26 732
Algehele herziening van de Vreemdelingenwet (Vreemdelingenwet 2000)

nr. 91
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 23 oktober 2000

De vaste commissie voor Justitie1 heeft op 17 oktober 2000 overleg gevoerd met de heer Cohen, staatssecretaris van Justitie, over het ontwerp-Vreemdelingenbesluit.

Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie,

Van Heemst

De griffier van de vaste commissie voor Justitie,

Pe

Stenografisch verslag van een algemeen overleg van de vaste commissie voor Justitie

Dinsdag 17 oktober 2000

16.00 uur

De voorzitter: Swildens-Rozendaal

Aanwezig zijn 6 leden der Kamer, te weten:

Apostolou, Dittrich, Kamp, Rabbae, Swildens-Rozendaal en Van Wijmen,

en de heer Cohen, staatssecretaris van Justitie.

Aan de orde is:

de brief d.d. 18 augustus 2000 inzake het ontwerp-Vreemdelingenbesluit 2000 (26732, nr. 88);

de brief d.d. 21 september 2000 inzake de adviezen ontwerp-Vreemdelingenbesluit 2000 (J 00-637).

De voorzitter:

Ik heet de staatssecretaris en zijn medewerkers welkom.

Eerste termijn van de zijde van de commissie

De heerApostolou(PvdA)

Voorzitter! Bij afwezigheid van de woordvoerders vreemdelingenbeleid en asiel van de Partij van de Arbeid zal ik hier vandaag namens mijn fractie het woord voeren.

Ik wil allereerst iets zeggen over het karakter van dit overleg. De Raad van State moet nog advies uitbrengen en de regering zal dat advies ook zeker verwerken. Ik hoop dat de opmerkingen die wij hier vandaag maken, ook verwerkt zullen worden. Wanneer krijgen wij de definitieve tekst, waarin wij kunnen zien of en hoe onze opmerkingen zijn verwerkt?

De Partij van de Arbeid heeft bezwaren tegen het imperatieve karakter van het Vreemdelingenbesluit, met name daar waar de rechtspositie van vreemdelingen wordt verslechterd. In plaats van een afweging van de betrokken belangen die nu plaatsvindt, is er straks alleen nog een algemene hardheidsclausule die vervolgens nog bij hoge uitzondering uitkomst mag bieden. Het gekozen systeem werkt eenzijdig ten nadele van vreemdelingen, omdat juist de regels waarbij vreemdelingen voor een verblijfstitel in aanmerking komen, als een bevoegdheid worden omschreven. Zo wordt enerzijds de thans nog bestaande mogelijkheid tot afwijking van de toelatingsregels ten gunste van een vreemdeling die niet helemaal aan alle eisen voldoet, door de dwingende regels in het conceptbesluit bijna volledig weggenomen. Anderzijds blijft de bestaande ruimte om ten nadele van vreemdelingen van de beleidsregels af te wijken, ongewijzigd voortbestaan. Bij de behandeling van de Vreemdelingenwet in de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris bij herhaling benadrukt dat met het besluit geen aanscherping werd beoogd. Toch constateren wij in vergelijking met het huidige beleid een aantal verslechteringen van de rechtspositie van vreemdelingen, ook van toegelaten vreemdelingen. De Partij van de Arbeid-fractie vindt dat de staatssecretaris de toezegging die hij in de Kamer heeft gedaan, in dit besluit tot uitdrukking moet brengen. Ik zal voorbeelden noemen waaruit de verslechtering blijkt.

In het besluit wordt vermeden om bepaalde categorieën vreemdelingen een recht op toelating of voortgezet verblijf te geven. Dat valt met name op bij het punt van gezinshereniging. In de ons omringende landen staat in de wet welke vreemdelingen recht hebben op gezinshereniging, terwijl wij de gezinshereniging heel lang afhankelijk hebben gehouden van beleidsregels in de Vreemdelingencirculaire. In dit besluit valt opnieuw op dat het verkrijgen van het recht op gezinshereniging moeilijker wordt dan tot nu toe het geval is. Is dat de intentie van de staatssecretaris? Ook op dit punt zal ik voorbeelden noemen.

Ik zal artikelsgewijs een aantal punten noemen. In artikel 3.2.1.2 staat dat de korpschef bevoegd is om de verblijfsvergunning wel of niet te weigeren. In het huidige beleid is de korpschef niet bevoegd om de verblijfsvergunning van een gemeenschapsonderdaan te weigeren. Dit kan alleen de staatssecretaris. Waarom wordt voorgesteld om die procedurele waarborg te laten vervallen? Hetzelfde geldt voor de intrekking van de verblijfsvergunning in artikel 3.2.1.5.

De artikelen 3.2.4.8 en 3.2.5.8 inzake de gevangenisstraffen en de weigering van toelating bevatten twee aanscherpingen ten opzichte van het huidige beleid. De huidige facultatieve bepaling wordt omgezet in een imperatieve. In de huidige circulaire staat dat elke onvoorwaardelijke gevangenisstraf of vrijheidsbenemende maatregel wegens een misdrijf een grond kan opleveren om een eerste toelating te weigeren. Het voorgestelde artikel 3.2.4.8 bepaalt dat het verzoek om een verblijfsvergunning in ieder geval wordt afgewezen op die grond. In artikel 3.2.5.8, lid 1c, is bovendien nog het vereiste "opzettelijk begaan" weggelaten. Dat staat nu wel in de Vreemdelingencirculaire. Dat is dus een verslechtering.

Ik noem nog een tweede. Door de formulering "wordt in ieder geval op grond van de wet afgewezen" wordt de ruimte geboden om minder zware gevallen onder de werking van deze imperatief gestelde weigeringsgrond te laten vallen. Dat is dus een ongewenste beleidsruimte bij het invullen van het begrip "openbare orde". Het is dus ruimer. Datzelfde geldt voor artikel 3.3.4.3.

Een volgend punt is de bescherming tegen uitzetting van minderjarigen. Waarom is in het zesde lid van artikel 3.2.5.8 niet de bescherming tegen uitzetting van minderjarige vreemdelingen die in Nederland zijn geboren of voor hun tiende jaar in Nederland werden toegelaten, overgenomen?

Ik kom te spreken over de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Op drie punten wordt het voor langdurig legaal in Nederland verblijvende vreemdelingen moeilijker gemaakt om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd te verwerven. In de algemene toelichting op artikel 3.3.1.1 wordt aangekondigd dat de praktijk dat ambtshalve wordt nagegaan of een vreemdeling voor toelating voor onbepaalde tijd in aanmerking komt, niet langer zal worden voortgezet. Die beleidsregel staat al sinds de jaren zeventig in de circulaires. De Partij van de Arbeid pleit voor handhaving daarvan. Er is hier bewust geen hardheidsclausule opgenomen. Waarom is dat niet gedaan?

Een derde punt is het volgende. De weigeringsgronden die in artikel 21 van de wet facultatief zijn, zijn in het conceptbesluit allemaal tot imperatieve weigeringsgronden gemaakt. In het Nederlands Juristenblad heeft hoogleraar staats- en bestuursrecht Kortmann een dergelijke uitvoering van de wet bij algemene maatregel van bestuur zelfs in strijd met de wet genoemd. Kan de staatssecretaris daarop reageren?

Voorzitter! Ik kom te spreken over vreemdelingen die artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen. De fractie van de Partij van de Arbeid zet vraagtekens bij de beleidswijziging op dit punt. Dit punt komt erop neer dat gezinsleden van vreemdelingen die artikel 1F is tegengeworpen, alleen een recht op verblijf kunnen krijgen op zelfstandige gronden. Daarmee wordt voorbijgegaan aan "family related persecution", zoals dat onder het Vluchtelingenverdrag bekend is. De waarborg dat een vreemdeling die asiel vraagt, niet wordt uitgezet dan op grond van een bijzondere aanwijzing van onze minister, lijkt te zijn vervallen. Alleen uit de toelichting blijkt dat die niet vervallen is, maar dat staat niet in de tekst. Wij zijn er voorstander van om de waarborg tegen het terugsturen van vluchtelingen ook daadwerkelijk in de tekst te handhaven, zoals in het huidige artikel 43 van het Vreemdelingenbesluit is neergelegd.

Ik heb nog een aantal punten. Ik ga allereerst in op de gezinshereniging en de gezinsvorming, die worden behandeld in artikel 3.2.2.10 en verder. Nu binnen drie maanden moet worden nagereisd, zullen meer gezinsleden van houders van een vergunning voor bepaalde tijd asiel en beroep moeten doen op een reguliere verblijfsvergunning ten behoeve van gezinshereniging. Hier is onvoldoende rekening gehouden met het feit dat het stellen van een inkomenseis strijd kan leveren met artikel 8 EVRM of het Vluchtelingenverdrag. Tot nu toe werd de inkomenseis niet gesteld voor vluchtelingen. Kan de staatssecretaris ook reageren op dit punt? Verder is in het huidige beleid een uitzondering gemaakt voor vluchtelingen als het gaat om het overleggen van officiële en gelegaliseerde documenten voor gezinshereniging. De fractie van de Partij van de Arbeid pleit daarom voor het instellen van een uitzonderingsmogelijkheid op de standaardeis in het nieuwe besluit dat documenten moeten worden overlegd in het geval van gezinshereniging van vluchtelingen.

Wij vragen in het kader van een document voor grensoverschrijding aandacht voor de eis inzake het beschikken over een geldig document voor grensoverschrijding, die aan de orde wordt gesteld in de artikelen 3.2.4.2 en 3.2.5.5. Dit kan niet in alle gevallen van gezinsleden van verdragsvluchtelingen worden gevraagd, omdat zij zichzelf of hun gezinsleden in gevaar kunnen brengen als zij in contact treden met de autoriteiten van hun land. Kan de redactie van deze artikelen in die zin worden aangepast? In artikel 3.5.2.12 wordt gesproken over een aanmerkelijk belang. Aan de hand van welke criteria zal dit worden beoordeeld?

Voorzitter! Ik wil nog een enkele opmerking maken over het horen door de Adviescommissie voor vreemdelingenzaken (ACV). Volgens het Vreemdelingenbesluit is er één categorie besluiten waarbij het horen door de ACV verplicht is. Dat betreft negatieve beschikkingen omtrent de verblijfsstatus van gemeenschapsonderdanen van de Europese Unie. De ACV zegt zelf in haar advies dat dit soort besluiten in de praktijk niet voorkomt. Op deze manier is artikel 2, lid 4, onder b, van de wet een dode letter, zegt de adviescommissie. Kan er niet voor gekozen worden om in 1F-zaken en in het geval van intrekking van de vluchtelingenstatus de ACV te laten adviseren? Zo'n advisering op beperkte schaal spoort met het in de memorie van toelichting neergelegde uitgangspunt dat de hoofdtaak van de adviescommissie zal liggen op het gebied van beleidsadvisering.

Het opnemen van een criterium in het Vreemdelingenbesluit voor afdoening van AC-zaken zou de duidelijkheid in de uitvoeringspraktijk ten goede komen. Ik wil voorts nog een opmerking maken over de procedure inzake het voornemen en de AC-procedure. Het rapport naar aanleiding van het nader gehoor en het voornemen worden tegelijkertijd uitgereikt, nog voordat de aanvullingen en correcties gereed zijn. Kan het voornemen niet na de aanvullingen en de correcties worden uitgereikt, zodat er meer aandacht is voor het asielrelaas zelf? De UNHCR heeft in haar advies te kennen dat zij de activiteiten van internationale organisaties geen graadmeter vindt voor beleid – het gaat dan om een van de VVTV-indicatoren – maar dat zij alleen het oordeel van internationale organisaties doorslaggevend acht. Kan de regering hierop reageren? Behoeft het beleid geen aanpassing op dit punt?

Dan heb ik nog een aantal opmerkingen met betrekking tot het EG-recht en de bepalingen in het Vreemdelingenbesluit. De bepalingen met betrekking tot het EG-recht die op het Nederlandse vreemdelingenbeleid van toepassing zijn, zijn over verschillende regelingen verspreid. Dit komt de bekendheid met de bepalingen niet ten goede, hetgeen problemen kan opleveren in de uitvoeringspraktijk. Waar staat of komt te staan dat vreemdelingen die houder zijn van een Nederlandse verblijfsvergunning of een verblijfstitel van een Schengen-staat, toegang hebben tot Nederland? Artikel 21 van het de Schengen-uitvoeringsovereenkomst is na incorporatie gemeenschapsrecht en moet dus bij een algemeen verbindend voorschrift worden uitgevoerd.

Ik kom te spreken over artikel 2.3.1. Daarin staat dat de toegang wordt geweigerd indien de vreemdeling in het opsporingsregister in het Schengen-informatiesysteem ten fine van weigering staat gesignaleerd. Dat is de tekst. De Schengen-uitvoeringsovereenkomst laat toe dat Nederland een vreemdeling, ondanks de signalering in het Schengen-informatiesysteem (SIS), toch toegang verleent op grond van humanitaire overwegingen, redenen van nationaal belang of internationale verplichtingen. Met de voorgestelde bepaling in het ontwerp-Vreemdelingenbesluit wordt die mogelijkheid toch weggenomen? Is het dan toch niet duidelijker om deze uitzonderingen op te nemen? Het is onwenselijk als soms onterecht van het Schengen-informatiesysteem gebruik wordt gemaakt, zoals onlangs in Frankrijk. Activisten van Greenpeace stonden namelijk op die lijst.

In artikel 3.5.2.1 lijkt bij de ingangsdatum van de vergunning geen rekening te zijn gehouden met de periode in een wachtlijstlocatie of tijdelijke noodvoorziening.

Is de in artikel 3.5.2.10 vastgelegde termijn van drie uur, waarbinnen bij claimzaken op het voornemen moet worden gereageerd, wel juist? Deze is niet zonder betekenis, omdat het opvragen van documenten binnen drie uur in het land waar de claim is gelegd nauwelijks mogelijk is. Als iemand binnen drie uur moet reageren en deze moet documenten hebben, lijkt de termijn van drie uur dus te kort. Als de documenten van elders moeten komen, duurt dat langer dan drie uur.

De heerRabbae(GroenLinks)

Mijn fractie is zeer te spreken over de inbreng van de PvdA-fractie. Toch moet ik constateren dat de teneur daarvan helemaal negatief is, als het gaat om het ontwerp-Vreemdelingenbesluit. Ik heb namelijk geen positief oordeel daarover gehoord. Zoals gezegd, spreekt mij dat aan. Wel rijst bij mij de volgende vraag. De heer Apostolou zal het zich herinneren dat bij de behandeling van de Vreemdelingenwet met name de CDA-fractie heeft voorgesteld dat de Kamer het Vreemdelingenbesluit in de zogenoemde voorhangprocedure zou behandelen. Dat voorstel is niet overgenomen door de paarse partijen, waartoe helaas ook de fractie van de heer Apostolou behoort. Kunt u nagaan wat u allemaal had gemist, als deze procedure niet was gevolgd? Ik denk aan materieel een verslechtering van de positie van een aantal migranten. Betreurt de heer Apostolou dat?

De heerApostolou(PvdA)

Ik was niet bij die behandeling. In ieder geval constateer ik nu dat, als het onder andere gaat om de rechtspositie, deze procedure beter is. Ik ben blij dat wij de mogelijkheid hebben om verslechtering van de rechtspositie te voorkomen.

De voorzitter:

Aangezien er vijf woordvoerders zijn, stel ik de spreektijd op 14 minuten vast.

De heerKamp(VVD)

Mevrouw de voorzitter! Voordat ik op de artikelen inga, maak ik enkele algemene opmerkingen. De VVD-fractie is het ermee eens dat de beleidsregels die eerst in de Vreemdelingencirculaire stonden en de normen die eerst in het Voorschrift vreemdelingen stonden in het Vreemdelingenbesluit worden opgenomen. Dat lijkt ons qua techniek ook beter.

Ik heb al eerder gezegd dat wij het vreemd vinden dat wat facultatief in de wet staat, nu ten dele imperatief in het Vreemdelingenbesluit komt te staan. Ik heb ook inhoudelijke bezwaren tegen deze systematiek: het had imperatief in de wet moeten staan. Het is ook vragen om problemen bij de toepassing van de wet. Als de rechter beslist om het besluit dat nu apart tot stand komt, niet in stand te houden, zitten wij met de gebakken peren, omdat allerlei beslissingen opnieuw genomen moeten worden. Ik vraag mij dus af of het ook voor de staatssecretaris wel verstandig is om voor deze constructie te kiezen.

De staatssecretaris zegt dat de hardheidsclausule voorlopig wordt toegepast als de aanvraag wordt afgewezen als gevolg van de verheffing van de beleidsregel tot algemeen verbindend voorschrift. Dat gaat nu gebeuren met het Vreemdelingenbesluit. Wij kunnen ons daar echter weinig bij voorstellen. Hoe kan het bijvoorbeeld dat, als je eenzelfde regel op een andere manier vastlegt, de toepassing van die regel anders uitpakt? Kan de staatssecretaris dit toelichten?

Ik stel het op prijs als iemand de hele tekst van het Vreemdelingenbesluit naloopt, want hier en daar zijn verwijzingen verkeerd. Bovendien wordt er hier en daar naar verkeerde artikelen verwezen. Soms loopt een zin niet, omdat daarin hetzelfde woord een keer te veel staat of omdat woorden zijn weggevallen. Het lijkt mij verstandig als de staatssecretaris de redactie op die punten laat nalopen.

Artikel 2.1.3 gaat over de afschriftplicht van de vervoerder. De vervoerder maakt vaak kopieën van de documenten. In dit artikel staat echter dat zodra die kopieën in verband met de grensbewakingsbelangen niet meer nodig zijn, die vernietigd kunnen worden. Het komt ons voor dat dit pas moet gebeuren zodra die stukken niet meer nodig zijn in verband met de correcte afwikkeling van de asielprocedure.

Artikel 2.2.2 maakt melding van een aantal begrippen die echter niet eerst in artikel 1 worden gedefinieerd. Ik doel op de begrippen Benelux-gebied, Benelux-overeenkomst en Verdrag van Dublin. Volgens ons moeten deze begrippen in artikel 1 van het besluit worden gedefinieerd.

In artikel 3.2.1.4 staat dat de korpschef ertoe bevoegd is om de aanvraag in te willigen, tenzij de minister ... (enz.). Ik verneem graag van de staatssecretaris op welke situaties hij daarbij doelt.

In artikel 3.2.2.1, zowel lid 1 als lid 3, gaat het om een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. In het Vreemdelingenbesluit zijn bepaalde beperkingen niet verwoord en de minister krijgt de bevoegdheid om toch een vergunning te verlenen, evenwel aan de hand van een nieuwe beperking die nog niet in het Vreemdelingenbesluit is opgenomen. Dat wordt dus ad hoc toegepast. Mijns inziens is de bedoeling hiervan om extra toelatingen mogelijk te maken onder bijzondere voorwaarden. Het komt ons echter voor dat je erg terughoudend moet zijn met extra toelatingen. Daarom vernemen wij graag aan welke gevallen wordt gedacht.

