26 800
Nota over de toestand van 's Rijks Financiën

nr. 9
MOTIE VAN HET LID MELKERT C.S.

Voorgesteld 23 september 1999

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat onderwijs van groot maatschappelijk belang is;

constaterende, dat binnen het onderwijs nog diverse knelpunten kunnen worden opgelost teneinde de positie van specifieke groepen en het arbeidsvoorwaardenbeleid voor leraren te verbeteren;

van mening, dat extra middelen beschikbaar moeten worden gesteld voor de volgende urgenties:

– het oplossen van de wachtlijsten bij taallessen voor oudkomers (met name werklozen en opvoeders) en mede als gevolg daarvan meer ruimte te bieden voor de alfabetisering van autochtonen in gemeenten met meer dan 7% minderheden (30 miljoen structureel);

– het beperken van de taakstelling die in de rijksbegroting 2000 is voorzien ten aanzien van het secundair beroepsonderwijs (30 miljoen structureel);

– het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden voor leraren op scholen die te maken hebben met arbeidsmarktknelpunten (salarissen achterstandsscholen, ondersteunende taken) (30 miljoen structureel);

– het in staat stellen van gemeenten om vroeg- en voorschoolse opvang in te voeren c.q. uit te breiden (20 miljoen structureel);

verzoekt de regering, hiertoe een bedrag van 110 miljoen structureel aan de begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen toe te voegen en dit voor 90 miljoen ten laste te brengen van de uitgavenreserve (tranche 1999, 250 miljoen) en hierin voor het overige bij Voorjaarsnota te voorzien,

en gaat over tot de orde van de dag.

Melkert

Dijkstal

De Graaf

De Hoop Scheffer

Rosenmöller

Naar boven