26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

O VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 26 mei 2026

De vaste commissie voor Digitalisering1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Economische Zaken – Digitale Economie en Soevereiniteit over het voorstel voor een Verordening betreffende digitale netwerken COM(2026)16. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 31 maart 2026.

  • De antwoordbrief van 19 mei 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Digitalisering, Van Dooren

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR COMMISSIE VOOR DIGITALISERING

Aan de Staatssecretaris van Economische Zaken – Digitale Economie en Soevereiniteit

Den Haag, 31 maart 2026

De vaste commissie voor Digitalisering heeft met interesse kennisgenomen van het voorstel van de Europese Commissie voor een Verordening betreffende digitale netwerken (Digital Networks Act).2 Naar aanleiding van dit voorstel en het hierbij horende BNC-fiche wensen de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, CDA, PVV en JA21 enkele vragen te stellen aan u. De leden van de fractie van de BBB en de Fractie-Walenkamp sluiten zich aan bij deze vragen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA hebben met belangstelling de Verordening betreffende digitale netwerken en het, op onderdelen terecht kritische, BNC-fiche van de regering gelezen. In het BNC-fiche lezen deze leden dat de voorgestelde toekenningen van bevoegdheden aan de Europese Commissie «niet mogelijk is» en dat de impact niet goed te beoordelen is vanwege een niet volledige impact-analyse.3 Hierover hebben de aan het woord zijnde leden enkele vragen.

In het kader van het versterken van de Europese autonomie en concurrentiepositie komen er, deels verpakt als dereguleringsvoorstellen, veel nieuwe verordeningen/omnibussen/richtlijnen uit Europa. Uiteraard is het goed dat Europa actie onderneemt om in deze onrustige wereld de Europese positie te versterken. De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA hebben echter zorgen over de mate waarin deze verordeningen/omnibussen/richtlijnen in strijd zijn met fundamentele grondrechten, de zorgvuldigheid van het wetgevingsproces en de verdeling van bevoegdheden tussen Europese Commissie, Europees Parlement en nationale regeringen en parlementen. Deelt u deze zorgen? Graag ontvangen de aan het woord zijnde leden een toelichting op alle drie de genoemde zorgpunten. Ziet u mogelijkheden om dit, naast de inzet per verordening/omnibus/richtlijn, in meer algemene zin in Europa bespreekbaar te maken? Graag een toelichting.

Met betrekking tot de Verordening digitale netwerken vragen de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA welke Nederlandse en Europese organisaties betrokken zijn bij de uitvoering en/of het toezicht op de voorgestelde wijzigingen? Graag ontvangen deze leden een opsomming inclusief een omschrijving van hun betrokkenheid.

Daarnaast vragen deze leden of de voorgenoemde organisaties hun visie hebben gegeven op de aangekondigde wijzigingen? Zo ja, hoe luiden deze? Zo nee, bent u van plan om deze alsnog expliciet op te vragen en deze te delen met de Eerste Kamer?

Netneutraliteit

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA merken op dat netneutraliteit gelijke toegang tot alle online inhoud vereist, zonder discriminatie op basis van bron of type verkeer. Dit betekent dus dat internetproviders geen websites mogen blokkeren, vertragen of voorrang mogen geven. Ook mogen er geen betaalde fast lanes bestaan die grotere spelers bevoordelen ten koste van kleinere aanbieders. Netneutraliteit raakt dus kwesties over toegang, concurrentie, innovatie en vrijheid van meningsuiting op het internet. Wat is uw standpunt over netneutraliteit?

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA nemen kennis van de kritische reactie van de EDRi over netneutraliteit in de Verordening digitale netwerken.4 Herkent u de risico’s geschetst door de EDRi? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom wel?

De aan het woord zijnde leden lezen in een artikel van Reuters over het ontbreken van een fair share voor Big Tech bedrijven.5 Onder andere telecomoperatoren zouden teleurgesteld zijn dat grote verkeersgeneratoren (zoals Google, Meta en Netflix) grotendeels worden gespaard en geen bindende regels krijgen opgelegd om mee te betalen aan netwerkkosten. Deelt u de analyse dat er geen eerlijke verdeling van de kosten is? Graag ontvangen deze leden een toelichting.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

De leden van de CDA-fractie zijn het met de Europese Commissie eens dat verbeteringen in 5G-netwerken en toekomstige 6G-netwerken nodig zijn om betere connectiviteit te leveren aan consumenten en bedrijven, en om uitrol op grotere schaal te kunnen faciliteren.6 Zeker in de huidige tijden is dat nodig voor een sterk concurrentievermogen en een stevige innovatiekracht van de Europese Unie. De leden van de CDA-fractie kunnen zich ook goed vinden in de stellingname van de regering. Tegelijkertijd hebben deze leden wel behoefte aan een meer concreet inzicht in wat de voorstellen van de Europese Commissie in de praktijk voor Nederlandse bedrijven en Nederlandse burgers gaan betekenen. Binnen deze context wensen zij de volgende vragen voor te leggen.

Deze leden vragen welke concrete consequenties deze verordening in de praktijk heeft met haar maatregelen voor Nederlandse bedrijven en Nederlandse burgers? Zal de verordening leiden tot kansen voor Nederlandse bedrijven? Wat zijn de risico’s en welke kostenconsequenties hangen hiermee samen?

Daarnaast vragen de aan het woord zijnde leden hoe realistisch het tijdspad van de diverse veranderingen voor zowel de uitvoeringsorganisaties als voor de Nederlandse bedrijven is? Is hierbij aandacht voor grote bedrijven, maar ook voor het midden- en kleinbedrijf?