In artikel 3.2.2.1 staat ook dat een beroep op de publieke middelen niet automatisch leidt tot verblijfsbeëindiging. Dat moet volgens ons wél het geval zijn. Wij verzoeken de staatssecretaris dan ook om aan te geven wanneer hij het verblijf dan niet wil beëindigen.

In artikel 3.2.2.3 is net zoals in artikel 3.2.2.45 juncto 3.2.2.1 en in de toelichting op artikel 3.3.4.11 sprake van het verlenen van een vergunning op grond van het driejarenbeleid. Ik zal die discussie nu niet opnieuw aangaan, maar wij zijn het niet eens met iedere formulering waarin verwezen wordt naar een driejarenbeleid, iets wat volgens ons niet moet bestaan.

In de artikelen 3.2.2.4 t/m 3.2.2.9 wordt aan de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd het stellen van zekerheid verbonden. Ik wil graag weten in welke situatie de staatssecretaris van plan is, het stellen van zekerheid te vragen. Dat blijkt namelijk niet uit de tekst.

Artikel 3.2.2.10 gaat over gezinshereniging en gezinsvorming, niet alleen bij een huwelijk en een geregistreerd partnerschap, maar ook bij een duurzame en exclusieve relatie. Wij zijn echter bang dat deze formulering een ongewenste uitbreiding met zich brengt. Hoe legt de staatssecretaris dit uit? Hoe zal dat volgens hem in de praktijk worden toegepast?

De toelichting op de artikelen 3.2.2.11 en 3.2.2.13 brengt ons tot de vraag waarom het huisvestingsvereiste niet langer als voorwaarde wordt gehanteerd bij gezinshereniging en gezinsvorming. Nu zijn de voorwaarden het hebben van een inkomen, geen criminele antecedenten en het hebben van huisvesting. Dat laatste vervalt nu en dat lijkt ons een beleidswijziging. Wij hebben evenwel begrepen dat dit niet de bedoeling was.

Artikel 3.2.2.12 gaat over verruimde gezinshereniging. Dat lijkt ons niet wenselijk. Een gezin is een gezin. Het gaat om beperkte toepassing, dus anderen moeten niet via deze weg ook in het land worden toegelaten. Wij willen dan ook graag weten op welke gevallen wordt gedoeld. Is de staatssecretaris het met ons eens dat dit heel restrictief moet worden toegepast? Hetzelfde geldt voor artikel 3.2.2.16, waarbij het gaat om vreemdelingen van 65 jaar en ouder die bij een in Nederland gevestigd kind willen gaan verblijven. Dit betreft ook een verruimde toepassing van het begrip "gezinshereniging".

In artikel 3.2.2.13 en artikel 3.2.4.4 gaat het over het verwerven van inkomen. Er geldt namelijk een inkomenseis voor gezinshereniging. De eis is dat het inkomen op een duurzame wijze uit arbeid verworven moet worden. In deze artikelen wordt gesubsidieerde arbeid beschouwd als gewone arbeid en dit is onzes inziens een arbeidsmarktverruimende maatregel. Dat lijkt ons dan ook niet verstandig. Ook nu maken wij weer kenbaar dat wij het hier niet mee eens zijn.

Artikel 3.2.2.22 gaat over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid als zelfstandige. In lid 5 daarvan wordt aangegeven dat er kan worden afgeweken van de regels voor de duurzaamheid van de middelen van bestaan. Wij menen dat er niet moet worden afgeweken van die eis. Wij horen dus graag een toelichting op dit artikel.

Artikel 3.2.2.24 gaat over mensen die in Nederland in de prostitutie werkzaam zijn. Terecht wordt opgemerkt dat aan hen geen verblijfsvergunning verleend moet worden. Toch willen wij graag weten hoe het zit met landen waarmee Nederland in het kader van de Europese Unie associatieverdragen heeft gesloten. Ik denk aan Polen. Volgens die verdragen mag je als zelfstandige in Nederland werkzaam zijn. Is dat voor mensen uit die landen een maas in het net, als het om deze vorm van arbeid gaat?

De vergunning voor een au pair is geregeld in artikel 3.2.2.34. Onlangs was er een aanpassing van het beleid: 20 uur in plaats van 30 uur. De VVD-fractie heeft daarover schriftelijke vragen gesteld. Onze mening is dat het beter is om net als alle andere landen van 30 uur uit te gaan. Het gaat erom dat deze regel dan goed wordt toegepast. Misschien kan nog wel worden gekeken naar de vergoeding. In het genoemde artikel wordt toch van 20 uur uitgegaan, ondanks dat onze vragen daarover nog niet beantwoord zijn. Onze vraag is dus of het aantal uren alsnog op 30 kan worden gebracht.

In artikel 3.2.2.41 gaat het om een tijdelijke vergunning op basis van medische behandeling. Daar staat bij: hoewel het verblijf in Nederland voor medische behandeling nadrukkelijk een tijdelijk karakter heeft, is in het beleid en de rechtspraak aanvaard dat dergelijk verblijf na verloop van tijd zijn tijdelijk karakter verliest. Ik weet niet door wie dat aanvaard is, maar in ieder geval niet door de VVD-fractie. Onze fractie vindt namelijk dat aan het tijdelijke karakter van het verblijf strak de hand gehouden moet worden. Wij vernemen hierop dan ook graag een toelichting. Liever wordt ons toegezegd dat dit artikel op de oude wijze, dus restrictief, wordt toegepast.

Artikel 3.2.2.46 gaat over het AMA-beleid, dat verder wordt uitgewerkt. Onder andere op grond van het verloop van het aantal AMA's dat dit jaar naar Nederland komt (weer 1000 meer dan de 5000 van verleden jaar) is de VVD-fractie van mening dat de maatregelen terzake onvoldoende zijn. Er zijn dan ook aanvullende maatregelen nodig, zoals wij verleden week in het debat over dit onderwerp hebben voorgesteld.

Wat de gezinshereniging betreft, hoeven arbeidsongeschikten van 57,5 jaar en ouder niet te voldoen aan het inkomensvereiste. Wij zijn het daar niet mee eens, omdat wij menen dat arbeidsongeschikten van 57,5 jaar en ouder ook aan het inkomensvereiste moeten voldoen. Dit geldt ook voor ouders met kinderen jonger dan vijf jaar. Voor die gevallen moet dan ook geen vrijstelling komen. Vrijstelling vinden wij in deze gevallen zelfs bijzonder ongewenst.

In dit verband is ook vastgelegd dat andere inkomstenbronnen ook kunnen bestaan uit alimentatie ten behoeve van kinderen. Dat is heel vreemd, want alimentatie ten behoeve van kinderen is allereerst geen inkomen en voorts niet bedoeld voor anderen dan de kinderen. Wij willen dan ook graag dat dit wordt geschrapt.

De glijdende schaal is verwoord in de artikelen 3.2.5.8, 3.3.3.3 en 3.3.4.3. Telkens als het gaat om die glijdende schaal is de VVD-fractie van mening dat het te lang duurt, voordat wij besluiten dat vergunningen ingetrokken moeten worden en vergunningen geweigerd kunnen worden. Wij zijn van mening dat de strafmaat die toegepast wordt bij het stelsel van de glijdende schaal, aangescherpt moet worden: dat derhalve de strafmaat verkort moet worden en dat mensen eerder een vergunning geweigerd of ingetrokken zien. Wij zijn van mening dat dit met eenderde verminderd zou moeten worden.

Artikel 3.2.6.2 gaat over de verblijfsbeëindiging van houders van een verblijfsvergunning die werkloos zijn geworden. Hier wordt gezegd dat alleen als de vreemdeling dit verwijt kan worden gemaakt, het tot intrekking van de vergunning zou moeten leiden. Ons kennende in dit land, weten we dat dit moeizaam wordt vastgesteld en dat daar weinig van overblijft in de praktijk. Het lijkt mijn fractie dan ook beter dit criterium niet in te voeren, maar vast te stellen dat als je geen werk meer hebt en in dat verband een tijdelijke vergunning hebt gekregen, je dan het land moet verlaten.

Ten aanzien van de voornemenprocedure wordt nu vastgelegd in het Vreemdelingenbesluit dat daar vier weken voor staat, net zoveel als thans voor een bezwaarprocedure. Het lijkt ons goed om het verschil aan te geven tussen de bezwaarprocedure en de voornemenprocedure door hiervoor een kortere periode van bijvoorbeeld twee weken in te voeren.

Artikel 4.29 gaat over personen die nachtverblijf verschaffen aan een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland is. Ik heb het bruine vermoeden dat daar niets aan gedaan wordt. Ik heb al eerder gevraagd naar de toepassing van die bepaling, als het gaat om verzorgingshuizen en verpleeghuizen. De vraag aan de staatssecretaris is derhalve of hij er inmiddels achter is gekomen in hoeverre aan deze bepaling de hand wordt gehouden en wat zijn voornemens zijn om hier werkelijk de hand aan te houden, nu de zaak opnieuw wordt vastgelegd in regels.

De heerDittrich(D66)

Mevrouw de voorzitter! Het is inderdaad niet de eerste keer dat de VVD dit punt aan de orde stelt en aan de staatssecretaris vraagt wat hij gaat doen. De staatssecretaris antwoordt steeds – dat blijkt ook uit de stukken – dat hij daar niets aan gaat doen. Daarmee is nu toch wel de vraag aan de VVD gerechtvaardigd, wat de VVD vindt dat de staatssecretaris moet doen en welke voorstellen de heer Kamp heeft.

De heerKamp(VVD)

Ik vind dat de staatssecretaris daar strikt de hand aan moet houden. Het betekent dat iedereen die een nachtverblijf verschaft aan iemand die niet rechtmatig in Nederland is, daar mededeling van moet doen aan de korpschef.

De heerDittrich(D66)

En als de staatssecretaris niet bereid is te doen wat de VVD wil, wat gaat de VVD dan doen?

De heerKamp(VVD)

Die vraag kreeg ik vorige week ook van de zijde van de fractie van D66. Toen was de heer Hoekema hier voor een algemeen overleg; hij nam het voorzitterschap en het woordvoerderschap over en plotseling kwam hij hier ook mee. Kijk, mijn fractie en ik weten natuurlijk heel goed, al sinds de laatste verkiezingen, dat er een zodanige stemverhouding is in de Kamer dat heel veel van wat wij willen, niet wordt uitgevoerd en zeker niet direct wordt uitgevoerd. Wat wij nu als onze opgave zien, is om te proberen met goede argumenten zoveel mogelijk de anderen te overtuigen. Dat proberen we, hoop ik, in het kabinet; we proberen het in ieder geval in de Kamer en wat we aan resultaten daar kunnen bereiken, lijkt ons geweldig voor de goede zaak. Wat we niet kunnen bereiken, vinden we erg jammer, maar dan gaan we proberen dat bij een volgende gelegenheid wel te bereiken.

De heerDittrich(D66)

Maar denkt u dat u een Kamermeerderheid kunt bereiken door steeds maar dezelfde opmerkingen te maken en steeds maar dezelfde vragen te stellen?

De heerKamp(VVD)

Dat kan ik ook aan u vragen. U zit nu in de comfortabele positie dat u hoort bij de linkse meerderheid. Dat is voor u erg prettig en het is voor mij erg vervelend dat die meerderheid er is. Maar ik heb hier met de realiteit te maken; we zitten in een situatie dat we het van de kracht van onze argumenten moeten hebben en dat we moeten proberen onder andere u daarmee te overtuigen. Dat is een zware klus, waar we ons met veel toewijding voor inzetten.

De heerRabbae(GroenLinks)

U vindt eigenlijk de positie van de VVD in de Kamer zielig op dit punt?

De heerKamp(VVD)

We vinden de positie van Nederland zielig, omdat we er niet in slagen het probleem met asielzoekers en vreemdelingen in de hand te krijgen. We denken dat als we zouden doen wat de VVD voorstelt, het een heel stuk beter zou gaan. We hopen dat we er hier in de Kamer zo gauw mogelijk in slagen om anderen van ons gelijk te overtuigen. Als de heer Dittrich mij echter vraagt of ik bereid ben om hier iedere week te gaan dreigen met een kabinetscrisis, dan is het antwoord "neen".

De heerDittrich(D66)

Dat heb ik helemaal niet gevraagd. Maar het is wel zo dat u nog steeds verantwoordelijkheid voor dit regeringsbeleid neemt en daarmee is het uiteindelijk ook uw beleid.

De heerKamp(VVD)

Ik neem verantwoordelijkheid voor het regeringsbeleid, waarbij wij aangegeven wat volgens ons op onderdelen anders moet; daarover leggen wij met enige regelmaat uitspraken voor aan de Kamer. Dat is de afgelopen tijd regelmatig gebeurd en het zal, als het aan mij ligt, deze week nog een keer gebeuren, als de Kameragenda dit toelaat. We hopen dan dat met steun van u die uitspraken uiteindelijk ook kabinetsbeleid gaan worden en daar zullen we dan met nog meer genoegen verantwoordelijkheid voor nemen.

Voorzitter! De hardheidsclausule in artikel 8.16 wordt toegepast bij een onbillijkheid van overwegende aard. Zou de staatssecretaris kunnen aangeven wat hij daarmee bedoelt?

Dan kom ik bij hoofdstuk 9, overgangs- en slotbepalingen. Daar wordt verwezen naar de Vreemdelingenwet. Gelet op de redactie van dit geheel, denk ik dat hij bedoelt de Vreemdelingenwet 1965, zoals gewijzigd in 1994. Ik zou hem willen voorstellen dit dan ook zo te formuleren.

Er is bepaald door de rechtbank te Amsterdam dat een kapitein van het schip niet als vervoerder in de zin van de Vreemdelingenwet kan worden aangemerkt. Ik denk dat wij nu bij het Vreemdelingenbesluit dit uitdrukkelijk zo zouden moeten doen. Dan is er op dat punt duidelijkheid, want anders is er, als het gaat om mensen die via een schip het land binnenkomen, de mogelijkheid tot allerlei problemen. Als je in het Vreemdelingenbesluit duidelijk vastlegt dat je, als het gaat om de vervoerder, doelt op de kapitein van het schip, wordt het allemaal beter uitvoerbaar.

Bij de artikelen 4.17, lid 1, sub d en e, artikel 5.6 en artikel 6.2 gaat het over een aantal bepalingen die gelden voor de korpschef. Het lijkt ons, gelet op de systematiek van het geheel, dat die bepalingen ook zouden moeten gelden voor de bevelhebber van het korps Koninklijke marechaussee.

In artikel 6.3 wordt gesproken over de kosten van uitzetting. We denken dat daar ook aan toegevoegd zou moeten worden: de kosten van handelingen gericht op uitzetting. Immers, er moet het nodige voor gedaan worden in verband met de uitzetting, en al die kosten in verband met de uitzetting zouden daaraan toegevoegd moeten worden, zodat de rekening ter bestemde plaatse komt.

De heerVan Wijmen(CDA)

Voorzitter! In het kader van de schriftelijke voorbereiding van het wetsvoorstel nieuwe Vreemdelingenwet, bij de verschillende overleggen die erover geweest zijn en bij de plenaire behandeling zijn nogal wat onderwerpen aan de orde geweest die nu ook in het Vreemdelingenbesluit terugkomen. We hebben ten aanzien van die onderwerpen ons standpunt kenbaar gemaakt als CDA-fractie en ook aangegeven dat we bepaalde aanscherpingen wenselijk vonden, bijvoorbeeld ten aanzien van ongedocumenteerden, de afschriftplicht voor vervoerders, de behandeling van herhaalde aanvragen, de toelatingsbeperking en intrekking van verblijfsvergunningen bij inbreuken op de openbare orde, de ongewenstverklaring – de glijdende schaal – en de vreemdelingenbewaring ter fine van identiteitsvaststelling. Die onderwerpen komen nu niet allemaal naar ons genoegen terug. Het zal derhalve geen verbazing wekken dat we er niet helemaal gelukkig mee zijn.

Als algemene opmerking nog iets anders, voorzitter. Het lijkt, hoewel het een ontwerp is, toch een beetje haastwerk te zijn. Er zitten allerlei onzorgvuldigheden in het besluit wat betreft de vernummering en de verwijzingen, en ook zitten er schrijffouten in en lopen sommige zinnen zelfs niet goed. Nu zouden wij graag willen dat de staatssecretaris in ieder geval de spellingscontrole nog eens op het geheel loslaat en het besluit laat nalopen op al dit soort dingetjes. Dat is gewoon de techniek; het is niet essentieel, maar het is wel belangrijk voor de zorgvuldigheid van wetgeving, in materiële zin.

Een tweede algemene opmerking betreft de ongedocumenteerden. In het ontwerpbesluit is daarover niet zoveel terug te vinden. Artikel 2.1.1 zegt iets over toegangsweigering bij onvoldoende documentenoverlegging; er wordt verder in de toelichting niets over gezegd. Ook in relatie tot de Wet ongedocumenteerden is er in het besluit nauwelijks iets terug te vinden. Nu was er vorige week donderdag een algemeen overleg waar het ook aan de orde kwam, en toen heeft de staatssecretaris gezegd dat de Wet ongedocumenteerden "slechts behulpzaam is bij". Gezien de evaluatie van die wet en de daarin geschetste ervaring met ongedocumenteerden in andere landen, is de CDA-fractie van mening dat verdere aanscherpingen misschien mogelijk zijn en dat het Vreemdelingenbesluit daarover in ieder geval iets zou moeten inhouden. Daar verkrijgen we graag een reactie op.

Dan nog een algemene vraag over de controle van visa. U heeft het grote artikel in de NRC gezien, afgelopen zaterdag, van Joris Luijendijk, betreffende misbruik van visa vanuit Egypte, bij Hoge Scholen; een deel van de problemen zou misschien kunnen voortvloeien uit de koppeling van het klachtrecht aan de Algemene wet bestuursrecht. Ook gaat het om oneigenlijk gebruik van uitnodigingen van bedrijven, van personen of van onderwijsinstellingen; hierover zijn schriftelijke vragen gesteld en daarom reageer ik er nu een beetje terughoudend op. Misschien kan de staatssecretaris er iets over aangeven, bijvoorbeeld of hij niet vindt dat het besluit op dit punt wat aanscherping behoeft.

