Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202026643 nr. 661

26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

Nr. 661 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 28 januari 2020

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de brief van 15 juli 2019 inzake de bestuurlijke reactie op het Bureau ICT-toetsing (BIT) advies programma machtigen (Kamerstuk 26 634, nr. 624).

De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 27 januari 2020. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Ziengs

Adjunct-griffier van de commissie, Hendrickx

1

Kunt u het tijdpad delen met de Kamer (inclusief het implementatieplan voor de voorzieningen) en daarbij aangeven wanneer de Kamer wordt geïnformeerd?

Antw.

De basisvoorziening machtigen waarbij burgers en bedrijven elkaar kunnen machtigen wordt stapsgewijs opgeleverd. Op dit moment wordt gewerkt aan het gebruiksvriendelijker maken van de website en de registratieprocessen. Deze functionaliteit komt in het eerste kwartaal beschikbaar voor burgers.

Een Proof of Concept (PoC) betreft het realiseren en beproeven van de technische oplossing. De pilot test de oplossing in de praktijk en is ook bedoeld om de niet technische aspecten te beproeven. Een pilot wordt pas gestart als er een succesvolle PoC is uitgevoerd.

Een eerste pilot voor machtigingen vanuit het ouderlijk gezag is gestart op 16 december 2019, dit gebeurt in samenwerking met het Ministerie van VWS, EZK, BZK, Nictiz en het ziekenhuis Tjongerschans.

De start van de pilot voor professionele bewindvoering staat gepland in de eerste helft van 2020, in samenwerking met de VNG, Raad voor de rechtspraak en enkele gemeenten. De pilots zullen geëvalueerd worden en aan de hand hiervan wordt bepaald welke vervolgstappen nodig zijn voor een brede uitrol.

De Kamer wordt halfjaarlijks gerapporteerd over de voortgang «digitale toegang» tot de overheidsdienstverlening. Hierbij wordt ook over de voortgang van de implementatie machtigen gerapporteerd. De laatste rapportage heb ik u 23 september 2019 gezonden.1

2

Streeft het kabinet naar een eenduidige juiste en actuele bron voor het vaststellen van het ouderlijk gezag? Zo ja, wat is de streefdatum?

Antw.

Ja, het kabinet streeft naar een eenduidige juiste en actuele bron voor het vaststellen van het ouderlijk gezag. Hierbij past wel de kanttekening dat het voor 100% eenduidig vaststellen van het ouderlijk gezag vergt dat er een directe koppeling is met alle bronnen die gegevens hierover vastleggen en dat deze bronnen op hun beurt ook actueel zijn. We werken daarom stapsgewijs naar dit streefdoel toe. Een einddatum is daarom nog niet af te geven. Het programma Machtigen heeft tezamen met VWS en andere dienstverleners de keuze gemaakt om een oplossing te creëren voor het grootste deel van de ouders en kinderen. Hiermee wordt het mogelijk om in veel voorkomende standaard gevallen het ouderlijk gezag af te leiden. De oplossing werkt nu op basis van de gegevens uit de BRP. Deze is echter zo gebouwd dat er eenvoudig overgeschakeld kan worden naar een andere bron, wanneer deze in de toekomst beschikbaar komt. De partijen in de pilot hebben maatregelen getroffen die voorkomen dat informatie toegankelijk wordt voor personen die daar geen recht op hebben.

3

Bent u voornemens conform het BIT-advies een impactanalyse uit te voeren op de juridische, organisatorische en technische aspecten van de mogelijke oplossingen voor wettelijk vertegenwoordigen?

Antw.

Ja. De functionaliteit die het programma Machtigen heeft gemaakt en die is getest in een Proof of Concept (PoC) ontsluit de vastgelegde wettelijk vertegenwoordigers en controleert of er een relatie is tussen de bewindvoerder en de onder bewind gestelde. De dienstverleners bepalen welke diensten voor bewindvoerders ontsloten moeten worden. De dienstverleners bepalen dus zelf op welke gronden ze diensten ontsluiten aan wettelijke vertegenwoordigers. In een pilot die de eerste helft van 2020 wordt uitgevoerd wordt deze impactanalyse uitgevoerd samen met de deelnemers. Hierbij worden naast de technische, ook juridische en organisatorische aspecten onderzocht.

4

Welke invloed heeft de PoC en de pilot op de doorlooptijd en kosten van het project?

Antw.