De leden van de CDA-fractie merken op dat het doel van de Europese Commissie is om de digitale infrastructuur in de Europese Unie meer toekomstbestendig, meer uniform en daardoor meer toegankelijk te maken.7 Welke voordelen heeft dit voor de Big Tech bedrijven uit de Verenigde Staten? Wordt voor deze bedrijven Europa ook meer toegankelijk?

Ook nemen deze leden notitie van het feit dat de regering aangeeft dat Nederland vooroploopt bij het realiseren van de digitale infrastructuur.8 In hoeverre belemmeren deze voorstellen de ontwikkeling binnen Nederland? Zal Nederland aanpassingen moeten realiseren?

Deze leden stellen daarnaast vast dat het voorstel een zogenaamde Single Passport-procedure introduceert.9 Dit betekent dat een aanbieder van openbare elektronische communicatienetwerken of -diensten die in meerdere lidstaten actief wil zijn, kan volstaan met registratie bij de nationale toezichthouder in één van de EU-lidstaten. Kan Nederland hierdoor ook concurrentie van andere aanbieders uit de lidstaten van de EU verwachten?

De leden van de CDA-fractie lezen in het BNC-fiche over de diverse wijzigingen die de regering voor ogen heeft. Kan u aangeven welke wijzigingen u essentieel vindt om al of niet akkoord te gaan met de voorstellen van de Europese Commissie in deze?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV

De leden van de fractie van de PVV hebben de stukken aandachtig gelezen en hebben hierover nog enige vragen.

De leden van de PVV-fractie lezen in het BNC-fiche dat de Europese Commissie de bevoegdheid krijgt om een EU-spectrumstrategie en spectrumroutekaarten op te stellen, alsook het voorstel om vergunningen en toegang tot de markt op Europees niveau te regelen.10 Dit soort vergunningen zijn cruciaal voor netwerken én media. De aan het woord zijnde leden vrezen echter dat als onbedoeld neveneffect met name de grensgebieden benadeeld kunnen worden voor wat betreft de landelijke dekking, waarvan het nationale doel een volledig landelijke dekking voor snel internet en 5G is. Dit lezen deze leden gelukkig ook terug in het regeringsstandpunt. Deze leden zouden graag van u vernemen welke stappen u gaat ondernemen om dit tegen te gaan.

Deelt u de vrees van de leden van de PVV-fractie dat het doel om EU-regels voor connectiviteitsnetwerken te moderniseren, te vereenvoudigen en te harmoniseren onherroepelijk zal leiden tot afbreuk van de ex-ante regulering zoals tot op heden wordt toegepast binnen ons koninkrijk? Hoe denkt u verstoring van de nationale markt en haar innovatieve kracht door transnationale aanbieders met al dan niet een schaalvoordelen tegen te gaan? Daarnaast vernemen deze leden graag van u hoe hoog u het risico inschat dat deze verordening leidt tot het afschalen van investeringen in glasvezel en 5G/6G door nationale partijen.

Voorts lezen de aan het woord zijnde leden in het BNC-fiche over de introductie van een zogenoemde Single Passport Procedure11, waarbij kan volstaan met registratie bij de nationale toezichthouder in één van de EU-lidstaten om zodoende in meerderde lidstaten actief te zijn. Deze leden delen de zorgen van de regering dat introductie hiervan ertoe kan leiden dat bedrijven het soepelste land kiezen om zich in te schrijven en daarmee de nationale controle ondermijnen. De leden van de PVV-fractie zouden daarom graag vernemen hoe u dit onder de aandacht gaat brengen en of u voornemens bent hier duidelijke grenzen bij te stellen?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van JA21

De leden van de fractie van JA21 hebben met belangstelling kennisgenomen van het BNC-fiche inzake het voorstel voor een Verordening betreffende digitale netwerken en wenst u hierover nog enkele vragen te stellen.

Deze leden lezen in het BNC-fiche dat de regering geen voorstander stelt te zijn van de voorgestelde maatregelen op het gebied van het spectrumbeleid.12 Kunt u nader toelichten van welke van de voorgestelde maatregelen u geen voorstander bent en toelichten waarom? Op welke wijze vertaalt deze positie zich in de nationale implementatie van deze maatregelen in Nederland?

De leden van de fractie van JA21 merken op dat de regering aangeeft dat zij van mening is dat nationaal maatwerk belangrijk blijft om in te kunnen spelen op nationale omstandigheden voor het bevorderen van draadloze digitale connectiviteit.13 Zo stelt de regering in het fiche dat de voorgestelde aanpak nadelig kan zijn voor landen als Nederland. Kunt u concretiseren wat u bedoelt met de mogelijke verslechtering van de situatie voor Nederland als gevolg van de voorgestelde aanpak voor het bevorderen van draadloze digitale connectiviteit? Welke precieze negatieve gevolgen voorziet u daarbij voor Nederland? In hoeverre vindt hierover afstemming plaats met lidstaten, die net als Nederland, momenteel bovengemiddeld presteren?

De regering stelt dat het opleggen van gerichte maatregelen in de praktijk al reeds mogelijk is op basis van bestaande regelgeving.14 De leden van de fractie van JA21 vragen hoe u de noodzaak en proportionaliteit van de voorgestelde maatregelen beoordeelt, mede gelet op het feit dat het opleggen van de voorliggende maatregelen reeds mogelijk is op bestaande regelgeving?

Deze leden merken op dat de regering aangeeft grote risico’s te zien in het voorstel tot het verstrekken van frequentievergunningen van onbeperkte duur.15 Onder andere voor defensiesystemen zou dit volgens de regering problematisch kunnen zijn. Kunt u concreet uiteenzetten welke operationele en technologische risico’s voor defensiesystemen ontstaan als gevolg van het verstrekken van frequentievergunningen van onbeperkte duur? De leden van de fractie van JA21 vernemen in dit kader graag welke beheersmaatregelen de regering voorstelt om de gesignaleerde risico’s te mitigeren.

