26 670
Grensoverschrijdende projecten

27 556
Internationale aspecten van het beleid inzake brandweer en rampenbestrijding

nr. 6
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 12 juli 2001

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1 heeft op 14 juni 2001 overleg gevoerd met staatssecretaris G. M. de Vries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en staatssecretaris Bos van Financiën over:

de voortgangsrapportage Kabinetsstandpunt grensoverschrijdende projecten (26 670, nr. 5);

de nota inzake internationale aspecten van het beleid inzake brandweer en rampenbestrijding (27 556, nr. 2);

het rapport «Grensoverschrijdende communicatie met België» (BZK-00–1056);

verklaring over intensivering van grensoverschrijdende samenwerking tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen (BZK-00-1085);

verklaring van de regeringen van Nederland en de Bondsrepubliek Duitsland met deelname van de regeringen van het land Nedersaksen en het land Noordrijn-Westfalen inzake grensoverschrijdende bedrijventerreinen (BZK-01-13).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer De Cloe (PvdA) constateert op grond van de voorliggende stukken en het toenemende aantal reacties van regio's, provincies, gemeenten etc. dat er de laatste maanden wat meer beweging komt in de totstandkoming van de grensoverschrijdende samenwerking, hoewel het einddoel nog niet in zicht is en realisering ervan nog de nodige inspanningen zal blijven vergen. Nadat twee jaar geleden gepoogd is dit onderwerp volop in beeld te brengen, is het in ieder geval verheugend te kunnen constateren dat dit nu volop in discussie is. In dit verband kan onder andere gerefereerd worden aan de inmiddels door Nederland gesloten overeenkomsten met de Länder Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen en aan de verklaring van de regering van Nederland en de Bondsrepubliek met deelname van de regeringen van beide genoemde Länder, ook wel het Memorandum van Aken genoemd. In feite zijn deze resultanten, waaronder de vorming van paritaire commissies, een praktische tussenstap, in de zin dat vanwege het Verdrag van Anholt Nederland en de Bondsrepubliek nog niet echt aan de slag kunnen met de publiekrechtelijke vormgeving, hetgeen in de praktische zin nog beperkingen met zich brengt. Wanneer zal naar de inschatting van beide bewindslieden overigens bedoelde aanpassing van het Verdrag van Anholt een feit zijn? Zijn de werkgroepen die gevormd zijn in Coevorden en Heerlen inmiddels in staat om de overige betrokken departementen voldoende te betrekken bij het overleg?

Vervolgens is de heer De Cloe benieuwd te vernemen of het in de voortgangsrapportage kabinetsstandpunt grensoverschrijdende projecten d.d. 30 januari 2001 (26 670, nr. 5) vermelde voornemen inzake het in maart 2001 van start doen gaan van het grensinfopunt, tot uitvoering is gebracht. Zijn, gelet op het feit dat het hier een initiatief betreft dat zich niet alleen op Limburg maar op het gehele Nederlandse grensgebied richt, de overige grensregio's al actief benaderd om te participeren? Bij brief van 8 juni jl. maakt de provincie Limburg melding van praktische en inhoudelijke tegenslagen rondom de realisatie van het grensinfopunt en doet op grond daarvan de suggestie om beoogd infopunt op enigerlei wijze onder te brengen bij het steunpunt grensstreek van de belastingdienst in Heerlen. Gelet op de geconstateerde perikelen tot nu toe is ook de heer De Cloe er voorstander van om alle desbetreffende taken op het gebied van de informatieverstrekking en kennisontwikkeling ten aanzien van grensoverschrijdende projecten die oorspronkelijk toebedeeld zijn aan het grensinfopunt, onder te brengen bij dat steunpunt. Tevens zou dan bezien kunnen worden in hoeverre het departement van Sociale Zaken en Werkgelegenheid daarbij een rol kan spelen in verband met aspecten van sociale zekerheid.

Waar ook in de overeenkomsten met Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen nadrukkelijk wordt verwezen naar de euregio's, mag ervan worden uitgegaan dat die nog niet van tafel zijn. Het is dan ook van belang dat er meer zicht komt op de positie van de euregio's binnen de grensoverschrijdende samenwerking.

Vervolgens is de heer De Cloe benieuwd te vernemen in hoeverre, uiteraard met inachtneming van de Wet op het hoger en wetenschappelijk onderwijs, de Open Universiteit in Heerlen mogelijkheden heeft om grensoverschrijdend te opereren.

Met betrekking tot de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van de bestrijding van rampen en ongevallen is met name het onderdeel van de communicatie een punt van zorg, hetgeen ook moge blijken uit de recente ervaringen met de brand in Hazeldonk. Er is geen grens zichtbaar maar wel merkbaar op het moment dat er zich een ongeval of een ramp voordoet. Wat is de reactie van de bewindslieden hierop?

In het recente schrijven van het kabinet inzake Baarle-Nassau wordt melding gemaakt van een evaluatie die GS van Noord-Brabant onlangs hebben doen toekomen aan het ministerie van BZK, maar er wordt niet aangegeven wat die evaluatie heeft opgeleverd. Waar uit eerdere signalen al is gebleken van terugtrekkende bewegingen van de provincie waar het gaat om de financiering van de support aan Baarle-Nassau, roept dit de vraag op of uit genoemde evaluatie naar voren komt dat de provincie zich nog verder gaat terugtrekken. Zo dat laatste het geval is, roept de heer De Cloe de staatssecretaris van BZK op om bij de provincie met klem te wijzen op het belang van bevordering van de grensoverschrijdende samenwerking in Baarle-Nassau en om tevens zijn Belgische collega nog eens te doordringen van dat belang.

