken wordt naar de wijze waarop door de departementen invulling wordt gegeven aan de in het Besluit Materieel Beheer opgenomen regels ter zake van het risicobeheer Rijksoverheid (zie ook decemberverslag 1992 van de Algemene Rekenkamer).
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: Begin 2000.
Onderwerp:Evaluatie van de Verzekeringskamer
Begrotingsartikel: U 02.05
Karakter: In de doorlichtingsrapportage zbo's heeft de Minister van Financiën aangegeven het voornemen te hebben een vijfjaarlijkse termijn te hanteren voor evaluatie van de doeltreffendheid van het functioneren van de Verzekeringskamer.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: Binnen vijf jaar na 1996.
Onderwerp:Evaluatie van de Stichting Toezicht (STE)
Begrotingsartikel: U 02.05
Karakter: In de doorlichtingsrapportage zbo's heeft de Minister van Financiën aangegeven het voornemen te hebben een vijfjaarlijkse termijn te hanteren voor evaluatie van de doeltreffendheid van het functioneren van de STE.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: Binnen vijf jaar na 1997.
Onderwerp:Evaluatie van De Nederlandsche Bank N.V. (DNB)
Begrotingsartikel: U 02.03/O 02.01
Karakter: In de doorlichtingsrapportage zbo's heeft de Minister van Financiën aangegeven het voornemen te hebben een vijfjaarlijkse termijn te hanteren voor evaluatie van de doeltreffendheid van het functioneren van DNB.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: Binnen vijf jaar na 1997.
Onderwerp:Evaluatie van het Waarborgfonds Motorverkeer
Begrotingsartikel: U 02.05
Karakter: In de doorlichtingsrapportage zbo's heeft de Minister van Financiën aangegeven het voornemen te hebben een vijfjaarlijkse termijn te hanteren voor evaluatie van de doeltreffendheid van het functioneren van het Waarborgfonds Motorverkeer.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: 1999.
Onderwerp:Financieringsbeleid/Staatsschuld
Begrotingsartikel: IXA begroting nationale schuld
Karakter: Naast de continue aandacht van evaluatieve aspecten van (onderdelen van) het financieringsbeleid is aan de Tweede Kamer een integrale evaluatie van het gehele financieringsbeleid toegezegd. Met het oog op de onderstaande Liability Management-studie, alsmede gelet op te verwachten majeure veranderingen in de financiële markten als gevolg van de start van de EMU, dient een dergelijke evaluatie volgens huidige inzichten tenminste ook het jaar 1999 te omvatten.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: 2000.
Onderwerp:Concurrentie op de markt voor assurantiebemiddeling
Begrotingsartikel: n.v.t.
Karakter: Doel van het onderzoek is na te gaan welke mate van marktwerking en concurrentie er op dit moment bestaat in het tussenpersonenkanaal; dit onderzoek is van belang om te zijner tijd de effecten van het afschaffen van het begunstigingsverbod te kunnen bepalen.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Totale kosten: onbekend (f 50 000,- voor nulmeting in 1999)
Planning: In 2001.
Onderwerp:EMU en de transmissie van financiële schokken
Begrotingsartikel: n.v.t.
Karakter: De ontwikkelingen in Azië maken duidelijk dat – naast de bekende waarborgen voor stabiliteit in de EMU (onafhankelijkheid ECB, Stabiliteitspact) – ook de rol die de financiële sector speelt bij de absorptie en/of internationale transmissie van financiële schokken cruciaal is voor macro-economische en monetaire stabiliteit. Doel van het onderzoek is inzicht te verkrijgen in de wederzijdse relatie tussen (de gevolgen van) de EMU en de transmissie van financiële schokken.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Kosten externen: f 100 000,-
Planning: afronding 1e kwartaal 2000.
EVALUATIE BELEID EN FISCALE WETGEVING
Onderwerp:Huurwaardeforfait
Begrotingsartikel: O 04.08 Inkomstenbelasting
Karakter: Doel is het vaststellen van het niveau van het huurwaardeforfait met ingang van 2001.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Kosten externen: f 162 000,-
Planning: In verband met de gewijzigde systematiek van het huurwaardeforfait als gevolg van de Wet Onroerende Zaken (WOZ) is de afronding van de evaluatie voorlopig uitgesteld tot 2000. In 2001 (aanvang van het tweede WOZ-tijdvak) wordt het huurwaardeforfait opnieuw vastgesteld.
Onderwerp:Evaluatie Wet waardering onroerende zaken (WOZ)
Begrotingsartikel: U 04.09 (Wet waardering onroerende zaken)
Karakter: De Wet WOZ is 1 januari 1995 in werking getreden. In de wet is de verplichting opgenomen dat de minister van Financiën binnen 5 jaar na de inwerkingtreding aan de Staten-Generaal een verslag zendt over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. De evaluatie wordt voorbereid en begeleid door een werkgroep waarin de betrokken ministeries (Financiën, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Verkeer en Waterstaat), de Waarderingskamer, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen vertegenwoordigd zijn.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: Afronding onderzoek: najaar 1999.
Onderwerp:Evaluatie effecten van het nihiltarief van de motorrijtuigenbelasting voor elektrische auto's
Begrotingsartikel: O 04.11
Karakter: Het onderzoek heeft als doel de mogelijke effecten van het nihiltarief van de motorrijtuigenbelasting voor elektrische auto's vast te stellen, zowel wat betreft de ontwikkeling van het gebruik van dergelijke motorrijtuigen, de milieu-effecten als de budgettaire effecten.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: Tweede helft 2000.
Onderwerp:Fiscale infrastructuur
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: De wet fiscale infrastructuur is op 1 januari 1997 in werking getreden. De evaluatie zal een aantal jaren later plaatsvinden waarbij de gang van zaken in de praktijk gevolgd zal worden en waarin ook de kwestie van de kapitaalsbelasting zal worden betrokken. Indien eerder gegevens beschikbaar zijn, zullen die aan de Kamer gemeld worden.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: De evaluatie wordt pas in 2000 uitgevoerd en ligt vooralsnog stil. Kan te zijner tijd weer worden opgevoerd.
Onderwerp:Herziening regime terzake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: Wetgeving evalueren, de Tweede Kamer hierover informeren en in het bijzonder aandacht schenken aan de regelingen met betrekking tot gebruikelijk loon en fictieve rente en huur.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: De evaluatie wordt pas in 2000 uitgevoerd en ligt vooralsnog stil. Kan te zijner tijd weer worden opgevoerd.
Onderwerp:Evaluatie willekeurige afschrijving nieuwe gebouwen in aangewezen gemeenten (Regeling kansenzones) (ex ante)
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: Sinds 1 januari 1996 is het mogelijk om willekeurig af te schrijven op nieuwe bedrijfsgebouwen in aangewezen gemeenten waarvan de aanschaf- of voortbrengingskosten tenminste 5 miljoen bedragen. De regeling betreft in beginsel een tijdelijk experiment dat betrekking heeft op de jaren 1996, 1997 en 1998. De evaluatie moet inzicht geven in de mate waarin van de regeling gebruik is/wordt gemaakt en het effect van de regeling op het vestigingsbeleid van bedrijven. In afwachting van de resultaten is de regeling inmiddels met een jaar verlengd.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: Afronding halverwege 1999.
