26 653
Wijziging van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 1998 (slotwet)

nr. 2
MEMORIE VAN TOELICHTING

ALGEMEEN DEEL

Inleiding

De belangrijkste wijzigingen op de oorspronkelijk geautoriseerde begroting 1998 zijn al bij de eerste en tweede suppletore begroting toegelicht, dan wel door middel van een separate brief (zoals in het geval van de mutatie bij uitgavenartikel 03.07). Na de tweede suppletore begroting blijkt het nodig bij diverse artikelen nadere ramingsaanpassingen aan te brengen. Als gevolg daarvan wordt het totaal van de EZ-uitgavenbegroting 1998 bij derde – en laatste – suppletore begroting met f 88,2 mln verlaagd. Ten aanzien van de ontvangstenbegroting 1998 vindt bij derde – en laatste – suppletore begroting een verhoging plaats ter grootte van f 76,4 mln.

UITGAVEN  
De verlaging van de uitgavenbegroting is als volgt samengesteld (bedragen x f 1 mln):
   
Ramingen in bugettaire nota's:  
Stand Miljoenennota 19983 467,0 
Bij: Voorjaarsnota 1998+ 34,0  
Bij: Miljoenennota 1999 (Vermoed. uitk. 1998)+ 64,1  
Bij: Najaarsnota 1998+ 53,9 
Af: Februarinota (Voorlopige Rekening 1998)– 88,1 
Totaal geraamd 3 530,9
   
Opgenomen in begrotingen:  
Vastgestelde begroting 19983 467,0 
Bij: eerste suppletore begroting 1998   
(naar aanleiding van de Voorjaarsnota 1998)+ 34,0  
Bij: tweede suppletore begroting 1998   
(naar aanleiding van de Najaarsnota 1998)+ 118,0  
Opgenomen t/m tweede suppletore begroting 3 619,0
Verschil (nog te verlagen) – 88,1
Af: afrondingsverschil – 0,1
Slotwetmutatie (verlaging) – 88,2
   
De volgende tabel geeft een overzicht van de uitgavenbegrotingen 1998 versus de realisatie:
Vastgestelde begroting 19983 467,0 
Bij : eerste suppletore begroting 1998+ 34,0  
Bij : tweede suppletore begroting 1998+ 118,0  
Af : derde suppletore begroting 1998 (slotwet) – 88,2  
Bij: afrondingsverschil+ 0,1 
Totaal geraamd na de slotwet 3 530,9
Gerealiseerde uitgaven in 1998 3 530,9
Verschil 0,0
   
ONTVANGSTEN  
De verhoging van de ontvangstenbegroting is als volgt samengesteld (bedragen x f 1 mln):
   
Ramingen in bugettaire nota's:  
Stand Miljoenennota 19985 572,0  
Af : Voorjaarsnota 1998– 167,8  
Af : Miljoenennota 1999 (Vermoed. uitk. 1998)– 60,4  
Bij : Najaarsnota 1998+ 80,6 
Bij : Februarinota (Voorlopige Rekening 1998)+ 73,4 
Totaal geraamd 5 497,8
   
Opgenomen in begrotingen:  
Vastgestelde begroting 19985 572,0 
Af : eerste suppletore begroting 1998   
(naar aanleiding van de Voorjaarsnota 1998)– 167,8  
Bij : tweede suppletore begroting 1998   
(naar aanleiding van de Najaarsnota 1998)+ 20,2 
Opgenomen t/m tweede suppletore begroting 5 424,4
Verschil (nog te verhogen) + 73,4
Bij : mutatie na Februarinota + 3,0
Slotwetmutatie (verhoging) + 76,4
   
De volgende tabel geeft een overzicht van de ontvangstenbegrotingen 1998 versus de realisatie:
Vastgestelde begroting 1998 5 572,0
Af : eerste suppletore begroting 1998 – 167,8
Bij : tweede suppletore begroting 1998 + 20,2
Bij : derde suppletore begroting 1998 (slotwet) + 76,4
Totaal geraamd na de slotwet 5 500,8
Gerealiseerde ontvangsten in 1998 5 500,8
Verschil 0,0

Wetsartikel 1 (Uitgaven)