In een recente uitgave van de VNG pleit de staatssecretaris van BZK voor experimenten wat betreft grensoverschrijdende samenwerking. Deze uitspraak is des te opvallender waar hij bij aanvang van deze kabinetsperiode in reactie op een kamerbrede suggestie om te komen tot dergelijke experimenten, die suggestie van de hand wees, onder het argument dat experimenten net zoveel tijd kosten als het veranderen van wetgeving. Wat is de reden van deze omslag in denken van de staatssecretaris?

Uit signalen van de regio Oost-Nederland komt naar voren dat een aantal projecten van grensoverschrijdende samenwerking die deel uitmaken van het desbetreffende regioconvenant nog niet echt goed van de grond komen. Zijn de bewindslieden bereid te bevorderen dat dit alsnog gaat gebeuren?

Ook de heer Weekers (VVD) kan zich niet aan de indruk onttrekken dat er voortgang lijkt te komen met betrekking tot de grensoverschrijdende projecten en de grensoverschrijdende bestuurlijke samenwerking. Daarnaast blijkt uit de voorliggende rapportages dat er op een groot aantal punten gehoor is gegeven aan de vragen die door de Kamer tijdens voorgaande overleggen over dit onderwerp naar voren zijn gebracht.

Aangaande het memorandum van Aken is het de heer Weekers nog niet duidelijk of in de uitwerking van het daarin opgenomen vijfpuntenplan concreet gewerkt wordt aan een verdrag om de regelgeving zodanig te versoepelen dat Duitse ondernemingen zich binnen het kader van grensoverschrijdende bedrijventerreinen kunnen vestigen op Nederlands grondgebied, maar wel onder de Duitse wetgeving blijven vallen. Op die manier is de grens niet alleen fysiek maar ook in de dagelijkse beleving verdwenen. Bovendien zal dit de afwikkeling van een aantal procedures vergemakkelijken, onder andere ten aanzien van bouwen, milieu, vervoer, afvalwater en veterinaire zaken. Het is van belang dat een verdrag tot stand komt voor de experimenteergebieden dat bepaalde stukjes nationale wetgeving overruled.

Vervolgens is de heer Weekers benieuwd wanneer de aanpassing van het Verdrag van Anholt een feit zal zijn. Is al enige duidelijkheid te geven over de bestuurlijke structuur van het desbetreffende openbaar lichaam dat in het leven zal worden geroepen?

Buiten bestaande euregio's is een soort grensoverschrijdende WGR-regio'saan het ontstaan. Aken is inmiddels samenwerking gestart met Parkstad Limburg. Zijn de bewindslieden bereid dit initiatief, dat als voorbeeld voor andere projecten, zoals Baarle-Nassau, kan dienen, middels een stimuleringsbijdrage mede van de grond te krijgen?

Het is teleurstellend te moeten constateren dat er weinig voortgang blijkt te zitten in het project rond het grensinfopunt. Is het ontbreken van medefinanciering door de betrokken decentrale overheden hiervan soms een van de oorzaken? Wel verdient het waardering dat inmiddels het fiscale steunpunt grensstreek in Heerlen operationeel is en dat de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 1 februari jl. heeft toegezegd dat dit steunpunt zal worden uitgebreid met expertise op het terrein van sociale zekerheid en wettelijke ziektekostenverzekeringen. De heer Weekers sluit zich aan bij de suggestie van de heer De Cloe om genoemd grensinfopunt op enigerlei wijze onder te brengen bij het steunpunt grensstreek te Heerlen, zodat er één loket kan worden geformeerd waar men terechtkan met vragen en opmerkingen en waar tevens arbitrage kan plaatsvinden. Naar hij heeft begrepen, zijn inmiddels ook Duitse ambtenaren werkzaam op het steunpunt. Hoe verloopt die samenwerking tot nu toe en ligt het tevens in de bedoeling om Belgische ambtenaren toe te voegen aan het steunpunt?

In Duitsland is recentelijk een fiscale wet ingevoerd op basis waarvan een voorheffing moet worden betaald van 15% van de aanneemsom. Waar deze regeling geldt voor zowel Duitse ondernemers als buitenlandse ondernemers, bestaat de grote vrees dat eerstgenoemden heel snel vrijstelling zullen krijgen en dat de buitenlandse ondernemers daarentegen veel hinder van deze regeling zullen ondervinden. Is de staatssecretaris van Financiën bereid hierover het overleg aan te gaan met zijn Duitse ambtgenoot?

De heer Weekers is vol lof over de regeringsnota over de internationale aspecten van het beleid inzake brandweer en rampenbestrijding en met name over de daarin verwoorde initiatieven. De Europese Commissie wil dat interventieteams daadwerkelijk fysieke grensoverschrijdende bijstand kunnen verlenen bij rampen. Daartoe worden een trainingsprogramma en een gemeenschappelijk operationeel systeem opgezet. Opvallend is evenwel dat de spoedeisende medische hulpverlening daarbij niet wordt genoemd. Wat is hiervan de reden en wordt nog contact gezocht met het ministerie van VWS over genoemde interventieteams? Ligt het niet voor de hand om de een aantal jaren geleden opgerichte sigmateams hiervoor in te zetten?

Verder is opvallend dat er in Europa nog weinig kennis blijkt te zijn op het gebied van rampengeneeskunde. Dit roept de vraag op wat de stand van zaken in Nederland is op dit gebied. De Europese Commissie heeft inmiddels wel subsidie verstrekt voor het formuleren van beleidsuitgangspunten voor samenwerking op het gebied van disaster medicine. Wanneer worden hiervan de eerste resultaten verwacht en wat is de bijdrage van Nederland op dit vlak?