Vervolgens maak ik een aantal artikelsgewijze opmerkingen, voorzitter. Eerst hebben we artikel 2.1.2, dat beoogt te voorkomen dat de asielzoeker toegang wordt geweigerd: er moet een waarborg zijn tegen refoulement. De met grensbewaking of toezicht belaste ambtenaar is belast met het te kennen geven aan de vreemdeling die asiel wenst, dat hij een aanvraag moet indienen. Wij hebben hierbij het puntje dat dit artikel zou moeten waarborgen dat de toegang niet wordt geweigerd en dat er niet wordt gerefouleerd; er zouden dan ook waarborgen dienen te zijn dat de aanvraag daadwerkelijk plaatsvindt. Nu is daar een antwoord van de staatssecretaris op de suggestie: laat die man begeleid worden naar een aanmeldcentrum. De staatssecretaris zegt dat dit een dusdanig grote inzet van personeel betekent, dat hij het niet in overweging zal nemen. Dat kan ik wel begrijpen. Bovendien heb je dan nog geen garantie dat, als bij het aanmeldcentrum wordt aangekomen, ook werkelijk een aanvraagprocedure op gang komt. Daarom doen wij hier toch nog een keer de suggestie of niet zinvoller zou zijn: bewaring ter fine van identiteitsvaststelling. Dat is ook een aanzienlijke ingreep, maar er zijn buitengewoon veel van die ongedocumenteerden. Daar hebben we percentages van; het loopt in de 70% à 80%, zodat het gaat over 30.000 à 40.000 mensen per jaar. Daarmee is het toch wel een belangrijk punt. Je kunt die mensen natuurlijk niet allemaal in bewaring gaan nemen, maar je zou hier toch in moeten voorzien.

Artikel 2.1.3 betreft de afschriftplicht voor vervoerders wat betreft de grensoverschrijdingsdocumenten. Naar ons gevoel zou hierin een sanctiebepaling een plaats moeten krijgen, want als zij er niet aan voldoen, is het onduidelijk hoe de verplichting wordt afgedwongen en of er nog controle op naleving is. Ook daarop verkrijg ik graag een reactie van de staatssecretaris.

Artikel 2.3.1 bevat de gronden die in ieder geval gelden voor weigering van toegang tot Nederland, bij gevaar voor inbreuk op de openbare orde of nationale veiligheid. Daarbij is er de vraag wat de aard moet zijn van die gepleegde inbreuk of van aanwijzingen daarvoor, en hoe dit zich verhoudt tot andere gevallen waarin de glijdende schaal van toepassing is. Gelden de in het artikel genoemde contra-indicaties ook voor de vreemdeling die te kennen geeft wel een asielverzoek te willen indienen en, zo ja, hoe verhoudt zich dat dan weer tot het beginsel van non-refoulement?

De artikelen 3.1.1 en 3.2.1.3 betreffen de herhaalde aanvraag. Die kan worden afgewezen op grond van het ontbreken van nieuwe feiten en omstandigheden. In een dergelijk geval ligt het achterwege laten van uitzetting niet voor de hand, zo staat in de toelichting. Dat is op zich duidelijk; maar hoe wordt er dan aan die uitzetting vormgegeven, mede gezien de mogelijkheid dat de afwijzing het karakter kan hebben van een besluit in de zin van de Awb, hetgeen weer een rechtsmiddelaanwending mogelijk maakt? Nu is de vraag of niet gedacht kan worden aan de mogelijkheid om het indienen van een herhaalde aanvraag onmogelijk te maken bij niet-aanwezigheid van nieuwe feiten en omstandigheden, dan wel voor een bepaalde periode onmogelijk te maken: een soort omgekeerd ne bis in idem.

In het verlengde daarvan is er de vraag inzake een afdoening door het aanmeldcentrum. Dat komt een aantal malen voor en het lijkt me dat zo'n aanmeldcentrumafdoening bij uitstek de mogelijkheid biedt om de uitgeprocedeerde asielzoeker op korte termijn uit te zetten. De vraag is of de staatssecretaris daarover iets kan zeggen en met name hoe snel uitzetting van uitgeprocedeerde AC-gevallen in feite plaatsheeft.

Ik kom bij de glijdende schaal, artikel 3.2.5.8. Deze wordt gehanteerd bij de beoordeling van de vraag of het verblijf van de vreemdeling na een misdrijf al dan niet wordt verlengd, in verband met de ernst – er zit een soort relatie in – van de inbreuk op de openbare orde. In deze voorheen in de Vreemdelingencirculaire neergelegde schaal is geen wijziging aangebracht. Bij de behandeling van de nieuwe Vreemdelingenwet heeft de CDA-fractie aangegeven dat haars inziens het verblijf eerder dan nu het geval is, moet kunnen worden beëindigd bij inbreuk op de openbare orde. Met andere woorden: een wat andere benadering in die glijdende schaal, een verlaging. De staatssecretaris heeft toen verwezen naar zijn brief inzake het rapport over de vreemdeling in de strafrechtsketen, het VRIS-rapport. De staatssecretaris wees erop dat slechts een beperkte aanpassing van de glijdende schaal zou worden doorgevoerd, in die zin dat bij beoordeling van de hoogte van de straf ook alternatieve maatregelen en straffen kunnen worden meegenomen. Nu begrijpen wij die beperkte aanpassing niet helemaal. Het VRIS-rapport zelf doet de aanbeveling om met name het begin van de schaal een beetje aan te scherpen. Dat is ontoereikend als je wilt optreden tegen mensen die een heleboel kleine feitjes plegen. Die blijven namelijk onder die grens van negen maanden hangen. Zij veroorzaken echter veel problemen. Ik wijs in dit verband op de veelvuldige winkeldiefstallen en op het tasjes roven, etc. Waarom heeft de staatssecretaris ervan afgezien een verdergaande aanscherping te overwegen?

StaatssecretarisCohen

Dat is nu precies die beperkte aanpassing, voorzitter.

De heerVan Wijmen(CDA)

Artikel 3.2.2.24 beoogt arbeid in de seksuele dienstverlening, hetzij in loondienst, hetzij als zelfstandige, uit te sluiten en een einde te maken aan de discussie of dergelijke werkzaamheden een wezenlijk Nederlands belang dienen. Naar wij hebben begrepen, zijn er echter rechterlijke uitspraken die niet zonder meer uitgaan van het ontbreken van een wezenlijk Nederlands belang. Betekent dit dat de staatssecretaris bij de evaluatie van het bordeelverbod over twee jaar misschien een wijziging mogelijk acht?

Artikel 3.2.2.25 – in samenhang met artikel 3.2.2.23 – bevat aanvullende bepalingen voor de verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor godsdienstleraren en geestelijke verzorgers. Momenteel ligt er een wetsvoorstel bij de Kamer tot wijziging van de Wet inburgering nieuwkomers, waar deze categorie onder zal gaan vallen. Moet daarover in het onderhavige besluit geen bepaling of verwijzing worden opgenomen? En welke rechten kunnen Turkse geestelijke bedienaren eventueel ontlenen aan Besluit 1/80 van de Associatieraad Europese Gemeenschap/Turkije? Naar mijn mening is daarbij een relatie tot de inburgeringsplicht aan de orde.

Artikel 3.5.1.3 heeft betrekking op artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Dat betreft oorlogsmisdadigers. De praktische uitwerking van de tenzij-clausule van het tweede lid levert precies het effect op dat met de daaraan voorafgaande zinsnede juist niet is beoogd, namelijk het voorkomen dat dankzij de rechten en voorzieningen van gezinsleden een oorlogsmisdadiger vrijwel zeker voor langere tijd hier te lande kan verblijven, ook al krijgt hij zelf geen verblijfsvergunning. Zou het Nederlandse belang van de openbare orde dan niet zodanig zwaar moeten wegen dat in dergelijke gevallen ook aan gezinsleden van betrokkenen geen enkel verblijfsrecht wordt toegestaan? Kan de staatssecretaris aangeven wat de concrete gevolgen zullen zijn van de EU-besprekingen die in 2001 moeten leiden tot een aanspreekpunt in alle landen voor de vervolging van oorlogsmisdadigers?

Artikel 3.2.2.34 betreft de verblijfsvergunning voor au pairs. Het onlangs via een tussentijds bericht vreemdelingencirculaire gewijzigde beleid ten aanzien van au pairs heeft geleid tot kritische reacties vanuit de sector. In de toelichting is aangegeven dat het bij dit artikel voor een deel gaat om nog niet uitgekristalliseerde beleidsregels en dat in dat verband de mogelijkheid van nadere regels niet kan worden gemist. Wordt momenteel wellicht gedacht aan bijstelling van die regels naar aanleiding van de kritiek uit de sector?

Artikel 6.3 betreft de mogelijkheid van het verhalen van kosten van uitzetting op de vreemdeling of op de vervoerder. Ook de heer Kamp sprak hierover. Ik wilde hem niet onderbreken, maar ik vraag mij af of het aanduiden van de kapitein van een schip als vervoerder niet zeerechtelijke complicaties heeft. Dat zou een hele andere denklijn vergen. Ik laat het daarom maar even voor wat het is. Wij zijn van mening dat de bepaling van artikel 6.3 in beginsel wat imperatiever geformuleerd kan worden. Waarom is dat niet gebeurd?

Artikel 6.6 bevat een imperatieve bepaling inzake het ongewenst verklaren van vreemdelingen in de in dit artikel aangeduide gevallen. In de toelichting staat: "of er daadwerkelijk van de in artikel 6.6 geregelde mogelijkheid gebruik zal worden gemaakt, staat niet vast". Dat ontkracht naar mijn mening die imperatieve formulering. Ik vraag mij dan ook af, waarom het er staat en of het artikel voorlopig een wassen neus c.q. een dode letter zal blijven.

De heerDittrich(D66)

Mevrouw de voorzitter! Na enkele algemene opmerkingen zal ik proberen mij te beperken tot enige hoofdlijnen omdat de collega's al een heleboel details naar voren hebben gebracht.

Indertijd hebben wij besloten geen voorhangprocedure af te spreken over het ontwerp Vreemdelingenbesluit omdat het zo veelomvattend is en de staatssecretaris toegezegd heeft de ontwerptekst aan de Kamer te zullen voorleggen. Dat is inderdaad gebeurd. Met een voorhangprocedure zouden wij ook maar vier weken tijd hebben om te reageren. Het is goed dat wij daarvoor nu méér tijd hebben, omdat het zo'n ingewikkeld onderwerp is.

De heerRabbae(GroenLinks)

Dat is allemaal juist, maar het was oorspronkelijk wel de bedoeling dat het wetsvoorstel Vreemdelingenwet 2000 zo snel mogelijk zou worden afgerond met het oog op invoering per 1 januari 2001. Tot onze verbazing is na twee weken debat gebleken dat invoering pas in juli 2001 kan plaatsvinden. Wij hebben de tijd dus echt nodig om het wetsvoorstel te behandelen.

De heerDittrich(D66)

Daarom ben ik ook blij dat wij geen voorhangprocedure hebben afgesproken. Dat betekent echter wel dat wij geen amendementen kunnen indienen als wij het niet eens zijn met de voorliggende teksten. Als de staatssecretaris niet aan onze wensen tegemoet wil komen, zal het verslag van dit AO plenair aan de orde moeten komen opdat wij de mogelijkheid hebben moties in te dienen. Anders gaat de ongewijzigde tekst naar de Raad van State en heeft de Kamer daarop verder geen invloed. Ik hoor graag de reactie van de staatssecretaris. Ik maak deze opmerking omdat mijn fractie het met een aantal zaken niet eens is.

Bij de behandeling van de Vreemdelingenwet werd heel nadrukkelijk gezegd dat een en ander zo snel mogelijk moest worden afgerond. Kan de staatssecretaris aangeven wanneer de Vreemdelingenwet daadwerkelijk in werking treedt? Is dat nog steeds 1 april 2001 of is dat een andere datum geworden?

De beleidsregels zijn door codificatie in het Vreemdelingenbesluit algemeen verbindende voorschriften geworden. Het nadeel is dat daarvan moeilijker kan worden afgeweken. De algemene hardheidsclausule lijkt niet de vroegere souplesse te kunnen vervangen. Ik zou dat willen adstrueren aan de hand van een voorbeeld.

Nog niet zo lang geleden is er vanuit de Molukse gemeenschap een beroep gedaan op de staatssecretaris en de minister voor het Grote Steden- en Integratiebeleid om soepel te zijn met het verlengen van vergunningen voor Molukkers die gevlucht zijn en ondergebracht zijn bij familieleden in Nederland omdat het geweld op de Molukken maar doorgaat. Volgens de letter van het Vreemdelingenbesluit zou de coulante houding die nu ingenomen is, niet mogelijk zijn. Is het niet mogelijk de formulering van sommige bepalingen wat facultatiever te maken, waardoor het karakter van de oude beleidsregels bewaard kan blijven?

Ik sla een aantal vragen over die reeds door collega Apostolou zijn gesteld en kom dan bij het artikel over de oorlogsmisdadigers. In de stukken staat dat het mogelijk moet zijn een verblijfsvergunning te weigeren, niet te verlengen of in te trekken als het gaat om iemand die zich in het land van herkomst aan oorlogsmisdaden heeft bezondigd. Maar de consequentie daarvan is dat iemand geen verblijfsvergunning meer heeft, hoogst waarschijnlijk op basis van artikel 3 van het Europese Verdrag niet teruggestuurd kan worden naar het land van herkomst omdat hem daar wellicht een onmenselijke situatie te wachten staat en dus illegaal in Nederland blijft. Het opvallende is echter dat in artikel 3.5.1.8 ook de familieleden dat spoor lijken te moeten volgen. Mijn fractie heeft echter bezwaar tegen dat artikel. Wij vinden dat kinderen, de partner of echtgenoot daarvan niet de dupe zouden moeten zijn.

In het regeerakkoord wordt gesteld dat met name de eerste fase van de asielprocedure kwalitatief moet verbeteren. Als dat lukt, kan de bezwaarfase vervallen. In de Vreemdelingenwet is die bezwaarfase inderdaad vervallen, terwijl het nog maar de vraag is of de eerste fase kwalitatief enorm zal verbeteren. Wij hopen dat natuurlijk wel, maar het is afwachten hoe de IND het werk gaat doen.

Voor de bezwaarfase is enigszins een voornemenprocedure in de plaats gekomen. Ik verwijs naar artikel 3.5.2.10 en artikel 3.5.2.12. Als je die artikelen leest, staat daarin echter niet dat de vreemdeling gehoord wordt. Dat heeft mij onaangenaam verrast. Naar mijn mening ontstaat er dan verderop in de procedure een bepaalde druk. Als de zaak in beroep bij de rechter komt en hij ziet dat de vreemdeling in die voornemenprocedure niet is gehoord, kan ik mij heel goed voorstellen dat de rechter dat wel wil doen. Dan verschuift als het ware de druk naar de procedure bij de rechter. Bovendien kun je je afvragen, of door deze voornemenprocedure de kwaliteit van die eerste fase daadwerkelijk verbetert en dat is toch in het regeerakkoord bepaald! Ik reageer daarop nogal geprikkeld, omdat de fractie van D66 een amendement had voorbereid op de Vreemdelingenwet waarmee het horen van de vreemdeling expliciet in de wet zou worden vermeld. Wij hebben dat niet ingediend op grond van het feit dat in het Vreemdelingenbesluit de voornemenprocedure uitgebreid zou worden besproken. Ik zie het er niet helder in terug. In artikel 3.5.2.12 staat de term "zich uitlaten". Amnesty International vraagt zich naar mijn mening terecht af, wat dit betekent. Wordt onder "zich uitlaten" ook de mondelinge hoorplicht verstaan? Het staat er niet duidelijk. Verder wordt er gezegd dat alleen in zaken met een aanmerkelijk belang de vreemdeling gevraagd kan worden zich daarover uit te laten. Wat betekent in dezen "aanmerkelijk belang", want dat is een diffuus begrip?

StaatssecretarisCohen

Dat is dezelfde tekst als in de Algemene wet bestuursrecht.

De heerDittrich(D66)

Ik vind toch dat wij die moeten veranderen. Wij hebben in het regeerakkoord expliciet opgenomen dat die kwaliteit aanmerkelijk bevorderd moet worden. Ik vind niet dat die kwaliteit op basis van deze tekst bevorderd wordt en zeker niet aanmerkelijk.

De heerKamp(VVD)

In het regeerakkoord ging het erom de kwaliteit van de beslissing van de IND te bevorderen. Het is zeker niet uitgesloten dat die kwaliteit bevorderd wordt, ook als niet gedaan wordt wat u nu voorstelt.

De heerDittrich(D66)

Dat is een bewijs uit het ongerijmde en ik zoek nu juist naar materiaal om te kunnen zien dat de kwaliteit verbetert. Wat nu voorligt, is naar mijn mening enigszins een verschraling van de eerste fase omdat de bezwaarfase eruit is. Goed, wij hebben daaraan allemaal meegewerkt omdat wij de kwaliteit wilden verbeteren. De voornemenprocedure zou daarvoor voor een deel in de plaats kunnen komen. De manier waarop dat nu geregeld is, geeft mij niet het vertrouwen dat de kwaliteit aanmerkelijk verbeterd kan worden. Die kan natuurlijk ook verbeteren door bepaalde maatregelen richting organisatie IND te nemen, maar daarvan zult u net zo goed als ik moeten constateren, dat het vertrouwen van de Kamer nog niet zodanig is, dat wij dat op de blauwe ogen van de staatssecretaris geloven. We hebben er een groot project van gemaakt omdat we de vinger aan de pols willen houden en steeds willen kijken, hoe het met de kwaliteit gaat.

De heerKamp(VVD)

Nog een keer: we hebben gezegd dat we een nieuwe wet maken, waarin veel minder geprocedeerd kan worden. Minder procedures bij een stijgend aantal personeelsleden bij de IND betekent dat je meer kwaliteit in de besluiten kunt leggen. Dat wordt niet weersproken door het feit dat er geen formele hoorplicht wordt geregeld in de voornemenprocedure. Wat u zegt, is niet in overeenstemming met wat in het regeerakkoord staat.

De heerDittrich(D66)

Daarover verschillen we dan van opvatting. Dat is overigens een discussie die we al vaker hebben gevoerd. Mijn fractie vindt dat de kwaliteit in eerste aanleg moet worden verbeterd. Dat zou er wat ons betreft in moeten bestaan dat de vreemdeling vaak – ik zeg niet altijd – gehoord moet kunnen worden, zodat de rechter dat later niet hoeft te doen. Kan de staatssecretaris hardop nadenkend komen met een voorstel tot wijziging van de tekst van het betreffende artikel? Zo niet, dan kom ik in tweede termijn terug met onze plannen op dit punt.

De aanmeldcentrumprocedure is in de tekst niet in zijn geheel overgenomen. Zo valt op dat niet is opgeschreven wat het criterium is om over te gaan tot de AC-afdoeningsprocedure. Er staat ook niet in, wanneer de 48-uursprocedure van start gaat. Dat zijn toch echt belangrijke dingen om te weten, omdat die aanmeldcentrumprocedure de eerste schifting is tussen de kennelijk zwakke zaken en de andere zaken die doorgaan. Daarover moet zoveel mogelijk duidelijkheid zijn. Als ik de tekst lees, wordt die duidelijkheid nog niet geboden. Graag daarop een reactie van de staatssecretaris. Ik constateer overigens dat Amnesty International op pagina van de brief, die de staatssecretaris ongetwijfeld kent, daarvoor een concreet voorstel doet, wat mij zinnig voorkomt. Ik krijg daarop graag een reactie.