De commissie Digitalisering ziet met belangstelling uit naar uw antwoorden en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor commissie voor Digitalisering, G.V.M. Veldhoen

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN – DIGITALE ECONOMIE EN SOEVEREINITEIT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 mei 2026

Hierbij zend ik u de antwoorden op schriftelijke vragen inzake het voorstel voor een Verordening betreffende digitale netwerken (180403, ingezonden 31 maart 2026).

De Staatssecretaris van Economische Zaken – Digitale Economie en Soevereiniteit, W.J.M. Aerdts

180403

1

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA hebben echter zorgen over de mate waarin deze verordeningen/omnibussen/richtlijnen in strijd zijn met fundamentele grondrechten, de zorgvuldigheid van het wetgevingsproces en de verdeling van bevoegdheden tussen Europese Commissie, Europees Parlement en nationale regeringen en parlementen. Deelt u deze zorgen? Graag ontvangen de aan het woord zijnde leden een toelichting op alle drie de genoemde zorgpunten. Ziet u mogelijkheden om dit, naast de inzet per verordening/omnibus/richtlijn, in meer algemene zin in Europa bespreekbaar te maken? Graag een toelichting.

Antwoord

Het kabinet hecht waarde aan de eerbiediging van de fundamentele grondrechten, de zorgvuldigheid van het wetgevingsproces en de verdeling van bevoegdheden tussen de EU-instellingen, lidstaten en nationale parlementen. Dit geldt ook wanneer het gaat om de nieuwe voorstellen ten behoeve van de versterking van de Europese autonomie en concurrentiepositie. Voor elke voorstel beoordeelt het kabinet genoemde aspecten in het BNC-fiche. Op basis van deze beoordeling bepaalt het kabinet zijn inzet voor de Europese onderhandelingen.

2

Met betrekking tot de Verordening digitale netwerken vragen de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA welke Nederlandse en Europese organisaties betrokken zijn bij de uitvoering en/of het toezicht op de voorgestelde wijzigingen? Graag ontvangen deze leden een opsomming inclusief een omschrijving van hun betrokkenheid.

Antwoord

Zoals uiteengezet in het BNC-fiche zijn de Nederlandse uitvoerings- en toezichtorganisaties die betrokken zijn bij de DNA, de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI). Het kabinet staat in nauw contact met beide organisaties en stemt waar nodig goed met hen af, zoals ook bij de totstandkoming van het BNC-fiche.

De ACM is de nationale toezichthouder voor de telecommarkt. De ACM voert onder andere marktanalyses uit, stelt aanmerkelijke marktmacht vast en legt waar nodig toegangsverplichtingen op aan aanbieders. Onder het DNA-voorstel krijgt de ACM een aanvullende taak in de vorm van het organiseren van het nieuwe conciliatiemechanisme. Dit houdt in dat de ACM op verzoek van marktpartijen bemiddelingsgesprekken organiseert, informatie uitwisselt met BEREC en verslag legt van de bemiddelingen.

De RDI is belast met de uitvoering van frequentiewerkzaamheden en het toezicht op het frequentiespectrum. Het DNA-voorstel beoogt een fundamentele systeemwijziging van frequentiebeleid, met naar verwachting aanzienlijke gevolgen voor de werkzaamheden van de RDI. Met name op het gebied van satellietcommunicatie verschuift de verantwoordelijkheid voor frequentie-autorisatie deels naar de Commissie, maar blijft de administratie en handhaving op nationaal niveau bij de RDI liggen.

De Europese uitvoerings- en toezichtorganisaties zijn BEREC, het Office for Digital Networks (ODN), Radio Spectrum Policy Body (RSPB) en de Europese Commissie.

BEREC (het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie) krijgt onder het DNA-voorstel uitgebreide adviserende en normstellende taken. BEREC publiceert richtlijnen voor ecosysteemcoöperatie, rapporteert tweejaarlijks over het functioneren van het conciliatiemechanisme en stelt het Union Preparedness Plan for Digital Infrastructure op, dat bijdraagt aan de weerbaarheid van digitale netwerken in de EU.

Het ODN is een nieuw op te richten orgaan dat het huidige ondersteunende bureau van BEREC vervangt. Het ODN voert ondersteunende en beheerstaken uit voor zowel BEREC als de nieuwe RSPB, door de ondersteunende diensten en het management van beide organen samen te voegen.

De RSPB vervangt de huidige Radio Spectrum Policy Group (RSPG). De RSPB heeft tot taak de Commissie te assisteren en adviseren op het gebied van spectrumbeleid. De RSPB werkt nauw samen met BEREC via gezamenlijke werkgroepen.

De Commissie krijgt onder het DNA-voorstel nieuwe bevoegdheden op het gebied van uitvoering en toezicht. Zo stelt zij een EU-spectrumstrategie op, stelt zij via uitvoeringsbesluiten EU-brede spectrumroutekaarten vast en krijgt zij een centrale rol bij de autorisatie van satellietcommunicatie.

3

Daarnaast vragen deze leden of de voorgenoemde organisaties hun visie hebben gegeven op de aangekondigde wijzigingen? Zo ja, hoe luiden deze? Zo nee, bent u van plan om deze alsnog expliciet op te vragen en deze te delen met de Eerste Kamer?

Antwoord

Het kabinet staat in nauw contact met beide organisaties en stemt waar nodig goed met hen af, zoals ook bij het BNC-fiche. Daarbij hebben van de voornoemde organisaties de ACM, gezamenlijk met andere nationale regelgevende instanties (NRI’s), vóór de publicatie van de DNA een non-paper uitgebracht,16 en publiceerde BEREC recentelijk een inhoudelijke beoordeling van het voorstel.17 In het gezamenlijk non-paper stellen de NRI’s onder meer dat het behoud van effectieve mededingingskader, inclusief de huidige fusieregels en het wegnemen van toetrededingdrempels, onmisbaar is voor een goed functionerende interne markt. Dit standpunt wordt nadrukkelijk gedeeld door het kabinet.