Onderwerp:Fiscale faciliteit: tonnagebelasting
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: De evaluatie van de tonnagebelasting valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie voor Verkeer en Waterstaat. Vanuit Financiën wordt gekeken welke fiscale informatie moet worden aangeleverd. De evaluatie is in 1998 uitgesteld, omdat het zinvol werd gevonden om deze mee te nemen in de evaluatie van het hele zeescheepvaartbeleid die in het najaar van 1999 zal plaatsvinden.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: Afronding: najaar 1999.
Onderwerp:Evaluatie aftrek buitengewone lasten chronisch zieken
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: Het onderzoek moet inzicht bieden in het gebruik van de mogelijkheid tot aftrek van buitengewone lasten bij chronische ziekte. Op basis van het Inkomens Informatie Systeem (IIS) is in maart 1999 een schatting gemaakt van het aantal mensen dat van de regeling gebruik zou kunnen maken en van de kosten van de regeling. Eventueel is nog aanvullend onderzoek nodig naar het daadwerkelijk gebruik van de regeling.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: Onderzoek op basis van het IIS is afgerond. Eventueel aanvullend onderzoek in de zomer van 1999.
Onderwerp:Evaluatie bestrijdingsmaatregelen constructies onroerende zaken
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: Nagaan of de reparatiewetgeving ter bestrijding van constructies met betrekking tot onroerende zaken in de omzetbelasting en de overdrachtsbelasting afdoende is geweest om oneigenlijk gebruik van de belastingwet te voorkomen. Het onderzoek moet antwoord geven op een aantal vervolgvragen die zijn voortgekomen uit een eerdere evaluatie van de reparatiewetgeving waarvan in een brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer op 21 april 1998 verslag is gedaan. Er is een vragenlijst gemaakt die beantwoord zal worden door de vakgroepcoördinatoren omzetbelasting van de eenheden Ondernemingen en Grote Ondernemingen. De vragen betreffen verzoeken om te worden vrijgesteld van omzetbelasting, verklaringen over het gebruik van een onroerende zaak, resultaten van onderzoeken gericht op de reparatiewetgeving en eventuele klachten van belastingplichtigen.
M&O-aspecten: Ja
Kosten/uitgaven: Interne kosten: 20 dagen
Planning: Afronding tweede helft 1999.
Onderwerp:Evaluatie aandelenoptieregeling
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: De waardering van aandelenopties voor de loonbelasting is aangepast voor de aandelenoptieregelingen die na 1 januari 1998 door een bedrijf ingesteld zijn. Doel van het onderzoek is het in kaart brengen van de effecten en de eventuele knelpunten.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: Afronding in 2000.
Onderwerp:Fundamenten van de bouw (ex ante)
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: Het onderzoek moet leiden tot een voorstel op grond waarvan een behandelstrategie voor de bedrijfstak bouw kan worden vastgesteld. De fiscale risico's per relevante doelgroep binnen de bedrijfstak bouw worden in kaart gebracht en er wordt een methodiek ontwikkeld waarmee een rangorde in de risico-groepen kan worden bepaald en een optimale mix van beheersmaatregelen kan worden vastgesteld.
M&O-aspecten: Ja
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: Mede op basis van de vier reeds opgeleverde deelrapporten moet nog, door een nieuw aan te wijzen projectleider een eindrapport met behandelstrategie worden opgesteld en moet tevens de start van de validering van het model worden opgepakt.
Onderwerp:Onderzoek uitstelregeling (ex ante)
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: Het onderzoek moet inzicht geven in de mogelijkheden om tot een betere planning te komen voor het inleveren van aangiftebiljetten door fiscale adviseurs. Een belangrijk aspect daarbij is de vraag in hoeverre de verschillende modaliteiten die daarbij denkbaar zijn, onontkoombaar interfereren met de planning van fiscaal adviseurs. Daartoe wordt voor de fiscale jaren 1996 en 1997 onderzoek gedaan naar patronen voor inleverdata.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: 15 dagen; kosten externen: onbekend
Planning: Het onderzoek voor het eerste proefjaar is afgesloten in april 1998. Het onderzoek voor het tweede proefjaar loopt tot april 1999. De eindrapportage zal medio 1999 verschijnen.
BEDRIJFSVOERING BELASTINGDIENST
Onderwerp:Evaluatie startersbeleid
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: Doel van het onderzoek is het vergroten van inzicht in de effecten van het gevoerde startersbeleid en de knelpunten die daarbij mogelijk optreden.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: In 2000.
Onderwerp:Evaluatie kopieërmap allochtonen
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: De kopieermap is tweetalig en bevat voor de allochtone ondernemer relevante informatie, o.a. over fiscale onderwerpen. In het onderzoek zal inzicht worden verkregen in de hanteerbaarheid, de leesbaarheid en het gebruik van de map die op vier pilot-eenheden wordt uitgetest. Het onderzoek richt zich zowel op de belastingdienstmedewerkers, als op de allochtone ondernemers die door een extern bureau via interviews naar hun waardering voor de kopiëermap zullen worden gevraagd.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: Afronding zomer 1999.
Onderwerp:Analyse Inkomens Informatie Systeem
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: Het Inkomens Informatie Systeem is een bestand met gegevens over de loon- en inkomstenheffing van een aselecte steekproef van ongeveer 225 000 personen uit de gehele Nederlandse bevolking. Per belastingjaar wordt het bestand voor ieder persoon gevuld met gegevens over de eventuele aangifte, aanslagen, correcties, verminderingen en navorderingen alsmede renseigneringsgegevens zoals bijvoorbeeld de loon- en renteopgaven. Met het bestand worden diverse analyses uitgevoerd, waaronder historische vergelijkingen, simulaties van effecten van wetsvoorstellen, analyse van de effecten van doelgroepacties, onderzoek naar de compliance-ontwikkeling en naar de ontwikkeling van de grondslag voor de inkomensheffing. Jaarlijks wordt een standaardrapportage opgeleverd. De andere analyses zijn in notities vastgelegd. Voor dit project bestaat een samenwerkingsverband met het Centraal Bureau voor de Statistiek.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: Doorlopend onderzoek.
Onderwerp:Analyse van andere informatiesystemen
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: Behalve van het Inkomens Informatie Systeem worden ook van een aantal andere informatiesystemen doorlopend analyses en rapportages gemaakt. Dat zijn het Vennootschaps Informatie Systeem (betreffende ongeveer 300 000 ondernemingen), het Loonbelasting Informatie Systeem, het Omzetbelasting Informatie Systeem en het Landelijk Informatie Systeem Boekenonderzoeken (met gegevens over ruim 100 000 boekenonderzoeken).
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: Doorlopend onderzoek.
Onderwerp:Fiscale Monitor 1998 en 1999
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: Met de Fiscale Monitor wordt periodiek door middel van gestructureerde interviews een beeld verkregen van de meningen en opvattingen van belastingplichtigen en fiscale adviseurs over de uitvoering van de fiscale wet- en regelgeving door de Belastingdienst.
Het onderzoek naar de Fiscale monitor 1998 is afgerond met een rapport. Over het algemeen heeft men een betrekkelijk gunstig oordeel over de Belastingdienst.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: 105 dagen (PFC), 15 dagen per doelgroepdirectie; kosten externen: f 1 200 000,-
Planning: Het onderzoek Fiscale monitor 1998 is in januari 1999 afgesloten. Het onderzoek Fiscale monitor 1999 wordt in 2000 afgesloten.