Daarnaast is de heer Weekers benieuwd te vernemen of de Nederlandse plannen met betrekking tot grensoverschrijdende rampenbestrijding aansluiten bij die van de buurlanden. Vinden er ook gezamenlijke oefeningen plaats door rampenbestrijdingsteams in grensregio's? Met name gelet op de aanwezigheid in grensgebieden van bedrijven die onder de Seveso-richtlijn vallen, is het van belang dat bij een eventuele ramp aldaar, de afstemming qua hulpverlening optimaal is.

Mevrouw Van der Hoeven (CDA) memoreert dat ruim een week geleden voor de eerste keer een gezamenlijke vergadering heeft plaatsgevonden van de raden van Maastricht, Heerlen, Aken, Luik en Hasselt, hetgeen als een prima initiatief kan worden bestempeld, en zij koppelt er de vraag aan of de staatssecretaris van BZK mogelijkheden ziet om binnen deze Belgisch/Nederlands/Duitse euregio tot een bestuurlijk experiment te komen. Waar er aldaar behoefte is aan vergaande samenwerking en afstemming zou het goed zijn wanneer de rijksoverheid zelf een signaal afgeeft daaraan ook belang te hechten.

Met betrekking tot de voorliggende rapportage over de internationale aspecten van het beleid inzake brandweer en rampenbestrijding vraagt mevrouw Van der Hoeven of de verworvenheden van het EK 2000 in dat kader inmiddels zijn geïnstitutionaliseerd. Daarnaast zou zij graag vernemen of de eerder aangekondigde begin 2001 te houden grensoverschrijdende rampenoefening, inmiddels daadwerkelijk heet plaatsgevonden en zo ja, wat daarvan de bevindingen zijn.

De uitkomsten van het onderzoek dat het kabinet laat verrichten naar de verschillende vormen die er bestaan binnen de euregionale en andersoortige grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden worden aan het eind van dit jaar verwacht. Het zou mevrouw Van der Hoeven evenwel een lief ding waard zijn als de presentatie van dit onderzoek ook binnen de regio's een bepaald gewicht krijgt. In dat licht verzoekt zij de staatssecretaris van BZK dan ook om begin volgend jaar een soort euregiodag te organiseren en om hiervoor met name de euregio's aan de zuid- en oostkant van onze grenzen uit te nodigen.

De insteek met betrekking tot de euregio's is dat deze op dezelfde manier kunnen profiteren van de bestaande verdragen. Het feit dat er qua reikwijdte en qua rechtspersoonlijkheid nog steeds verschillen zijn tussen het Verdrag van Anholt en het Beneluxverdrag werkt de samenwerking en het gebruikmaken van elkaars kennis niet echt in de hand.

De ontwikkelingen rond het grensinfopunt zijn als zeer teleurstellend te betitelen. Er is hierdoor onnodig een momentum verloren gegaan. Ook wanneer het grensinfopunt uiteindelijk ondergebracht zal worden bij het steunpunt Grensstreek te Heerlen, blijft de vraag hoe om te gaan met de overige aspecten van het over en weer uitwisselen van informatie, zodat de toegankelijkheid voor de verschillende euregio's gewaarborgd wordt. Voorkomen moet in ieder geval worden dat er per euregio een steunpunt in het leven geroepen wordt. In dit verband is mevrouw Van der Hoeven ook benieuwd naar de samenwerking in het kader van EURES en naar het functioneren van het bureau voor Belgische zaken en het bureau voor Duitse zaken.

Parkstad Limburg is momenteel druk bezig om een eigen bestuurlijke structuur te vinden op basis van een verregaande verplichtende samenwerking. Specifiek voor Parkstad Limburg vanwege haar ligging zijn de nauwe contacten met Aken/Herzogenrath. Waar men aan Duitse zijde behoorlijk enthousiast blijkt te zijn op dit punt, spreekt mevrouw Van der Hoeven de hoop en de verwachting uit dat van Nederlandse zijde eenzelfde positieve houding wordt ingenomen ten aanzien van niet alleen Parkstad Limburg maar ook onder andere Baarle-Hertog/Baarle-Nassau en Coevorden-Emlichheim, waarbij een financiële startbijdrage vanuit de rijksoverheid zeer wel van pas zou komen. Aan de hand van de opgedane ervaringen kan dan verder gewerkt worden aan de kennisontwikkeling.Bij de Nederlands-Duitse samenwerking wordt nog steeds aangelopen tegen de taakverdeling tussen Berlijn enerzijds en de deelstaten anderzijds. Hoe ver is de staatssecretaris inmiddels gevorderd met zijn inzicht in deze problematiek?

Waar mevrouw Van der Hoeven heeft vernomen dat er nog onduidelijkheid is over de cofinanciering inzake de INTERREG III-projecten, hoort zij graag welke afspraken terzake gemaakt zijn tussen de diverse ministeries en tussen de Nederlandse regering en Brussel. Het zou bijzonder jammer zijn als tengevolge van genoemde onduidelijkheid er in de regio's het beeld ontstaat dat bepaalde partijen niet mee willen werken, waardoor zaken blijven liggen en, erger nog, eventueel zelfs middelen terugvloeien naar Brussel.

De heer Hoekema (D66) sluit zich aan bij de onlangs in het personeelsblad van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gedane constatering dat de staatssecretaris van BZK de grensoverschrijdende samenwerking echt op de politieke agenda heeft gezet en hij complimenteert beide bewindslieden met de aanjaagfunctie die zij tot nu toe hebben vervuld.