01.01 Algemeen

Artikel 01.01 Apparaatsuitgaven EZ

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 verplichtingenuitgaven
Stand vastgestelde begroting 1998596 181596 136
Mutatie 1e suppletore begroting 1998+ 12 081+ 11 976
Mutatie 2e suppletore begroting 1998+ 41 900+ 40 292
Totaal geraamd650 162648 404
Realisatie 1998639 176634 162
Verschil (slotwetmutatie)– 10 986– 14 242

Slotwetmutatie

De mutatie van de verplichtingenbegroting van ruim f 11,0 mln betreft het saldo van de volgende posten:

1. per saldo lagere personele verplichtingen van ruim f 5,4 mln bij onderdelen van het ministerie;

2. per saldo lagere verplichtingenrealisatie op centrale personele budgetten van ruim f 1,5 mln;

3. lagere verplichtingen van bijna f 3,0 mln in verband met het niet in 1998 tot uitvoering gekomen zijn van onderzoeken NMa wegens groter werkaanbod met wettelijke afhandelingstermijn;

4. een overheveling naar VROM/RGD wegens huisvestingskosten NMa/DTE (f 2,2 mln);

5. niet tot uitvoering gekomen onderzoeken DTE in verband met gewijzigd wetgevingtraject (f 1,6 mln);

6. per saldo hogere verplichtingen voor onderzoeken en opdrachten (f 1,1 mln) bij overige onderdelen van het ministerie;

7. hogere materiële verplichtingen ECD van f 0,9 mln, onder andere als gevolg van niet in 1998 terugontvangen brutering en tegenvallende huisvestingskosten;

8. het resterende saldo van f 0,7 mln bestaat uit diverse kleinere niet nader toegelichte mee- en tegenvallers.

De lagere realisatie bij de uitgaven van ruim f 14,2 mln wordt verklaard door de bovengenoemde mutaties, alsmede het niet of niet geheel tot betaling komen van aangegane verplichtingen.

02.00 Industrieel en Algemeen Technologiebeleid

Artikel 02.02 Specifieke bedrijfsgerichte technologiestimulering

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 verplichtingenuitgaven
Stand vastgestelde begroting 1998350 194266 746
Mutatie 1e suppletore begroting 1998+ 28 381+ 15 068
Mutatie 2e suppletore begroting 1998+ 55 939– 9 095
Totaal geraamd434 514272 719
Realisatie 1998427 028268 318
Verschil (slotwetmutatie)– 7 486– 4 401

Slotwetmutatie

Ten opzichte van de tweede suppletore begroting valt het verplichtingenbedrag f 7,5 mln lager uit. Gezien de positieve reactie in de markt op het Twinning-initiatief, is er meer voor Twinning verplicht dan oorspronkelijk geraamd (f 20 mln).

Omdat een aantal grotere BTS-projecten vanwege een langere voorbereidingstijd, niet meer in 1998 gecommiteerd kon worden, is het verplichtingenbudget verlaagd (– f 23,6 mln). Verder betreft dit onder andere hogere verplichtingen dan geraamd bij beleidsonderzoek (+ f 5,2 mln), lagere verplichtingen dan geraamd bij het TNO/MKB-initiatief (– f 2,0 mln), alsmede een lagere benutting van de geraamde verplichtingenruimte voor het EET-programma, omdat in 1998 niet benutte verplichtingenruimte uit 1996 en 1997 is verrekend (– f 5,4 mln).

Artikel 02.03 Internationale en algemene technologiestimulering

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 verplichtingenuitgaven
Stand vastgestelde begroting 1998142 174157 225
Mutatie 1e suppletore begroting 1998+ 27 889+ 6 584
Mutatie 2e suppletore begroting 1998– 10 835– 24 819
Totaal geraamd159 228138 990
Realisatie 1998156 848144 490
Verschil (slotwetmutatie)– 2 380+ 5 500

Slotwetmutatie

Door de economische teruggang in Azië zijn er minder verplichtingen aangegaan bij de BIT voor de opkomende markten (– f 5,8 mln). Een deel van deze vrijvallende verplichtingenruimte is aangewend voor het Siramhutan-bosmonitoringproject (f 4 mln), in het kader van de bilaterale technologische samenwerking met Indonesië.