Onderwerp:Evaluatie Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor Zelfstandigen (WAZ)
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: Ten behoeve van de evaluatie van de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ) door het ministerie van Sociale Zaken zal door het ministerie van Financiën met behulp van het Inkomens Informatie Systeem bestuurlijke informatie geleverd worden over de premieheffing bij de WAZ-verzekerden.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: Midden 1999 zullen de eerste gegevens geleverd worden.
Onderwerp:Evaluatie telewerkregeling
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: Het onderzoek moet inzicht geven in de aard, omvang en effectiviteit van het gebruik van de mogelijkheid om een LB-vrijstelling te verkrijgen voor de vergoeding aan werknemers om een telewerkplek in te richten (de zogenaamde fl. 800,regeling). Omdat deze vergoedingen niet in de systemen van de Belastingdienst afzonderlijk worden vastgelegd, wordt een enquête onder ondernemingen gehouden.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: f 50 000,- (interne kosten: 15 dagen)
Planning: Afronding tweede helft van 1999.
Onderwerp: Evaluatie verleggingsregeling OB in de confectie-industrie
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: Met het onderzoek wordt de effectiviteit onderzocht van de verleggingsregeling ter bestrijding van fraude in de confectie-industrie. Er zal een bestandsanalyse van de OB plaatsvinden, aangevuld met data-verzameling (via interviews) op eenheden.
M&O-aspecten: Ja
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: Tweede helft 1999.
Onderwerp:AWB-conform werken
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: In dit project wordt nagegaan op welke wijze bestuurlijke aandacht gegeven wordt aan de doelstelling om met ingang van 1 januari 1997 AWB conform te werken. Tevens wordt onderzocht hoe een en ander in de praktijk vorm heeft gekregen, in hoeverre de doelstellingen gehaald worden, welke problemen men bij de uitvoering ondervindt en hoe daarmee omgegaan is/wordt.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: onbekend
Planning: Start: in de loop van 1998. Afronding: medio 1999.
Onderwerp:Evaluatie attendering potentiële teruggave
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: In oktober 1998 is aan een groep belastingplichtigen die waarschijnlijk voor belastingteruggaaf in aanmerking kwam maar geen T-biljet had ingediend, een brief gestuurd waarin zij geattendeerd worden op de mogelijkheid om belastingteruggaaf te krijgen. De evaluatie richt zich op het aantal alsnog ingestuurde T-biljetten. Verder wordt er een telefonisch onderzoek gehouden onder degenen die wel en die geen T-biljet hebben ingediend.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: Juli 1999.
Onderwerp:Telefonische dienstverlening van de Belastingdienst
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: Doel is inzicht krijgen in de wijze waarop particulieren de verschillende vormen van telefonische dienstverlening door de Belastingdienst ervaren en waarderen. Door middel van een telefonische enquête worden de verwachtingen en ervaringen van particulieren die wel of juist geen telefonisch contact hebben gehad met de Belastingdienst, met elkaar vergeleken.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: 10 dagen; kosten externen: f 50 000,-
Planning: In 1999.
Onderwerp:Selectiesysteem IBS
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: Het eerste deelproject betreft de jaarlijkse aanpassing en evaluatie van het IBS-selectiesysteem dat IB- en VB-posten aanmerkt als al dan niet risicovol. Binnen het IBS worden de meest risicovolle posten vervolgens uitgeworpen voor handmatige regeling, terwijl de minder risicovolle posten automatisch conform de aangifte worden afgedaan. In een tweede deelproject wordt gekeken of er met behulp van geavanceerde data-analysetechnieken goede selectiecriteria kunnen worden gevonden, anders dan die welke door belastingdeskundigen zijn opgesteld. Hierbij wordt gebruik gemaakt van zowel technieken uit de statistiek en data-theorie als uit de kunstmatige intelligentie. Er zijn in dit verband inmiddels twee onderzoeken uitgevoerd. De resultaten ten behoeve van het selectiesysteem voor de inkomensheffing 1998 zijn doorgegeven aan de directie Particulieren en in de geautomatiseerde systemen geïmplementeerd. De onderzoeken in het kader van het tweede deelproject leverden tot nu toe geen nieuwe bruikbare selectiecriteria op.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Onbekend
Planning: Doorlopend onderzoek.
Onderwerp:Voorspelling betalingsrisico's (ex ante)
Begrotingsartikel: U 04.01
Karakter: Het onderzoek moet antwoord geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is om op basis van gegevens van de Belastingdienst dreigende betalingsrisico's te voorspellen bij ondernemingen.
M&O-aspecten: Nee
Kosten/uitgaven: Interne kosten: 80 dagen
Planning: In de eerste fase, die eind 1998 is afgerond, is een beschrijvend kwantitatief onderzoek uitgevoerd naar het invorderingsproces bij ondernemingen. In 1999 vindt modelontwikkeling plaats voor twee risico's, te weten het insolventierisico en het ontvangen van een dwangbevel.
ECONOMISCHE EN FUNCTIONELE CODERING
| Uitgaven | Ontvangsten | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Codes | Omschrijving | 1998 | 1999 | 2000 | 1998 | 1999 | 2000 |
| 01 | Niet verdeeld | 66 696 | 61 790 | 538 883 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal 0 | Totaal onverdeeld | 66 696 | 61 790 | 538 883 | 0 | 0 | 0 |
| 11 | Beloning van werknemers | 2 730 696 | 2 922 586 | 2 960 329 | 0 | 0 | 0 |
| 12 | Overige goederen en diensten | 1 669 816 | 2 032 608 | 2 056 645 | 0 | 0 | 0 |
| 14 | Onderhoud grondwerken, water- en wegenbouwkundige werken | 8 804 | 10 146 | 9 046 | 0 | 0 | 0 |
| 16 | Verkopen van goederen en diensten | 0 | 0 | 0 | 782 831 | 7 594 290 | 519 083 |
| Totaal 1 | Totaal consumptieve bestedingen | 4 409 316 | 4 965 340 | 5 026 020 | 782 831 | 7 594 290 | 519 083 |
| 26 | Rente | 0 | 0 | 0 | 116 351 | 119 020 | 109 257 |
| 27 | Winstuitkeringen | 0 | 0 | 0 | 2 066 460 | 2 001 055 | 1 455 195 |
| 29 | Inkomen uit grond en minerale reserves | 0 | 0 | 0 | 243 649 | 211 958 | 226 008 |
