nr. 12
BRIEF VAN DE MINISTER-PRESIDENT, MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 30 mei 2000
Met deze brief informeer ik u mede namens staatssecretaris Benschop over
het officiële bezoek dat ik op 15 mei jongstleden aan Hongarije bracht.
Inleiding
Op 15 mei bracht ik, vergezeld van mijn echtgenote en begeleid door de
staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, op uitnodiging van de Hongaarse regering,
een officieel bezoek aan Hongarije. Na de officiële ontvangst werden
besprekingen gevoerd met premier Orbán. 's Middags werd ik ontvangen
door president Göncz. Voorts sprak ik met oppositieleider Kovacs.
Staatssecretaris Benschop van Buitenlandse Zaken heeft met zijn ambtgenoot
Gottfried overleg gevoerd en een overeenkomst inzake bilateraal partnerschap
en pre-toetredingssteun ondertekend.
Bespreking met premier Orbán
Bilaterale Relaties
Premier Orbán betuigde zijn medeleven met de ramp in Enschede.
Hij dankte Nederland voor de steun tijdens de recente overstromingsramp in
Oost-Hongarije en bij de cyanide-verontreiniging van de rivier de Tisza. Wij
waren het eens over het feit dat de bilaterale relaties tussen onze landen
zeer goed zijn. Over het nog niet voldoende functioneren van een in 1997 gesloten
overeenkomst inzake verblijfsvergunningen voor Hongaarse praktikanten en studenten,
werd recent tussen de ministers van Buitenlandse Zaken afgesproken om met
de competente Nederlandse instellingen het probleem te analyseren en tot een
oplossing te brengen.
EU-Toetreding/NAVO
Inzake de EU benadrukte premier Orbán dat Hongarije in 2002 gereed
zal zijn voor toetreding. Hij meende dat de onderhandelingen tot nu toe naar
wens verlopen, maar voegde daaraan toe nu een kwalitatieve stap te wensen,
zodat overgegaan wordt van hoofdstukgewijze behandeling naar een bredere,
integrale benadering. Hoofdpunten zijn volgens de premier het vrij verkeer
van werknemers, landbouw (voor Hongarije een minder groot probleem dan voor
bijvoorbeeld Polen) en milieu (pleidooi voor een differentiatie tussen milieu-eisen).
Hij verwacht van de Europese Raad in Nice eind dit jaar een tijdpad voor afronding
van de onderhandelingen en uitte daarbij een sterke voorkeur voor een individuele
behandeling van de kandidaat-lidstaten.
Ik heb onderstreept dat Hongarije in een hoog tempo op de goede weg is.
De ook door premier Orbán genoemde hoofdproblemen dienen, zo heb ik
gesteld, reëel onder ogen te worden gezien en te worden opgelost zonder
dat zij mogen worden gebruikt als reden voor uitstel van toetreding. Ik heb
mij gesteld op het standpunt dat de EU zelf vanaf 2003 nieuwe EU-lidstaten
moet kunnen verwelkomen. Ik heb gewezen op de noodzaak van meer informatie
aan de bevolking over de EU-uitbreiding, zowel in EU-lidstaten als in de kandidaatlidstaten.
Hierbij heb ik de recent gestarte Nederlandse campagne genoemd. premier Orbán
deelde mee dat binnen Hongaarse bevolking en parlement een ruime meerderheid
voor toetreding tot de EU bestaat.
Premier Orbán noemde de hervormingen van het Hongaarse leger een
van de grote winstpunten van het NAVO lidmaatschap. Hij onderstreepte het
grote belang van de transatlantische binding binnen de NAVO.
Ik heb hierop de ontwikkeling van een Europees Veiligheids- en Defensiebeleid
aangesneden en de noodzaak onderstreept van een dialoog tussen NAVO en EU
over deze ontwikkeling. Premier Orbán bleek een warm voorstander van
een Europese Veiligheids- en Defensie-identiteit, mits goed aansluitend bij
de NAVO.
Regionale Politieke Situatie
Premier Orbán noemde de recente ontwikkelingen in de Oekraïne
zeer positief. Hongarije hecht groot belang aan een onafhankelijk en democratisch
Oekraïne en helpt de stabiliteit in dit land te bevorderen. Voor wat
de Balkan betreft is volgens premier Orbán de NAVO-actie als een succes
te kenschetsen aangezien de etnische zuiveringen in Kosovo zijn beëindigd.
Hervormingen in de FRJ zullen lang gaan duren, ook als de oppositie het bestuur
overneemt. Premier Orbán vroeg aandacht voor het feit dat Kroatië
in toenemende mate een «integreerbaar» land aan het worden is.
Ik heb onderstreept dat het stabiliteitspact een randvoorwaarde is voor verdere
ontwikkelingen, terwijl bovendien marktkrachten een rol moeten gaan spelen
in deze regio. Op mijn vraag naar de situatie van de Hongaarse minderheid
in de FRJ antwoordde premier Orbán dat de Vojvodina in het verleden
dezelfde autonomie genoot als Kosovo. De etnische samenstelling in het gebied
is door de Bosnische oorlog dramatisch veranderd. De Hongaarse staat erkent
de grenzen van de FRJ en is voorstander van een herstel van de Vojvodina-autonomie
binnen Servië.
Sprekend over de bevaarbaarheid van de Donau bleek premier Orbán
er van overtuigd dat financiering voor het herstel van de bevaarbaarheid met
goede wil te vinden is. Ik heb gesteld dat het herstel van de bevaarbaarheid
van belang is voor de geloofwaardigheid van onze aanpak van de regio en heb
benadrukt dat een snelle oplossing noodzakelijk is.
Gesprek met president Göncz
Op mijn vraag naar zijn visie op de ontwikkelingen die Hongarije heeft
doorgemaakt, gaf de president als bepalende factoren aan: de acceptatie dat
een aanzienlijk aantal Hongaren permanent als minderheid buiten de eigen landsgrenzen
leeft en de duidelijk West-Europese keuze die gemaakt werd door meer dan 10
jaar geleden de grenzen met Oostenrijk te openen. Hongarije was nu –
als NAVO-lid – voor het eerst in haar geschiedenis verzekerd van haar
nationale veiligheid.
Ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om de president mijn respect
en waardering te betuigen voor de invulling van zijn ambt in de afgelopen
10 jaar. Hongarije heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt, hetgeen als
een onomkeerbaar proces beschouwd kan worden.
Algemene indruk
Mijn bezoek aan Hongarije werd vanwege de gebeurtenissen in Enschede met
een dag bekort. De sfeer tijdens mijn gesprekken was zeer open, constructief
en vriendschappelijk. De bilaterale band tussen Nederland en Hongarije is
hiermee, en met het aangaan van een nieuw partnerschap verder verstevigd.
Gezien de spoedig te verwachten toetreding van Hongarije tot de EU acht ik
dit van groot belang.
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,
W. Kok