Tijdens de Europese Raad die morgen in Gothenburg begint, zal, hoewel niet formeel geagendeerd, naar verwachting ook ingegaan worden op de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, het regionaal beleid en de structuurfondsen alsmede de financiering daarvan. Met een aanzienlijke uitbreiding van de EU voor de boeg, is het evident dat er het nodige zal veranderen op die beleidsonderdelen, waarop Nederland zich dan ook tijdig dient in te stellen, in de zin dat de rijksoverheid, de provincies, de regio's, de landsdelen en de gemeenten in hun eigen programma's en budgetten ruimte moeten maken voor de grensoverschrijdende samenwerking. In dit verband laat zich ook de vraag stellen naar de toekomst van de euregio's. Uitgangspunt moet zijn «hoe effectiever, hoe beter», maar tegelijkertijd is wel duidelijk dat regionaal beleid zowel in de optiek van Den Haag als in de optiek van Brussel heel belangrijk wordt.

Voor de heer Hoekema heeft vooralsnog de eerste prioriteit zodanige aanpassing van het Verdrag van Anholt dat bindende besluiten kunnen worden genomen en er sprake is en een eigen rechtspersoonlijkheid en een eigen budget. Wanneer zal naar de inschatting van de bewindslieden genoemde aanpassing een feit zijn?

Wat betreft de agenda voor het grensoverschrijdende verkeer is hij benieuwd te vernemen of naast bedrijventerreinen en rampenbestrijding daarvan bijvoorbeeld ook infrastructuur en water onderdeel uitmaken. Hoe breed is het scala aan onderwerpen in dit verband?

Naast de paritaire commissie voor het GOB Avantis (Heerlen-Aken) is een paritaire commissie ingericht voor het GOB Europark GmbH (Coevorden-Emlichheim). Kan inmiddels aangegeven worden hoe die commissies functioneren? Er zijn signalen dat een en ander ten aanzien van het bedrijventerrein bij Coevorden niet vlekkeloos verloopt. Zijn er andere bestuurlijke perikelen die de volle wasdom van dat terrein belemmeren?

De heer Hoekema is in tegenstelling tot de heer De Cloe nog niet toe aan de conclusie om het grensinfopunt onder te brengen bij het steunpunt Grensstreek, gelet op de nodige haken en ogen die zijns inziens aan een dergelijke integratie verbonden kunnen zijn. Kan overigens aangegeven worden waarom het grensinfopunt als zodanig niet echt van de grond blijkt te komen? In de voorliggende rapportage over grensoverschrijdende projecten wordt met betrekking tot het grensinfopunt onder meer opgemerkt dat het van belang is dat additionele financiële steun onder de decentrale overheden en overige actoren aan de Nederlands-Duitse en Nederlands-Belgische grens wordt verkregen. Wat moet in dit verband worden verstaan onder die overige actoren?

Hoewel harmonisatie van wetgeving de koninklijke weg behoort te zijn en te blijven, is het van belang dat waar dat praktisch gezien noodzakelijk is, de lagere overheden de mogelijkheid hebben om bijvoorbeeld op het punt van vuilverwerking, nationale wetgeving te derogeren. Hoe staat de staatssecretaris daartegenover?

Verder is het van belang dat bij grensoverschrijdende rampen en ongevallen gekomen wordt tot een goede afstemming. De ervaringen met de AWACS-ramp bij Geilenkirchen destijds, hebben aangetoond dat die afstemming nog niet vlekkeloos is. Kan overigens al iets gemeld worden over de resultaten van de stafoefening die dit voorjaar heeft plaatsgevonden? In hoeverre is er in ieder geval op papier de garantie dat de aansluiting van de verschillende diensten goed geregeld is?

Enigszins teleurgesteld is de heer Hoekema over de passage in eerdergenoemde voortgangsrapportage over de situatie in Baarle-Nassau/Baarle-Hertog. Hoewel politiek correct geschreven, geeft die bijvoorbeeld te weinig informatie over hoe de evaluatie van de provincie Noord-Brabant is uitgepakt. De ambtelijke ondersteuning door BZK waarvan melding wordt gemaakt, hield niet bepaald over. Verder blijkt het project van het gemeenschappelijk gemeentehuis niet goed van de grond te komen. Is de staatssecretaris bereid om in dezen meer aan te jagen, teneinde dit unieke project te realiseren dat iets weg heeft van een Europese gemeente avant la lettre?

Wat betreft de politiesamenwerking is het essentieel dat voortgebouwd wordt op de ervaringen die op dat gebied zijn opgedaan met het EK 2000. Gerefereerd kan onder meer worden aan de opzet in Dinxperlo-Suderwick waar sprake is van een gemeenschappelijk bureau.

Hoewel de suggestie van de heer Weekers inzake Parkstad Limburg op zichzelf sympathiek klinkt, moet ervoor worden opgepast dat niet allerlei samenwerkingsprojecten van gemeenten die vanwege geheel andere motieven dan grensoverschrijdende samenwerking zijn gestart, gefinancierd worden uit subsidiepotten die bedoeld zijn voor grensoverschrijdende samenwerking. Waar het gaat om de specifieke problematiek van Aken-Herzogenrath is een dergelijk initiatief op zichzelf prima, maar gerealiseerd moet worden dat er tevens samenwerkingsrelaties in de buurt van de grens zijn, ten aanzien waarvan niet echt een grensoverschrijdende problematiek aan de orde is.

Aan de staatssecretaris van Financiën vraagt de heer Hoekema wanneer het aanvullend protocol bij het Duits-Nederlandse belastingverdrag een feit zal zijn. Wordt daarin dan tevens de winstbelasting inzake grensoverschrijdende bedrijventerreinen geregeld? Waar het Europese traject inzake de btw-teruggave moeizaam verloopt, is hij benieuwd te vernemen welke pogingen de staatssecretaris onderneemt om met Duitsland te komen tot een adequate regeling op dit punt.

