Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal1998-199926718 nr. B

26 718
Wijziging van de Wet bodembescherming (bijstellen van de financieringssystematiek en wegnemen van enkele onvolkomenheden)

B
ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 28 juni 1999 en het nader rapport d.d. 2 september 1999, aangeboden aan de Koningin door de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Bij Kabinetsmissive van 13 april 1999, no. 99.001580, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Wet bodembescherming (bijstellen van de financieringssystematiek en wegnemen van enkele onvolkomenheden).

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 13 april 1999, nr. 99.001580 machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermelde ontwerp van een algemene maatregel van bestuur rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 28 juni 1999, nr. WO8.99.00171/v, bied ik U hierbij aan.

De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met zijn opmerkingen rekening zal zijn gehouden.

1. Ingevolge het voorgestelde derde lid van artikel 64 krijgt de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij de bevoegdheid om in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer vrijstelling te verlenen van krachtens hoofdstuk III van de Wet bodembescherming bij algemene maatregel van bestuur gestelde regels. Dit derde lid is een soort spiegelbeeld van het eerste lid van dit artikel waarin aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer een vergelijkbare bevoegdheid wordt gegeven om in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij ontheffing te verlenen. In het eerste lid wordt advisering door de Technische commissie bodembescherming dwingend voorgeschreven. Hoewel volgens de toelichting ook bij toepassing van het derde lid advisering door de Technische commissie bodembescherming plaatsvindt, is zulks in de tekst van het derde lid niet aangegeven. De Raad adviseert de tekst van het derde lid alsnog in overeenstemming te brengen met de in de toelichting neergelegde bedoeling.

1. De aanbeveling van de Raad is opgevolgd.

2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.

2. Aan de redactionele kanttekeningen van de Raad is gevolg gegeven. Bij de tweede redactionele kanttekening van de Raad merk ik op dat ik artikel 76, derde lid, onder b, nog verder verduidelijkt heb.

Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt enkele redactionele aanpassingen aan te brengen in artikel 1 van de wet, betreffende de definitie «servicecentrum». De wijziging heeft te maken met de nieuwe naam van het servicecentrum namelijk Service Centrum Grond (voorheen: n.v. Service Centrum Grondreiniging), en de verhuizing van het servicecentrum naar Houten.

De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State,

H. D. Tjeenk Willink

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. P. Pronk

Bijlage bij het advies van de Raad van State van 28 juni 1999, no. W08.99.0171/V, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

– In het in artikel I, onderdeel C, onder 1, voorgestelde artikel 76, eerste lid, «ter gemoedkoming van» vervangen door: ter tegemoetkoming in.

– In het in artikel I, onderdeel C, onder 2, voorgestelde artikel 76, derde lid, aanhef en onderdeel B, «artikel 79, vijfde lid,» vervangen door: artikel 79, vierde lid,.

– In artikel I, onderdeel C, onder 2, «, aanhef,» schrappen.

– In verband met aanwijzing 58 Ar in onderdeel B van de artikelsgewijze toelichting «bepalingen van besluiten gebaseerd op hoofdstuk III» vervangen door: bepalingen van algemene maatregelen van bestuur gebaseerd op hoofdstuk III.