Ik sluit mij aan bij wat is gezegd over de glijdende schaal en de openbare orde. In de toelichting op de betreffende artikelen – 3.2.4.8 en 3.2.5.8 – staat dat een vergunning tot verblijf niet wordt verleend wegens gevaar voor de openbare orde, wat onder andere wordt ingevuld met "indien de vreemdeling ongewenste politieke activiteiten heeft verricht in Nederland". Dit kan worden geschaard onder het openbareordebegrip. Dat vind ik een nogal boute bewering. Zou dat kunnen betekenen dat, als iemand op straat heeft gedemonstreerd of iets dergelijks, dus uiting heeft gegeven aan de door ons hoog geachte vrijheid van meningsuiting, dit een reden kan zijn om zo'n verblijfsvergunning niet te verlenen? Ik vind de toelichting hierop onvoldoende. Ik hoop dat de staatssecretaris daarover in zijn antwoord duidelijkheid kan verschaffen.

In artikel 3.1.1 staat over de uitzetting van vreemdelingen met een herhaald asielverzoek dat, als sprake is van een herhaald verzoek, dit wordt afgewezen, tenzij het naar het voorlopig oordeel van de minister een herhaalde aanvraag betreft. Maar als ik kijk naar de tekst van het regeerakkoord, staat daarin dat de opvang in ieder geval niet meer mogelijk is en dat uitzetting makkelijker mogelijk is. Maar er kunnen natuurlijk geheel nieuwe feiten en omstandigheden zijn voorgekomen, wat de reden kan zijn voor die herhaalde aanvraag. Als ik de tekst van 3.1.1. lees, denk ik dat die niet correct is en aanvulling behoeft. Mensen die echt nieuwe omstandigheden en feiten aanvoeren die reëel zijn, zouden volgens die tekst door de staatssecretaris kunnen worden uitgezet. Ik denk dat dat aanvulling verdient, en hoop dat de staatssecretaris daarop kan reageren.

Ik geloof dat een motie van D66 is aangenomen, waarin staat dat de kosten van uitzetting ten laste van de werkgever moeten komen. Het gaat om een werkgever die een vreemdeling in dienst heeft gehad die geen verblijfsvergunning heeft gekregen. Dat is één van de redenen dat mensen illegaal in Nederland verblijven: ze kunnen hier toch werk verrichten, en werkgevers houden zich niet aan de regels. Ik kon het niet terugvinden in de tekst van het Vreemdelingenbesluit, hoewel ik er overheen kan hebben gelezen. Graag een reactie daarop.

De heerKamp(VVD)

De heer Dittrich heeft weergegeven, wat er allemaal wel en niet in het regeerakkoord staat. In het regeerakkoord staat dat de bezwarenprocedure vervalt. Er wordt met geen woord gerept over een voornemenprocedure. Die voornemenprocedure wordt in de eerste plaats later bedacht, in de tweede plaats wordt die formeel vastgelegd in het Vreemdelingenbesluit, en in de derde plaats krijgen de mensen volgens de voornemenprocedure vier weken de tijd om te reageren. Als hij nu ook nog gaat vragen of mensen in de regel gehoord kunnen worden, geeft hij dan geen erg vreemde uitleg van het regeerakkoord? Iets waarover helemaal niet wordt gesproken, komt toch, wordt vastgelegd en wordt door hem nog verder uitgebouwd.

De heerDittrich(D66)

Het is zo verrassend dat, wanneer u ons het regeerakkoord voorhoudt, u de passage vergeet te noemen waarin staat dat de kwaliteit van de procedure in eerste aanleg moet worden verbeterd. Daar hebben we het over gehad. De kwaliteit in eerste aanleg moest worden verbeterd, waaraan onder meer inhoud is gegeven door de voornemenprocedure. Als een vreemdeling niet meer kan worden gehoord in de eerste fase – het voornemen wordt hem meegedeeld, waarop hij schriftelijk kan reageren – ben ik bang dat dat de kwaliteit niet bevordert. Nogmaals, de kwaliteit kan ook via andere wegen worden bevorderd, maar het geeft mij nog niet het vertrouwen dat dit ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt. En u ook niet, want u heeft voorgesteld om de voortgang van de kwaliteit bij de IND tot een groot project te maken.

De heerKamp(VVD)

Maar als wij in het regeerakkoord vastleggen dat de bezwaarprocedure vervalt, en vervolgens wordt er een voornemenprocedure ingevoerd die vrijwel alle elementen van de bezwaarprocedure bevat, waarin dit element ook nog eens wordt opgevoerd, vind ik dat op dit punt geen loyale uitvoering wordt gegeven aan het regeerakkoord.

De heerDittrich(D66)

Ik heb hierin geen vraag ontdekt. Ik ben het daarmee overigens niet eens, want de voornemenprocedure is niet dezelfde als de bezwaarprocedure. Er is wel degelijk een korting op de rechten van de vreemdeling in vergelijking met de oude situatie. Daarvoor hebben we gekozen, omdat we de procedure wilden versnellen, maar ook bij een versnelling van de procedure moet de kwaliteit wel gewaarborgd zijn.

De heerRabbae(GroenLinks)

Voorzitter! Mijn fractie vindt het voorliggende stuk geen lichtend voorbeeld van zorgvuldig juridisch werk. Dat zit ons dwars. Frustrerender is nog het feit dat de Kamer, die eigenlijk als functie heeft de regering te corrigeren als het gaat om zorgvuldigheid, zichzelf de kans op dit punt heeft ontnomen. Dus zitten wij met de gebakken peren. Collega Dittrich heeft het anders gezegd, maar ik zeg het plat: wij zijn nu overgeleverd aan de goede wil van de staatssecretaris. Als hij zo vriendelijk en wijs wil zijn om onze opmerkingen in corrigerende termen over te nemen, zijn wij blij. Doet hij dat niet, dan zijn wij gebonden aan onszelf. Merkwaardig is dat de Kamer zichzelf met handen en voeten bindt, waarbij zij een belangrijk stuk juridisch werk gewoon laat passeren, alleen maar omdat deze kwestie wordt doorgedrukt. Ik vind dit heel vreemd als het gaat om de positie van de Kamer. Met name zijn de coalitiefracties aan te spreken op hun rol als parlementariërs.

De heerDittrich(D66)

Wat is nu het verschil tussen de voorhangprocedure en de procedure die we nu hebben afgesproken? Immers, ook bij de voorhangprocedure zouden we, als we het niet eens zijn met de tekst van het ontwerpbesluit, met concrete voorstellen via moties moeten komen.

De heerRabbae(GroenLinks)

U was nog niet eens te porren voor behandeling van de huidige tekst. Het was te danken aan de commentaren van de maatschappelijke organisaties dat u met zijn drieën wakker bent geworden en hebt gezegd: we behandelen de stukken.

De heerDittrich(D66)

Hoe kunt u dit nu zeggen? Nadat we een toezegging van de staatssecretaris hebben gekregen in het debat over de Vreemdelingenwet dat dit keurig van tevoren zou worden toegestuurd, zodat het ontwerp-Vreemdelingenbesluit in de Kamer zou kunnen worden besproken?

De heerRabbae(GroenLinks)

Wat kunnen we hiermee? U hebt zelf net aangegeven dat u eigenlijk machteloos bent. U kunt hoogstens moties indienen. Dit is een belangrijk onderwerp. We hebben gezien dat hierin belangrijke bepalingen zijn opgenomen voor de positie van vele mensen, wier lot hiermee wordt bepaald. Mijn fractie had het correcter gevonden als het Vreemdelingenbesluit een onderdeel was geweest van de behandeling van de hele Vreemdelingenwet.

De heerDittrich(D66)

Dat kunt u niet volhouden. Eerst moeten in de Vreemdelingenwet bepaalde lijnen worden uitgezet, die vervolgens kunnen worden uitgewerkt in het ontwerpvreemdelingenbesluit U verwijt nu een aantal collega's dat wij hebben zitten slapen of iets dergelijks. Maar volgens mij is er de facto niets verslechterd. Immers, als het een voorhangprocedure was geweest, hadden wij hier ook om de tafel gezeten, hadden we dezelfde tekst besproken en hadden we zo nodig bepaalde wijzigingen aangebracht. Ik heb net uitgelegd waarom wij daartegen waren: dit is een zo veelomvattend ontwerpvreemdelingenbesluit dat, als je er een voorhangprocedure van maakt, je volgens de afgesproken regels bent gehouden om binnen vier weken daarop te reageren. Anders gaat het stuk door. Nu konden we in ieder geval het commentaar van het veld afwachten, en dat alles in één keer hier bespreken. Wat dat betreft, zijn we er dus op vooruitgegaan.

De heerRabbae(GroenLinks)

Dat is niet mijn opvatting. Ik wil u collegiaal bejegenen. Ik blijf van opvatting dat als de Kamer zichzelf en dit onderwerp serieus neemt, dit punt onderdeel was geweest van de totale behandeling. Het mag niet zo zijn dat de Tweede Kamer, die het recht van amendering heeft, monddood wordt gemaakt, omdat wij nu alleen moties kunnen indienen. De Eerste Kamer, die hier ook bij wordt betrokken, mag helemaal niets: die mag alleen accepteren of afwijzen.

De voorzitter:

Ik geloof dat de boodschap duidelijk is. Dit is in feite een gepasseerd station. Het besluit is al genomen.

De heerRabbae(GroenLinks)

Helaas ontspoorde de trein door toedoen van de Tweede Kamer!

De voorzitter:

We zijn hier om te kijken in hoeverre de reacties van de zijde van de Kamer in goede aarde vallen bij de staatssecretaris. Ik zou het zonde vinden als we daaraan niet uitgebreid zouden toekomen.

De heerRabbae(GroenLinks)

Dit moest mij even van het hart.

Diverse collega's hebben gezegd dat de staatssecretaris herhaaldelijk heeft toegezegd dat de positie van de reguliere migrant niet wordt verslechterd in vergelijking met de huidige situatie. Wij constateren keer op keer – ik kan het niet beter doen dan het vlooienwerk van collega Apostolou – dat dit nu juist wél is geschied. Hoe kan het dat de staatssecretaris op het ene moment een toezegging doet in de richting van een minstens neutrale positie van de reguliere migrant, en op het andere moment komt met een verslechtering van diezelfde positie? Dat kan ik niet verklaren, laat staan accepteren. Graag een correctie van de kant van de staatssecretaris. Hij herinnert zich immers dat de EU, waaronder Nederland, in Tampere heeft afgesproken om juist de positie van de reguliere migrant steeds meer in de richting van de gemeenschapsonderdanen te positioneren. Ik kan daarin absoluut geen beweging zien.

De heerKamp(VVD)

Voorzitter! Is de heer Rabbae echt van mening dat de positie van de reguliere migrant in Nederland niet vergelijkbaar is met degenen die hier geboren en getogen zijn? Wij weten toch allemaal dat iedereen die legaal in dit land is, gelijk wordt behandeld! Daar gaat het toch helemaal niet over?

De heerRabbae(GroenLinks)

Voorzitter! Ik kom straks op de voornemens om migranten die hier op jonge leeftijd zijn gekomen of hier zelfs geboren zijn op een gegeven moment uit te zetten als er sprake is van een aantal delicten. Een autochtoon die eenzelfde delict pleegt, gaat echter de gevangenis in, waarna hij vervolgens de weg terug kan vinden via resocialisatie binnen de samenleving. Dat is toch een groot verschil?

De heerKamp(VVD)

Bij het Vreemdelingenbesluit gaat het om regels die van belang zijn voor mensen die hier naar toe willen komen en voor degenen die hier in procedure zijn. Als je vaststelt dat hier drie keer zoveel mensen komen als in de andere landen van de EU, dan zou je denken dat het hier veel beter is geregeld voor hen.

De heerRabbae(GroenLinks)

Dat zegt de heer Kamp altijd, maar ik heb het over de mensen die hier zijn. Hun positie wordt verslechterd in vergelijking met de huidige situatie. Dat kan toch niet. De heer Kamp en ik worstelen vaak met elkaar, maar ook de VVD is voorstander van integratie van de hier aanwezige allochtonen. Als dat niet zo is, dan vergis ik mij. Dat zo zijnde, past het volgens mij ook in de lijn van de VVD om op te komen voor een versterking van de positie van de mensen die hier zijn, juist met het oog op een sterkere integratiepositie. Als je deze mensen echter tussen haakjes blijft zetten, dan komt er niet zoveel terecht van het integratieproces.

De heerKamp(VVD)

De positie van de mensen die hier legaal in het land zijn, kan niet verder worden versterkt, want zij mogen alles al.

De heerRabbae(GroenLinks)

Kennelijk is dat niet het geval.

Dan de kwestie van het spelen met formuleringen in het Vreemdelingenbesluit. De huidige regelgeving staat positief ten opzichte van de reguliere migranten. Nu wordt daar echter een facultatieve formulering van gemaakt. Daar waar een formulering nu in het nadeel tendeert van de migranten, wordt er in dit Vreemdelingenbesluit meteen een verplichting van gemaakt en wel in negatieve zin. Ik neem aan dat de staatssecretaris het artikel van de heer Kortmann ook heeft gelezen. De heer Kortmann zegt dat het gestelde terzake in strijd is met de intenties van de ontwerpwetgeving. Als de ontwerpwetgeving de executieve organen de ruimte laat om "ja" dan wel "neen" te zeggen, dan mag dat in de praktijk niet alleen maar "neen" betekenen. Ik vind dus ook dat het gestelde op dit punt in strijd met de wet is. De heer Kortmann gaat nog verder. Zijn oordeel over het Vreemdelingenbesluit op dit punt is dat er sprake is van een juridische boevenstreek. De formulering vindt hij juridisch prutswerk. Graag een reactie van de staatssecretaris.

StaatssecretarisCohen

Voorzitter! Ik zal die reactie straks graag geven, maar ik kondig alvast aan dat de Kamer over niet al te lange tijd in het Nederlands Juristenblad een stukje zal aantreffen, waaruit blijkt dat de heer Kortmann wat dit betreft iets te snel door de bocht is gegaan.

De heerRabbae(GroenLinks)

De staatssecretaris en ik zijn het af en toe absoluut niet met elkaar eens, maar ik heb waardering voor hem als bestuurder. Hoe is het mogelijk dat een goed bestuurder in dit soort fouten kan vervallen?

StaatssecretarisCohen

Daarover zei ik dat dit misschien wel een klein beetje aan de heer Kortmann ligt.

De heerRabbae(GroenLinks)

Ik wacht dit met veel belangstelling af.

Wat de ACV betreft is er sprake van een verschil in de duur van de status, in de duur van de verblijfstitel tussen asielzoekers en reguliere migranten. Asielzoekers krijgen op een gegeven moment een status voor drie jaar. Daarna kan die worden omgezet in onbepaalde tijd. De reguliere migrant moet vijf jaar wachten voordat het zover is. Welke legitieme verklaring kan de staatssecretaris daarvoor geven? In de richting van de heer Kamp: over gelijke behandeling gesproken!

De toegang en de toelating. Collega Dittrich heeft een vraag gesteld over de ongewenste politieke activiteiten. Ik sluit mij daarbij aan. Dan iets over de aanwijzing dat betrokkene een strafbaar feit gaat plegen, c.q. het vermoeden dat deze persoon daarmee bezig is. De staatssecretaris weet nog beter dan ik dat een aanwijzing geen veroordeling is. Is het niet wijzer om af te wachten of de rechter tot een veroordeling overgaat, alvorens een oordeel over de verwijspositie van betrokkene te geven? Ik vind dit wel heel erg kort door de bocht.

Dan het uitzettingsbeleid en de positie van personen van de tweede generatie, degenen die voordat ze tien jaar waren naar Nederland zijn gekomen, of hier zelfs zijn geboren. Hun positie wordt verslechterd als ik kijk naar de titels die nu worden gebruikt om hen het land uit te zetten. In de huidige situatie is er alleen maar een uitzettingsmogelijkheid als er sprake is van een verblijf korter dan tien jaar en een veroordeling vanwege grootschalige handel in verdovende middelen. In dit Vreemdelingenbesluit gaat de staatssecretaris een stapje verder en geldt de uitzetting ook voor een verblijf langer dan 15 jaar. Dan kan een betrokkene ook het land worden uitgezet als er sprake is van handel in verdovende middelen. Dat is toch geen versterking van de positie van langdurig in Nederland verblijvende personen van de tweede generatie? Juist die tweede generatie heeft behoefte aan een versterking van hun positie in plaats van een verzwakking.

Dan iets over de gezinshereniging. Regeerakkoord of niet, de staatssecretaris is overgegaan tot een verscherping, in concreto een beperking van de mogelijkheden tot gezinshereniging. De norm is van 70 naar 100% gegaan. De staatssecretaris beperkt verder het aantal inkomstenbronnen. Ik zie echter geen Melkertbanen meer en ook geen banen in het kader van het Jeugdwerkgarantieplan. Dat betekent dat de mensen minder mogelijkheden hebben om een inkomenspositie op te bouwen.

Dan iets over de familieleden van de vluchtelingen in het kader van artikel 1f. Ik sluit mij aan bij de vragen die hierover zijn gesteld. Het driejarenbeleid is complex en ondoorzichtig. De staatssecretaris doet er goed aan een en ander nader aan te geven. Welke periodes worden meegenomen als het gaat om het uiteindelijk toekennen van een titel? Is de tijd dat men wacht op een besluit wel of niet meegenomen? Is de periode tussen het zich melden bij een AC en het in behandeling worden genomen ook meegenomen als het gaat om de verblijfsperiode hier? Er zijn hierover veel vragen te stellen. Graag een reactie daarop.

De AC-procedure is niet beschreven in het Vreemdelingenbesluit. Dat kan eigenlijk niet. Juist bij deze lagere regelgeving moet die procedure juist wel zijn beschreven, met name qua criteria. De termijn van drie uur met betrekking tot de voornemenprocedure is te kort. Het gaat om het lezen van het verslag plus de beschikking. De termijn van vier weken is in de huidige praktijk ook te kort gebleken. Deze termijn wordt vaak overschreden. Het lijkt mij beter de praktijk om te zetten in regelge ving. Dan zit je dicht bij de werkelijkheid. Het horen van een vreemdeling is voor mijn fractie ook een belangrijk onderdeel. Die moet ook worden opgenomen in de procedure.

Dan het differentiëren van beslistermijnen. Mijn collega Halsema heeft de staatssecretaris gevraagd of hij iets voelt voor het differentiëren van de beslistermijnen. Niet alle zaken en procedures hoeven even lang te duren. Sommige procedures kunnen binnen zes maanden worden afgerond. Daar hoef je geen jaar van te maken. Het omgekeerde kan ook. Komt de staatssecretaris nog met een differentiatie van de beslisprocedure en de beslistermijnen, al naar gelang de zaken die moeten worden behandeld?