Vanwege een voorspoedige voortgang van micro-elektronica-projecten is hier meer betaald (+ f 9,4 mln). Op de BIT-projecten is, mede vanwege genoemde Azië-crisis, minder betaald dan geraamd (– f 4,1 mln).

03.00 Industrie- en Dienstenbeleid

Artikel 03.07 Bijdrage aan Koninklijke Schelde Groep

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 verplichtingenuitgaven
Stand vastgestelde begroting 1998
Realisatie 199835 00035 000
Verschil (slotwetmutatie)+ 35 000+ 35 000

Slotwetmutatie

De Staat heeft een financiële injectie aan de Koninklijke Schelde Groep (KSG) gegeven om acute financieringsproblemen tijdelijk op te lossen en zodoende het concern de tijd te geven voor het opstellen van een solide businessplan. De Staten-Generaal zijn hierover separaat geïnformeerd (Kamerstukken II 1998/99, 26 200 XIII, nr. 32). De bijdrage die op de EZ-begroting verantwoord wordt, bestaat uit een lening van f 35 mln, die de Staat via de NIB aan KSG heeft verstrekt. Van dit bedrag is f 25 mln binnen het geheel van de EZ-begroting vrijgemaakt, f 10 mln is gedekt middels een overboeking van het Ministerie van Defensie.

04.00 Regionaal beleid

Artikel 04.04 Voorwaardenscheppend beleid

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 verplichtingenuitgaven
Stand vastgestelde begroting 19982 800
Mutatie 2e suppletore begroting 1998+ 150
Totaal geraamd2 950
Realisatie 19988 843
Verschil (slotwetmutatie)+ 5 893

Slotwetmutatie

De aanleg van de provinciale weg S23 – voorheen SW26 – door de gemeente Kerkrade, verloopt sneller dan voorzien in de begroting voor 1998. Voor dit project zijn in 1998 drie voorschotbetalingen (à f 2,950 mln) verricht. Bij tweede suppletore begroting 1998 werd nog uitgegaan van één voorschotbetaling.

Artikel 04.10 Stimulering Ruimte voor Economische Activiteit

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 verplichtingenuitgaven
Stand vastgestelde begroting 199882 99575 868
Mutatie 2e suppletore begroting 1998– 1 813– 24 755
Totaal geraamd81 18251 113
Realisatie 199881 04542 386
Verschil (slotwetmutatie)– 137– 8 727

Slotwetmutatie

Voorschotaanvragen op oude verplichtingen Bedrijfs Omgevings Beleid (BOB) vertonen een aantal administratieve gebreken. Bevoorschotting kan eerst in 1999 plaatsvinden na ontvangst van aanvullende informatie.

05.00 Diensten, Midden- en Kleinbedrijf en Ordening

Artikel 05.03 Borgstellingsregelingen

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 verplichtingenuitgaven
Stand vastgestelde begroting 1998850 65047 560
Mutatie 2e suppletore begroting 1998– 7 850
Totaal geraamd850 65039 710
Realisatie 1998771 26240 409
Verschil (slotwetmutatie)– 79 388+ 699

Slotwetmutatie

Deelnemende banken krijgen een maximumbedrag tot waar zij garanties mogen verstrekken.

Als gevolg van het terughoudend beleid van een bank bij het verstrekken van borgstellingskredieten, is het budget voor 1998 niet volledig uitgeput.

07.00 Buitenlandse Economische Betrekkingen en Exportbevordering

Artikel 07.03 Stimulering exportactiviteiten

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 verplichtingenuitgaven
Stand vastgestelde begroting 1998572 300140 907
Mutatie 1e suppletore begroting 1998+ 142 383+ 1 616
Mutatie 2e suppletore begroting 1998+ 5 000– 34 807
Totaal geraamd719 683107 716
Realisatie 1998148 92492 031
Verschil (slotwetmutatie)– 570 759– 15 685