| Totaal 2 | Totaal rente, pacht, overige | 0 | 0 | 0 | 2 426 460 | 2 332 033 | 1 790 460 |
| 32 | Belastingen op productie en invoer (uitgaven) | 535 373 | 751 390 | 751 175 | 0 | 0 | 0 |
| 36 | Belastingen op productie en invoer (ontvangsten) | 0 | 0 | 0 | 86 960 584 | 95 625 058 | 101 196 187 |
| 37 | Belastingen op inkomen, vermogen, enz. | 0 | 0 | 0 | 83 267 512 | 84 854 000 | 86 764 000 |
| Totaal 3 | Totaal primaire inkomensoverdrachten | 535 373 | 751 390 | 751 175 | 170 228 096 | 180 479 058 | 187 960 187 |
| 43a | Overige inkomensoverdrachten (centrale overheid) | 7 115 | 15 370 | 34 197 | 0 | 0 | 0 |
| 43d | Idem; (ondernemingen i.d. vorm van vennootschappen) | 7 498 | 7 725 | 7 825 | 0 | 0 | 0 |
| 47a | Idem; (centrale overheid) | 0 | 0 | 0 | – 23 671 564 | – 25 598 642 | – 25 936 345 |
| 47d | Idem; (ondernemingen i.d. vorm van vennootschappen) | 0 | 0 | 0 | 1 549 | 1 650 | 1 700 |
| Totaal 4 | Totaal inkomensoverdrachten binnen de sector overheid | 14 613 | 23 095 | 42 022 | – 23 670 015 | – 25 596 992 | – 25 934 645 |
| 51 | Niet verdeeld | 2 494 | 1 823 | 1 762 | 0 | 0 | 0 |
| 56 | Verkopen gebruikte investeringsgoederen | 0 | 0 | 0 | 2 817 051 | 3 432 559 | 3 015 100 |
| 58 | Verkopen van kostbaarheden | 0 | 0 | 0 | 35 833 | 0 | 0 |
| Totaal 5 | Totaal kapitaal overdrachten van/ aan derden | 2 494 | 1 823 | 1 762 | 2 852 884 | 3 432 559 | 3 015 100 |
| 63d | Overige kapitaaloverdracht (ondernemingen i.d. vorm van vennootschappen) | 200 995 | 279 140 | 405 214 | 920 081 | 975 000 | 430 500 |
| 63g | Idem; (buitenland) | 2 338 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 66 | Verkopen grond | 0 | 0 | 0 | 474 622 | 378 800 | 163 300 |
| 68d | Investeringsbijdragen | 0 | 0 | 0 | 1 303 | 1 000 | 1 000 |
| 69a | Overige kapitaalsoverdrachten | 0 | 0 | 0 | 1 161 | 1 100 | 100 |
| 69d | Idem (ondernemingen in de vorm van vennootschappen) | 0 | 0 | 0 | 49 934 | 60 718 | 60 712 |
| 69g | Idem (buitenland) | 0 | 0 | 0 | 838 | 7 000 | 6 800 |
| Totaal 6 | Totaal kapitaaloverdrachten binnen de sector overheid | 203 333 | 279 140 | 405 214 | 1 447 939 | 1 423 618 | 662 412 |
| 73g | Aankoop van aandelen en overighe deelnemingen (buitenland) | 575 380 | 520 488 | 541 789 | 0 | 0 | 0 |
| 77a | Aflossing van langlopende leningen (centrale overheid) | 0 | 0 | 0 | 8 606 | 8 606 | 10 953 |
| 77g | Idem (buitenland) | 0 | 0 | 0 | 112 296 | 4 328 | 4 878 |
| 78d | Verkoop van aandelen en overige deelnemingen (ondernemingen) | 0 | 0 | 0 | 5 000 778 | 2 007 559 | 0 |
| 78g | Verkoop van aandelen en overige deelnemingen (buitenland) | 0 | 0 | 0 | 7 043 | 1 621 | 0 |
| Totaal 7 | Totaal investeringen | 575 380 | 520 488 | 541 789 | 5 128 723 | 2 022 114 | 15 831 |
| 96 | Chartaal geld (rijk) | 0 | 0 | 0 | 47 760 | 44 100 | 44 100 |
| Totaal 9 | 0 | 0 | 0 | 47 760 | 44 100 | 44 100 | |
| Totaal | 5 807 205 | 6 603 066 | 7 306 865 | 159 244 678 | 171 730 780 | 168 072 528 | |
| Uitgaven | Ontvangsten | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Code | Omschrijving | 1998 | 1999 | 2000 | 1998 | 1999 | 2000 |
| 01.20 | Financieel bestuur en domeinen (eigendommen); algemeen | 369 681 | 401 100 | 846 357 | 5 115 822 | 57 124 | 48 017 |
| 01.22 | Idem; fiscaal apparaat | 4 499 403 | 5 128 591 | 5 238 235 | 1 403 449 | 1 609 300 | 1 801 500 |
| 01.23 | Idem; financiële diensten | 1 138 | 1 180 | 0 | 213 723 | 217 563 | 197 507 |
| 01.24 | Idem; munt | 25 804 | 89 593 | 92 009 | 786 | 4 660 | 310 |
| 01.25 | Idem; Domeinen/eigendommen | 92 733 | 111 713 | 110 337 | 1 384 017 | 8 485 675 | 728 995 |
| 01.29 | Nog niet verdeeld (loon-, prijsbijstelling, onvoorzien) | 0 | 27 103 | 38 675 | 0 | 0 | 0 |
| 01.34 | Centrale diensten van het bestuursapparaat; overige | 7 498 | 7 725 | 7 825 | 7 513 | 9 035 | 9 300 |
| 01.40 | Buitenlandse betrekkingen; algemeen | 0 | 0 | 0 | 220 | 7 000 | 6 800 |
| 01.43 | Idem; deelneming aan internationale organisaties van algemene aard | 8 094 | 9 821 | 27 174 | 7 043 | 1 621 | 0 |
| 01.53 | Ontwikkelingssamenwerking; via internationale organisaties | 569 624 | 510 667 | 514 615 | 113 545 | 4 814 | 5 182 |
| 06.15 | Sociale voorzieningen; arbeidsongeschiktheid | 0 | 0 | 0 | 8 702 | 7 740 | 5 740 |
| 06.35 | Oorlogs- en rampschade | 5 811 | 10 009 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 09.1 | Brandstof en energie; algemeen | 84 115 | 14 525 | 9 700 | 0 | 0 | 0 |
| 11.1 | Algemene economische aangelegenheden | 97 111 | 226 739 | 346 738 | 950 134 | 801 000 | 481 000 |
| 11.3 | Industrie | 39 844 | 64 300 | 75 200 | 62 934 | 257 930 | 32 549 |
| 11.7 | Overige diensten | 6 349 | 0 | 0 | 1 941 334 | 3 896 229 | 1 365 457 |
| 13.2 | Betrekkingen met lagere publiekrechtelijke lichamen voorzover niet in andere functies opgenomen | 0 | 0 | 0 | – 23 923 298 | – 25 825 767 | – 26 161 685 |
| 13.6 | Belastingontvangsten | 0 | 0 | 0 | 171 905 021 | 182 152 000 | 189 507 000 |
| 14.3 | Overheidsschuld; ontmunting en aanmunting | 0 | 0 | 0 | 53 733 | 44 856 | 44 856 |
| Totaal | 5 807 205 | 6 603 066 | 7 306 865 | 159 244 678 | 171 730 780 | 168 072 528 | |
VOORLICHTING
Het introduceren van een nieuwe munt is een verandering die de hele samenleving raakt. Dit brengt met zich dat de overheid zich niet als monopolist kan opstellen. De overheid draagt daarom samen met een groot aantal maatschappelijke organisaties in het Nationaal Forum voor de introductie van de euro (NFE) zorg voor de introductie van de euro. De afstemming van de concrete voorlichtingsactiviteiten van het NFE vindt plaats in het Voorlichtersforum (VLF). In het VLF worden afspraken gemaakt over een op elkaar afgestemde, gezamenlijke voorlichtingsstrategie. Het Ministerie van Financiën heeft hierin de voorzittersrol. Uitgangspunt van de voorlichting is dat de overgang van gulden naar euro in Nederland zo soepel mogelijk verloopt. Dat houdt in dat iedereen niet alleen tijdig is geïnformeerd over de komst van de euro, maar ook tijdig in de eigen bedrijfsvoering maatregelen heeft getroffen ter voorbereiding op de euro. Het NFE verzorgt in het algemeen de overkoepelende en algemene voorlichting over de invoering van de euro aan het grote publiek en aan intermediairen. Het Ministerie van Financiën is daarnaast verantwoordelijk voor de voorlichting binnen het eigen departement.
