26 732
Algehele herziening van de Vreemdelingenwet (Vreemdelingenwet 2000)

nr. 36
AMENDEMENT VAN HET LID KAMP C.S.

Ontvangen 31 mei 2000

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Artikel 29, tweede lid, onderdelen g en h, komen te luiden:

g. de vreemdeling afkomstig is uit een land dat partij is bij het Vluchtelingenverdrag en één van de andere in artikel 28, onder d, bedoelde verdragen en de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat het die verdragsverplichtingen ten aanzien van hem niet nakomt;

h. de vreemdeling heeft verbleven in een derde land dat partij is bij het Vluchtelingenverdrag en één van de in artikel 28, onder d, bedoelde verdragen en de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat het die verdragsverplichtingen ten aanzien van hem niet nakomt;

Toelichting

Dit amendement strekt ertoe in artikel 29 een inhoudelijke omschrijving te geven van de gevallen waarin de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 26 van het wetsvoorstel, kan worden afgewezen omdat de vreemdeling eerder heeft verbleven in een veilig (derde) land van herkomst. Daarin verschilt het amendement van de tekst van de huidige wet: er zal niet langer sprake hoeven zijn van een door de Staatssecretaris opgestelde lijst van veilige (derde) landen, maar van de vreemdeling wordt verwacht dat hij aannemelijk maakt dat het betreffende land voor hem niet veilig is. Van de Staatssecretaris van Justitie wordt verwacht dat er voldoende adequate informatie wordt verzameld om te kunnen beoordelen of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat het betreffende land de verdragsverplichtingen ten aanzien van hem niet zal nakomen.

Voor alle duidelijkheid wordt opgemerkt, dat onder de «in artikel 28, onder d, bedoelde verdragen» ook het IVBPR is begrepen.

Kamp

Middel

Albayrak

Dittrich

Naar boven