BEREC verwelkomt in haar beoordeling de ambitie in de DNA om het regelgevend kader voor de Europese connectiviteitssector te moderniseren en veerkrachtige, duurzame digitale netwerken te ondersteunen, maar wijst tegelijkertijd op belangrijke aandachtspunten. Zo uit BEREC bezorgdheid over de verdere verschuiving van bevoegdheden naar Europees niveau, en benadrukt zij het belang van het behoud van een robuust mededingingskader, de onafhankelijkheid van nationale regelgevende instanties, en adequate bescherming van consumentenrechten, toegankelijkheid en betaalbaarheid.

4

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA merken op dat netneutraliteit gelijke toegang tot alle online inhoud vereist, zonder discriminatie op basis van bron of type verkeer. Dit betekent dus dat internetproviders geen websites mogen blokkeren, vertragen of voorrang mogen geven. Ook mogen er geen betaalde fast lanes bestaan die grotere spelers bevoordelen ten koste van kleinere aanbieders. Netneutraliteit raakt dus kwesties over toegang, concurrentie, innovatie en vrijheid van meningsuiting op het internet. Wat is uw standpunt over netneutraliteit?

Antwoord

Nederland is het eerste land in Europa geweest dat de principes van netneutraliteit bij wet heeft vastgelegd. Zoals uiteengezet in het BNC-fiche hecht het kabinet dan ook grote waarde aan het behoud van de openinternet-principes, waar netneutraliteit een essentieel onderdeel van is. In het DNA-voorstel zijn de bepalingen vanuit de Open Internet Verordening (OIR) in grotendeels ongewijzigde vorm opgenomen in de DNA. Het kabinet zet zich bij de onderhandelingen in voor behoud van netneutraliteit.

5

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA nemen kennis van de kritische reactie van de EDRi over netneutraliteit in de Verordening digitale netwerken. Herkent u de risico’s geschetst door de EDRi? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom wel?

Antwoord

Het kabinet kan zich over het algemeen vinden in de kritische reactie van de EDRi over het opnemen van de open internet principes in de DNA, waaronder ook de netneutraliteitsbepalingen. Zo stelt het kabinet in het BNC-fiche dat het kabinet vragen heeft bij de meerwaarde van het onderbrengen van netneutraliteitsbepalingen in de DNA. Wel is het kabinet positief dat de bepalingen in grotendeels ongewijzigde vorm zijn overgenomen. Ook heeft het kabinet in de Raad reeds vragen gesteld over een aantal van de overwegingen vanuit de Open Internet Verordening die niet worden overgenomen in de DNA. Als laatste stelt het kabinet dat het conciliatiemechanisme bij IP-interconnectie zich onbedoeld kan lenen voor misbruik ten nadele van middelgrote en kleinere content- en applicatieaanbieders. Dit zou kunnen resulteren in een vorm van netwerkheffingen onder de noemer fair share. Ook het EDRi noemt dit een «gevaarlijk idee».

6

De aan het woord zijnde leden lezen in een artikel van Reuters over het ontbreken van een fair share voor Big Tech bedrijven. Onder andere telecomoperatoren zouden teleurgesteld zijn dat grote verkeersgeneratoren (zoals Google, Meta en Netflix) grotendeels worden gespaard en geen bindende regels krijgen opgelegd om mee te betalen aan netwerkkosten. Deelt u de analyse dat er geen eerlijke verdeling van de kosten is? Graag ontvangen deze leden een toelichting.

Antwoord

Het kabinet is bekend met het signaal van enkele telecomoperatoren dat zij teleurgesteld zijn over het ontbreken van zogenoemde fair share voor de kosten van het netwerk. Het kabinet deelt deze analyse niet en neemt nadrukkelijk afstand van de terminologie «fair share» en «grote verkeersgeneratoren». Het zou namelijk in feite een tolheffing zijn van de telecomaanbieder aan de aanbieders van online diensten, voor internetverkeer dat al door de consument wordt betaald via diens internetabonnement. Het uitgangspunt van netneutraliteit is dat telecomaanbieders vrij en open toegang moeten bieden tot het internet. Zij mogen internetdiensten, websites of apps niet zomaar blokkeren, of meer kosten vragen voor het gebruik van bepaalde websites of apps. Consumenten betalen via hun internetabonnement aan de telecomaanbieder voor het internetverkeer en zij zijn vrij om te kiezen welke diensten zij via de internetverbinding willen gebruiken. Als er geen populaire diensten zoals genoemd door de vragensteller zouden zijn, zou er ook minder betalingsbereidheid bij consumenten zijn voor een internetabonnement bij de telecomaanbieder. Bovendien is er geen sprake is van aantoonbaar marktfalen. Het overgrote deel van interconnectieovereenkomsten wordt uitgevoerd zonder dat daarbij geschillen ontstaan, waarbij de telecommunicatieoperatoren connectiviteit als dienst aanbieden aan derden. Het introduceren van heffingen zou het bestaande marktmodel verstoren. Bij de introductie van netwerkheffingen worden middelgrote en kleinere content- en applicatieaanbieders mogelijk disproportioneel hard geraakt, wat juist ten nadele kan zijn van Europese start- en scale-ups ten opzichte van Big Tech bedrijven.

7

Deze leden vragen welke concrete consequenties deze verordening in de praktijk heeft met haar maatregelen voor Nederlandse bedrijven en Nederlandse burgers? Zal de verordening leiden tot kansen voor Nederlandse bedrijven? Wat zijn de risico’s en welke kostenconsequenties hangen hiermee samen?

