26 695 Voortijdig school verlaten

Nr. 135 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 mei 2021

Op 28 april jl. heb ik een verzoek van de commissie ontvangen. Dit verzoek betrof een reactie op de door hen ontvangen brief van de Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (NVO) (zie bijgaande kopie)1. Hierbij stuur ik u een reactie op dit verzoek.

In opdracht van de NVO heeft het Kohnstamm Instituut onderzoek gedaan naar geschillen over toelating, verwijdering of ontwikkelingsperspectief van (dreigende) thuiszitters. Het doel van het onderzoek was te achterhalen welke factoren van belang zijn voor een aanpak ter voorkoming of beperking van het aantal thuiszittende leerlingen.

Uitval van leerlingen in het onderwijs is iets wat mijn aandacht heeft en op inzet via de verbeteraanpak passend onderwijs, een betere samenwerking tussen onderwijs en zorg en het creëren van meer maatwerkmogelijkheden via de onderwijszorgarrangementen.2 Omdat vaak sprake is van een unieke situatie moet in sommige gevallen maatwerk geleverd worden om uitval van een leerling te voorkomen of teruggeleiding naar school mogelijk te maken. Het rapport dat in opdracht van het NVO is opgesteld geeft een aantal aanbevelingen die in lijn liggen met de verbeteraanpak passend onderwijs en de gezamenlijke inzet op onderwijs en zorg met het Ministerie van VWS. Ik maak dankbaar gebruik van dit rapport bij deze verbetertrajecten en zal de NVO uitnodigen in gesprek te gaan met ons en onze partners3 over de aanbevelingen die zij doen in het rapport.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Kamerstuk 26 695, nr. 134.

X Noot
3

Partijen in het thuiszittersoverleg: Ministerie van VWS, LAKS, JongPIT, Ouders & Onderwijs, de PO-Raad, VO-raad, Ingrado, VNG, AOb, AVS, Inspectie van het onderwijs en vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden.

Naar boven