Het antwoord van de bewindslieden

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft evenals voorgaande sprekers, de indruk dat er nu echt beweging komt in de grensoverschrijdende samenwerking, hetgeen mede het resultaat is van de vele energie die de desbetreffende medewerkers van de diverse betrokken departementen maar in het bijzonder van BZK hierin met name de afgelopen maanden hebben gestoken. Inmiddels zijn twee kabinetsnota's uitgebracht, een over de grensoverschrijdende bestuurlijke samenwerking en een over de internationale aspecten van het beleid inzake brandweer en rampenbestrijding. Daarnaast zijn recentelijk twee gemeenschappelijke verklaringen inzake grensoverschrijdende samenwerking ondertekend met Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen, en een inzake grensoverschrijdende bedrijventerreinen met de Bond, en met deelname van beide deelstaten. Het ligt in de bedoeling om op korte termijn ook met Vlaanderen een dergelijke gemeenschappelijke verklaring inzake grensoverschrijdende samenwerking te ondertekenen. De afspraken hiertoe staan voor de herfst van dit jaar op de rol. De staatssecretaris zou een dergelijke overeenkomst ook graag met Wallonië sluiten, hoewel dit naar zijn indruk meer tijd zal vergen. Het is van belang om uiteindelijk te komen tot een stelsel van raamafspraken met de regio's die Nederland omringen. Het is bepaald de bedoeling van het kabinet om dit soort overleg niet alleen te beperken tot bedrijventerreinen en andere onderwerpen die primair op het terrein van BZK liggen. De agenda is dus breed, die afhankelijk van de actualiteiten pragmatisch wordt ingevuld. Verwezen kan onder andere worden naar de rol hierbij van de staatssecretarissen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Financiën en van Buitenlandse Zaken.

Het uitgangspunt van het kabinet terzake van de aanpassing van het Verdrag van Anholt is om bij wijze van spreken via de voordeur binnen te komen en zo dit niet mocht lukken via de achterdeur. De voordeur is wijziging van het verdrag zodanig dat het dezelfde constructie toelaat die reeds in het Beneluxverdrag is opgenomen. Door de federale structuur van de Bondsrepubliek blijkt dat een niet eenvoudige opgave te zijn. Gremia binnen de Duitse federale overheid staan niet bepaald te springen bij de gedachte dat er een verdrag met Nederland wordt gesloten dat niet alleen door de Bond maar door de Bond plus enige Länder wordt gesloten. De Duitse staatssecretaris van binnenlandse zaken heeft inmiddels een brief gestuurd aan Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen met de vraag wat beide Länder qua verdragsrechtelijke constructie wenselijk vinden. Op 5 juni jl. heeft minister-president Kok M. P. Clement van Noordrijn-Westfalen verzocht snel te willen antwoorden op die brief. Hetzelfde verzoek heeft de staatssecretaris zelf op 7 juni jl. gedaan aan Nedersaksen. De achterdeur houdt in dat op bedrijventerreinen toegespitste afspraken worden gemaakt in een speciaal bedrijventerreinenverdrag, ook dat met de doelstelling om grensoverschrijdende openbare lichamen mogelijk te maken. Daarnaast zou in dat verdrag bij voorkeur ruimte moeten worden geschapen voor bedrijven om op bepaalde onderdelen gebruik te maken van de zogeheten «meestbegunstigingssclausule», d.w.z. af te wijken van het eigen recht en in plaats daarvan de inhoudelijke rechtsnormen van de buurstaat toe te passen. In het geval zich bijvoorbeeld een bedrijf uit de landbouwsector aanmeldt voor vestiging komt het probleem van de veterinaire controles om de hoek kijken, waarbij naar het oordeel van de staatssecretaris alsdan zo pragmatisch mogelijk dient te worden gehandeld. Hij gaat ervan uit dat de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, die toch enige voetsporen in Brussel heeft staan, dan ook bereid is om binnen de grenzen van de rechtsstaat te zoeken naar praktische oplossingen die problemen kunnen overwinnen. De paritaire commissies zijn ervoor om een en ander verder in kaart te brengen, daarbij ondersteund door een apart consultancybureau, genaamd Buck Consultants International uit Nijmegen. Er zijn geen signalen dat de paritaire commissies niet zouden vorderen met hun werkzaamheden of dat het niet zou boteren waar het gaat om Coevorden-Emlichheim.

Het Rijk heeft in het kader van het grensinfopunt tot nu toe drie keer twee ton beschikbaar gesteld, hetgeen meer is dan de provincie Limburg heeft bijgedragen. Daarnaast geeft de staatssecretaris aan reeds eind vorig jaar een brief geschreven te hebben aan alle commissarissen van de Koningin van de grensprovincies met daarin het verzoek het initiatief van het grensinfopunt financieel en personeel te ondersteunen. Helaas is daarop tot nu toe van geen van hen een reactie binnengekomen. Tevens heeft de staatssecretaris in diverse speeches melding gemaakt van genoemd initiatief en het belang ervan onderstreept. Informeel heeft hij wel begrepen dat gedeputeerden uit Drenthe, Groningen en Gelderland belangstelling zouden hebben getoond, maar hij heeft niet de indruk dat dit al heeft geleid tot vergaande financiering. Waar het gaat om de synergie met het steunpunt grensstreek te Heerlen heeft hij overigens de indruk dat ook de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voorstander is van bundeling. Het is dan ook van belang dat tussen de betrokken bewindslieden hierover nadere werkafspraken worden gemaakt. Al met al, is het in dezen beter om deze ene vogel in de hand te voeden dan te wachten totdat er tien in de lucht zijn.

Het is bepaald niet de bedoeling van het kabinet om de euregio's compleet af te schrijven. Het desbetreffende onderzoek is ingesteld om inzicht te verkrijgen in de best practices van de euregio's qua bestuursvorm, beleidsterreinen, democratische controle en de rol van de bevolking, met als uiteindelijk doel de grensoverschrijdende bestuurlijke samenwerking hechter te verankeren. Hij neemt met graagte overigens de suggestie van mevrouw Van der Hoeven over om de presentatie van de resultaten van genoemd onderzoek te combineren met een grote bijeenkomst met de euregio's.