Antwoord

Het DNA-voorstel brengt voor Nederlandse bedrijven zowel kansen als risico’s. Zo profiteren grensoverschrijdend opererende telecomaanbieders van de Single Passport Procedure en harmonisatie van het wetgevend kader, wat administratieve lasten en kosten verlaagt. Tegelijkertijd brengt het voorstel nieuwe verplichtingen met zich mee die kunnen zorgen voor een mogelijke verhoging van de regeldruk voor bedrijven, waaronder het midden- en kleinbedrijf. Onder meer door de beoogde uitfasering van kopernetwerken, waarvoor aanbieders verplicht uitfaseringsplannen moeten opstellen, en door het conciliatiemechanisme, waarbij het kabinet vraagtekens plaatst bij de daadwerkelijke vrijwilligheid en de gevolgen voor kleinere content- en applicatieaanbieders. Voor Nederlandse burgers worden geen directe gevolgen verwacht. Het vangnet van de universele dienst en de netneutraliteitsregels blijven gehandhaafd, wat open internettoegang en betaalbare diensten voor consumenten waarborgt.

Opgemerkt dient te worden dat een precieze kwantificering van de totale kosten en regeldrukeffecten niet mogelijk is omdat het impact assessment van de Commissie onvoldoende specifiek is voor de Nederlandse situatie. Het kabinet zal de Commissie hierover bevragen en zo nodig Nederlandse ondernemingen zelf raadplegen.

8

Daarnaast vragen de aan het woord zijnde leden hoe realistisch het tijdspad van de diverse veranderingen voor zowel de uitvoeringsorganisaties als voor de Nederlandse bedrijven is? Is hierbij aandacht voor grote bedrijven, maar ook voor het midden- en kleinbedrijf?

Antwoord

Zoals aangegeven in het BNC-fiche is het DNA-voorstel op dit moment onvoldoende helder om goed inzicht te hebben in de gevolgen voor de uitvoerings- en handhavingsorganisaties, aangezien de verantwoordelijkheden voor deze organisaties divers en complex van aard zijn. Later in het proces zal een uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets door de betrokken organisaties worden uitgevoerd, die deze gevolgen beter inzichtelijk moet maken. Ook houdt het kabinet in de onderhandeling expliciet rekening met de gevolgen voor midden- en kleinbedrijven.

Het kabinet acht daarnaast de voorgestelde inwerkingtredings- en implementatietermijn onvoldoende. Het voorstel gaat uit van inwerkingtreding op de twintigste dag na publicatie, waarna het overgrote deel van de verordening na zes maanden van toepassing wordt. Gezien de ingrijpende gevolgen voor de Nederlandse regelgeving is meer tijd nodig voor een zorgvuldig wetgevingsproces en een adequate betrokkenheid van het parlement. Het kabinet zal zich daarom inzetten op een langere implementatietermijn. Hierbij zal het kabinet expliciet rekening houden met zowel grote, als met de midden- en kleinbedrijven.

9

De leden van de CDA-fractie merken op dat het doel van de Europese Commissie is om de digitale infrastructuur in de Europese Unie meer toekomstbestendig, meer uniform en daardoor meer toegankelijk te maken. Welke voordelen heeft dit voor de Big Tech bedrijven uit de Verenigde Staten? Wordt voor deze bedrijven Europa ook meer toegankelijk?

Antwoord

Zoals in het BNC-fiche aangegeven verwelkomt het kabinet het voorstel om hiermee bij te dragen aan een toekomstbestendige digitale infrastructuur in de EU. Dit draagt ook bij aan het verdiepen van de interne markt voor telecom. In de vraag wordt gedoeld op voordelen voor Big Tech bedrijven om telecomdiensten aan te bieden in de EU, zouden deze bedrijven in theorie dezelfde voordelen uit een interne markt hebben als bestaande telecomaanbieders die in meerdere lidstaten actief zijn. Het kabinet ziet daarbij echter niet direct een aanleiding om te denken dat Big Tech bedrijven deze diensten aan gaan bieden, aangezien zij nu in een ander deel van de digitale stack actief zijn. Ook in de Verenigde Staten worden telecomdiensten niet op grote schaal aangeboden door de Big Tech bedrijven. In het geval in deze vraag wordt gedoeld op een hogere toegankelijkheid voor het aanbieden van bestaande producten en diensten, is het niet te verwachten dat een sterkere interne markt voor telecom van grote invloed is voor de dienstverlening van Big Tech bedrijven uit de Verenigde Staten.

10

Ook nemen deze leden notitie van het feit dat de regering aangeeft dat Nederland vooroploopt bij het realiseren van de digitale infrastructuur. In hoeverre belemmeren deze voorstellen de ontwikkeling binnen Nederland? Zal Nederland aanpassingen moeten realiseren?

Antwoord

In het algemeen is Nederland voorstander van meer harmonisering van het wetgevend kader voor telecom waar mogelijk. Dat mag echter naar het standpunt van het kabinet niet ten koste gaan van de uitstekende digitale infrastructuur in Nederland. Voor het in stand houden daarvan en om deze nog verder te versterken is het essentieel dat Nederland, net als alle andere lidstaten, de mogelijkheid blijft behouden om nationale omstandigheden mee te wegen en met name op het terrein van frequentiebeleid maatwerk te kunnen blijven verrichten. Zulk maatwerk is hard nodig om rekening te kunnen houden met specifieke nationale geografische, demografische en markteconomische factoren. Het kabinet zet zich hiervoor in.

