Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-200726695 nr. 38

26 695
Voortijdig school verlaten

nr. 38
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 mei 2007

Ter bestrijding van voortijdig schoolverlaten is op 1 januari 2006 «het Besluit samenwerking VO-BVE» (STb. 2006, 642) in werking getreden. Het besluit biedt nieuwe mogelijkheden tot samenwerking tussen vo-scholen en bve-instellingen. Deze mogelijkheden zijn bedoeld voor risicoleerlingen, «tweede-wegdeelnemers», en leerlingen met behoefte aan extra kansen (leerlingen die meer kunnen of willen dan hun eigen school in huis heeft). Kortom, leerlingen waarvoor de geijkte vervolgopleidingen geen soulaas bieden.

Op verzoek van OCW heeft Capgemini het eerste kwartaal van 2007 een nadere beschouwing uitgevoerd naar de eerste ervaringen van scholen, instellingen en andere belanghebbenden met de mogelijkheid om vo-leerlingen uit te besteden1. Het onderwijsveld ervaart het Besluit samenwerking vo-bve als positief, maar loopt nog wel tegen enkele knelpunten aan. Het gaat hierbij met name om leerlingen die gebaat zouden zijn bij uitbesteding, maar voor wie dat volgens het huidige besluit niet mogelijk is. Het rapport van Capgemini bevat een aantal adviezen voor de verruiming van het Besluit samenwerking vo-bve. In deze brief geef ik mijn reactie op de adviezen uit het rapport en noem de maatregelen die ik wil treffen voor het schooljaar 2007–2008.

Diplomastapeling en profielverbeteren

De vo-scholen, bve-instellingen en MBO-raad ervaren het niet kunnen uitbesteden van gediplomeerde vo-leerlingen als meest urgente knelpunt. Alle betrokkenen zijn het er over eens dat deze leerlingen wel tot de doelgroep van de samenwerkingsconstructies zouden moeten behoren. Het gaat hierbij om gediplomeerde vo-leerlingen die een hoger vo-diploma willen halen via het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo).

Een verbijzondering van deze categorie vormen de leerlingen die slechts examen willen doen in enkele vakken. Het gaat hierbij om leerlingen die met het oog op de toelating tot een vervolgopleiding een of meer aanvullende vakken willen volgen.

Maatregel schooljaar 2007–2008

Het huidige onderwijssysteem biedt elke leerling tal van doorstroommogelijkheden. Desondanks ben ik mij ervan bewust dat een kleine groep leerlingen gebaat is bij uitbesteding naar het vavo. Hierbij denk ik aan de groep minderjarige vmbo-leerlingen met een diploma in de gemengde of theoretische leerweg. Gezien de ambities van het kabinet in het kader van voortijdig schoolverlaten én de invoering van de kwalificatieplicht tot18 jaar per 1 augustus 2007 wil ik het deze categorie leerlingen mogelijk maken om een startkwalificatie te halen. Hierdoor krijgen deze leerlingen meer uitzicht op maatschappelijke aansluiting en een duurzame plek op de arbeidsmarkt. Hierbij gaat het dus nadrukkelijk om de groep minderjarigen met een vmbo-diploma in de gemengde of theoretische leerweg, waarvan de vo-school van mening is dat deze leerlingen via het vavo een grotere kans hebben op het behalen van een startkwalificatie (havo-diploma). Ook wil ik uitbesteding naar het vavo mogelijk maken voor minderjarige jongeren met een vmbo-diploma in de gemengde of theoretische leerweg die een of meer examenvakken willen sprokkelen met het oog op toelating tot een vervolgopleiding op het niveau van een startkwalificatie.

Verantwoordelijkheid vo-school

Toelating van de bovengenoemde leerlingen tot het vavo kan alleen door middel van uitbesteding via een vo-school. In mijn ogen is en blijft het reguliere voortgezet onderwijs de sector die minderjarige jongeren opleidt. Minderjarige leerlingen kunnen zich dan ook niet rechtstreeks tot het vavo wenden. Alleen een school voor voortgezet onderwijs kan minderjarige leerlingen uitbesteden naar het vavo. De vo-school moet in de eerste plaats de afweging maken of een leerling de capaciteiten in huis heeft om het havo succesvol af te ronden. Vervolgens moet nagegaan worden of deze leerling gebaat is bij een havo-opleiding in het reguliere onderwijs (aan de eigen school of een andere school in de regio) of aan een vavo-instelling. Een vo-school die een leerling inschrijft en uitbesteedt naar het vavo blijft in de rol van opdrachtgever eindverantwoordelijk voor deze leerling en het bereiken van de met het vavo of andere vo-school afgesproken doelen.

Maatregel schooljaar 2007–2008

Ik wil dat vo-scholen via hun verantwoordingsdocumenten inzichtelijk maken wat de rendementscijfers zijn ten aanzien van leerlingen die via uitbesteding aan een reguliere vo-school of het vavo zijn uitbesteed.

Deze rendementscijfers bieden mij niet alleen zicht op het succes van deze vorm van samenwerking maar ook op de aanpak van voortijdig schoolverlaten en doorstroom vo-mbo.

Wijziging Besluit Samenwerking vo-bve

Het mogelijk maken van stapeling van (vo)-diploma’s vereist geen aanpassing van de wet (artikel 25a van de Wet op het Voortgezet Onderwijs) maar wel van het Besluit samenwerking VO-BVE. Publicatie in het Staatsblad van de aanpassing van het Besluit vóór het schooljaar 2007–2008 is niet haalbaar. Diplomastapeling in het schooljaar 2007–2008 zou dan niet mogelijk zijn. Gezien het nadrukkelijke verzoek en draagvlak voor deze aanpassing van alle betrokken partijen vind ik het niet wenselijk nog een schooljaar te wachten.

Maatregel schooljaar 2007–2008

Ik wil de aanpassing van het Besluit in werking laten treden met ingang van 1 augustus 2007. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven ná 31 juli 2007, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 augustus 2007.

Communicatie

Het onderzoek naar de eerste ervaringen met het Besluit samenwerking VO-BVE toont eveneens aan dat zowel de vo-scholen als de mbo-instellingen nog steeds redelijk onbekend zijn met het Besluit. Ik wil de komende periode het onderwijsveld dan ook wijzen op de mogelijkheden van de samenwerkingsconstructies.

Maatregel schooljaar 2007–2008

Ik zal nog vóór de zomerperiode, ruim voor de start van het schooljaar 2007–2008, vo-scholen en bve-instellingen een brief sturen waarin ik de mogelijkheden en voordelen van de samenwerkingsconstructie vo-bve toelicht en scholen oproep, waar nodig, meer samen te werken.

Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben,

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.