Eerste termijn van de zijde van de regering

StaatssecretarisCohen

Voorzitter! Deze bespreking over het Vreemdelingenbesluit heeft niet het karakter van het type bespreking dat wij normaal met elkaar voeren. Het gaat bij dit besluit over een AMvB, waarbij ik de bevoegdheid heb, met alle procedures die erbij horen, om die vast te stellen. Het is ook geen overleg in het kader van een voorhangprocedure. Het wetsvoorstel, zoals dat nu bij de Eerste Kamer ligt, kent twee voorhangartikelen, één inzake de vrijstelling van het NVV-vereiste en één inzake de wijziging van het Reglement regime grenslogies. Over die beide onderwerpen hebben wij al eerder met elkaar van gedachten gewisseld.

Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel door de Kamer is meermalen ter sprake gekomen dat de Kamer behoefte heeft aan kennisneming van het ontwerpbesluit. Om die reden heb ik de Kamer al op 31 maart jongstleden een hoofdlijnennotitie inzake het Vreemdelingenbesluit toegezonden. Daaraan heb ik toegevoegd mijn voornemen met betrekking tot de voornemenprocedure. De concrete uitwerking van deze procedure zat er toen al bij.

Het concept-Vreemdelingenbesluit is ook aan de Raad van State toegestuurd. De Raad van State brengt daarover advies uit. Ik verwacht dat zeer binnenkort. De bespreking van vandaag en het feit dat de Raad van State heel binnenkort met zijn advies komt, leidt tot een zekere samenloop van deze activiteiten. Dat is een gevolg van de gekozen werkwijze. Die kwam erop neer het besluit tegelijkertijd toe te sturen aan de Raad van State voor advisering, aan de andere organisaties en aan de Kamer, ter informatie. Vanwege die samenloop met de advisering door de Raad van State is het niet mogelijk vandaag definitief uitsluitstel te geven over de vraag hoe het ontwerpbesluit er straks zal uitzien. Het spreekt vanzelf dat ik vandaag zeer goede nota neem van de gemaakte opmerkingen. Ik betrek die bij de beoordeling van de vraag of een wijziging van het besluit raadzaam is. In dat licht vind ik dit overleg buitengewoon zinvol. Een finale, integrale, alomvattende, maar ook zorgvuldige afweging kan ik pas maken na kennisneming van het advies van de Raad van State.

De heerDittrich(D66)

Voorzitter! Dat kan betekenen dat de Raad van State de huidige ontwerptekst wellicht goedkeurt, of adviseert dat die goed is, terwijl de Kamer na het herfstreces met tekstwijzigingen komt. Dat houdt in dat de Raad van State daarover geen oordeel kan vellen, net als bij amendementen bij een gewone wetsbehandeling. Vindt de staatssecretaris dat geen bezwaar?

StaatssecretarisCohen

De Raad van State heeft de tekst gekregen op hetzelfde moment als de Kamer. De Raad heeft er ongetwijfeld hard op gestudeerd. Ik neem aan dat daar, zoals te doen gebruikelijk bij de Raad van State, kritiek op komt. Ik zal die buitengewoon zorgvuldig en scrupuleus bekijken. Misschien zitten er punten in waar ik mijn voordeel mee kan doen. Verschillende maatschappelijke organisaties hebben ook advies gegeven. Ik heb de namen daarvan ook toegezonden. Ook daar zitten elementen in die ik goed moet bekijken. Ik zal straks aangeven op welke punten ik vind dat dit nuttig is om te doen. De staat van het concept-Vreemdelingenbesluit is voor mij een niet onbelangrijke reden geweest om voorzichtig te zijn met de invoering van de nieuwe wet. Het is namelijk echt van belang dat wij precies weten hoe het besluit er uitziet op het moment dat er nog allerlei uitvoeringsbeslissingen genomen moeten worden. De opmerkingen die vandaag door de Kamerleden zijn gemaakt en de opmerkingen die door anderen zijn gemaakt, leiden daar ongetwijfeld toe. Nogmaals, ik wacht echt op het advies van de Raad van State om te kijken hoe wij daarmee doorgaan.

De heerDittrich(D66)

Houdt dit in dat de staatssecretaris, nadat de Raad van State hem geadviseerd heeft, hij alle adviezen en de opmerkingen van vandaag tot zich heeft genomen en wellicht veranderingen in de tekst heeft voorgesteld, het ontwerp-Vreemdelingenbesluit nog een keer aan de Kamer toestuurt, waarbij hij aangeeft op welke punten het ontwerpbesluit is gewijzigd in vergelijking met de huidige tekst?

StaatssecretarisCohen

De Kamer krijgt natuurlijk het besluit toegestuurd. Wij moeten wel even kijken naar de tijd. Daar wil ik eerst iets over zeggen. Het is mijn bedoeling om de tekst van het wetsvoorstel, het ontwerp-Vreemdelingenbesluit en het nieuwe Voorschrift vreemdelingen begin december in het Staatsblad en in de Staatscourant te plaatsen. Dat is noodzakelijk met het oog op de streefdatum van de inwerkingtreding van de nieuwe regelgeving. Als wij de datum van 1 december niet halen – en dat is werkelijk een uiterste datum – dan is de datum van 1 april 2001 van invoering ook niet haalbaar. Dat betekent dat ik na ontvangst van het advies van de Raad van State onmiddellijk zal proberen om met een definitief besluit te komen. Ik heb nu gehoord wat de Kamer erover vindt. Ik zal dat dus bij mijn verdere besluitvorming betrekken.

De heerDittrich(D66)

Voorzitter! Ik wil hier toch nog iets over vragen. Als wij vinden dat de tekst op bepaalde onderdelen zou moeten worden aangepast, zou de Kamer daar dan mee moeten wachten totdat de Raad van State geadviseerd heeft en de staatssecretaris dat allemaal integraal bekeken heeft? Of is het handiger als wij het verslag van dit algemeen overleg op de plenaire agenda plaatsen en via moties zelf concrete tekstvoorstellen doen? Dat bespoedigt wellicht het besluitvormingsproces.

De voorzitter:

Zou het niet verstandiger zijn om eerst het antwoord van de staatssecretaris af te wachten?

De heerDittrich(D66)

Ja, het antwoord op deze vraag.

De voorzitter:

Nee, het totale antwoord van de staatssecretaris.

De heerApostolou(PvdA)

De staatssecretaris zei dat hij dit besluit begin december in het Staatsblad wil hebben. Dat betekent dus dat wij de maand november hebben om daarover wellicht nog een uitspraak te doen. Wij zouden daartoe kunnen overgaan als niet alle wijzigingen die wij nodig achten in het besluit zijn verwerkt.

StaatssecretarisCohen

Voorzitter! Ik denk eigenlijk dat dit uitgesloten is. Laten wij er even van uitgaan dat de Raad van State volgende week met zijn advies komt. Dan moet ik dat buitengewoon grondig bestuderen. Op basis daarvan moet ik kijken wat ik daarmee doe. Dat leidt tot een concept-Vreemdelingenbesluit dat ik aan het kabinet moet voorleggen. En dan zijn wij wel ongeveer zover dat de zaak gereed moet zijn voor publicatie. Ik zie dus, eerlijk gezegd, niet hoe het mogelijk zou zijn dat de Kamer daar nog een keer over praat. De Kamer heeft nu haar opmerkingen gemaakt. Ik zal daar, als gezegd, ook op een heleboel punten mijn voordeel mee doen. Ik zal straks op deze punten ingaan.

De heerRabbae(GroenLinks)

Wij zullen die reactie afwachten. Ik wil echter nog een procedurele en constitutionele vraag stellen. Ik neem aan dat, met respect voor de Raad van State als adviesorgaan, de Tweede Kamer voor de staatssecretaris belangrijker is dan de Raad van State. Ik wil deze vraag aan hem voorleggen. Met andere woorden: neemt hij onze opmerkingen alleen maar over als die niet in strijd zijn met het advies van de Raad van State? Of zijn de opmerkingen van de Kamer die door de staatssecretaris worden overgenomen, sowieso bepalend voor het verdere traject van het Vreemdelingenbesluit?

StaatssecretarisCohen

Voorzitter! Er zijn verschillende mogelijkheden. Het is mogelijk dat de Raad van State met een aantal punten komt die ook door een aantal Kamerleden zijn aangedragen. Dan moet ik wel knap eigenwijs zijn, wil ik mij daar helemaal niets van aantrekken! Maar het kan wel. Het Vreemdelingenbesluit wordt immers door mij vastgesteld. Dan is er ook nog de mogelijkheid dat de Raad van State iets anders zegt dan de Kamer. Ik moet daar dan gewoon goed naar kijken. Maar de huidige situatie is er een waarin het besluit door de regering wordt vastgesteld. En dat moet dus gewoon passen binnen de kaders die door de wet gegeven zijn.

De heerRabbae(GroenLinks)

Is de staatssecretaris bereid om de Kamer te zijner tijd, na het afscheiden van het advies van de Raad van State, zowel dat advies als zijn conclusie naar aanleiding van beide inbrengen te doen toekomen? Dan is het aan ons om daar iets mee te doen.

StaatssecretarisCohen

Voorzitter! Ik ben geneigd om de gebruikelijke procedure voor het vaststellen van een dergelijke algemene maatregel van bestuur ook hier te volgen. Zodra het besluit er is, zal ik dat aan de Kamer zenden.

Ik wil nog even iets zeggen over de uiterste datum van 1 december. Dat is, wat mij betreft, een uiterste datum om de nieuwe regelgeving per 1 april 2001 in werking te kunnen laten treden. Er moet vervolgens immers nog van alles gebeuren. Ik noem het beschrijven en het automatiseren van werkprocessen en het inrichten van opleidingen, met name ook de IND. Dat is niet onbelangrijk in het kader van de kwaliteitsverbetering waar niet alleen de Kamer maar ook ik zoveel belang aan hecht. Die heeft in de afgelopen tijd op allerlei plaatsen binnen de IND ook al plaatsgevonden. Het mag duidelijk zijn dat als die teksten later worden vastgesteld, het dan niet meer mogelijk is om dat gereed te maken voor de automatisering van de werkprocessen. Nogmaals, ook de inrichting van de opleidingen is heel belangrijk

Voorzitter! Er is nog een punt dat preliminair van groot belang is. Voordat ik inga op de structuur van het ontwerpbesluit, wil ik nog opmerken dat bij deze toch al buitengewoon lastige operatie het bestaande beleid tot uitgangspunt is genomen. Nieuw beleid is in beginsel niet opgenomen. Ik heb alleen een uitzondering voor nieuw beleid gemaakt wanneer ik dat al met de Kamer had afgesproken. Dat is bijvoorbeeld de wijziging van het beleid naar aanleiding van de AMA-notitie en een wijziging naar aanleiding van de vrouwennotitie. Die punten zijn erin opgenomen. Verder zijn ook een aantal wijzigingen doorgevoerd naar aanleiding van het regeerakkoord. Ik denk daarbij in het bijzonder aan de inkomenseisen. Ten slotte, en daar zit tegelijkertijd ook een punt waarbij ik in het bijzonder nog een keer heel goed naar die kritiek wil kijken, zijn er wijzigingen opgenomen die rechtstreeks voortvloeien uit de systematiek van het wetsvoorstel en uit de systematiek van het Vreemdelingenbesluit. Ik kom daar later nog over te spreken. De veranderingen die er in zitten, van het opnemen van een heleboel teksten uit de circulaire in het besluit, hebben ook systematisch tot een aantal punten geleid, die er ook toe kunnen leiden dat je met recht de vraag kunt stellen: is er nu sprake van ongewijzigd beleid?

Ik kom daar later nog over te spreken, maar ik merk nu vast op dat er door veel woordvoerders opmerkingen zijn gemaakt met betrekking tot dat bestaande beleid. Daar zijn kanttekeningen bij geplaatst en vragen over gesteld. Daarvan zeg ik nu in het algemeen dat het uitgangspunt was om het bestaande beleid in het Vreemdelingenbesluit neer te leggen. Ik voel er op dit ogenblik dan ook echt niet voor om daarvan af te wijken. Immers, als wij dat gaan doen, zijn wij nog lang niet klaar, laat staan jarig! Dat geldt in ieder geval voor veel woordvoerders. Dat betekent voor mijn beantwoording dat ik op een heleboel vragen geen antwoord zal geven, hoezeer ik mij ook kan voorstellen dat die gesteld zijn. Omdat die vragen naar mijn idee betrekking hebben op teksten die nu ook al in het beleid vastliggen, zal ik daar niet nader op ingaan.

Voorzitter! Ik kom te spreken over de kenmerken van het onderhavige besluit. Uit een oogpunt van systematiek is ervoor gekozen om de indeling van het Vreemdelingenbesluit zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij het wetsvoorstel. Daarmee wordt de samenhang tussen wet en besluit benadrukt. De bepalingen over bijvoorbeeld grensbewaking, toezicht, bewaring en uitzetting zijn overgenomen uit het oude besluit en het Voorschrift vreemdelingen. Er is daarbij vanzelfsprekend een vertaalslag gemaakt naar het wetsvoorstel. Ook de procedurele bepalingen over regulier, hoofdstuk 3 afdeling 4, en asiel, hoofdstuk 3 afdeling 5, zijn overgenomen uit de huidige regelingen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de regeling van indiening van de aanvraag, om de bevoegdheidsregeling en om de regeling van het eerste gehoor en het nader gehoor in asielzaken. Het integreren van het huidige besluit en het Voorschrift vreemdelingen heeft tot doel om de materiële normen zoveel mogelijk op het niveau van het besluit te regelen. Het Voorschrift vreemdelingen 2000 dat nog moet worden opgesteld, zal het karakter van een modellen- en lijstenboek krijgen. De enige uitzondering zal zijn: de regeling van de leges in het Voorschrift vreemdelingen.

Hoofdstuk 9 bevat overgangsrecht dat aansluit op het overgangsrecht van het wetsvoorstel. Enerzijds gaat het om uitwerking en anderzijds om aanvulling. Een voorbeeld van een uitwerking is artikel 9.1. Daarin worden regels gegeven over de berekening van de periode van rechtmatig verblijf onder de oude wet. Een voorbeeld van een aanvulling is artikel 9.10, waarin een regeling ten aanzien van het administratief beroep wordt gegeven. Dat is een aanvulling op het overgangsrecht van artikel 118 van het wetsvoorstel. Overeenkomstig de regelingen in het huidige Voorschrift vreemdelingen zal het mandaat aan de korpschef en aan de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee in een algemeen verbindend voorschrift worden neergelegd. Daarop is in de vakliteratuur kritiek verschenen, maar ik geloof niet dat daar vandaag vragen over gesteld zijn. De nummering is nog niet definitief. Bij de verwerking van het advies van de Raad van State zal er een doorlopende nummering per hoofdstuk worden doorgevoerd.

Voorzitter! Ik kom te spreken over alles wat regulier is. Daarover zijn met name door de heren Apostolou en Rabbae opmerkingen gemaakt. Ik geloof dat de heer Dittrich zijn opmerkingen op een aantal punten heeft ingeslikt met verwijzing naar opmerkingen van de heer Apostolou. Nieuw ten opzichte van de huidige regelgeving is dat het reguliere toelatingsbeleid grotendeels in het ontwerp is neergelegd. Dat beleid is nu nog in de Vreemdelingencirculaire te vinden. Uit principieel oogpunt vind ik het wenselijk dat delen van dit beleid in algemeen verbindende voorschriften worden neergelegd. Daarmee kan het beleid worden bestendigd.

Tegelijkertijd wordt dan ook het primaat van het bestuur benadrukt, nu de rechter op een andere manier omgaat met de beoordeling van algemeen verbindende voorschriften dan met beleidsregels. Als criterium voor dat omzetten is gehanteerd dat het om voldoende uitgekristalliseerd beleid moet gaan. Alleen dan is duidelijk welke uitzonderingen op de regel in het algemeen verbindend voorschrift zelf opgenomen moeten worden. Nogmaals, de omzetting heeft niet tot doel om inhoudelijke beleidswijzigingen door te voeren. De bestaande Vreemdelingencirculaire is tot uitgangspunt genomen. Maar wel is het zo dat door het neerleggen van beleid in een algemeen verbindend voorschrift, het karakter van de regel kan wijzigen. Kort gezegd, een beleidsregel biedt uit zichzelf meer ruimte om ervan af te wijken dan een algemeen verbindend voorschrift. Een algemeen verbindend voorschrift moet zelf in de mogelijkheid van uitzonderingen voorzien. Helemaal zonder gevolgen kan die omzetting dus niet blijven. Ook om die reden vind ik het van belang dat daar door verschillende adviesinstanties en door de Kamer op gereageerd is.

De heerRabbae(GroenLinks)

De staatssecretaris zegt dat er in deze fase geen sprake is van het ontwikkelen van nieuw beleid. Hij heeft geprobeerd om bestaand beleid om te zetten naar het nieuwe Vreemdelingenbesluit. Hoe moet ik dan het feit verklaren dat hij de uitzettingsgronden voor met name lang verblijvende personen, eigenlijk personen van de tweede generatie, heeft aangescherpt? Hij heeft daar zelfs nog een element aan toegevoegd. Moet ik dan zien als een bestendiging van het huidige beleid? Dat is het niet.

StaatssecretarisCohen

Ik vind deze bespreking ook daarom zo van belang, omdat er ook op dit soort punten opmerkingen zijn gemaakt. De heer Kamp heeft ook een aantal van dergelijke opmerkingen gemaakt. Die wil ik dus nog een keer goed bekijken. Ik zeg het nu voor de derde keer: uitgangspunt blijft dat het zoveel mogelijk beleidsneutraal is, met inachtneming van het feit dat die omzetting van een circulaire in een AMvB nu één keer op een aantal punten tot verandering kan leiden.

De heerApostolou(PvdA)

Voorzitter! Dat betekent dus dat wij in de definitieve versie in ieder geval een aantal wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie zullen terugzien naar aanleiding van wat wij hier opgemerkt hebben?

StaatssecretarisCohen

Ik kan mij dat inderdaad wel voorstellen, waarbij ik er zelf dan wel van overtuigd moet zijn dat er bij die gemaakte opmerkingen inderdaad sprake is van wijziging van het beleid. Als dat gemotiveerd is, dan wil ik op dat soort punten de zaak juist nog een keer goed bekijken.

De heerRabbae(GroenLinks)

Is het ombuigen van facultatieve formuleringen naar imperatieve ten nadele van de vreemdeling wel of geen wijziging van het huidige beleid?

StaatssecretarisCohen

Daar kom ik straks uitgebreider op terug.

Voorzitter! Omzetting van beleidsregels in algemeen verbindende voorschriften vergt normaliter een vertaalslag. Vaak zijn algemeen verbindende voorschriften namelijk korter en concreter geformuleerd. Daar waar er twijfel over bestond of er door de formulering als algemeen verbindend voorschrift sprake zou zijn van een inhoudelijke beleidswijziging, is er aangesloten bij de formulering van de beleidsregel in de Vreemdelingencirculaire.