De PoC en pilot zijn bedoeld om sneller resultaat te boeken en mogelijke problemen eerder te identificeren. Door te starten en de oplossing in de praktijk te beproeven met enkele partijen worden kinderziektes sneller gevonden en kunnen verbeteringen tijdig kunnen worden meegenomen. Dit zorgt voor een hogere kwaliteit van het resultaat en uiteindelijke een snellere implementatie bij dienstverleners.

5

Wat is de planning voor de uitvoering van de Proof of Concept (PoC) op het gebied van ouderlijk gezag en de pilot wettelijk vertegenwoordigen?

Antw.

Op basis van de succesvolle PoC op het gebied van ouderlijk gezag is de pilot gestart op 16 december 2019. De pilot wettelijke vertegenwoordiging met professionele bewindvoerders is gepland in de eerste helft van 2020.

6

Streeft het kabinet naar betrouwbare en volledige registers waarin is vastgelegd wie de rechter als curator of bewindvoerder heeft aangesteld? Zo ja, wat is de streefdatum?

Antw.

Ja, het kabinet streeft naar een eenduidige, juiste en actuele bron voor het vaststellen van de door de rechter aangewezen curatoren en bewindvoerders. Op dit moment wordt een deel van de genoemde gegevens al vastgelegd, dit is mede afhankelijk van het type bewind. Om het genoemde doel te halen en voor 100% deze gegevens eenduidig vast te stellen dient er een directe koppeling te zijn met alle bronnen die gegevens hierover vastleggen. Ook moeten deze bronnen op hun beurt actueel zijn. De rechterlijke beslissingen moeten dan direct in het register correct worden vastgelegd, iets wat in de praktijk mogelijk niet in alle gevallen direct zal lukken.

Om het streefdoel dichterbij te brengen is met ondersteuning van BZK een project gestart onder leiding van de Raad voor de Rechtspraak met als doel om de kwaliteit van de vastlegging van de rechterlijke beslissingen te verbeteren en te ontsluiten via een nieuwe landelijke voorziening. Deze zal in de eerste helft van 2020 door de machtigingsvoorziening worden ontsloten. Deze voorziening wordt gevoed door het nieuwe Toezicht bronsysteem van de Rechtspraak. Hierin zijn inmiddels ruim 60% van de professionele bewinden opgenomen, ongeveer 100.000, en wordt digitaal gecommuniceerd met (professionele) bewindvoerders. Dit aantal groeit gestaag, en het tempo wordt bepaald door het tempo van het aansluiten van de (IT-leveranciers van) bewindvoerders. In dit Toezicht systeem worden ook de faillissementen en schuldsaneringen geregistreerd.

Deze nieuwe voorziening zal stapsgewijs worden aangevuld met data over familiair bewind, professionele curatele, familiaire curatele en mentorschap.

Deze data zullen op termijn behalve voor de machtigingsvoorziening ook ontsloten worden voor andere overheidspartijen (zoals CJIB, UWV, Belastingdienst, CAK, DUO) met het oog op het maatschappelijk belang.

7

Wordt in dit plan ook de rol van de Programmeringsraad Logius betrokken en het punt van de wijze van vaststelling van de beheer- en exploitatiekosten?

Antw.

Voorafgaand aan de pilots wordt er een impactanalyse uitgevoerd om de impact van de nieuwe functionaliteit op de B&E te bepalen middels een financiële werkgroep. Hierin zijn ook de dienstverleners van de Programmeringsraad vertegenwoordigd. Zie verder het antwoord op vraag 9.

8

Wat is de huidige planning voor het aansluiten van dienstverleners op de machtigingsvoorzieningen? Welke versnelling wil het kabinet realiseren?

Antw.

Op dit moment wordt er vanuit het programma Machtigen gewerkt aan het opleveren van een toegankelijkere website en de verbeterde machtigingsvoorziening. In maart 2020 wordt er een testomgeving beschikbaar gesteld aan dienstverleners. Dienstverleners zijn zelf verantwoordelijk voor de planning om aan te sluiten op de machtigingsvoorziening. Belangrijke sectoren, zoals de zorg en de gemeenten, doen in pilots ervaring op met aansluiten op de verbeterde machtingsvoorziening. Zie hiervoor ook de beantwoording van vraag 1. Na de pilots wordt voor iedere sector een aansluitplan opgesteld.

Een landelijk aansluitplan voor dienstverleners informeert hen over de beschikbaarheid en planning van verschillende functionaliteiten. Dit plan wordt in de eerste helft van 2020 opgeleverd.

9

Wanneer kan de Kamer het voorstel tegemoet zien om te voorkomen dat dienstverleners om financiële redenen ervoor kiezen om niet of later aan te sluiten op de machtigingsvoorzieningen?