11

Deze leden stellen daarnaast vast dat het voorstel een zogenaamde Single Passport-procedure introduceert. Dit betekent dat een aanbieder van openbare elektronische communicatienetwerken of -diensten die in meerdere lidstaten actief wil zijn, kan volstaan met registratie bij de nationale toezichthouder in één van de EU-lidstaten. Kan Nederland hierdoor ook concurrentie van andere aanbieders uit de lidstaten van de EU verwachten?

Antwoord

Zoals in het BNC-fiche aangegeven verwacht het kabinet dat de introductie van een zogenaamde Single Passport-procedure zal leiden tot een regeldrukvermindering voor aanbieders die in meerdere lidstaten actief zijn. Hierdoor zou het voor internetaanbieders die al in andere EU-lidstaten actief zijn eenvoudiger moeten worden om ook in Nederland actief te worden. Daarbij verwacht het kabinet dat de registratie voor telecomaanbieders in Nederland momenteel een relatief beperkte administratieve last is, en een Single Passport daarbij niet doorslaggevend zal zijn voor veel aanbieders om nu diensten aan te gaan bieden in Nederland.

12

De leden van de CDA-fractie lezen in het BNC-fiche over de diverse wijzigingen die de regering voor ogen heeft. Kan u aangeven welke wijzigingen u essentieel vindt om al of niet akkoord te gaan met de voorstellen van de Europese Commissie in deze?

Antwoord

Het kabinet onderschrijft in beginsel het voorstel en de doelstelling om bij te dragen aan toekomstbestendige digitale infrastructuur in de EU, zoals ook beschreven in het Nederlandse non-paper over digitale connectiviteit.18 Daarbij heeft het kabinet een aantal prioriteiten gesteld, zoals ook aangegeven in het BNC-fiche. Het kabinet zet zich tijdens de onderhandelingen primair in voor het behoud van effectieve mededinging voor telecom waaronder het voorkomen van een oneindige vergunningsduur, de openinternet-principes en voldoende ruimte voor nationaal maatwerk bij het frequentiebeleid.

13

De leden van de PVV-fractie lezen in het BNC-fiche dat de Europese Commissie de bevoegdheid krijgt om een EU-spectrumstrategie en spectrumroutekaarten op te stellen, alsook het voorstel om vergunningen en toegang tot de markt op Europees niveau te regelen. Dit soort vergunningen zijn cruciaal voor netwerken én media. De aan het woord zijnde leden vrezen echter dat als onbedoeld neveneffect met name de grensgebieden benadeeld kunnen worden voor wat betreft de landelijke dekking, waarvan het nationale doel een volledig landelijke dekking voor snel internet en 5G is. Dit lezen deze leden gelukkig ook terug in het regeringsstandpunt. Deze leden zouden graag van u vernemen welke stappen u gaat ondernemen om dit tegen te gaan.

Antwoord

Zoals eerder aangegeven in het BNC-fiche erkent het kabinet het belang van zoveel mogelijk, op internationaal niveau en anders op EU-niveau, harmoniseren van frequentiebestemmingen. Daarbij is het kabinet van mening dat nationaal maatwerk belangrijk blijft om in te kunnen spelen op nationale omstandigheden en beleidsdoelen te kunnen hanteren voor het bevorderen van internettoegang via vaste en draadloze verbindingen en toepassingen overal in Nederland. Bij beleidsdoelen kan gedacht worden aan de mogelijkheid om specifieke nationale eisen te stellen aan de kwaliteit en snelheid van de mobiele netwerken. Nationale omstandigheden betreffen bijvoorbeeld de invloed van specifieke geografische en demografische kenmerken. Zo heeft Nederland in vergelijking tot veel andere landen een vlakke oppervlakte en is het dichtbevolkt, zonder grote buitengebieden. Radio-technisch zijn er daarom andere mogelijkheden dan in bijvoorbeeld bergachtige gebieden. De dekking van vaste- en mobiele netwerken in Nederland is momenteel van een hoog niveau, ook in de grensgebieden van Nederland en dat moet volgens het Kabinet zo blijven. Zo blijkt uit de metingen van de RDI dat de drie mobiele netwerkaanbieders voldoen aan de dekkings- en snelheidsverplichting, ook in de gemeten grensgemeenten.19

Het kabinet ziet risico’s in het verder verbreden en verplichten van harmonisatie in het Nationaal Frequentieplan omdat, gegeven onder andere de geografie en demografie van Nederland maar ook de marktvraag, de frequentiebestemmingen niet optimaal worden vastgesteld. Een gevolg hiervan kan zijn dat voor Nederland de frequenties niet bestemd worden voor het gebruik dat met de meeste maatschappelijke waarde opbrengt. Ook is het (her)bestemmen van vergunningen voor nieuwe toepassingen moeilijker. Het is daarom, volgens het kabinet, niet wenselijk om meer centralisatie bij de Commissie te leggen op het gebied van beslissingsbevoegdheid over frequentiebeleid.

Het kabinet zal zich inzetten voor een proportioneel voorstel waarbij zo veel mogelijk op internationaal niveau en anders op EU-niveau harmonisatie van frequentiebestemmingen mogelijk gemaakt kan worden, maar ook de mogelijkheid blijft bestaan om nationaal maatwerk te leveren. Zoals aangegeven in het fiche, zal de meerderheid van de lidstaten kritisch staan tegenover het afstaan van de beslissingsbevoegdheid over frequentiebeleid aan de Commissie. Het kabinet zal zich inzetten om met deze lidstaten samen op te trekken om tot een proportioneel voorstel te komen.

14

Deelt u de vrees van de leden van de PVV-fractie dat het doel om EU-regels voor connectiviteitsnetwerken te moderniseren, te vereenvoudigen en te harmoniseren onherroepelijk zal leiden tot afbreuk van de ex-ante regulering zoals tot op heden wordt toegepast binnen ons koninkrijk?