In het ontwerp is ook op een aantal plaatsen, zoals ik zo-even ook heb gezegd, nieuw beleid verwerkt. Daarbij gaat het echter steeds om beleid dat al met de Kamer is besproken, zoals het beleid op basis van de AMA-notitie en de vrouwennotitie. In de toelichting op de desbetreffende artikelen is daarvan ook melding gemaakt.

Bij de vertaalslag van beleidsregel naar algemeen verbindend voorschrift zijn de verleningsgronden overeenkomstig de aard van de huidige beleidsregels facultatief geformuleerd. Het gaat daarbij om de verschillende beperkingen waaronder de reguliere verblijfsvergunning kan worden verleend. Bij de Vreemdelingencirculaire bestaat er juridisch geen absolute aanspraak op verlening; een beleidsregel heeft een ingebakken afwijkingsbevoegdheid. Een beleidsregel bevat dus nooit absolute aanspraken; een beleidsregel is eerder een vuistregel voor de handelwijze in een normaal geval.

De afwijzingsgronden, de intrekkingsgronden en de gronden waarop een vreemdeling ongewenst kan worden verklaard, zijn imperatief geformuleerd. Om de flexibiliteit te waarborgen, is voorzien in een hardheidsclausule. Die clausule maakt het mogelijk om in bijzondere gevallen toch niet af te wijzen, ook als er een afwijzingsgrond van toepassing is. Gehoord de kritiek van de Kamer terzake, wil ik daar evenwel nog eens goed naar kijken.

Er is een verschil van mening gebleken over de keuze tussen een systeem waarbij de afwijzingsgronden imperatief zijn geformuleerd en waarin een hardheidsclausule is opgenomen aan de ene kant en een systeem met facultatieve bepalingen zonder hardheidsclausule aan de andere kant.

De heerDittrich(D66)

In welke richting gaat de staatssecretaris? Kiest hij voor meer facultatief of niet?

StaatssecretarisCohen

Die vragen zijn op dit ogenblik heel lastig te beantwoorden. Ik wil het advies van de Raad van State daarover namelijk eerst afwachten.

De heerKamp(VVD)

Ik wil de staatssecretaris zijn redenering bij de wet even voorhouden. Als ik het facultatief in de wet formuleer, kan ik uiteindelijk de besluiten die op grond daarvan genomen worden, beter overeind houden dan als ik het imperatief formuleer met een hardheidsclausule, aldus de staatssecretaris. Ik wil graag dat de staatssecretaris dit voor ogen houdt, als hij de definitieve versie van het besluit formuleert.

StaatssecretarisCohen

Ook daar kom ik straks te spreken.

Voorzitter! Ik ga nu wat dieper in op de facultatieve en de imperatieve formuleringen in het ontwerpbesluit. Het wetsvoorstel kent vrijwel alleen facultatieve redacties; het ontwerpbesluit bevat op een aantal plaatsen imperatieve formuleringen. Dat betreft de afwijzings- en intrekkingsgronden, alsmede de ongewenstverklaring. Daarbij zijn door de Kamer zojuist kritische kanttekeningen geplaatst. Dit geldt ook voor de commentaren. Ik heb al gezegd dat ik op basis van het advies van de Raad van State overweeg op welke wijze ik verder ga.

In het wetsvoorstel zijn de nodige delegatiegrondslagen opgenomen om de afwijzings- en intrekkingsgronden, alsmede de ongewenstverklaring, in te vullen bij of krachtens AMvB. Het wetsvoorstel geeft het kader aan, waarbinnen de bevoegdheid bestaat om een aanvraag af te wijzen, de verblijfsvergunning in te trekken dan wel de vreemdeling ongewenst te verklaren. De lagere regelgeving, dus de Kroon, is vrij om in dat kader vast te stellen wanneer van die bevoegdheid ook daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt. Daartoe moeten de gevallen voldoende overzichtelijk en uitgekristalliseerd zijn om imperatief in het ontwerpbesluit te kunnen worden opgenomen. Voor de onvoorziene gevallen is er een hardheidsclausule opgenomen in artikel 8.16. Zonder die clausule zou de lagere regeling in strijd met de hogere kunnen komen.

Over de vraag of een beleidsonderdeel voldoende is uitgekristalliseerd om imperatief in het wetsvoorstel te kunnen worden opgenomen, kan men vanzelfsprekend van mening verschillen. De verschillende adviezen maken dat ook wel duidelijk. Ik zal dan ook die adviezen, het advies van de Raad van State en het gevoelen van de Kamer betrekken bij de definitieve besluitvorming.

Nu heeft Kortman gezegd dat dit systeem in strijd is met de wet. De afdeling Bestuursrechtspraak denkt daar evenwel anders over. Ik geef een voorbeeld uit de Wegenverkeerswet. Ingevolge artikel 131, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet kan de minister van Verkeer en Waterstaat een automobilist die te vaak te diep in het glaasje kijkt, een educatieve maatregel alcohol en verkeer opleggen. Ingevolge artikel 131, zevende lid, van die wet kan zij daaromtrent nadere regels stellen, hetgeen onder meer is geschied in artikel 8 van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid. Dit artikel verplicht de minister om een educatieve maatregel op te leggen, als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Ook hierbij beperkt de gedelegeerde wetgever dus de door de formele wetgever aan het bestuursorgaan gelaten beleidsruimte ten nadele van de burger. In een tweetal uitspraken van de afdeling Bestuursrechtspraak in 1998 en 1999, dus niet echt lang geleden, overweegt die afdeling echter met zoveel woorden dat dit niet in strijd is met de wet. Ik geef toe dat het niet veel voorkomt dat de lagere regelgeving de geboden ruimte geheel opvult, maar het betekent níet dat het juridisch onjuist is.

De heerRabbae(GroenLinks)

Dit is een juridisch lesje. Houdt dit echter niet in dat de lagere regelgeving ten principale altijd imperatief negatief beschikt? Gechargeerd, is dat de lijn in het Vreemdelingenbesluit.

StaatssecretarisCohen

Ik heb de vraag beantwoord of het kan. Het antwoord is: ja. Over de vraag of het moet, heb ik mij breed laten informeren. Welnu, dit is daar een onderdeel van.

Voorzitter! De heer Kamp heeft gevraagd: waarom wél imperatief in het besluit en niet in de wet? In het kader van de behandeling van het wetsvoorstel hebben wij gesproken over het idee om de afwijzingsgronden, alsmede sommige verleningsgronden, imperatief te formuleren. Indertijd heb ik daartegen ingebracht, dat het noodzakelijke overzicht van mogelijke gevallen ontbreekt, dat het wetsontwerp anders enorm gedetailleerd zou moeten worden en dat een hardheidsclausule noodzakelijk was. Die argumenten hebben in het kader van een algemene maatregel van bestuur eveneens gelding, maar wat mij betreft wegen die minder zwaar. Immers, een algemene maatregel van bestuur kan wél gedetailleerd zijn. Ook kan een algemene maatregel van bestuur sneller en eenvoudiger worden gewijzigd of aangevuld dan een wet, als dat in de praktijk noodzakelijk mocht zijn. Tot slot zou een hardheidsclausule in een algemene maatregel van bestuur een wat ruimer toepassingsbereik kunnen krijgen dan wanneer die in een wet was neergelegd.

Voor het onderhavige ontwerpbesluit is het dus meer een kwestie van afwegen of ik er voldoende zeker van kan zijn dat er rekening is gehouden met de denkbare gevallen dan dat het zonder meer ondenkbaar is om in een AMvB imperatieve bepalingen op te nemen. Ook daarover wordt verschillend geadviseerd. Ook dit zal ik dus bij de definitieve vaststelling van het besluit betrekken. Nogmaals, die afweging maak ik pas nadat ik het advies van de Raad van State heb ontvangen en het erbij kan betrekken. Het zal mij namelijk niet verbazen dat de Raad van State in zijn advies ook hierop ingaat.

Met het oog op de discussie over de hardheidsclausule lijkt het mij zinvol om nog kort in te gaan op de begrippen "discretionaire bevoegdheid" en "inherente afwijkingsbevoegdheid". Deze twee begrippen zijn nauw verwant. De heer Dittrich heeft dit in zijn bijdrage impliciet aangeraakt. Welnu, met een discretionaire bevoegdheid wordt gedoeld op een bevoegdheid om iets al dan niet te doen. Zo heb ik de discretionaire bevoegdheid om een verblijfsvergunning al dan niet te verlenen, als een algemeen verbindend voorschrift bepaalt dat ik de vergunning kán verlenen, indien aan de voorwaarden is voldaan. Discretionaire bevoegdheid bestaat alleen bij facultatieve bepalingen; anders gezegd: wanneer er keuzevrijheid is. Die discretionaire bevoegdheid wordt vaak ingevuld met beleidsregels. Het huidige reguliere vreemdelingenbeleid is daar een mooi voorbeeld van. Beleidsregels hebben een minder sterke binding dan algemeen verbindend voorschriften. Een algemeen verbinden voorschrift moét je namelijk toepassen; een beleidsregel wordt in beginsel toegepast.

De verplichting om in beginsel conform de beleidsregel te handelen, is ook in artikel 4.84 van de Algemene wet bestuursrecht opgenomen. Er bestaat echter ook de mogelijkheid om het niet te doen. En dat noemen wij dan de inherente afwijkingsbevoegdheid van de beleidsregel. Die mogelijkheid van ingebakken afwijking bestaat alleen bij beleidsregels; je hoeft die mogelijkheid tot afwijken niet uitdrukkelijk te regelen. Dat is een onderdeel van het feit dat het om een beleidsregel gaat. Je kunt alleen van de inherente afwijkingsbevoegdheid gebruikmaken, als de toepassing van de beleidsregel voor een of meer belanghebbenden gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Voordat je een uitzondering mag maken, moet je dus nagaan of er sprake is van een bijzonder geval. In de praktijk is een facultatief geformuleerde bepaling dan ook geen vrijbrief om veelvuldig af te wijken. De discussie over het al dan niet facultatief formuleren van de huidige beleidsregels in het ontwerpbesluit moet in dat licht worden bezien.

Ik ga nu in op wat meer specifieke onderwerpen. Over artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag kan ik veel en weinig zeggen. Hierover zijn vele opmerkingen gemaakt. Wat dat betreft gaat het om staand beleid, dat in de afgelopen jaren in goed overleg met de Kamer is afgestemd. Wij hebben geprobeerd om dat in het ontwerp-Vreemdelingenbesluit op te nemen.

De heerRabbae(GroenLinks)

Het juristencomité mensenrechten zegt dat het uitsluiten van familieleden van betrokkene eigenlijk in strijd is met de internationale verdragen. Als dat het geval is, kan er toch niet gesproken worden van staand, wijs beleid?

StaatssecretarisCohen

Als dat juist is, maar familieleden kunnen ook onder de huidige systematiek zelfstandig een aanvraag indienen.

De heerDittrich(D66)

Is het probleem niet dat artikel 1F eigenlijk heel erg weinig is toegepast, maar dat de staatssecretaris in de loop van de discussies in de Kamer heeft toegezegd om dat waar mogelijk vaker te doen? Dit probleem kan zich dan toch vaker voordoen? Zegt de staatssecretaris nu dat de familieleden niet meer de artikel-1F-er volgen, maar dat zij zelfstandig een verblijfs- vergunning kunnen aanvragen? Vraagt de staatssecretaris hiermee niet: wat is het probleem?

StaatssecretarisCohen

Dat zeg ik niet. Ik heb aangegeven dat in het ontwerp-Vreemdelingenbesluit het staand beleid is opgenomen. Als het meer wordt toegepast, bestaat volgens de heer Dittrich de kans dat er meer problemen zijn. Ik vind dat wij die dan maar moeten bekijken. Ik heb geprobeerd om een en ander beleidsneutraal over te nemen. Dit moet nu dan ook niet anders worden geregeld. Als er te zijner tijd serieuze problemen ontstaan, moeten wij die dan met elkaar bespreken.

De heerDittrich(D66)

Is regeren ook niet vooruitzien?

StaatssecretarisCohen

Zonder enige twijfel en daarom zijn wij nu met de Vreemdelingenwet bezig. Het zal nog een hell of a job zijn om die op een goede manier in te voeren. Wij moeten dat ook niet laten interfereren met talloze mogelijkheden om het zus of zo te doen.

Voorzitter! Ik kom te spreken over de voornemenprocedure. Dit inderdaad een nieuw onderdeel, waarvan de tekst zeer lang geleden is aangereikt. Op drie punten zijn daarover opmerkingen gemaakt. Allereerst zijn er vragen gesteld over de drie uren die slechts beschikbaar zijn in de AC-procedure.

Voorzitter! Bij de voornemenprocedure is sprake van een nieuw geheel, waarvan overigens de tekst de Kamer zeer lang geleden is aangereikt. Daar zijn op drie punten opmerkingen over gemaakt. In de eerste plaats is een vraag gesteld over de drie uur die er maar is in de AC-procedure. Welnu, ik heb daar opnieuw aangesloten bij de huidige systematiek van de AC-procedure. Daarover is nog een keer een pilot gedaan in Rijsbergen om te kijken of dit in het kader van de voornemenprocedure op een goede manier gaat lopen; in verreweg de meeste gevallen blijkt dat die drie uur voldoende is. Ik ben geneigd om te denken dat, als dit in verreweg de meeste gevallen zo is, er voor het restant dan maar een oplossing moet komen. Laat ons derhalve aansluiten bij de huidige systematiek die op dit ogenblik heel redelijk functioneert.

De heerApostolou(PvdA)

U zegt dat er een aantal uitzonderingen zijn en dat daar een oplossing voor gevonden moet worden. Mijn vraag is: welke oplossing?

StaatssecretarisCohen

Ik vind dat dan in concreto – er zal elke keer wel iets bijzonders aan de hand zijn – maar gekeken moet worden wat daar aan de hand is. Juist als het over concrete zaken gaat, is het moeilijk om daar in abstracto iets over te zeggen. Het zal misschien zo zijn dat je tot de conclusie moet komen: nee, in dit geval is het volstrekt uitgesloten. Nu, dan moet er daar niet verder worden gegaan in de 48-uursprocedure. Misschien is het in een geval ook wel zo dat je zegt: dit vind ik zo onbetekenend in het totaal dat ik me daar niet zoveel van aantrek.

De heerApostolou(PvdA)

Het is wel belangrijk dat die vrijheid er is om zo te handelen. Het mag dan niet zo zijn dat op grond van deze tekst nu gezegd wordt: sorry, je hebt niet binnen de drie uren papieren of wat dan ook gebracht – het is afgelopen.

StaatssecretarisCohen

Nee, wat er wat mij betreft nu gebeurt, is dat in de voornemenprocedure komt te staan dat er drie uur de ruimte is nadat het voornemen kenbaar is gemaakt. Hoe dit vervolgens doorloopt, hangt van de individuele omstandigheden af. Wat hier van belang is, is dat op basis van de pilot niet blijkt dat die termijn van drie uur echt langer moet.

De heerRabbae(GroenLinks)

Wij weten allemaal dat een pilot iets speciaals is. Dat wordt speciaal opgezet en er is meer alertheid, er is meer aandacht voor, enz. De vraag is alleen in hoeverre zo'n pilot representatief is voor de werkelijkheid in de normale procedure en de normale gang van zaken.

StaatssecretarisCohen

Ja, dat is waar. Ik maak twee opmerkingen daarover. In de eerste plaats hebben we in het kader van de voornemenprocedure aansluiting gezocht bij de huidige systematiek van de AC-procedure. Ook daarvoor geldt dat op een gegeven ogenblik gezegd wordt: we zijn van plan om het op deze manier te besluiten. Dat is een systeem dat redelijk goed functioneert en daar is nu nog eens die pilot bij gezet. Natuurlijk, u hebt gelijk; het is niet uitgesloten dat het anders kan. Niettemin leidt de pilot op dit ogenblik tot de constatering dat die drie uur voldoet.

Omgekeerd heeft de heer Kamp gewezen op de OC-procedure, waarbij ervoor is gekozen om daarvoor vier weken te nemen. Dat is een getal dat, net zoals die drie uur, overeenkomt met de huidige systematiek, waarvan de heer Kamp dan zegt: daar gaat het over de bezwaarschriftenprocedure en hier gaat het over de voornemenprocedure. Die wilden we toch versnellen en waarom dan niet geprobeerd dat korter te maken? Welnu, mijn belangrijkste opmerking op dit punt is dat ik denk, dat je die vier weken echt nodig hebt. Als er immers op een gegeven ogenblik een voorgenomen besluit ligt, zal de betrokkene er ook echt serieus naar moeten kijken; hij zal daar, in de systematiek die we daarvoor kennen, met zijn rechtshulpverlener naar moet kijken. Vervolgens past dat geheel binnen de systematiek die we hebben afgesproken, namelijk dat er binnen zes maanden ook het besluit van de IND ligt. Ik ben er vóór om die vier weken te handhaven, omdat je naar mijn gevoel die tijd ook echt nodig hebt.

De heer Dittrich heeft gezegd hier niets terug te vinden over het horen en hij heeft daarbij verwezen naar de behandeling van het wetsvoorstel. Evenwel, op het moment van het wetsvoorstel was het concept voor de voornemenprocedure er al; dat kende de Kamer al op dat punt. Daarvan heeft de Kamer met open ogen gezegd: dan gaan we het op deze manier doen. Dat is een procedurele opmerking, maar belangrijker is het om eerst de inhoudelijke opmerking te maken.

Voordat de IND zijn voornemen tot afwijzing kenbaar maakt, is daarvóór al iedere asielzoeker zorgvuldig gehoord. De betrokkene, die in de regel wordt bijgestaan door een raadsman, wordt in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken schriftelijk te reageren op dit voornemen van de IND. Met de nieuwe Vreemdelingenwet worden tevens, zoals de heer Dittrich aangaf, snelheid en kwaliteit beoogd. De hoofdlijn moet dan ook zijn dat de voornemenprocedure schriftelijk wordt gevoerd. Ik denk dat dit in een heleboel gevallen ook gewoonweg kan. Als er sprake is van een zorgvuldige hoorprocedure, is het vervolgens zo dat op basis daarvan de IND komt met een voornemen. Die voornemenprocedure is er nu juist om te kunnen zeggen: ik vind dat op die en die punten iets wel of niet klopt. Om daar nog een keer van te zeggen dat je als het ware verplicht bent dat nog eens te gaan horen, zou mij echt veel te ver gaan. Je moet niet uitsluiten dat het in een geval mogelijk is en die mogelijkheid is in de huidige tekst ook opgenomen.

