nr. 6
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 januari 2000
In de nota naar aanleiding van het verslag bij het voorstel van wet tot
wijziging van de Gemeentewet ter verbetering van de mogelijkheden tot bestrijding
van grootschalige verstoringen van de openbare orde, heb ik toegezegd na te
gaan of andere landen vormen van bestuurlijke vrijheidsbeneming kennen die
vergelijkbaar zijn met de bestuurlijke ophouding (kamerstukken 1999–2000,
26 735, nr. 5, blz. 7). Met deze brief wil ik u de aangekondigde informatie
geven.
Aan de landen die zijn aangesloten bij het EVRM is door tussenkomst van
het Ministerie van Buitenlandse Zaken gevraagd of hun regelgeving bevoegdheden
voor bestuursorganen (bijvoorbeeld de burgemeester) bevat om – buiten
strafrechtelijke vormen van vrijheidsbeneming met het oog op de handhaving
van de openbare orde – ordeverstoorders met het oog op de handhaving
van de openbare orde aan te houden. Door de korte termijn waarop is gevraagd
informatie te leveren is de verkregen informatie hier en daar summier van
aard, maar geeft niettemin een beeld of het desbetreffende land al dan niet
voorzien heeft in regelgeving inzake een of andere vorm van bestuurlijke vrijheidsbeneming.
Denemarken, Finland, Spanje, Griekenland, Oostenrijk, Zwitserland, Italië,
Slowakije, Bulgarije en Roemenië, kennen geen vorm van bestuurlijke vrijheidsbeneming.
Litouwen en Letland melden dat zij geen bestuurlijke vrijheidsbeneming kennen
in die zin dat de burgemeester een bevoegdheid heeft. Ook Frankrijk beschikt
niet over regelgeving die voorziet in bestuurlijke vrijheidsbeneming met het
oog op de openbare orde. Een bestuurlijke bevoegdheid om potentiële ordeverstoorders
met het oog op handhaving van de openbare orde (preventief) van de straat
te halen, wordt in strijd geacht met het recht zich vrijelijk op het Franse
grondgebied te bewegen.
Luxemburg kent, net als Tsjechië, alleen een vorm van bestuurlijke
vrijheidsbeneming c.q. bestuurlijke hechtenis ingeval er sprake is van vreemdelingen
die moeten worden uitgezet.
De Zweedse politiewet biedt de politie (niet de burgemeester) de bevoegdheid
om personen die de openbare orde (dreigen te) verstoren op individuele basis
tegen te houden, te verwijderen of het recht te ontzeggen zich in een bepaalde
straat of buurt op te houden. Dit is vergelijkbaar met bevoegdheden die de
politie ter handhaving van de openbare orde onder gezag van de burgemeester
kan uitoefenen en die vallen binnen de reikwijdte van artikel 2 van de Politiewet
1993. Indien dezelfde persoon recidiveert, kan de politie tot tijdelijke inhechtenisneming
overgaan. De tijdelijke vrijheidsbeneming kan echter slechts plaatsvinden
als sprake is van een begin van een overtreding.
De politiewetten van de verschillende Duitse deelstaten bevatten de mogelijkheid
om, zonder dat reeds sprake is van een overtreding, personen met het oog op
de handhaving van de openbare orde tijdelijk aan te houden. Aanhouding is
onder andere mogelijk als het absoluut noodzakelijk is om een strafbaar feit
of een overtreding die inbreuk maakt op de openbare orde te voorkomen.
Een dergelijke maatregel mag door de politie niet langer worden toegepast
dan tot het eind van de dag die volgt op de dag van de ophouding. Via een
rechterlijke uitspraak kan de duur van de (politionele) vrijheidsbeneming
worden verlengd.
De ervaringen met het instrument zijn positief, het is een effectief instrument
gebleken waarvan daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt. De politionele vrijheidsbeneming
staat in Duitsland niet ter discussie.
De Ierse politie kan, indien sprake is van dreiging met geweld, in die
zin dat er vrees bestaat voor de veiligheid van andere aanwezige personen,
groepen personen aanhouden en maximaal twaalf uur vasthouden. In dat geval
is het strafrecht van toepassing.
In België is, zoals ik reeds eerder meldde, in de Wet op het Politieambt
aan de politie de bestuurlijke bevoegdheid toegekend ordeverstoorders aan
te houden. Doel van de aanhouding, die maximaal twaalf uur mag duren, is niet
de terbeschikkingstelling van het gerecht maar het doen ophouden van de ordeverstoring.
In België staat dit instrument niet ter discussie.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
A. Peper