Antwoord

Het kabinet vindt concurrentie in de telecommunicatiemarkt van groot belang voor eindgebruikers en voor de ontwikkeling van innovatieve toepassingen. Het kabinet hecht dan ook aan het behoud van de mogelijkheid tot ex-ante toegangsregulering op nationale schaal. Er moet immers naar de nationale marktomstandigheden kunnen worden gekeken. Het kabinet trekt hier gezamenlijk op met andere lidstaten om dit blijvend te borgen in het DNA-voorstel.

15

Hoe denkt u verstoring van de nationale markt en haar innovatieve kracht door transnationale aanbieders met al dan niet een schaalvoordelen tegen te gaan?

Antwoord

Het kabinet is met de vragensteller eens dat verstoring van de markt en haar innovatieve kracht niet gewenst zijn. Het is echter de vraag of transnationale aanbieders dit persé zouden verstoren; het is immers mogelijk dat zij ook kunnen bijdragen aan een krachtige en innovatieve Nederlandse telecommunicatiemarkt.

16

Daarnaast vernemen deze leden graag van u hoe hoog u het risico inschat dat deze verordening leidt tot het afschalen van investeringen in glasvezel en 5G/6G door nationale partijen.

Antwoord

Investeringen in glasvezel hebben tot dus ver geen reden tot zorg gegeven gelet op de feitelijke uitrol. Wat betreft de Nederlandse situatie, en specifiek die in de buitengebieden, is de aanleg van glasvezel al zeer ver gevorderd.20

Verder kan opgemerkt worden dat het kabinet kritisch is op de veel langere vergunningsduur voor mobiele communicatie en de eventueel ruimere mogelijkheden tot verlenging van vergunningen zoals voorgesteld in de DNA. Er moet op worden toegezien dat langdurige bestendiging van de markt er niet toe leidt dat concurrentie- en innovatieprikkels verminderen.

17

Voorts lezen de aan het woord zijnde leden in het BNC-fiche over de introductie van een zogenoemde Single Passport Procedure, waarbij kan volstaan met registratie bij de nationale toezichthouder in één van de EU-lidstaten om zodoende in meerderde lidstaten actief te zijn. Deze leden delen de zorgen van de regering dat introductie hiervan ertoe kan leiden dat bedrijven het soepelste land kiezen om zich in te schrijven en daarmee de nationale controle ondermijnen. De leden van de PVV-fractie zouden daarom graag vernemen hoe u dit onder de aandacht gaat brengen en of u voornemens bent hier duidelijke grenzen bij te stellen?

Antwoord

Het kabinet signaleert in het BNC-fiche het risico dat de Single Passport Procedure onbedoeld de deur zou kunnen openen naar een situatie waarbij internationale spelers zich vestigen in een land met de laagste kwaliteit van toezicht («forum-shopping»). Het kabinet zal om deze reden dit tijdens de onderhandelingen onder de aandacht brengen. Hierbij kan worden gedacht aan een kader met het dagelijkse toezicht door de nationale toezichthouder, ongeacht in welk land het bedrijf gevestigd is.

18

Deze leden lezen in het BNC-fiche dat de regering geen voorstander stelt te zijn van de voorgestelde maatregelen op het gebied van het spectrumbeleid. Kunt u nader toelichten van welke van de voorgestelde maatregelen u geen voorstander bent en toelichten waarom? Op welke wijze vertaalt deze positie zich in de nationale implementatie van deze maatregelen in Nederland?

Antwoord

Zoals eerder aangegeven in het BNC-fiche erkent het kabinet het belang van zoveel mogelijk op internationaal niveau en anders op EU-niveau harmoniseren van frequentiebestemmingen. Echter is het kabinet van mening dat nationaal maatwerk belangrijk blijft om in te kunnen spelen op nationale omstandigheden en beleidsdoelen voor het bevorderen van draadloze toepassingen. Bij beleidsdoelen kan gedacht worden aan de mogelijkheid om specifieke nationale eisen te stellen aan de kwaliteit en snelheid van de mobiele netwerken. Nationale omstandigheden betreffen bijvoorbeeld de invloed van specifieke geografische en demografische kenmerken. Zo heeft Nederland in vergelijking tot veel andere landen een vlakke oppervlakte en is het dichtbevolkt, zonder grote buitengebieden. Radio-technisch zijn er daarom andere mogelijkheden dan in bijvoorbeeld bergachtige gebieden. Het kabinet ziet risico’s in het verder verbreden en verplichten van harmonisatie in het Nationaal Frequentieplan omdat, gegeven onder andere de geografie en demografie van Nederland maar ook de marktvraag, de frequentiebestemmingen niet optimaal worden vastgesteld.

19

De leden van de fractie van JA21 merken op dat de regering aangeeft dat zij van mening is dat nationaal maatwerk belangrijk blijft om in te kunnen spelen op nationale omstandigheden voor het bevorderen van draadloze digitale connectiviteit. Zo stelt de regering in het fiche dat de voorgestelde aanpak nadelig kan zijn voor landen als Nederland. Kunt u concretiseren wat u bedoelt met de mogelijke verslechtering van de situatie voor Nederland als gevolg van de voorgestelde aanpak voor het bevorderen van draadloze digitale connectiviteit? Welke precieze negatieve gevolgen voorziet u daarbij voor Nederland? In hoeverre vindt hierover afstemming plaats met lidstaten, die net als Nederland, momenteel bovengemiddeld presteren?

Antwoord

Een gevolg hiervan kan zijn dat voor Nederland de frequenties niet bestemd worden voor het gebruik dat met de meeste maatschappelijke waarde opbrengt. Ook is het (her)bestemmen van vergunningen voor nieuwe toepassingen moeilijker. Het is daarom, volgens het kabinet, niet wenselijk om meer centralisatie bij de Commissie te leggen op het gebied van beslissingsbevoegdheid over frequentiebeleid.