De heerDittrich(D66)

Eerst even over de behandeling van de Vreemdelingenwet. U zegt dat wij dat toen hebben afgesproken: we kenden allemaal het ontwerp-Vreemdelingenbesluit en daar is de Kamer met open ogen mee akkoord gegaan. Ik had toen een amendement voorbereid om onder andere de hoorplicht in de wetstekst opgenomen te krijgen. Daarvan is gezegd: nee, we gaan over de voornemenprocedure, die en detail in het ontwerp staat, later spreken, want die staat in het besluit en niet in de wet. Ik vond dat toen eigenlijk wel logisch en daarom kom er in het kader van deze behandeling op terug. Nu zegt u: uit de wetstekst blijkt dat je ook kunt horen. Maar dan moet u mij eens aanwijzen of dat de passage is, waarin staat dat de vreemdeling zich kan uitlaten. Is dat wat u bedoelt met het moment waarop hij ook gehoord kan worden? Want als dat zo is, dan is het gewoon een kwestie van dit artikellid herschrijven. Het betreft artikel 3.5.2.12. Daarin wordt gesproken van het zich uitlaten. Ik stel niet voor dat in elke situatie de vreemdeling in ieder geval gehoord moet worden; dat is helemaal mijn bedoeling niet. Maar in de wat serieuzere zaken vind ik dat dit moet kunnen. Ik vind dat dit expliciet in de tekst van het Vreemdelingenbesluit moet staan.

StaatssecretarisCohen

Ja, het is de tekst van artikel 3.5.2.12 en die is wat mij betreft ook duidelijk. De voorgenomen beslissing wordt aan de vreemdeling medegedeeld en hij wordt in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten. Dat is aldus mogelijk. Als u nu zegt dat u daar precies in zou willen hebben wanneer dit mondeling is en wanneer schriftelijk, dan denk ik dat we ons weer in de richting van een verdergaande juridisering begeven, waarvan ik niet het gevoel heb dat we daar op dit ogenblik toe zouden moeten overgaan.

De heerDittrich(D66)

Maar u zegt hier dat artikel 3.5.2.12 in die zin gelezen kan worden, dat daar ook de vreemdeling mondeling gehoord kan worden?

StaatssecretarisCohen

Ja, en dat niet alleen hier, voorzitter. Op blz. 161 van de toelichting wordt dit nog eens met zoveel woorden gezegd: "Zo zal de vreemdeling in ieder geval gehoord dienen te worden, schriftelijk dan wel mondeling, indien na het uitreiken of toezenden van het voornemen, feiten en omstandigheden bekend worden, bijvoorbeeld uit een ingesteld onderzoek naar aanleiding van de zienswijze, die tot een geheel andere afwijzingsgrond leiden (...)".

De heerKamp(VVD)

Het betreft derhalve nieuwe feiten en omstandigheden.

StaatssecretarisCohen

Dat is wat er hier in de toelichting staat en daarmee wordt een criterium aangegeven op grond waarvan je dit zou doen. Nogmaals, ik ben er niet voor om dat nu helemaal dicht te regelen, maar wel om het als uitgangspunt te nemen en te zeggen: als dat allemaal goed gegaan is, als dat gehoor op een goede manier heeft plaatsgevonden, dan zou het in beginsel mogelijk moeten zijn om het verder schriftelijk af te wikkelen.

De heerDittrich(D66)

Maar nu zegt u dat dit alleen is bij nieuwe feiten en omstandigheden. Er kunnen echter ook zaken zijn die de vreemdeling al aan de orde heeft gesteld, maar die niet goed zijn meegewogen en in het voornemen terechtkomen om het betreffende verzoek af te afwijzen. Dan zijn het geen nieuwe feiten en omstandigheden en toch kan het dan van belang zijn die vreemdeling te horen. Dat wordt niet gedekt door artikel 3.5.2.12.

StaatssecretarisCohen

Dat heb ik ook niet gezegd, voorzitter. Ik heb gezegd dat het in ieder geval een reden kan zijn. Ik sluit niet uit dat er ook andere redenen zijn. Waar het mij hier nu om gaat, is dat het uitgangspunt is dat je zegt: ik ga na dat voornemen niet horen – maar het kan zo zijn dat je dat wél moet doen. Nu, daar kunnen dan argumenten voor zijn.

De heerDittrich(D66)

Waar staat dat uitgangspunt? Waar heeft dat z'n grondslag? Niet in artikel 3.5.2.12, want dat betreft alleen nieuwe feiten en omstandigheden.

StaatssecretarisCohen

Nee, in artikel 3.5.2.12 staat dat de betrokkene in de gelegenheid wordt gesteld zich daarover uit te laten, en dat lees ik niet in de zin dat dit alleen maar schriftelijk is. Ik lees er ook niet uit dat het alleen maar mondeling is.

De heerDittrich(D66)

Ja, maar dat betreft alleen als na het uitreiken of toezenden van het voornemen feiten of omstandigheden bekend worden die ... Waar het mij om gaat, is dat daarvóór, in de eerste fase, een vreemdeling feiten en omstandigheden naar voren kan hebben gebracht die leiden bij de IND tot het voornemen hem af te wijzen: dan nog vind ik dat in die situatie hij soms gehoord kan worden. Dat wordt niet gedekt door artikel 3.5.2.12.

StaatssecretarisCohen

Voorzitter! Ik vind dat dit de vraag is. Als er nu geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn en als er wat dat betreft helderheid is over de feiten en omstandigheden, dan vind ik het niet zo gek dat je als uitgangspunt neemt, dat er dan niet nog een keer gehoord wordt. Dan moet maar uit het voornemen en uit de reactie op dat voornemen duidelijk zijn – en in eerste instantie schriftelijk – wat nu de bijzondere reden is om daar nog een keer mondeling op in te gaan.

De heerDittrich(D66)

Daar ben ik het mee eens, maar dan moet uit de argumentatie van de vreemdeling blijken waarom hij het niet met dat voornemen eens is. Dan is mijn stelling dat op grond van sommige argumentaties er reden is om de vreemdeling te horen en dat hebt u niet geregeld.

StaatssecretarisCohen

Voorzitter! Laten we het wat betreft deze discussie nu hierbij houden. Ik heb heel goed gehoord wat er is gezegd en laat ik nu nog eens goed daarnaar kijken. Ik denk dat we het over het punt zelf eens zijn: schriftelijk, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. Nu, dat zou op een goede manier in de tekst tot uitdrukking moeten komen. Ik ben er nog niet van overtuigd dat het niet goed in de tekst tot uitdrukking komt, maar ik zal er nog een keer naar kijken.

Voorzitter! Er zijn voorts opmerkingen gemaakt over het AC-criterium. De vraag is voorgelegd: moet dat AC-criterium niet in het besluit worden neergelegd? Welnu, wat mij betreft is dat niet nodig. Je komt bij wijze van spreken betrekkelijk snel terecht in een petitio principii. Wanneer kan er in de AC-procedure beslist worden? Wanneer dat op een zorgvuldige manier kan. Als dat niet op een zorgvuldige manier kan, als er bijvoorbeeld niet in die korte periode documenten boven tafel kunnen komen waarvan het aannemelijk is dat zij er wel zijn, dan moet je dus niet beslissen. Maar als het kan – dat zal inderdaad gaan om zaken die licht zijn – moet je het in die zaken doen. Dan moet je zeggen: als de mogelijkheid er is en als duidelijk is dat het verhaal zodanig is dat er geen reden is om asiel aan te vragen, dan kun je die zaak binnen 48 uur afdoen.

De heerRabbae(GroenLinks)

Aan de ene kant zie ik dat wel in. Aan de andere kant is het natuurlijk ook een beslismoment en dat is toch een belangrijk moment in het hele traject. De vraag is wat het bezwaar is om dat te beschrijven. U hoeft er geen krantenartikel van te maken, maar in elk geval zou wel puntig aangegeven kunnen wat die procedure eigenlijk inhoudt.

StaatssecretarisCohen

Voorzitter! De procedure is volstrekt helder. Die houdt in dat er 48 procesuren zijn waarbinnen gekeken wordt of het mogelijk is op een zorgvuldige manier, op inhoudelijke gronden, de zaak tot een besluit te brengen. Als dat zo is, dan wordt het vervolgens desgewenst ook nog een keer voorgelegd aan de rechter. Ik zie niet in wat je zou kunnen toevoegen, waarbij je méér doet dan wat ik nu gezegd heb, namelijk waar die 48-uursprocedure voor is. Als wij nu met elkaar vinden dat we in die gevallen waarin dat mogelijk is, snel moeten handelen, dan vind ik dat we dit ook echt moeten proberen op deze manier. Nogmaals, daarbij staat zorgvuldigheid voorop. Als je dat niet doet, kom je onmiddellijk in strijd met het refoulementbeginsel en dat wil niemand.

Voorzitter! Ik ben bijna klaar met mijn antwoord. Er resten mij nog een paar punten. De heer Kamp heeft een opmerking gemaakt over het huisvestingsvereiste. Ik wil nog eens goed ernaar kijken. Het zou mij niet verbazen als daar inderdaad sprake van afwijking van het beleid. Als dat zo is, wil ik daarmee natuurlijk rekening houden conform alles wat ik heb gezegd.

De heer Dittrich vroeg nog naar de herhaalde aanvraag. Hij vond artikel 3.1.1 niet goed geformuleerd. Hij wijst op de situatie waarin een vreemdeling op grond van nieuwe feite aanvraagt. In de wet, artikel 1, onder f, wordt een herhaalde aanvraag gedefinieerd als een aanvraag die op grond van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden afgewezen. Dat ziet alleen op de situatie dat er geen nieuwe feiten zijn en dat staat ook in de toelichting.

De heer Van Wijmen heeft nog een opmerking gemaakt over de Wet ongedocumenteerden die niet in het Vreemdelingenbesluit te vinden is. Dat klopt want het is in de wet geregeld in artikel 31, tweede lid, onder f.

De heer Kamp en de heer Van Wijmen hebben een opmerking gemaakt over de vergunning voor au pairs. Daar zitten wij inderdaad in een lastiger pakket. Wat er nu is neergelegd in het besluit, is inderdaad het staande beleid. De heer Kamp heeft terecht erop gewezen dat hij daarover vragen heeft gesteld. Wij hebben die nog niet beantwoord omdat wij aan het bekijken zijn of wij die 20 uur per week kunnen optrekken naar 30 uur. Daarover vindt op dit ogenblik overleg plaats met de brancheorganisaties van de au pairs. Zodra dat onderzoek en het overleg zijn afgerond, zullen de vragen beantwoord kunnen worden door collega Verstand en door mij. Als dat tot een wijziging leidt, zullen wij zo nodig het Vreemdelingenbesluit aanpassen.

Voorzitter! Nogmaals, ik weet dat ik op een heleboel vragen niet ben ingegaan. Ik heb u uitgelegd waarom dat zo is. Wees er ondertussen van overtuigd dat ik buitengewoon goed geluisterd heb naar wat er gezegd is.

Tweede termijn van de zijde van de commissie

De heerApostolou(PvdA)

Voorzitter! Ik dank de staatssecretaris voor de toezegging dat vastgehouden wordt aan bestaand beleid en dat de omzetting geen inhoudelijke verandering met zich brengt.

Ik hoop en vertrouw op grond van deze twee toezeggingen een aantal opmerkingen die ik hier namens mijn fractie naar voren heb gebracht, terug te kunnen zien in het definitieve besluit.

De heerKamp(VVD)

Ik zal niet terugkomen op een aantal detailopmerkingen waarop de staatssecretaris niet heeft gereageerd. Ik verwacht dat hij zal bekijken of daar wat in zit, bijvoorbeeld om een aantal begrippen in artikel 1 op te nemen. Hij komt daar wel uit.

Ik zou nog willen ingaan op imperatief en facultatief. De staatssecretaris stelde dat het geen goed idee was van de VVD-fractie om alles imperatief in de wet vast te leggen omdat daarbij een ruime hardheidsclausule hoort. De rechter zal ons dan dwingen die hardheidsclausule uit te werken in een circulaire, aldus de staatssecretaris, en die regels in een circulaire zijn vervolgens minder dwingend voor de rechter waardoor er meer onzekerheid gecreëerd wordt. De staatssecretaris vindt het dan ook veel beter die bepalingen facultatief op te nemen in de wet en vervolgens uit te werken in het besluit. Die regels in het besluit zijn veel dwingender voor de rechter en dat geeft meer zekerheid en dat is toch wat de VVD-fractie wil.

Maar nu komt er in het Vreemdelingenbesluit toch weer een hardheidsclausule. Er is dus sprake van een facultatieve bepaling in de wet, vervolgens een uitwerking in het besluit, een hardheidsclausule en leidt misschien straks weer tot een circulaire. Naar onze mening kom je steeds verder van het oorspronkelijke doel. Dat is ons probleem. Misschien mag ik dat de staatssecretaris nog één keer voorleggen?

Ik wijs de staatssecretaris erop dat in het regeerakkoord is afgesproken de bezwaarprocedure af te schaffen. Er is nooit gesproken over een voornemenprocedure. Hoe meer die voornemenprocedure wordt opgetuigd, hoe verder weg van de geest en de letter van het regeerakkoord. Dat zouden wij zeer betreuren.

De heerVan Wijmen(CDA)

Voorzitter! Ik heb als het nodig is nog een voorbeeldje van zo'n niet kloppende verwijzing.

StaatssecretarisCohen

Ik houd mij aanbevolen.

De heerVan Wijmen(CDA)

Ik kom nog even terug op enkele punten en wil daarbij checken of ik gelijk heb als ik denk dat het nieuw beleid is dat de staatssecretaris nog even wil bekijken maar dat strijd met zijn grondprincipe, of dat het nog even aangesloten kan worden.

Ik heb gevraagd of er geen sanctiebepaling moet komen bij de afschriftplicht vervoerders. Dat lijkt mij nogal onschuldig.

Bij de glijdende schaal is een verwijzing geweest naar het VRIS-rapport.

Het kostenverhaal bij uitzetting wat imperatiever te maken, lijkt mij alleszins beleidsconform. Daarmee kunnen leemtes worden opgevuld.

Ten slotte wijs ik op mijn vraag, of de positie van de godsdienstleraren en geestelijke verzorgers aansluiting kan vinden bij de Wet inburgering nieuwkomers die thans bij de Kamer aan de orde is. Dat is geen echt nieuw beleid, maar interne wetsconformiteit.

Rest mij de staatssecretaris te danken voor zijn op hoofdlijnen zeer verhelderende antwoord.

De heerDittrich(D66)

Eerlijk gezegd vond ik het antwoord van de staatssecretaris nu niet zo verhelderend op hoofdlijnen. Dat heeft met de procedure te maken. Ik ben daarop niet gerust. De staatssecretaris zegt dat hij alles goed heeft gehoord. Ik heb ook gezien dat hij veel heeft opgeschreven. Vervolgens wacht de staatssecretaris op het advies van de Raad van State. Hij stelt zich ten doel om al in december de tekst van het Vreemdelingenbesluit te publiceren, maar brengt daardoor zichzelf én de Kamer in een tijdsklem. Als de Raad van State namelijk eind oktober/begin november met het advies komt, moet de staatssecretaris nog bekijken hoe hij dit in de uiteindelijke tekst van het Vreemdelingenbesluit wil verwerken. Dan is het zo'n beetje december. Mijn grote zorg is dat de staatssecretaris in die nadere afweging, die kennelijk ook niet in het openbaar plaatsvindt allerlei beslissingen zal nemen en wij gewoon geconfronteerd worden met een tekst die gepubliceerd gaat worden, terwijl wij het daarmee op onderdelen wellicht niet eens zijn.

De voorzitter:

Dan had u een voorhangprocedure moeten bepleiten.

De heerDittrich(D66)

Nee, helemaal niet. Dat stelt mij voor de vraag wat te doen. Moeten wij erop vertrouwen dat de staatssecretaris de Kamer zo tijdig mogelijk informeert over zijn nadere afwegingen, zodat de Kamer daarop terug kan komen? Of moeten wij het verslag van dit AO aanmelden voor de plenaire vergadering om in een aantal moties exact vast te leggen op welke artikelen de Kamer nog wijzigingen wenst? Weliswaar kan de Raad van State daarover dan niet oordelen, maar dan zal in die moties toch vastgelegd worden dat wij verwachten dat de staatssecretaris daarmee terdege rekening houdt. Ik zal mij daarover nog beraden. Het zou twee dingen kunnen betekenen. Of ik vraag morgen bij de regeling van werkzaamheden om dat verslag donderdag op de plenaire agenda te laten plaatsen of kort na het herfstreces een plenair debat hierover te laten plaatsvinden.

De heerKamp(VVD)

Donderdag lijkt mij uitgesloten. Ik heb vanmiddag gevraagd een verslag van een AO op de plenaire agenda te plaatsen en dat is pas mogelijk na het herfstreces.

De heerDittrich(D66)

Dan geef ik de staatssecretaris in overweging om in zijn tweede termijn nog eens explicieter te zeggen wat hij gaat overnemen. Anders kan het pas na het herfstreces plenair afgewikkeld worden en dat is volgens de staatssecretaris te laat.

Naarmate de hoorplicht in de voornemenprocedure meer wordt aangekleed, komt de staatssecretaris dichter bij de tekst en de bedoeling van het regeerakkoord, namelijk een verhoging van de kwaliteit van de beginfase van de asielprocedure. Ik deel in dezen de mening van de heer Kamp absoluut niet.

Ik heb de staatssecretaris niet gehoord over de door de Kamer aangenomen motie om de kosten van de uitzetting te verhalen op de werkgever. Daarover kan de Raad van State ook niet adviseren, dus wordt de kans groot dat daarvoor in dit Vreemdelingenbesluit geen tekst komt. Ik heb daar grote bezwaren tegen. Die motie is met grote meerderheid aangenomen. De regering heeft daarin de opdracht gekregen dat te verwerken in de tekst.

De heerRabbae(GroenLinks)

Ik dank de staatssecretaris voor zijn reactie. Hij heeft zijn best gedaan om de te luisteren naar de Kamer, dat konden wij live percipiëren; dat is een goede zaak.

Collega Dittrich heeft duidelijk aangegeven in welke ingewikkelde positie wij zitten procedureel gesproken. Ik zit eigenlijk met precies dezelfde vraag: hoe verder?

Als de staatssecretaris hier toezegt, dat het bestaand beleid inderdaad bevestigd gaat worden in het nieuwe Vreemdelingenbesluit, vind ik een motie in een plenaire vergadering eigenlijk overbodig. Langs deze vertrouwenslijn wil ik ook vanuit de oppositie samenwerken met de staatssecretaris en met de collega's.

Het probleem is echter, dat de staatssecretaris ook te maken heeft met het advies van de Raad van State. Hij moet beide positief afwegen en dan komen tot een of andere formulering. Ik weet dan niet wat het eindresultaat gaat inhouden.