Slotwetmutatie

De in de slotwet verwerkte verlaging van de verplichtingen- en kasraming is als volgt opgebouwd:

 verplichtingenkas
a) Exportfinancieringsarrangement Indonesië (EFI)– f 115,4 mlnf 16,9 mln
b) Besluit Subsidies Exportfinanciering (BSE)– f 130,6 mln+ f 26,2 mln
c) Garanties herverzekering Inpres-8– f 299,7 mln
d) Garantiefaciliteit opkomende markten– f 25,0 mln– f 25,0 mln

ad a) De verlaging van de verplichtingenraming bij de EFI met f 115,4 mln heeft in overwegende mate een ramingstechnische achtergrond. In de meerjarenraming van het EFI wordt slechts 33% van het verplichtingenbudget gedekt met kasgeld in de veronderstelling dat gemiddeld 1 van de 3 exporttransacties die ondersteund worden met een subsidietoezegging uit hoofde van de EFI ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Een beoordeling van de in 1998 gehonoreerde EFI-toezeggingen wees uit dat de «slaagkans» van de hiermee samenhangende exporttransacties beduidend hoger ligt dan de 1:3-verhouding die in de raming is verondersteld. Om te voorkomen dat er door deze hogere slaagkans op termijn meer uitbetaald zou moeten worden dan structureel in de kasbegroting beschikbaar is, werd het EFI-budget niet tot de maximale omvang gerealiseerd. Voorts heeft de crisis in Indonesië tot gevolg dat er minder projecten tot betaling komen dan geraamd, waardoor de kas wordt onderschreden met f 16,9 mln.

ad b) In 1998 is voor f 84,4 mln aan verplichtingen vastgelegd inzake de BSE. Gezien de relatief grote slaagkans van de ondersteunde exporttransacties is de verplichtingenraming van de BSE met circa f 131 mln teruggebracht (analoog aan herberekening verplichtingenbudget EFI, zoals toegelicht onder ad a). In de kas heeft een overschrijding van de raming plaatsgevonden. De oorzaak hiervan is het relatief grote beroep van de scheepsbouwsector en het feit dat die verplichtingen gemiddeld sneller tot betaling komen. In totaal heeft dit geresulteerd in een overschrijding van f 26,2 mln.

ad c) De beschikbare ruimte voor Inpres-8 projecten is in 1998 onbenut gebleven. De oorzaak hiervan is gelegen in de hernieuwde prioriteitsstelling in Indonesië mede als gevolg van de crisis, waardoor contractonderhandelingen zijn vertraagd of in sommige gevallen volledig stopgezet.

ad d) De aanvragen voor de GOM komen langzamer tot stand door vertragingen bij het ORET/Miliev-programma en de opschorting van dit programma in 1997. De aan de Stichting SENO verstrekte lening in 1997 gaf daarom voor 1998 voldoende herverzekeringsruimte. De geraamde middelen zijn daardoor vrijgevallen.

Artikel 07.05 Economische hulp Oost-Europa

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 verplichtingenuitgaven
Stand vastgestelde begroting 1998233 630160 417
Mutatie 1e suppletore begroting 1998+ 16 700
Mutatie 2e suppletore begroting 1998– 26 436– 5 665
Totaal geraamd223 894154 752
Realisatie 1998201 859127 487
Verschil (slotwetmutatie)– 22 035– 27 265

Slotwetmutatie

Doordat de IFOM in 1998 nadelige gevolgen heeft ondervonden van de economische crisis in Rusland en de regeling bovendien als gevolg van EU-beperkingen moest worden ingeperkt tot het MKB, is het beroep op de regeling achtergebleven bij de raming. De onderuitputting ten gevolge hiervan bedraagt f 15,2 mln (kas en verplichtingen).

De resterende onderuitputting bij de verplichtingen (– f 6,8 mln) heeft met name betrekking op een geringer beroep op de regelingen IBTA (– f 2,6 mln) en Managementtrainingen (– f 1,4 mln) en een geringere afstorting naar het Trustfund bij de EBRD (– f 1,6 mln).

Voorts zijn de verplichtingen voor PSO-projecten minder snel tot betaling gekomen dan geraamd, hetgeen heeft geleid tot een onderschrijding in de kas van f 12,5 mln.

