Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201726643 nr. 472

26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

Nr. 472 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 juni 2017

Met deze brief informeer ik u over de uitvoering van de motie met Kamerstuk 34 550 VII, nr. 36 van 6 december 2016 inzake de transitie naar een digitale overheid. Tevens reageer ik op de brief van de Commissie Binnenlandse Zaken over de stand van zaken van diverse moties rondom de digitale overheid van 20 april 2017.

De motie Kamerstuk 34 550 VII, nr. 36

Op 6 december 2016 hebben mevrouw De Caluwé en mevrouw Koşer Kaya een motie1 ingediend waarin zij vaststellen dat de transitie naar een digitale overheid traag verloopt, bij digitaliseringsprojecten vaak wordt teruggegrepen op zogenaamde bewezen technologie die vaak bij implementatie al verouderd blijkt en dat een adequate digitaliseringsagenda vraagt om innovatieve en baanbrekende maatregelen op het gebied van ICT en gerelateerde werkprocessen en daarom de regering verzoeken:

  • een kleine groep creatieve vernieuwers op ICT-gebied te betrekken bij het traject digitale overheid, al dan niet in een wisselende bezetting;

  • hiervoor experts van buiten de overheid in te schakelen en deze gevraagd en ongevraagd voorstellen te laten doen voor innovatieve digitale producten;

  • deze eenheid uit het bestaande ICT-budget te financieren.

De afgelopen periode zijn bij wijze van proef bij verschillende activiteiten en initiatieven vernieuwers en experts geconsulteerd. Zo heeft het programma Gegevenslandschap de bestaande kennis- en toetsgroep laten doorontwikkelen tot het Expertnetwerk Gegevens, waar iedereen met vragen rondom gegevens terecht kan. Het Expertnetwerk Gegevens zal de komende periode verder uitgebreid en verstevigd worden, onder andere door het gericht benaderen van experts die kunnen fungeren als aanspreekpunt binnen de overheid, het opvoeren van de communicatie via de website en het houden van expertsessies.

Een tweede lopend initiatief bestaat uit het organiseren van zogenaamde dialoogsessies, waarbij kennisuitwisseling tussen overheid, maatschappelijke organisaties en experts plaatsvindt over uiteenlopende onderwerpen van de digitale overheid. Hierbij is het streven om op regelmatige basis het gesprek te faciliteren en de verbinding te zoeken.

Voorbeelden van andere reeds bestaande activiteiten die plaatsvinden zijn de nationale blockchain coalitie (een verband waarin vernieuwers en experts elkaar vinden op de ontwikkeling van blockchaintechnologie), de publiek-private samenwerking in het stelsel eHerkenning/Idensys, het programma e-factureren en het programma Standard Business Reporting, waarin de overheid met softwareleveranciers, accountants en banken samenwerkt. Hierbij zijn bedrijven en hun experts intensief betrokken in gelijkwaardig partnerschap.

In het onlangs aan uw Kamer gezonden rapport «Maak Waar!»2 van de studiegroep Informatiesamenleving en overheid (en daarvoor het rapport Elias3) wordt overheidsorganisaties aanbevolen om ook zelf kennis en expertise in huis te hebben en houden, waarbij het de ambitie uitspreekt om op dit vlak niet onder te doen voor de markt. In de opvolging van de aanbevelingen van dit rapport door een volgend kabinet kunnen de ervaringen met de hiervoor genoemde initiatieven worden betrokken.

Commissiebrief diverse moties rondom de digitale overheid

Ik heb u in mijn brief van 28 februari jongstleden laten weten dat ik naar aanleiding van de motie De Caluwé en Koşer Kaya4 onderzoek laat doen (Kamerstuk 26 643, nr. 448).

De motie vraagt mij uit te zoeken binnen welke termijn en met welk budget gerealiseerd kan worden dat alle gebruikers de regie krijgen over hun gegevens, zodanig dat:

  • zij inzage krijgen in welke functionaris welke gegevens heeft ingezien dan wel gebruikt of aan een ander verstrekt heeft;

  • zij de mogelijkheid hebben zelf instanties en organisaties aan te wijzen waaraan een beperkt aantal persoonlijke gegevens automatisch kan worden verstrekt.

Uw Kamer heeft mij twee brieven gezonden, waarin u de behandeling van de brief controversieel verklaart. U vraagt met name om geen onomkeerbare stappen te zetten in het kader van de uitvoering van onderhavige motie en met name betreffende het SILA-dossier. Gelet op uw verzoek zal ik inzake het SILA-dossier het wetgevingsproces tot beëindiging van de verstrekking van persoonsgegevens uit de Basisregistratie personen aan de SILA aanhouden.

Voorts kan ik u melden dat het onderzoek betreffende de motie De Caluwé en Koşer Kaya inmiddels is aanbesteed en gestart. Ik verwacht de resultaten na de zomer beschikbaar te hebben. Met dit onderzoek zijn en worden geen onomkeerbare stappen gezet.

Het programma «Burgers en bedrijven in regie op hun gegevens», kortweg «Regie op Gegevens» is geïnitieerd door de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Economische Zaken, om het speelveld en de reikwijdte van dit thema in kaart te brengen. Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan het tweede deel van de motie.

De geleerde lessen van het programma zullen eind juni gepresenteerd worden tijdens een slotconferentie «Persoonlijk Datamanagement», welke samen met ECP | Platform voor de InformatieSamenleving wordt georganiseerd. De resultaten worden tevens schriftelijk gepresenteerd en na de zomer aan u toegezonden. Ze leiden niet tot onomkeerbare stappen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Motie De Caluwé en Koşer Kaya, Kamerstuk 34 550 VII, nr. 36

X Noot
2

Maak Waar! Studiegroep Informatiesamenleving en overheid, 18 april 2017

X Noot
3

Parlementair onderzoek naar ICT-projecten bij de overheid, Kamerstuk 33 326, nr. 5

X Noot
4

Motie De Caluwé en Koşer Kaya, Kamerstuk 34 550 VII, nr. 20