Uitgangspunt van de eurovoorlichting is een gezamenlijke en gecoördineerde aanpak door alle organisaties die in het NFE zitting hebben. Daarbij is de afspraak in het VLF gemaakt, dat iedere organisatie zelf verantwoordelijk is voor de voorlichting naar de eigen achterban. De achterban kan op deze wijze specifieke informatie over de euro halen op de plaats waar het altijd informatie haalt: vragen over pensioenen bij de pensioenfondsen, vragen over verzekeringen bij de verzekeraars, enzovoort. Organisaties kunnen aansluiten bij de voorlichting van het NFE.
Daarnaast heeft het NFE een aantal doelgroepen aangewezen waarvoor een extra inspanning gewenst is. Dit zijn ondernemers, mensen met een handicap, allochtone bevolkingsgroepen, onderwijs, ouderen en mede-overheden. Voor deze doelgroepen worden onder de paraplu van het NFE aanvullende voorlichtingsactiviteiten verzorgd.
De kosten van de massamediale voorlichting worden gedragen door het Ministerie van Financiën, evenals de kosten van de voorlichting aan organisaties die verdere voorlichting aan burgers en bedrijfsleven verzorgen, inclusief die groepen waarvoor een extra inspanning is gewenst. De kosten van de specifieke voorlichting aan de eigen achterban worden door de organisaties zelf gedragen.
Inhoudelijke voorlichting vormt sinds oktober 1996 het fundament van de eurovoorlichting. Het zwaartepunt van de campagne ligt bij de massamediale voorlichting aan het brede publiek om iedereen op de hoogte te stellen van de definitieve komst van de euro. In dagbladen en magazines worden advertenties geplaatst, en op radio en televisie worden voorlichtingsspots uitgezonden. Informatieve brochures zijn te verkrijgen bij postkantoren, bibliotheken, organisaties van het NFE en te bestellen bij de Eurolijn en via de Eurosite.
Overig voorlichtingsmateriaal bestaat uit de Euro-info, een losbladige klapper met de meest gestelde vragen over de euro. Hierop hebben zo'n 20 000 personen en bedrijven een abonnement. Aansluitend op ontwikkelingen in het introductieproces van de chartale euro wordt het materiaal regelmatig geactualiseerd en aangevuld. De Euro-info is eveneens op diskette te verkrijgen. Hierop hebben 32000 personen en bedrijven een abonnement. Daarnaast zijn er selecties uit Euro-info voor burgers en ondernemers. De versie voor ondernemers is vertaald in het Engels.
Het informatieblad Eurokoers verschijnt sinds eind 1996 vier maal per jaar en geeft de laatste stand van besluiten van het NFE weer en behandelt onderwerpen die met name voor intermediairen, ondernemers en geïnteresseerde burgers van belang zijn. Het aantal abonnees is 40 000. Daarnaast is er de Eurosite, de internetsite van het NFE, en de Eurolijn, de gratis informatielijn van het NFE waar iedereen met vragen terecht kan. Sinds december is de Eurosite ruim 200 000 maal bezocht en is er ruim 20 000 maal met de Eurolijn gebeld.
De voorlichting in de periode van de girale naar de chartale invoering van de euro is een subtiel proces waarbij de doelgroepen in een geleidelijk tempo moeten wennen aan de komst van de euro zonder dat er euromoeheid ontstaat. 2000 is een cruciaal jaar in dit proces. Het voorwerk om in 2001 de voorlichting over de definitieve omschakeling van de gulden op de euro tot een succes te maken, zal in dat jaar moeten plaatsvinden. Daarnaast moet worden bevorderd dat tijdig maatregelen worden genomen binnen de eigen bedrijfsvoering met betrekking tot de introductie van de euro.
Om een juiste balans in de voorlichting te vinden worden de ontwikkelingen en stemmingen in de samenleving continu gemonitord. Op basis van de uitkomsten van de monitoring is de voorlichting op ieder moment bij te sturen. Naar aanleiding van de informatie die uit monitoring wordt verzameld kan dan doelgroep gerichte en probleemoplossende informatie worden ontwikkeld en verspreid. Tevens kan, mede door de flexibele opzet, de communicatiestrategie worden aangepast aan de actuele ontwikkelingen op de markt en in de samenleving.
4. Eurovoorlichting in 2001: Conversiecampagne
Vanaf 1 januari 2002 komen de euromunten- en bankbiljetten in omloop en gaat ook het massale girale betalingsverkeer over op de euro. In de aanloop naar 2002 zal het meest intensieve onderdeel van de eurocampagne vorm krijgen: de conversiecampagne. Doelstelling daarvan is dat iedereen tijdig van de juiste en actuele informatie wordt voorzien. Dit betekent dat ook de mensen, die niet via de voor de hand liggende (massa mediale) kanalen worden bereikt, op de hoogte moeten zijn van de komst van de euro. Hiertoe zal geïnvesteerd moeten worden in specifieke voorlichtingsmiddelen. Daarnaast moet er rekening mee worden gehouden dat naar mate de euro dichter bij komt het besef van verandering goed tot de maatschappij doordringt. Dit besef mag niet leiden tot een omslag in houding en gedag ten aanzien van de euro. Hierop zal de eurocampagne flexibel moeten kunnen inspelen.
Hierdoor onderscheidt deze campagne zich van andere grootschalige informatiecampagnes. Gezien de unieke omvang van de conversiecampagne wordt overwogen bijzondere communicatie-instrumenten in te zetten om het publiek zowel massamediaal als specifiek op de overgang van gulden naar euro te attenderen.
De voorbereiding voor de conversiecampagne zal voor een groot deel plaatsvinden in 2000. De voorlichting in 2001 zal onder meer betrekking hebben op het distributiescenario en de waarde van de euro ten opzichte van de gulden (alhoewel de waarde van de euro al in 1999 vaststaat wordt dit voor het grote publiek pas relevant als men met de euro gaat betalen, dus in 2002 ). Integraal onderdeel van de conversiecampagne zijn de vormen, kleuren en afmetingen van de munten en bankbiljetten, kortom het uiterlijk van de nieuwe munt en bankbiljetten. Niet alleen het uiterlijk van de Nederlandse nationale zijde, maar ook de nationale zijden van de andere eurolanden zal in dit stadium van de voorlichting intensief naar het publiek gecommuniceerd worden. Hieronder is aangegeven welke voorlichtingsactiviteiten ontwikkeld zijn voor de specifieke doelgroepen.
5. Specifieke aandachtsgroepen
In aanvulling op de massamediale campagne is een aantal groepen in de samenleving onderscheiden, die bijzondere aandacht vergen en daarin door middel van specifieke voorlichting worden voorzien. Als speciale aandachtsgroepen zijn gedefinieerd: ondernemers, onderwijs, allochtonen, mensen met een handicap, ouderen en mede-overheden. Deze voorlichting wordt voorbereid in werkgroepen van het Voorlichtersforum, aangevuld met vertegenwoordigers uit het werkveld.