08.00 Wet Investeringsrekening

Artikel 08.01 Investeringsbijdragen en investeringstoeslagen

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 verplichtingenuitgaven
Stand vastgestelde begroting 1998240 000
Mutatie 1e suppletore begroting 1998– 5 000
Mutatie 2e suppletore begroting 1998+ 115 000
Totaal geraamd350 000
Realisatie 1998308 124
Verschil (slotwetmutatie)– 41 876

Slotwetmutatie

De meevaller bij de WIR-uitgaven is enerzijds het gevolg van lagere uitgaven dan was geraamd en wordt anderzijds veroorzaakt door een minder groot dan voorzien verschuivingseffect van de temporiseringsmaatregel (WIR-knip).

09.00 Energiebeleid

Energiebeleid vanaf 1996

Artikel 09.01 Energiebesparingstechnologie

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 verplichtingenuitgaven
Stand vastgestelde begroting 1998175 443107 603
Mutatie 1e suppletore begroting 1998+ 7 333– 20 186
Mutatie 2e suppletore begroting 1998– 4 182+ 1 121
Totaal geraamd178 59488 538
Realisatie 1998174 023103 115
Verschil (slotwetmutatie)– 4 571+ 14 577

Slotwetmutatie

Ten opzichte van de tweede suppletore begroting 1998 valt het verplichtingenbedrag per saldo f 4,6 mln lager uit. Het grootste deel van dit bedrag is ingezet als compensatie van de verhoging bij artikel 09.04 Beleidsondersteuning.

Binnen het artikel hebben zich met name bij de volgende onderdelen verschuivingen voorgedaan: Tenders energiebesparing (– f 7,5 mln), Novem-programma's woningbouw en Diensten (– f 6 mln), Verkeer en vervoer (+ f 7,4 mln) en Industrie (+ f 5,3 mln).

De uitgaven zijn f 14,6 mln hoger dan geraamd. Er is met name meer betaald op het Programma Woningbouw en Diensten (f 15 mln) en het langtermijn onderzoek besparingstechnologie (f 7,2 mln). Minder is uitgegeven aan de EINP regeling (– f 5,2 mln) en de Tenderregeling nieuwe energie-efficiënte combinaties met warmte/krachtsystemen NEWS (– f 3,4 mln).

Artikel 09.02 Duurzame energie

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 verplichtingenuitgaven
Stand vastgestelde begroting 199862 42948 910
Mutatie 1e suppletore begroting 1998– 9 000
Mutatie 2e suppletore begroting 1998– 2 074– 912
Totaal geraamd60 35538 998
Realisatie 199857 52533 505
Verschil (slotwetmutatie)– 2 830– 5 493

Slotwetmutatie

De onderschrijding bij de uitgaven heeft met name betrekking op de Novem-programma's Windenergie (– f 4,5 mln) en het Programma Energiewinning uit afval (– f 1,7 mln).

Artikel 09.03 Energievoorzieningsonderzoek

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 verplichtingenuitgaven
Stand vastgestelde begroting 19987 00020 655
Mutatie 1e suppletore begroting 1998+ 8 806+ 1 922
Mutatie 2e suppletore begroting 1998– 870– 1 525
Totaal geraamd14 93621 052
Realisatie 19985 84022 238
Verschil (slotwetmutatie)– 9 096+ 1 186

Slotwetmutatie

De onderschrijding bij de verplichtingen komt met name doordat in 1998 een deel van de verplichtingenruimte op het onderdeel Nieuwe elektriciteitstechnologieën niet is benut (– f 9,4 mln). De voorgenomen activiteiten op dit gebied zullen in 1999 verplicht worden.

Artikel 09.04 Beleidsondersteuning en overige uitgaven

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 verplichtingenuitgaven
Stand vastgestelde begroting 19985 5014 725
Mutatie 2e suppletore begroting 1998+ 3 852+ 130
Totaal geraamd9 3534 855
Realisatie 199814 6304 522
Verschil (slotwetmutatie)+ 5 277– 333

Slotwetmutatie

Vanwege het verplichten van het Meerjarenprogramma «Klimaatverandering in relatie tot aërosolen» is op het onderdeel Beleidsondersteuning f 5,3 mln meer verplicht dan geraamd. Compensatie voor deze verhoging komt van de artikelen 09.01 en 09.02.