De heer Hoekema heeft terecht gewezen op het risico dat als gevolg van de uitbreiding van de Unie na 2006 de structuurfondsen minder rijkelijk beschikbaar zullen zijn voor Nederlandse grensregio's. In de tussentijd moet er dus een draagvlak zijn binnen die regio's, ook financieel, teneinde de samenwerking ook na 2006 te kunnen voortzetten. Grensprovincies en grensgemeenten moeten zich de vraag stellen hoe ze meerjarig omgaan met hun eigen belangen. Daarbij hoort ook een financiële verantwoordelijkheid, die in de ogen van de staatssecretaris primair decentraal is, daar het te ver gaat om als rijksoverheid reguliere taken van grensprovincies en grensgemeenten te subsidiëren. In dat licht is hij geen voorstander van een stimuleringsbijdrage vanuit het Rijk om het initiatief tot samenwerking tussen Aken en Parkstad Limburg van de grond te krijgen. Wel is hij bereid om in samenspraak met de staatssecretaris van Economische Zaken te bezien of uit de INTERREG-gelden een gemeenschappelijke financiering voor bepaalde experimentele grensoverschrijdende bestuursvormen mogelijk is, waarbij het overigens primair de taak van de decentrale overheden is om met concrete voorstellen te komen. Wanneer deze exercitie tot resultaat heeft geleid, zal de Kamer daarover worden geïnformeerd.

Uit de vragen die zijn gesteld over Baarle-Nassau en Baarle-Hertog maakt de staatssecretaris tot zijn spijt op dat hij verzuimd heeft de desbetreffende rapportage van de provincie aan de Kamer te sturen. Hij zal ervoor zorgdragen dat deze de Kamer alsnog bereikt. Kernpunt uit de rapportage is dat de provincie positief oordeelt over de ontwikkeling van Baarle-Nassau als zelfstandige gemeente en dat de ambtelijke organisatie zich aldaar zodanig ontwikkelt dat de gemeente ook in de toekomst adequaat is toegerust om taken en functies naar behoren te kunnen vervullen. Verder wordt vastgesteld dat de financiële positie van Baarle-Nassau gezond is en dat het beschikt over een goed weerstandsvermogen. Daarnaast wordt geconstateerd dat de samenwerking tussen Baarle-Nassau en Baarle-Hertog zich goed ontwikkelt, waarbij het statuut van het gemeenschappelijk orgaan Baarle een belangrijke meerwaarde vervult. Ondank haar relatief beperkte omvang acht het college van GS van Noord-Brabant de gemeente in staat ambtelijk en bestuurlijk op een behoorlijke en verantwoorde wijze te functioneren en haar taken en functies adequaat te behartigen. De staatssecretaris kan zich soms overigens niet aan de indruk onttrekken dat het enthousiasme in Den Haag voor de samenwerking tussen de Baarles wat groter is dan die van sommige betrokkenen aldaar. Hij heeft de indruk dat er ook in de chemie tussen lokale bestuurders hier en daar nog wel wat te verbeteren valt. Het antwoord op de vraag van de heer Hoekema over het gemeenschappelijk gemeentehuis zal schriftelijk worden gegeven.

De staatssecretaris is voorstander van experimenten wat betreft grensoverschrijdende samenwerking waar het gaat om de wetgeving zoals geschetst in de verdragsvorm, zijnde een vernieuwend instrument van wetgeving. Derogatie van nationale wetgeving bij wijze van experiment is evenwel niet het eerst in aanmerking komende instrument vanwege het gevaar van precedentwerking.

Hij neemt goede nota van de opmerking van de heer De Cloe over signalen uit de regio Oost-Nederland dat een aantal projecten van grensoverschrijdende samenwerking die deel uitmaken van het desbetreffende regioconvenant nog niet echt goed van de grond komen, en zegt toe de GROS-paragraaf in het Regioconvenant Oost-Nederland te bezien.

Met betrekking tot de grensoverschrijdende rampenbestrijding is inmiddels een werkgroep ingesteld met Noordrijn-Westfalen die voor de herfst met voorstellen zal komen. Er is eveneens een dergelijke werkgroep met Nedersaksen in het leven geroepen. Er is een grensoverschrijdende oefening gepland op 25 oktober a.s. te Heerlen. Volgend jaar is in Nedersaksen een grensoverschrijdende oefening gepland rond de kerncentrale in Lingen. Er is door BZK inmiddels ook subsidie verstrekt ten behoeve van gezamenlijke oefeningen in België. Verder wordt op het ogenblik hard gewerkt aan grensoverschrijdende rampenplannen. In Limburg is in samenwerking met de Duitse partners reeds zo'n plan tot stand gekomen. Met België vinden onder de paraplu van de Benelux heel concrete en hoopgevende gesprekken plaats over grensoverschrijdende ambulancehulpverlening, waarbij de verwachting is dat in de tweede helft van dit jaar concrete vooruitgang kan worden geboekt. De staatssecretaris is voornemens om in contact te treden met het ministerie van VWS om te bezien of een dergelijk initiatief ook in samenwerking met Duitsland kan worden opgezet. Met het ministerie van Verkeer en Waterstaat vindt overleg plaats over grensoverschrijdende regelgeving voor communicatie, waarbij België en Duitsland inmiddels gevraagd is om hun frequentiebeleid aan te passen. Ook wordt overlegd over de wederzijdse erkenning van sirenes en zwaailichten. Ten aanzien van rampengeneeskunde is een Europese werkgroep ingesteld die wordt voorgezeten door Nederland. Op dit moment loopt er nationaal onderzoek naar de voorbereiding op ongevallen met nucleaire, chemische en bacteriologische risicofactoren. Heden wordt aan de minister van VWS een rapport aangeboden van de Gezondheidsraad, waarin wordt gewezen op de risico's van terroristische aanslagen met bacteriologische wapens. Er is over dit onderwerp nog een onderzoek gaande, dat aan het eind van het jaar tot resultaten moet leiden.