Zoals aangegeven in het BNC-fiche, zal de meerderheid van de lidstaten kritisch staan tegenover het afstaan van de beslissingsbevoegdheid over frequentiebeleid aan de Commissie. Het kabinet zal zich inzetten om met deze lidstaten samen op te trekken om tot een proportioneel voorstel te komen.

20

De regering stelt dat het opleggen van gerichte maatregelen in de praktijk al reeds mogelijk is op basis van bestaande regelgeving. De leden van de fractie van JA21 vragen hoe u de noodzaak en proportionaliteit van de voorgestelde maatregelen beoordeelt, mede gelet op het feit dat het opleggen van de voorliggende maatregelen reeds mogelijk is op bestaande regelgeving?

Antwoord

Zoals eerder aangegeven in het BNC-fiche zet het kabinet een kanttekening bij de voorgestelde inperking van de bevoegdheid van nationale overheden op frequentiebeleid als gevolg van nieuwe voorschriften en aangekondigde uitvoeringshandelingen. Het kabinet is van mening dat nationaal maatwerk belangrijk blijft om in te kunnen spelen op nationale omstandigheden en beleidsdoelen voor het bevorderen van draadloze digitale connectiviteit, ook in buitengebieden. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om dekkings- en snelheidsverplichtingen op te leggen in vergunningsvoorwaarden. Het kabinet is daarom voorstander van het behouden van mogelijkheden voor nationaal maatwerk.

21

Deze leden merken op dat de regering aangeeft grote risico’s te zien in het voorstel tot het verstrekken van frequentievergunningen van onbeperkte duur. Onder andere voor defensiesystemen zou dit volgens de regering problematisch kunnen zijn. Kunt u concreet uiteenzetten welke operationele en technologische risico’s voor defensiesystemen ontstaan als gevolg van het verstrekken van frequentievergunningen van onbeperkte duur? De leden van de fractie van JA21 vernemen in dit kader graag welke beheersmaatregelen de regering voorstelt om de gesignaleerde risico’s te mitigeren.

Antwoord

De risico’s betreffen de mogelijk negatieve effecten op de concurrentie in de mobiele telecommunicatiemarkt en daarmee op noodzakelijke prikkels tot innovatie. Daarnaast zullen oneindige vergunningsduren het veel moeilijker maken om banden in de toekomst een andere bestemming te geven als de maatschappelijke behoefte daarom vraagt. Het is belangrijk dat nationale autoriteiten flexibel kunnen inspelen op specifieke spectrumbehoeften zonder te worden ingeperkt door EU-brede, in tijd onbegrensde licenties voor draadloze breedbanddiensten. Naast defensiesystemen zijn er nog tal van andere systemen die deze nationale flexibiliteit nodig hebben. Zo kan het ook voor andere publieke taken maar ook voor privaat gebruik nodig zijn om maatwerk op nationaal niveau te leveren.

Wat betreft de vraag van de fractie van JA21 over de risico’s van defensiesystemen kan hier nog het volgende over worden toegelicht. De aard van moderne oorlogsvoering is veranderd, waarbij er meer complexe hybride conflicten zijn en daarmee het belang van een technologische voorsprong steeds belangrijker wordt voor een militair voordeel. Wanneer oneindige vergunningsduren de mogelijkheid tot herbestemmen van frequentiespectrum beperkt, kan dat mogelijk de snelheid beïnvloeden van technologische ontwikkelingen die frequenties nodig hebben op het gebied van defensiesystemen.


X Noot
1

Samenstelling:

Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Goossen (BBB), Hartog (Volt), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Kanis (D66), Lievense (BBB), Van Meenen (D66), Musa (VVD), Nicolaï (PvdD), Van den Oetelaar (FVD), Panman (BBB) (ondervoorzitter), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Steenkamp (CDA), Talsma (ChristenUnie), Veldhoen (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

COM(2026)16 Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council on digital networks, amending Regulation (EU) 2015/2120, Directive 2002/58/EC and Decision No 676/2002/EC and repealing Regulation (EU) 2018/1971, Directive (EU) 2018/1972 and Decision No 243/2012/EU (Digital Networks Act).

X Noot
3

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 17.

X Noot
6

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 2.

X Noot
7

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 2.

X Noot
8

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 17.

X Noot
9

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 4.

X Noot
10

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 2 en 3.

X Noot
11

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 4.

X Noot
12

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 8.

X Noot
13

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 8.

X Noot
14

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 8.

X Noot
15

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 9.

X Noot
20

Kst. 26 643, nr. 1224


X Noot
1

Samenstelling:

Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Goossen (BBB), Hartog (Volt), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Kanis (D66), Lievense (BBB), Van Meenen (D66), Musa (VVD), Nicolaï (PvdD), Van den Oetelaar (FVD), Panman (BBB) (ondervoorzitter), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Steenkamp (CDA), Talsma (ChristenUnie), Veldhoen (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

COM(2026)16 Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council on digital networks, amending Regulation (EU) 2015/2120, Directive 2002/58/EC and Decision No 676/2002/EC and repealing Regulation (EU) 2018/1971, Directive (EU) 2018/1972 and Decision No 243/2012/EU (Digital Networks Act).

X Noot
3

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 17.

X Noot
6

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 2.

X Noot
7

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 2.

X Noot
8

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 17.

X Noot
9

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 4.

X Noot
10

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 2 en 3.

X Noot
11

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 4.

X Noot
12

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 8.

X Noot
13

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 8.

X Noot
14

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 8.

X Noot
15

Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4281, p. 9.

X Noot
20

Kst. 26 643, nr. 1224

Naar boven