De specifieke voorlichting aan deze doelgroepen loopt zoveel mogelijk synchroon met de massamediale voorlichtingscampagne om de synergie te maximaliseren en om verwarring te voorkomen. Dit houdt in dat voorlichtingsmateriaal dat voortkomt uit de massamediale campagne in eerste instantie op maat wordt gemaakt voor de specifieke doelgroep. Daarnaast zal waar nodig speciaal en aanvullend materiaal voor de doelgroepen worden ontwikkeld.
Een 12-tal regionale bijeenkomsten vormde de start van de voorlichting gericht op het voorbereiden van de ondernemers op de komst van de euro. Dat was in mei en juni 1998. Aansluitend daarop zijn er radio- en televisiespots gericht op ondernemers uitgezonden en is er een speciale printcampagne in ondernemersbladen gekomen. Hierin werd concrete informatie gegeven en werden ondernemers op de Eurolijn en de Euro-internetsite gewezen. Tevens hebben de deelnemende organisaties van de werkgroep ondernemers een informatiepakket ontwikkeld, met o.a. een checklist en een brochure met de meest gestelde vragen door ondernemers. De brochure is in het Nederlands en in het Engels verkrijgbaar. Via de Eurolijn en de Eurosite kunnen de informatiepakketten door ondernemers worden aangevraagd. De informatie is ook direct voor downloaden beschikbaar op de Eurosite. 33 000 ondernemers hebben in 1998 en 1999 te samen de pakketten aangevraagd. Daarnaast is het pakket naar 65 000 exporterende bedrijven en naar alle brancheorganisaties gestuurd.
De intermediaire kaders (branchorganisaties) zijn door middel van speciale advertenties en folders geattendeerd op de toegevoegde waarde die zij voor hun achterban kunnen hebben met betrekking tot informatie over de introductie van de euro. Het NFE stelt voorts een sprekerspool ter beschikking aan brancheorganisaties die informatiebijeenkomsten organiseren en kan daarbij ook hulp en advies aanbieden.
Eind 1997 zijn de educatieve uitgevers reeds geattendeerd op het feit dat bestaande lesmethodes geactualiseerd moeten worden om tijdig in te kunnen spelen op de veranderingen ten gevolge van de komst van de euro. Het NFE heeft aanvullend lesmateriaal ontwikkeld voor zowel het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs, om er voor te zorgen dat scholen die nog niet tot aanschaf van geactualiseerde lesmethoden overgaan toch lesmateriaal over de euro tot hun beschikking hebben.
Het euro-lesmateriaal voor het basisonderwijs «Rondje euro» en voor de basisvorming van vbo-mavo en havo-vwo «Euro...enzo» was aan het begin van het schooljaar 1998–1999 gereed. Het materiaal voor de bovenbouw havo/vwo «Euro inzicht» was gereed voor het schooljaar 1999–2000. Voorts wordt onderwijsmateriaal voor het MBO voorbereid. Van het basisonderwijs heeft 20 procent van de scholen het lesmateriaal besteld, van de scholen voor de basisvorming heeft 33 procent het materiaal besteld en 45 procent van de scholen voor de bovenbouw heeft het euro-lesmateriaal besteld.
Bij de ontwikkeling van het euro-lesmateriaal is de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) betrokken om aansluiting van het materiaal op de verplichte leerstof in de diverse onderwijstypen te garanderen.
Daarnaast wordt de Junior Eurokrant uitgegeven door het NFE, gericht op (de hoogste klassen van) het basisonderwijs. De krant met veel tekeningen en plaatjes geeft informatie aan jongeren die een spreekbeurt willen houden of werkstuk willen maken over de euro. Sinds maart 1999 hebben 7000 jongeren de krant aangevraagd via de Eurolijn en de Eurosite.
Voor Antillianen, Surinamers, Turken en Marokkanen wordt, conform het bestaande kabinetsbeleid, aanvullend voorlichtingsmateriaal ontwikkeld. Er is in de uitwerking rekening gehouden met de omvang van de doelgroep, het te verwachten kennisniveau over de invoering van de euro en de toegankelijkheid van deze groep tot de algemene informatievoorziening en de campagne. Het traject sluit aan op de massamediale campagne. De publieksbrochures zijn vertaald in het Turks en Arabisch. Van de Turkse brochure zijn er 27 000 verspreid en van de Arabische ruim 3000. Radiospots zijn vertaald en waar nodig aangepast en voor televisie zijn nieuwsitems opgenomen. Daarnaast worden intermediaire organisaties ondersteund en om free publicity te genereren zijn meertalige persberichten verspreid.
De publieksbrochure «De euro. Stap voor stap naar 2002» is tevens vertaald in het Engels, Frans, Spaans en Portugees. Begin september 1999, na de zomervakantie, krijgt de voorlichting aan allochtone groepen wederom een intensivering. De publieksbrochure wordt dan tweetalig verspreid in het Turks-Nederlands, Arabisch-Nederlands en Papiamento-Nederlands. Radio- en televisiespots worden uitgezonden, advertenties (inserts) verschijnen in allochtonenkranten die in Nederland worden verspreid en op plaatsen waar de doelgroepen samenkomen worden posters opgehangen. Via speciale distributiekanalen en promotieteams zullen de tweetalige publieksbrochures worden verspreid.
De werkgroep onder leiding van de Nederlandsche Bank richt zich op auditief, visueel en verstandelijk gehandicapten. Het Ministerie van VWS is bij dit traject betrokken, alsmede de Nederlandsche Vereniging voor Blinden en Slechtzienden, het Dovenschap en de Federatie van Ouderverenigingen. De voorlichting richt zich met name op de doelgroep auditief, visueel en verstandelijk gehandicapten die in staat zijn financiële handelingen te plegen en hun koepelorganisaties. Gedurende de overgangsfase, de duale fase en daarna zal voortdurend met speciaal daarvoor geschikte voorlichting – gedoseerde informatie worden verstrekt. Mensen met een handicap die in staat zijn financiële handelingen te verrichten – net zoals alle Nederlandse burgers – zullen voortdurend op de hoogte worden gehouden van de komst van de euro en de gevolgen daarvan. In eerste instantie bestaat de campagne uit het zoveel mogelijk toegankelijk maken van het bestaande voorlichtingsmateriaal voor de bovengenoemde doelgroepen. Brochures worden vertaald in braille, een video en Cd-rom in gebarentaal is in ontwikkeling, evenals een brochure voor slechtzienden en voor verstandelijk gehandicapten.
Ouderenorganisaties besteden in hun media door middel van redactionele artikelen aandacht aan de komst van de euro om de doelgroep op de voor hen meest geschikte wijze voor te lichten. De voorlichting richting ouderen sluit aan bij de massamediale campagne. In zowel print als spots wordt ermee rekening gehouden dat zij ook voor ouderen herkenbaar en aansprekend moeten zijn. Mede voor deze doelgroep heeft het NFE een sprekerspool opgezet om op verzoek van organisaties voorlichting over de euro te geven. In het najaar komt er een mailing richting intermediaire organisaties en instellingen gericht op ouderen, waarin tevens wordt gewezen op de spekerspool.