Artikel 09.07 CO2-reductieplan door EZ

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 verplichtingenuitgaven
Stand vastgestelde begroting 1998
Mutatie 1e suppletore begroting 1998+ 74 469+ 4 000
Mutatie 2e suppletore begroting 1998– 2 263– 1 500
Totaal geraamd72 2062 500
Realisatie 199818 6202 000
Verschil (slotwetmutatie)– 53 586– 500

Slotwetmutatie

In het kader van het CO2-reductieplan konden in 1998 maar in beperkte mate concrete projecten worden verplicht. Daarom is sprake van een onderschrijding van het verplichtingenbudget. De overgebleven ruimte (f 53,4 mln) blijft beschikbaar voor de uitvoering van het CO2-reductieplan.

Doorsluisposten

Artikel 09.21 Stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 verplichtingenuitgaven
Stand vastgestelde begroting 1998150 000150 000
Mutatie 2e suppletore begroting 1998+ 7 000+ 7 000
Totaal geraamd157 000157 000
Realisatie 1998163 283163 283
Verschil (slotwetmutatie)+ 6 283+ 6 283

Slotwetmutatie

Aan de Stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten is ten opzichte van de raming meer uitbetaald, omdat het heffingplichtig volume groter is dan eerder werd geraamd. Het betreft een doorsluis van extra ontvangsten uit de COVA-heffing (ontvangstenartikel 09.03).

Afwikkeling energiebeleid tot 1996

Artikel 09.32 Toepassing energiebesparingstechnologie en duurzame energie

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 verplichtingenuitgaven
Stand vastgestelde begroting 199892 332
Mutatie 2e suppletore begroting 1998+ 7 934
Totaal geraamd100 266
Realisatie 199881 838
Verschil (slotwetmutatie)– 18 428

Slotwetmutatie

Lagere betalingen op verplichtingen uit eerdere jaren hebben plaatsgevonden bij de onderdelen Overige duurzame energie (– f 15 mln) en de Tenderregeling e-besparende projecten (– f 9,1 mln).

Bij het onderdeel Investeringen in windturbines is sprake van hogere uitgaven (+ f 6,1 mln).

Artikel 09.33 Onderzoek en ontwikkelingswerk op energiegebied

Opbouw verplichtingen- en uitgavenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 verplichtingenuitgaven
Stand vastgestelde begroting 199817 901
Mutatie 2e suppletore begroting 1998+ 3 204
Totaal geraamd21 105
Realisatie 199826 516
Verschil (slotwetmutatie)+ 5 411

Slotwetmutatie

De hogere uitgaven hebben hoofdzakelijk betrekking op het onderdeel Onderzoek naar energie-besparingstechnieken en duurzame energie (+ f 5,7 mln).

Wetsartikel 2 (Ontvangsten)

04.00 Regionaal Beleid

Artikel 04.03 Diverse ontvangsten regionaal beleid

Opbouw ontvangstenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 ontvangsten
Stand vastgestelde begroting 199823 000
Mutatie 2e suppletore begroting 1998+ 18 000
Totaal geraamd41 000
Totaal ontvangen22 524
Meer (+)/minder (-) ontvangen– 18 476

Slotwetmutatie

In 1998 zijn op de provincies Gelderland en Overijssel vorderingen ingesteld uit hoofde van de afrekening van de decentrale IPR uit 1992 ad respectievelijk f 4,5 mln en f 15,3 mln. Door deze provincies is tegen deze vorderingen bezwaar ingesteld waardoor de vorderingen niet in 1998 konden worden geïnd.

08.00 Wet Investeringsrekening

Artikel 08.01 Ontvangsten WIR

Opbouw ontvangstenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 ontvangsten
Stand vastgestelde begroting 199830 000
Mutatie 2e suppletore begroting 1998+ 20 000
Totaal geraamd50 000
Totaal ontvangen24 580
Meer (+)/minder (-) ontvangen– 25 420

Slotwetmutatie

Als gevolg van lagere desinvesteringsbetalingen (terugbetalingen van eerder ontvangen WIR-premies) zijn de ontvangsten uit hoofde van de WIR lager uitgekomen dan was geraamd.