Ten aanzien van de interventieteams is door de Nederlandse regering besloten, overigens los van het EU-initiatief terzake, om een eigen eenheid in het leven te roepen op het gebied van search and rescue, die landelijk en internationaal, zoals in het kader van de NAVO, de VN en de EU, ondersteuning kan geven bij rampen. Het gaat daarbij om het beschikbaar stellen van deskundigheid die Nederland op dat gebied heeft en die deels ligt op het terrein van de brandweer en deels op het terrein van de geneeskundige hulpverlening. Overigens is in het EU-initiatief wel degelijk ook een geneeskundige component opgenomen, in het kader waarvan onder andere wordt gekeken naar de beschikbaarheid van antiserums over en weer in de lidstaten.

De staatssecretaris is niets bekend van belemmeringen als gevolg van de Wet op het hoger en wetenschappelijk onderwijs waar het gaat om de mogelijkheden van bijvoorbeeld de Open Universiteit in Heerlen om grensoverschrijdend te opereren. Hij heeft veeleer de indruk dat de samenwerking op dat punt goed van de grond komt. Er is bijvoorbeeld reeds een tripartiete opleiding gestart door Gent, Heerlen en Aken. Daarnaast is een nota van OCW verschenen over grensoverschrijdende onderwijssamenwerking. De staatssecretaris zal de kwestie m.b.t. de OU voorleggen aan minister Hermans en hierop in de komende rapportage die in augustus is voorzien, nader ingaan.

Voorzover de staatssecretaris bekend, is er namens zijn collega van EZ met betrekking tot de cofinanciering in relatie tot INTERREG III een reactie uitgegaan aan de secretaris van het Arnhemoverleg, die ook ter kennis is gebracht aan de Kamer. Hij heeft verder nog niet de gelegenheid gehad om hierover met de heer Ybema nader van gedachten te wisselen.

Er is binnen de Europese Commissie een witboek inzake governance in voorbereiding, waarin ook zal worden ingegaan op de rol van decentrale overheden en de Europese integratie. Daarnaast zijn er heel interessante bestuurlijke initiatieven van gemeenten en provincies zowel binnen als buiten de EU waar te nemen op dit punt. Er ontwikkelen zich daar netwerken die een bestuurlijk potentieel hebben en dus ook een adequate reactie van rijkszijde vergen.

De staatssecretaris van Financiën geeft te kennen slechts te kunnen gissen naar de redenen waarom het met betrekking tot het initiatief van de provincie Limburg inzake het grensinfopunt kennelijk niet helemaal is verlopen zoals men het daar wel verwacht had. Het is hem in ieder geval niet bekend dat er specifieke financieringsproblemen aan ten grondslag liggen. Veeleer lijkt het erop dat men aldaar in eerste instantie te veel hooi op de vork heeft genomen door in één keer een informatiepunt op te zetten dat in feite alles tegelijk verzorgt. Het steunpunt Grensstreek te Heerlen is daarentegen veel organischer gegroeid, waarmee goede ervaringen zijn opgedaan. In eerste instantie is het steunpunt in puur fiscale zin gaan opereren. Vervolgens is de samenwerking op dat gebied met Duitsland opgezet, die ook goed functioneert. Inmiddels worden pogingen ondernomen om met de Belgen tot een vergelijkbare samenwerking te komen binnen het steunpunt. De volgende stap is om de samenwerking op het terrein van de sociale zekerheid meer gestalte te geven. Te denken valt daarbij onder meer aan de mogelijkheid om medewerkers van het bureau Belgische zaken en het bureau Duitse zaken te detacheren bij het steunpunt. Indachtig deze gehele ontwikkeling is er wat betreft de staatssecretaris geen enkel probleem om nog een stap verder te gaan door de taken die in eerste instantie door de provincie Limburg toebedeeld zijn aan het grensinfopunt, verder te integreren in het steunpunt. Een van de mogelijkheden daarbij is het toewerken naar een gezamenlijk callcenter, van waaruit de doorverwijzing van vragen naar die instanties die ze het best kunnen beantwoorden, het meest effectief kan plaatsvinden.

Over de problematiek van de voorheffing is overleg gevoerd met Duitsland. De regeling is nu zodanig aangepast dat die Europeesrechtelijk toegestaan is. Er is dus geen sprake van discriminatie tussen binnenlandse en buitenlandse ondernemingen. Overigens was de oorspronkelijke regeling niet bedoeld om «Nederlanders te pesten», maar om illegale arbeid en belastingfraude te bestrijden, hetgeen legitieme doelen zijn. Er wordt nu gepoogd om met de Duitse autoriteiten afspraken te maken over de vraag of ook de Nederlandse belastingdienst kan verklaren dat Nederlandse bouwbedrijven fiscaal betrouwbaar zijn en in aanmerking komen voor vrijstelling van voorheffing.