Mede-overheden: gemeenten, provincies en waterschappen
Het NFE heeft geconstateerd dat mede-overheden een steun in de rug nodig hebben bij het opzetten van de eigen voorlichting over de euro. Om de mede-overheden houvast te geven, is een werkgroep opgericht. De werkgroep wordt geleid door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Verder hebben zitting in deze werkgroep de ministeries van Financiën en Sociale Zaken, de VNG, de IPO, de Unie van Waterschappen, de BNG en vertegenwoordigers van een grote en een middelgrote gemeente. De werkgroep heeft alle voorlichters van mede-overheden in december 1998 een informatiepakket gestuurd. Dit informatiepakket bestond voor een deel uit het bestaande voorlichtingsmateriaal van het NFE, aangevuld met een special voor mede-overheden en een checklist voor de voorlichters van mede-overheden. Ook de Handleiding Euro-implementatie Overheid (HEIO) is naar alle gemeentelijke voorlichters gestuurd met het informatiepakket. Sinds januari van dit jaar zijn 1250 pakketten verstuurd. In maart 1999 zijn vervolgens vijf regionale informatiebijeenkomsten georganiseerd. Het aantal deelnemers per bijeenkomst varieerde van circa 60 tot 90 personen, afkomstig van verschillende beleidsterreinen van gemeenten: automatisering, financiën, onderwijs, welzijn, voorlichting, burgerzaken en ruimtelijke ordening. De opkomst vertoonde gaandeweg een stijgende lijn, toch bleef het aantal gemeenten dat zich inschreef voor de bijeenkomsten enigszins teleurstellend. De te geringe opkomst komt overeen met de inschatting dat het eurobewustzijn bij gemeenten nog niet voldoende is en dat hier een extra inspanning nodig is. Bijeenkomsten als de eurodagen zijn in hun opzet een bruikbaar middel gebleken om medewerkers bij gemeenten te informeren over de euro en wat daar voor hen bij komt kijken. Naar aanleiding van de regionale bijeenkomsten is tevens een tweede editie van de special voor mede-overheden uitgebracht, die eveneens naar alle voorlichters van mede-overheden is verzonden. Het eurobewustzijn onder gemeenten zal echter ook verhoogd moeten worden met andere middelen dan bijeenkomsten. Er zal een strategische aanpak worden ontwikkeld, waarbij een grote rol is weggelegd voor monitoring en directe benadering van sleutelfiguren.
In het hieronder gepresenteerde overzicht zijn de uitgaven ten behoeve van door Financiën gegeven voorlichting opgenomen. De voorlichtingsuitgaven worden in deze begroting geraamd op de uitgavenartikelen 01.01 (personeel en materieel kernministerie) en 04.01 (personeel en materieel belastingdienst).
| Uitgaven (bedragen x f 1 000) | Personeel | Materieel Overig | Totaal |
|---|---|---|---|
| Fiscale voorlichting | 4 479 | 13 698 | 18 177 |
| Voorlichting Euro | 460 | 42 776 | 43 236 |
| Overige voorlichting | 4 200 | 2 180 | 6 380 |
| Totaal | 9 139 | 58 654 | 67 793 |
De materiële uitgaven voor fiscale activiteiten hebben met name betrekking op voorlichtingsbrochures en interne voorlichting bij de Belastingdienst; de uitgaven voor instructie van de belastingplichtige zijn niet opgenomen. Ten opzichte van 1999 zijn de uitgaven voor fiscale voorlichting iets gedaald. Dit heeft te maken met het re-alloceren van budgetten en met concrete bezuinigingen.
De materiële uitgaven voor overige voorlichting omvatten onder meer brochures, tijdschriften, ministerie-interne voorlichting, campagnes en opiniepeilingen. De totale personele kosten hebben betrekking op 84 fte's (waarvan 42 fte's voor de Belastingdienst).
Het bedrag dat volgens bovenstaande tabel voor externe advisering is begroot heeft voornamelijk betrekking op kosten voor advisering in de sfeer van onderzoek en ontwikkeling.
Het Ministerie van Financiën, inclusief de Belastingdienst, heeft de volgende grote campagnes voor 2000 aangemeld bij de Voorlichtingsraad. Binnen deze Raad wijst nadere besluitvorming uit of deze campagnes in uitvoering worden genomen. Bij brief van de minister-president zal de Kamer hierover nader worden geïnformeerd.
Fiscaal:
• Aangiftecampagne: mogelijkheden om aangifte te doen;
• Inkomstenbelasting 1999: controlethema;
• Aangiftecampagne: fiscale aandachtspunten particulieren 2000;
• Fiscale momenten 2000: fiscale aandachtspunten ondernemers 2000;
• Fiscale momenten 2000: fraudepreventie.
Met betrekking tot de tot nu toe in 1999 gehouden campagnes is het nog te vroeg om een oordeel over de effectiviteit hiervan te kunnen geven. Voor het meten van effectiviteit en bereik wordt het instrument van «tracking-onderzoek» gehanteerd.
De uitkomsten van het evaluatie-onderzoek campagnes Inkomstenbelasting uit 1998 tonen aan dat de belastingplichtige de campagnes geloofwaardig, origineel en overtuigend blijft vinden. De Belastingdienst wordt daarbij gezien als een zakelijke, bereikbare, deskundige organisatie die handelt met gezag.
Gebleken is dat de kennis onder belastingplichtigen op het werkterrein van de Belastingdienst opnieuw is toegenomen.
Over de aangifte per diskette en de daarover in 1999 gevoerde campagne is het volgende bekend. Er waren ruim 1,2 miljoen belastingplichtigen die van de mogelijkheid gebruik hebben gemaakt elektronisch aangifte te doen over het belastingjaar 1998. Uit onderzoeken is opnieuw gebleken dat een grote meerderheid van de gebruikers zeer tevreden is over het programma.
CONVENANTEN (ALLEEN BELASTINGDIENST)
In de periode tussen 1 juni 1998 en 1 juni 1999 heeft de Belastingdienst op verschillende werkterreinen convenanten afgesloten. Het betreft met name convenanten waarin de samenwerking van de Belastingdienst met andere overheidsinstellingen en derden wordt vastgelegd. Er zijn convenanten afgesloten met betrekking tot het doelmatiger en doeltreffender meten van de rechtshandhaving, het bestrijden van fraude en illegale drugshandel en de heffing en inning van het verkeersbegeleidingstarief.