09.00 Energiebeleid

Artikel 09.01 Inkomsten uit aardgas

Opbouw ontvangstenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 ontvangsten
Stand vastgestelde begroting 19984 800 000
Mutatie 1e suppletore begroting 1998– 200 000
Mutatie 2e suppletore begroting 1998– 63 252
Totaal geraamd4 536 748
Totaal ontvangen4 642 603
Meer (+)/minder (-) ontvangen+ 105 855

Slotwetmutatie

Ten opzichte van de tweede suppletore begroting 1998 is f 106 mln aan aardgasbaten («niet-belasting opbrengsten») ontvangen. Hiervan heeft f 43 mln betrekking op gasbaten uit het buitenland.

Artikel 09.03 Ontvangsten voorraadheffing in verband met financiering Stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten

Opbouw ontvangstenramingen vanaf de stand vastgestelde begroting (x f 1000)

 ontvangsten
Stand vastgestelde begroting 1998150 000
Mutatie 2e suppletore begroting 1998+ 7 000
Totaal geraamd157 000
Totaal ontvangen163 282
Meer (+)/minder (-) ontvangen+ 6 282

Slotwetmutatie

De mutatie ten opzichte van de 2e suppletore begroting betreft een hogere ontvangst als gevolg van een groter heffingsplichtig volume (137 mln hectoliter).

Wetsartikel 3 (Agentschap Senter)

Specificatie van de rekening van baten en lasten van agentschap Senter over 1998 (x f 1000)

OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatie1Slotwetmutatie (+ of –) (+ = tekortschietend t.o.v. geraamd bedrag)
Baten   
omzet moederdepartement51 70062 670– 10 970
omzet overige departementen6 6008 642– 2 042
omzet overig3 5002 901599
rentebaten100494– 394
overige baten1007327
Totaal baten62 00074 780– 12 780
    
Lasten   
apparaatskosten    
* personeel41 30052 033– 10 733
* materieel16 70011 0125 688
rentelasten   
afschrijvingskosten    
* materieel1 7002 413– 713
* immaterieel    
dotaties voorzieningen1 2002 881– 1 681
onttrekkingen voorzieningen – 2 3582 358
buitengewone lasten 460– 460
Totaal lasten60 90066 441– 5 541
    
Saldo van baten en lasten1 1008 339– 7 239

1 De realisatie van de omzet en de materiële apparaatskosten wordt gepresenteerd exclusief de opdrachtgebonden kosten (zie toelcihting bij algemeen). De realisatie van de omzet opdrachtgebonden kosten bedroeg in 1998 f 6,77 mln, de kosten bedroegen f 6,84 mln waardoor f 0,08 mln ten laste komt van het resultaat van Senter. De raming voor zowel omzet als materiële kosten bedroeg f 4,72 mln.

Toelichting op omvangrijke of politiek belangrijke mutaties

Algemeen

Het agentschap Senter heeft geen suppletore begrotingen ingediend waardoor de slotwetmutatie per onderscheiden post bestaat uit het verschil tussen de oorspronkelijk vastgestelde begroting en de uiteindelijk realisatie.

In 1998 is een stelselwijziging doorgevoerd met betrekking tot de opdrachtgebonden kosten. Opdrachtgebonden kosten zijn voor opdrachten aanvullend te maken kosten die volledig aan de opdrachtgever worden gefactureerd. In de ontwerp-begroting 1998 werden deze opbrengsten als omzet verantwoord, terwijl de kosten onder de lasten werden verantwoord voor hetzelfde bedrag (f 4,72 mln). Met ingang van het verslagjaar 1998 worden de omzet en de lasten gepresenteerd exclusief de opdrachtgebonden kosten, de realisatie 1998 is dus exclusief de opdrachtgebonden kosten.

Voor een uitgebreidere toelichting op aangebrachte slotwetmutaties wordt verwezen naar de financiële verantwoording van het agentschap Senter, welke is opgenomen onder wetsartikel 3 in de rekening 1998 van EZ.