Over voorzetting van de besprekingen over het aanvullend protocol bij het Nederlands-Duitse belastingverdrag, waarin onder andere de winstbelasting van ondernemingen op grensoverschrijdende bedrijventerreinen zal worden geregeld, is tot voor kort steeds bijna maandelijks contact geweest met de Duitsers. Sinds het laatste overleg zijn de Duitsers evenwel niet meer in staat geweest om capaciteit vrij te maken voor verdere besprekingen en onderhandelingen over het protocol en over het verdrag zelf. Er is overigens geen reden om aan te nemen dat dit gebaseerd is op politieke onwil van Duitse zijde. In persoonlijke contacten of anderszins zal door Nederland in ieder geval blijvend worden aangedrongen op voortzetting van de dialoog. Er is de voorzichtige hoop dat het zal lukken in september of oktober alsnog bij elkaar te komen om spijkers met koppen te slaan.

Met betrekking tot de btw-teruggave is er vooralsnog helemaal geen sprake van enige voortgang. Eerder is door Nederland gepoogd om deze kwestie bilateraal te regelen, maar de Duitsers hebben de voorkeur gegeven aan een Europese regeling op dit punt.

Nadere gedachtewisseling

De heer De Cloe (PvdA) zou graag zien dat, in navolging van de actiepunten zoals opgesomd in de bijlage bij de nota inzake internationale aspecten van het beleid inzake brandweer en rampenbestrijding, voortaan in volgende rapportages over de grensoverschrijdende samenwerking een overzicht wordt opgenomen van de stand van zaken waar het gaat om de uitvoering van actiepunten en beleidsuitgangspunten.

De heer Weekers (VVD) verzoekt beide bewindslieden om in de volgende voortgangsrapportage die naar verwachting in augustus zal verschijnen, specifieker in te gaan op de beoogde ontwikkelingen rond het steunpunt Grensstreek te Heerlen.

Verder verneemt hij graag wanneer de staatssecretaris van BZK meer zicht denkt te hebben op totstandkoming van de beoogde aanpassing van het Verdrag van Anholt.

Onder verwijzing naar zijn opmerkingen in eerste termijn over het memorandum van Aken in relatie tot het vergemakkelijken van een aantal procedures, onder andere ten aanzien van bouwen, milieu, vervoer, afvalwater en veterinaire zaken, zou de heer Weekers graag zien dat, zodra een paritaire commissie in voorkomende gevallen een signaal hieromtrent uit doet gaan, de staatssecretaris het desbetreffende dienstonderdeel, ook al hoort dat thuis bij een ander departement, erbij betrekt om ervoor te zorgen dat een praktisch werkbare oplossing wordt bereikt.

Mevrouw Van der Hoeven (CDA) gaat ervan uit dat, waar met betrekking tot de cofinanciering in relatie tot INTERREG III een rol is weggelegd voor meer ministeries dan alleen dat van EZ, de staatssecretaris van BZK in dezen een coördinerende rol zal vervullen teneinde het risico te vermijden dat ze zich aan hun verplichtingen onttrekken.

Waar de grensoverschrijdende samenwerking van karakter en inhoud verandert, met name vanwege de ontwikkelingen van de Europese Unie, is het goed te kunnen constateren dat deze staatssecretaris van BZK tot nu toe een uitstekende bijdrage levert aan de dynamiek van dit geheel.

De heer Hoekema (D66), enigszins nieuwsgierig geworden door de opmerkingen van de staatssecretaris van BZK over het witboek van de Europese Commissie over governance, vraagt hem naar zijn bereidheid om hierover nader van gedachten te wisselen met de vaste commissie voor BZK dan wel met de commissie voor Europese Zaken.

Met instemming neemt hij kennis van de praktische benadering die beide bewindslieden kiezen met betrekking tot het steunpunt grensstreek te Heerlen.

Ten slotte spreekt hij zijn verbazing erover uit dat zo'n groot land als Duitsland het zo zwaar laat afweten op het punt van de totstandkoming van het aanvullend protocol.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties acht zich niet in staat op dit moment aan te geven wanneer de aanpassing van het Verdrag van Anholt een feit zal zijn, aangezien een en ander sterk afhankelijk is van het afronden van de interne Duitse discussie.

Indien de paritaire commissies signalen mochten uitzenden die actie op korte termijn vergen, zal de staatssecretaris daarop uiteraard reageren.

Hij is graag bereid de opmerkingen van mevrouw Van der Hoeven over INTERREG onder de aandacht te brengen van zijn collega van EZ.

Het is uiteraard aan de Kamer zelf om te bepalen in welke commissie zij het witboek van de Europese Commissie over governance wil bespreken.

Het overzicht waarom de heer De Cloe vroeg, zal in de halfjaarlijkse rapportage inzake grensoverschrijdende samenwerking worden opgenomen.

De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

De Cloe

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

De Gier


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Te Veldhuis (VVD), ondervoorzitter, De Cloe (PvdA), voorzitter, Van den Berg (SGP), Van de Camp (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), Hoekema (D66), Rijpstra (VVD), O. P. G. Vos (VVD), Rehwinkel (PvdA), Wagenaar (PvdA), Luchtenveld (VVD), De Boer (PvdA), Duijkers (PvdA), Verburg (CDA), Rietkerk (CDA), Halsema (GroenLinks), Kant (SP), Balemans (VVD), De Swart (VVD), De Pater-van der Meer (CDA) en Slob (ChristenUnie).

Plv. leden: Van Beek (VVD), Zijlstra (PvdA), Ravestein (D66), Van Wijmen (CDA), Bakker (D66), Balkenende (CDA), Barth (PvdA), Gortzak (PvdA), Dittrich (D66), Cherribi (VVD), Van den Doel (VVD), Van Oven (PvdA), Apostolou (PvdA), Cornielje (VVD), Kuijper (PvdA), Belinfante (PvdA), Mosterd (CDA), Th. A. M. Meijer (CDA), Van Gent (GroenLinks), Poppe (SP), Van Splunter (VVD), Nicolaï (VVD), Wijn (CDA), Rouvoet (ChristenUnie) en Rabbae (GroenLinks).

Naar boven