Antw.

De huidige kosten voor het beheer en onderhoud van de voorzieningen worden aan de dienstverleners doorbelast. Deze systematiek wordt op dit moment geëvalueerd. Dit gebeurt door een onderzoek van VKA en een analyse door ABD Topconsult. Ik verwacht uw Kamer in het voorjaar van 2020 te kunnen informeren over deze evaluatie en de maatregelen die ik zal nemen om de negatieve effecten van de doorbelasting te voorkomen.

10

Wat is de stand van zaken met betrekking tot het voorstel om te voorkomen dat dienstverleners om financiële redenen ervoor kiezen om niet of later aan te sluiten op de machtigingsvoorzieningen?

Antw.

Zie vraag 9.

11

Welke concrete afspraken maakt het kabinet met dienstverleners over het moment waarop ze aansluiten?

Antw.

Zie vraag 8.

12

Op welke wijze geeft het kabinet invulling aan het advies van het BIT om bij het ontwikkelen van een architectuur voor de GDI uit te gaan van het perspectief van de gebruiker?

Antw.

Het programma Machtigen heeft vanaf het begin de gebruiker centraal gesteld. Zo is er een aantal sessies geweest met de ambassadeurs van de Stichting Lezen en Schrijven. Daarnaast is het lopende programma «Gebruiker Centraal» ingezet om in het ontwerpproces het perspectief van de gebruiker centraal te stellen. Er zijn gebruiksinterface experts aangenomen binnen het project. Alle ontwerpen worden getoetst door gebruikerspanels. Op basis daarvan worden verbeteringen doorgevoerd voordat deze in productie worden genomen.

13

In hoeverre worden in de verdere uitwerking van het

op orde krijgen van de samenhang tussen de voorzieningen in het GDI-landschap de adviezen/uitgangspunten van het BIT meegenomen?

Antw.

Ik neem de adviezen en uitgangspunten van het BIT volledig mee. Zoals ik in de reactie op het BIT-advies heb aangeven zijn de condities op het sturen op de samenhang op het GDI-landschap sterk verbeterd. Op dit moment wordt gewerkt aan het beschrijven van deze samenhang in een gemeenschappelijke architectuur voor de GDI waardoor het sturen op de samenhang nog verder kan worden verbeterd.

14

Hoe is er rekening gehouden met het gebrek aan ervaring van de organisatie Logius bij het toepassen van dergelijke complexe geautomatiseerde bedrijfsregels voor het realiseren van het project binnen de tijd- en budgetplanning

Antw.

De organisatie Logius is zich ervan bewust dat het geen expert is op het gebied van complexe geautomatiseerde bedrijfsregels. Daarom is gekozen om samen met dienstverleners en aanbieders van broninformatie tot een oplossing te komen, waarbij Logius enkel vaststelt of er sprake is van wettelijke vertegenwoordiging en de dienstverlener zelf verantwoordelijk is om deze toe te passen op de eigen dienstverlening. De afgestemde regels (business rules) zullen in pilots worden beproefd.

15

Er wordt gewerkt aan een plan van aanpak voor het sneller behalen van de maatschappelijke baten van het programma machtigen, wanneer ontvangt de Kamer dit?

Antw.

De maatschappelijke baten worden bereikt als (zoveel mogelijk) overheidsdienstverleners (zo snel mogelijk) hun diensten aansluiten op de machtigingsvoorzieningen en als burgers hier op eenvoudige wijze toegang toe krijgen. Mijn prioriteit ligt dus bij het beschikbaar komen van een verbeterde versie van de huidige machtigingsvoorziening en het aansluiten van overheidsdienstverleners op deze voorziening voordat de betrouwbaarheidsniveaus voor inloggen worden verhoogd. Dienstverleners moeten voor de technische aansluiting op de machtigingsvoorziening werkzaamheden verrichten en aangeven welke van hun diensten voor machtiging in aanmerking komen. Daarna moeten zij de werkzaamheden inplannen in hun portfolio. In de beantwoording van vraag 8 heb ik aangegeven dat ik werk aan een concrete planning voor het aansluiten van de dienstverleners op de machtigingsvoorzieningen. Op basis van de nader uit te werken aansluitplannen vanuit de verschillende sectoren stel ik een plan van aanpak op. Ik verwacht de Kamer in de zomer van 2020 een plan te kunnen presenteren.

X Noot
1

Kamerstuk 26 643, nr. 636: voortgangsrapportage digitale toegang 23 september 2019.