De heerDittrich(D66)

Bij de behandeling van de Vreemdelingenwet is een motie aangenomen over nieuw beleid, namelijk dat een werkgever die iemand zonder verblijfsvergunning in dienst heeft genomen, de kosten van uitzetting van die illegale vreemdeling voor een deel voor zijn rekening dient te nemen. Dat is nieuw beleid en kan dus niet beleidsneutraal overgezet worden van de circulaire naar deze AMvB, terwijl de Kamer er bij de behandeling van de Vreemdelingenwet van uitging dat het opgenomen zou worden. Als nu gezegd wordt dat moties overbodig zijn omdat het beleidsneutraal moet worden overgezet, vallen dit soort punten eruit. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

De heerRabbae(GroenLinks)

Ik ben een democraat in die zin dat wat de Kamer beslist heeft ook voor ons geldt, ook al ben ik het er inhoudelijk absoluut niet mee eens. Dat geldt voor ons allemaal.

De staatssecretaris heeft herhaaldelijk gezegd dat de positie van de reguliere migrant niet achteruit zal gaan in dit wetgevingsproces. Ik wil dat eigenlijk in de praktijk zien want in het huidige ontwerp-Vreemdelingenbesluit zie ik dat niet. Dat is voor mij een probleem. Het gaat om een toezegging die de staatssecretaris heeft gedaan maar niet is nagekomen. Wat doe je dan als Kamer? Dan word je alert. In die zin voel ik wel voor een plenaire behandeling van het verslag van dit overleg, natuurlijk na het herfstreces. Als het de staatssecretaris lukt om ons voor die tijd te laten weten wat hij ervan heeft gemaakt, hebben wij geen behoefte aan een plenaire behandeling. Dat is dus afhankelijk van wat de staatssecretaris ons voorlegt.

Tweede termijn van de zijde van de regering

StaatssecretarisCohen

Voorzitter! Ik begin met de tijdsklem. Ik herinner mij nog dat de Kamer mij betrekkelijk snel na het reces een briefje heeft gestuurd, waarin stond dat zij onaangenaam verrast was dat de invoering van de wet was uitgesteld. Dat had dus voor een belangrijk deel precies betrekking op het Vreemdelingenbesluit. Als ik verschillende sprekers goed hoor, begrijp ik dat een aantal van hen zegt dat die datum van 1 april ter discussie komt te staan. Ja, dat is nu eenmaal zo. Als de Kamer vindt dat nog verder moet worden gepraat over het Vreemdelingenbesluit in zijn definitieve vorm, zeg ik nogmaals: ik heb de tekst ergens in augustus naar de Kamer gestuurd. We praten er nu over, maar dat had wat mij betreft ook eerder gekund. Als je dan nu tegelijkertijd zegt dat de Raad van State ook moet adviseren, is dat natuurlijk een ander type advies dan datgene wat de Kamer heeft gezegd, maar wel een advies waarnaar heel vanzelfsprekend moet worden gekeken. Nogmaals, daarbij moet wat mij betreft bestaand beleid uitgangspunt zijn, waarover in de achter ons liggende maanden verschillende opmerkingen zijn gemaakt. Die zal ik heel goed ter harte nemen.

De heerRabbae(GroenLinks)

Ik hoop dat de staatssecretaris ook inziet dat de Kamer haar controlerende functie wil uitoefenen. Dat is alleen maar mogelijk als wij zien, wat hij heeft gemaakt van dit overleg.

StaatssecretarisCohen

Ik weet niet of het hier over de controlerende functie gaat. Het gaat hier over regelgeving. Als die regelgeving de Kamer niet bevalt, hoor ik dat wel.

De heerRabbae(GroenLinks)

Alleen maar als u bereid bent, in de tijd tussen nu en na het reces ons de resultaten te laten toekomen.

StaatssecretarisCohen

Volgens mij wordt er nu echt nieuw staatsrecht gemaakt.

De voorzitter:

Dat gaan we vandaag ook niet maken. Het is gedelegeerde wetgeving. In feite – zo gaan we overigens niet met elkaar om – mogen we blij zijn dat we als Kamer daarover met de staatssecretaris kunnen praten. De staatssecretaris zegt toe, rekening te houden met de hier gemaakte opmerkingen. Vanuit zo'n negatieve grondhouding redenerend, is dat winst. Maar strikt genomen zijn wij daartoe niet eens bevoegd, en heeft de staatssecretaris als hij het aan zijn laars wil lappen, daartoe alle recht. Dan kan hij het besluit vervolgens nog publiceren ook. Maar dat doen we niet. Zo gaan we niet met elkaar om. Dat is echter wel de formele route. Als we dat anders hadden gewild, hadden we in de wet een voorhangprocedure moeten opnemen. Dat hebben we, om welke reden dan ook, niet gedaan. Met dat gegeven hebben we moeten leven. We hebben dit debat, waarbij de staatssecretaris ingaat op alle gemaakte opmerkingen. Daarbij zitten natuurlijk ook politiek gekleurde opmerkingen, die wellicht anders zijn dan de Raad van State, die misschien meer juridisch en wetstechnisch van aard zijn. De staatssecretaris zal dat allemaal verwerken. Ons is net in eerste termijn door de staatssecretaris aangegeven, dat hij ons dat vervolgens bekend maakt. Op het moment dat u zegt dat u daarover wilt praten, wilt u dat doen met in het achterhoofd het voornemen om er iets in te wijzigen. Dat zal dan in de uitgezette tijd nooit kunnen. Ik leg het maar gewoon even neer. Als we dat willen veranderen, moeten we het staatsrecht veranderen, en dat gaan we vandaag niet doen.

De heerRabbae(GroenLinks)

Dan is mijn fractie voor het plaatsen van dit overleg op de plenaire agenda.

De heerKamp(VVD)

Mijn fractie is het met u eens, voorzitter. Dat betekent geen extra ronde invoegen.

De heerDittrich(D66)

Het is een recht van de Kamer om een verslag van een algemeen overleg op de plenaire agenda te zetten, inclusief het indienen van moties. Dat is geen nieuw staatsrecht, dus dat kan ook bij dit overleg. Daarom hebben wij dit algemeen overleg aangevraagd. Wat dat betreft, ben ik het eens met collega Rabbae. Maar ik heb bezwaar tegen de redenering van de staatssecretaris over de gang van zaken. Want bij de behandeling van de Vreemdelingenwet hebben fracties aangedrongen op een snelle invoering. Dat klopt; de staatssecretaris wil dat zelf ook. Maar de bezorgdheid van mijn fractie zat hem in het feit of de IND het werk aan zou kunnen. In het Kamerdebat heeft de staatssecretaris daarvan gezegd: ja, dat kan. Vervolgens, toen het debat was afgelopen, lazen we in de krant dat de staatssecretaris van mening was dat het opgeschoven kan worden, met de argumentatie die niet in het Kamerdebat was gewisseld. Dat is de reden voor de vaste commissie voor Justitie geweest om een brief te sturen, waarin werd voorgesteld tot bespreking over te gaan.

StaatssecretarisCohen

Ik vind het interessant te horen wat u in de krant las. Maar dan moet u ook kijken, wat ik in die brief heb geschreven. Daarin heb ik met zoveel woorden gezegd dat het uitstel geen betrekking had op de vraag of de IND gereed was om de zaak per 1 januari in te voeren, maar dat er een aantal andere argumenten waren. Een daarvan was het Vreemdelingenbesluit, en verder was ook mij inmiddels duidelijk geworden dat de Eerste Kamer meer tijd nam dan wij daarvoor hadden gedacht. Dat waren de overwegingen die ik in de brief heb neergelegd. De IND staat er echt buiten. Dat de Kamer vervolgens zegt dat dat het geval is, moet de Kamer weten, maar dat is niet mijn overtuiging. Als u kijkt naar de asielrapportage Vreemdelingen, als u ziet hoe het staat met de IND, kunt u tot geen andere conclusie komen dan dat de IND klaar is om de zaak in te voeren.

Voorzitter! De heer Dittrich wees op de motie over het verhalen van kosten op de werkgever. Nieuw beleid zou nu ook in het Vreemdelingenbesluit moeten terugkomen. Daar zit één klein maar beslissend probleem in, namelijk dat de wet hiervoor geen delegatiebepalingen heeft. Dat kan daarin dus niet worden opgenomen. Ondertussen bekijken we in overleg met SoZaWe, in hoeverre het mogelijk is om op een andere manier uitvoering te geven aan de motie.

De heer Van Wijmen heeft gevraagd of een sanctie mogelijk is op de afschriftplicht. Ook hierbij is bestaand beleid weer uitgangspunt. Ingevolge de wet is het niet-voldoen aan deze verplichting een strafbaar feit (artikel 108 wetsvoorstel). Er is dus een sanctie, die is gehandhaafd.

De heer Van Wijmen heeft gevraagd naar de verhouding tussen de wijziging van de Wet inburgering nieuwkomers, het Associatiebesluit van de Associatieraad en de regeling over godsdienstleraren. Het verblijfsrecht op grond van het Associatierecht wordt natuurlijk niet aangetast door bepalingen in het Vreemdelingenbesluit. Internationaal recht heeft dan voorrang. De Wet inburgering nieuwkomers heeft betrekking op mensen die al zijn toegelaten. Het Vreemdelingenbesluit regelt, wanneer die mensen worden toegelaten. Het gaat hierbij om verschillende zaken.

De heer Kamp heeft over de voornemenprocedure gezegd dat, naarmate er meer wordt aangekleed, je verder weggaat van het regeerakkoord. De heer Dittrich heeft gezegd dat meer aankleding leidt tot meer kwaliteit. Het laatste zie ik niet onmiddellijk. Ik vind niet dat de kwaliteit uit die voornemenprocedure moet blijken. Ik begrijp wel dat hij zegt, in wet en besluit zo weinig te zien over kwaliteitsverbetering. Maar dat komt omdat je dat naar mijn gevoel niet juridisch kunt regelen. Wat je moet doen met die kwaliteitsverbetering, is ervoor zorgen dat de IND op tal van punten beter gaat functioneren dan nu gedaan is, door bijvoorbeeld betere opleidingen. Daarin wordt voorzien. Er komt als het ware een soort IND-school, waarin veel medewerkers met ervaring nieuwe mensen gaan opleiden. Dan snijdt het mes aan twee kanten. Dat moet gaan, doordat er veel meer informatie beschikbaar komt over belangrijke landen van herkomst. Daaraan is de afgelopen tijd geweldig gewerkt. Dat moet komen door een betere organisatie binnen de IND, waardoor het mogelijk wordt om mensen langer binnen de IND werkzaam te houden. Daarin zitten de kwaliteitsverbeteringen. Dat moet komen doordat de automatisering goed is, zodat je in staat bent mensen vol aan het werk te houden op een manier, die ertoe leidt dat de kwaliteit van de beslissingen toeneemt. Dat je dan vervolgens zegt dat die voornemenprocedure belangrijk is, omdat daarmee een mogelijkheid wordt verkregen om te toetsen of datgene wat in het verhoor is gebeurd, klopt en of alle elementen zijn meegenomen, daarmee akkoord. Maar als dat nu de punten zijn op basis waarvan de kwaliteit van de IND moet blijken, ben ik dat niet eens met de heer Dittrich. We zullen die snelheid in de procedure met de nodige zorgvuldigheid in acht moeten nemen. De discussie die we daarover hebben gevoerd, is wat mij betreft niet zo ingewikkeld. Die leidt er namelijk toe dat we het erover eens zijn dat, als het even kan, schriftelijk wordt afgedaan na de voornemenprocedure. In bijzondere omstandigheden kan het aangewezen zijn om dat mondeling te doen.

De heerDittrich(D66)

Het laatste moet dus blijken uit de tekst van het Vreemdelingenbesluit.

StaatssecretarisCohen

Daarvan heb ik gezegd dat ik nog eens goed zal kijken of dat er goed in staat. Zo niet, dan zal ik tot een andere tekst komen.

Ten slotte in reactie op een centrale opmerking van de heer Kamp. Imperatief, facultatief, hardheidsclausule, beleidsregels. Imperatief denk ik dat je zaken kunt regelen die echt uitgekristalliseerd zijn, waar het beleid helder is. Je weet in welke gevallen je iets kunt toestaan, en in welke gevallen niet. Als dat zo is, kun je volstaan met een hardheidsclausule voor de heel bijzondere gevallen. Maar dan moet je er echt van overtuigd zijn dat het gaat over een deel van het beleid dat is uitgekristalliseerd. Als dat niet zo is, komen we terecht – als je dan toch imperatief wilt formuleren – in de fuik die ik bij de behandeling van de wet heb voorgelegd aan de VVD-fractie. Dan doe je er beter aan, de zaken facultatief te regelen, met beleidsregels en met inherent daaraan het bezwaar dat je enige ruimte weggeeft. Maar dat is de vuistregel die we proberen toe te passen.

De heerKamp(VVD)

Maar nu het punt dat we het eerst in de wet facultatief regelen, vervolgens imperatief in het besluit, waarna we nog een hardheidsclausule hebben waarvan de rechter ons misschien dwingt om die uit te werken in een circulaire. Dan gaat het toch niet goed?

StaatssecretarisCohen

Dat geloof ik niet. De rechter is gebonden aan het algemeen verbindende voorschrift. Bij de beleidsregel is het anders: daar kan de rechter zeggen: dat is reuze interessant, dat heeft iemand in Den Haag geroepen, maar waarop is dat eigenlijk gebaseerd? Een algemeen verbindend voorschrift is gebaseerd op de wet, dat is een AMvB, daarvan kan de rechter niet afwijken.

De heerKamp(VVD)

Maar lopen we niet het risico dat, nu in het Vreemdelingenbesluit toch nog een hardheidsclausule is opgenomen, de rechter zegt: ik wil dat je uitwerkt in welke gevallen je die hardheidsclausule toepast, en op welke wijze je dat doet?

StaatssecretarisCohen

Als wij erin slagen om die imperatieve bepalingen toe te passen op uitgekristalliseerd beleid – ik zal het besluit daar nog eens goed op nalezen – lopen we dat risico niet. Dan is die hardheidsclausule er namelijk alleen maar voor zeer bijzondere individuele, niet te veralgemeniseren gevallen. Als we dat doen, moet dat lukken. Daarvoor is noodzakelijk dat het beleid kristalhelder is.

De heerKamp(VVD)

Als die hardheidsclausule alleen betrekking heeft op gevallen die niet te veralgemeniseren zijn, kunnen we daarmee instemmen.

De voorzitter:

Is er nog behoefte aan het op de plenaire agenda zetten van het verslag van dit overleg? Als ik het goed begrepen heb, biedt de plenaire agenda geen ruimte voor het herfstreces. Dat zou betekenen dat dat verslag na het reces wordt behandeld. Wat is de toegevoegde waarde daarvan? Met Kameruitspraken kan in de voorbereiding van het besluit dan immers niet gemakkelijk rekening worden gehouden. Het probleem is natuurlijk dat, als je dat debat pas na het herfstreces houdt, de relevantie van de Kameruitspraken minder groot is dan wanneer bij wijze van spreken morgen plenaire behandeling plaatsvindt.

De heerRabbae(GroenLinks)

Het is duidelijk. Als wij besluiten dat debat te organiseren, is het afhankelijk van de vraag of de voorzitter gevoelig is voor deze procedurele gang van zaken, met het oog op wat u zojuist hebt aangegeven. Als wij dat niet als commissie doen, dan moet elke fractie bij zichzelf te rade gaan.

De heerApostolou(PvdA)

Voorzitter! Stel dat er wordt besloten dat het een plenair debat wordt. Wij zijn ingegaan op diverse punten. De staatssecretaris heeft daarover in het algemeen gezegd dat het bestaande beleid wordt voortgezet en dat de omzetting niet tot inhoudelijke veranderingen leidt. Ik wil dat op papier hebben. Ik wil ook lezen op welke punten wel wijzigingen in het besluit worden aangebracht. Daarmee wordt vermeden dat wij moties indienen over zaken die de staatssecretaris zelf wil wijzigen. Ik heb de hoop en het vertrouwen uitgesproken dat de staatssecretaris dat consequent zal doen, maar als andere fracties bepaalde zaken toch in moties willen vastleggen, dan wil ik eerst graag een schriftelijke reactie op onze inbreng op de verschillende punten zien.

De voorzitter:

Dus is de heer Apostolou het vertrouwen opeens kwijt.

Het lijkt mij echter moeilijk op zeer korte termijn, laat staan morgen, een lijst met concrete wijzigingen op tafel te krijgen, zonder het advies van de Raad van State. Dat is het punt, want dat is er nog niet.

StaatssecretarisCohen

Voorzitter! Dat is zelfs uitgesloten.

De heerDittrich(D66)

Voorzitter! Mijn fractie heeft er behoefte aan duidelijkheid te creëren. Ik denk, als ik het nu zo zie, dat die duidelijkheid het best via een aantal moties kan worden bereikt. Ik begrijp van de heer Kamp dat dit debat niet vóór het herfstreces kan plaatsvinden. Dan moet het zo snel mogelijk daarna. Misschien is de Raad van State dan ook klaar met zijn advies. Wie weet, verandert dat de zaak weer. Dat zien wij wel.

De voorzitter:

Mijn opmerking over het tijdstip van de plenaire behandeling maakte ik met name om u daarvoor te waarschuwen. Ik treed verder niet in herhaling, maar dan is het misschien te laat.

De heerRabbae(GroenLinks)

Voorzitter! Gaat u dit als voorzitter van onze commissie voorleggen aan de voorzitter van de Kamer?

De voorzitter:

Uiteraard. Ik zal de gevoelens van deze vergadering overbrengen aan de voorzitter van de Kamer. Ik dank de staatssecretaris voor zijn inbreng. Ik dank de leden en de mensen op de publieke tribune voor hun belangstelling.

Sluiting 19.00 uur.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Swildens-Rozendaal (PvdA), Van de Camp (CDA), Biesheuvel (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Kalsbeek (PvdA), Zijlstra (PvdA), Apostolou (PvdA), Middel (PvdA), Van Heemst (PvdA), voorzitter, Dittrich (D66), ondervoorzitter, Rabbae (GroenLinks), Van Oven (PvdA), Kamp (VVD), Rouvoet (RPF/GPV), O.P.G. Vos (VVD), Van Wijmen (CDA), Patijn (VVD), De Wit (SP), Ross-van Dorp (CDA), Niederer (VVD), Nicolaï (VVD), Halsema (GroenLinks) Weekers (VVD), Van der Staaij (SGP) en Wijn (CDA).

Plv. leden: Wagenaar (PvdA), Balkenende (CDA), Verhagen (CDA), Van Vliet (D66), Arib (PvdA), Duijkers (PvdA), Kuijper (PvdA), Albayrak (PvdA), Barth (PvdA), Hoekema (D66), Karimi (GroenLinks), Santi (PvdA), Passtoors (VVD), Schutte (RPF/GPV), Van den Doel (VVD), Rietkerk (CDA), Rijpstra (VVD), Marijnissen (SP), Buijs (CDA), Van Baalen (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), De Vries (VVD), Van Walsem (D66) en Eurlings (CDA).

Naar boven