Baten

De totale baten vallen f 12,8 mln hoger uit dan geraamd. Dit is met name het gevolg van een sterke stijging van binnen EZ verworven opdrachten. Het gaat hier om zowel om nieuwe opdrachten als om groei van bestaande opdrachten (ondermeer Programma Samenwerking Oost-Europa en Programma Samenwerking Indonesië, Energie-Investeringsaftrek en het CO2-programma).

Ook bij de overige departementen is een forse omzetgroei gerealiseerd. Nieuwe opdrachtgever is het Ministerie van Buitenlandse Zaken/Ontwikkelingssamenwerking en uitbreiding van de opdracht Pomphouders Grensstreek van het Ministerie van Financiën.

Lasten

* personele kosten

De personele kosten zijn ruim f 10,7 mln hoger uitgevallen dan begroot. Deze stijging wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een uitbreiding van het personeelsbestand vanwege de omzetgroei.

* materiële kosten

De raming van de materiële kosten was inclusief de opdrachtgebonden kosten van f 4,72 mln, indien hiervoor gecorrigeerd wordt bedraagt de raming f 12,0 mln, tegenover een realisatie van f 11,0 mln. Door besparingen op diverse kostensoorten blijft de realisatie achter bij de raming, ondanks de omzetgroei.

* afschrijvingskosten

De hogere realisatie op de afschrijvingskosten hangt samen met een toename van de investeringen in hardware en de éénmalige afschrijvingslast van de verbouwingskosten van de gehuurde panden.

* dotaties voorzieningen

De specificatie van deze post is als volgt:

Dotaties

voorziening personeel 662

voorziening informatisering 1 937

voorziening huisvesting 231

voorziening onderhanden werk 630

voorziening debiteuren 67

Vrijval

voorziening onderhanden werk – 646

Ten laste van de exploitatie 2 881

* onttrekkingen voorzieningen

De onttrekkingen hebben betrekking op interne projecten. Het gaat om de volgende projecten:

BAS-SIRIUS (basis administratiesysteem) – 1 925

Professionalisering Facilitair Beheer – 323

OBER (opdrachtenbudgettering en -registratie) – 110

Totaal – 2 358

* buitengewone lasten

De buitengewone last betreft een eenmalige last van de per 31 december 1998 gevormde schuld voor niet opgenomen verlofdagen.

Saldo van baten en lasten

Als gevolg van de mutaties bij de baten- en de lastenzijde van de begroting stijgt het geraamde positieve bedrijfsresultaat van Senter met f 7,3 mln tot f 8,4 mln. Het voorstel tot resultaats-bestemming is opgenomen in de financiële verantwoording van het agentschap Senter, die is opgenomen onder wetsartikel 3 in de rekening 1998 van EZ.

Kasstroom van agentschap Senter over 1998 (x f 1 000)

OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieSlotwetmutatie (+ of -) (+ = tekortschietend t.o.v. geraamd bedrag)
Rekening Courant RHB en overige liquide middelen per 1 januari5 00013 165– 8 165
    
1a saldo van baten en lasten1 1008 339– 7 239
1b aanpassing voor afschrijvingen en mutaties voorzieningen2 9002 150750
1c aanpassing voor veranderingen in het werkkapitaal– 2 20011 610– 13 810
Kasstroom uit operationele activiteiten (1)1 80022 099– 20 299
    
2b investeringen– 1 700– 3 5071 807
2c desinvesteringen000
Kasstroom uit investeringsactiviteiten (2)– 1 700– 3 5071 807
    
Kasstroom uit financieringsactiviteiten (3)000
    
Rekening Courant RHB en overige liquide middelen per 31 december5 10031 757– 26 657

Toelichting op omvangrijke of politiek belangrijke mutaties

Kasstroom uit operationele activiteiten

De hogere realisatie op de kasstroom uit operationele activiteiten is het gevolg van een afname in de positie onderhanden werk (f 2,1 mln), toename in de post crediteuren (f 1,2 mln) en overige schulden/nog te betalen kosten (f 7,1 mln) en een afname van de post debiteuren (f 0,5 mln) en nog te ontvangen vooruitbetaald (f 0,7 mln).

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

De hogere realisatie op de post investeringen is het gevolg van hogere investeringen in met name de hardware.

De Minister van Economische Zaken,

A. Jorritsma-Lebbink

Naar boven