In onderstaand schema worden de verschillende categorieën convenanten van de Belastingdienst weergegeven. Daarin wordt ook aangegeven met welke partijen deze convenanten zijn afgesloten.
| Categorie convenanten (doelstelling) | Betrokken partijen |
|---|---|
| In zijn algemeenheid: het overheidsoptreden gericht op de rechtshandhaving doelmatiger en doeltreffender te maken en; Meer specifiek van de zijde van de Belastingdienst: – de samenwerking van de Belastingdienst met de Politie draagt bij aan de vervulling van de kerntaken van de Belastingdienst namelijk: – de heffing en de invordering van belastingen in ruime zin, de controle en het toezicht op de nakoming van fiscale- en douaneverplichtingen, de opsporing van fiscale- en douanedelicten en de in niet-fiscale wetgeving aan de belastingdienst opgedragen taken. – Het opbouwen van informatieposities en het verrichten van informatie-analyse, los van een concreet strafrechterlijk traject, dragen eveneens bij aan de vervulling van de kerntaken. | Hoofden van de eenheden Belastingdienst Ondernemingen Amsterdam 1 en 2; Hoofd van de Belastingdienst/Douane district Amsterdam; Hoofd van de FIOD/vestiging Amsterdam; Officier van Justitie belast met Horeca Zaken; Korpschef van de politieregio Amsterdam-Amstelland. |
| Object: doelgroep Horeca | |
| In zijn algemeenheid: – het overheidsoptreden, gericht op de bestuurlijke, fiscale en justitiële handhaving, doelmatiger en doeltreffender te maken. – Samenhangende bestuurlijke, fiscale en justitiële handhavingsactiviteiten uit te voeren. – In zijn algemeenheid te handelen zoals beschreven in het werkplan van de manager van het Wallengebied. – Het ontwikkelen en implementeren van een nieuwe integrale werkmethodiek teneinde de kwaliteit van het bestuurlijk fiscaal en justitieel handhavingsbeleid structureel te vergroten. Object: particulieren, organisaties en ondernemingen (al dan niet geregistreerd), die bedrijfsactiviteiten ontplooien met een voor de wetshandhaving verhoogd risico. | Burgemeester van Amsterdam; Hoofdofficier van Justitie; Korpschef van de politieregio Amsterdam-Amstelland; Hoofden van de eenheden Belastingdienst/Ondernemingen 1 en 2; Hoofd van de FIOD/vestiging Amsterdam |
| Het jaarlijks verkrijgen van een beeld van de bezettingsraad van campings, relevant voor de heffing van de toeristenbelasting en heffing van de rijksbelastingen. | Belastingdienst/Ondernemingen Lelystad; Gemeente Nunspeet. |
| Het jaarlijks verkrijgen van een beeld van de bezettingsraad van campings, relevant voor de heffing van de toeristenbelasting en heffing van de rijksbelastingen. | Belastingdienst/Ondernemingen Lelystad; Gemeente Dronten. |
| Wat betreft de Belastingdienst en het SFB: het controleren op de naleving van administratieve verplichtingen van de inhoudingsc.q. premieplichtigen, waaronder begrepen controle op de identificatieplicht. In 1998 is in 31,5% van de gevallen geconstateerd dat niet aan de verplichtingen is voldaan. Thans wordt bezien of de actie effect heeft gehad, in die zin dat het percentage niet stijgt boven 25%. | Hoofd van de Belastingdienst/Ondernemingen Roosendaal; Hoofd van de Arbeidsinspectie Regio Zuidwest; SFB Uitvoeringsorganisatie Sociale Verzekering NV Business Unit premie en handhaving te Amsterdam. |
| Wat betreft de Belastingdienst: toezicht op de naleving resp. handhaving van de fiscale wetgeving e.e.a voor zover het controlewerkzaamheden betreft | Arbeidsinspectie, regio Noord; Uitvoeringsinstelling GUO, district Noord-Oost; Opsporingsdienst GAK Nederland BV; Regiopolitie Flevoland, District Noord; Belastingdienst/Ondernemingen Zwolle. |
| Bestrijding van fraude en illegale drugshandel | Belastingdienst/Douane Douane Noorwegen |
| Heffing en inning verkeersbegeleidingstarief | Ministerie van Financiën Belastingdienst/Douna Ministerie van Verkeer en Waterstaat |
| Het vastleggen van afspraken mbt het elektronisch inzenden van tenminste 55 000 aangiften inkomstenbelasting 1998 en/of premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen 1998 en/of vermogensbelasting 1999 en de materiële ondersteuning van de Belastingdienst hierbij. | De vakcentrale Federatie Nederlandse Vakvereniging te Amsterdam en de Belastingdienst/Directie Particulieren te Utrecht |
| Een samenwerkingsverband om de verwezenlijking van beider in het convenant genoemde taakstellingen verder te verbeteren | Minister van Economische Zaken voor deze de directeur ECD, Staatssecretaris van Financiën voor deze de directeur FIOD |
| Afspraken ter uitvoering van het centrale convenant op arrondissementsniveau | OM Dordrecht Plv. hoofd Douane District Rotterdam Hoofd Belastingdienst/Particulieren Ondernemingen Dordrecht Hoofd FIOD/vestiging Rotterdam |
| Afspraken ter uitvoering van het centrale convenant op arrondissementsniveau | OM Rotterdam Plv. hoofd Douane district Rotterdam Hoofd Belastingdienst/Ondernemingen 2 Rotterdam Hoofd FIOD/vestiging Rotterdam |
| Afspraken ter uitvoering van het centrale convenant op arrondissementsniveau | OM Dordrecht Hoofd douane district Rotterdam Hoofd Belastingdienst/Particulieren Ondernemingen Dordrecht/Gorinchem Hoofd FIOD/vestiging Rotterdam |
| Afspraken ter uitvoering van het centrale convenant op arrondissementsniveau | OM Rotterdam Douane district Rotterdam Hoofd Belastingdienst/Ondernemingen 1 en 2 Grote Ondernemingen en Particulieren Rotterdam Hoofd FIOD/vestiging Rotterdam |
| Afspraken ter uitvoering van het centrale convenant op arrondissementsniveau | OM Den Haag Hoofd douane district Hoofddorp Hoofd Belastingdienst/Ondernemingen Den Haag Hoofd FIOD/vestiging Rijswijk |
| Inzet van FIOD expertise voor het onderzoek Oost-Europa van het IRT Noord-Oost Nederland | Hoofd FIOD/vestiging Almelo IRT-NON |
| Inzet van FIOD expertise op het gebied van financieel rechercheren t.b.v. samenwerkings projecten op het terrein van commune delicten | Directeur FIOD Hoofd van het Interregionaal Fraude Team Noord-Nederland |
| Inzet van FIOD deskundigheid t.b.v. samenwerkings projecten op het terrein van commune delicten | Hoofd FIOD/vestiging Roosendaal Hoofd van het interregionaal Fraude Team Zuid-Nederland |
| Inzet expertise op het terrein van financieel rechercheren t.b.v. effectieve bestrijding georganiseerde criminaliteit | Hoofd regionale Recherche Dienst Regiopolitie Rotterdam Rijnmond Hoofd FIOD/vestiging Rotterdam |
| Samenwerken aan het verwezenlijken van de volgende taakstellingen: Het vergroten van de informatie-positie over Zuidoost-Azië | Hoofd regionale Recherche Dienst Regiopolitie Rotterdam Rijmond Hoofd FIOD/vestiging Rotterdam |
| Samenwerking ten einde te komen tot een optimale informatie uitwisseling met betrekking tot door beide instanties voorgenomen strafrechterlijke onderzoeken | Hoofd FIOD/vestiging Roosendaal Regiomanager OSD GAK Ned. BV |
| Samenwerking ten einde te komen tot een optimale informatie uitwisseling met betrekking tot door beide instanties voorgenomen strafrechterlijke onderzoeken | Hoofd FIOD/vestiging Roosendaal Regiomanager OSD GAK Ned. BV |
Indien een evaluatieonderzoek een ex ante of een ex ante én ex post karakter heeft, wordt dit tussen haakjes achter het onderwerp vermeld. De overige onderzoeken hebben een ex post karakter.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26800-IXB-3.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.