Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201426643 nr. 296

26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

Nr. 296 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 december 2013

Hierbij informeer ik u over de voortgang ten aanzien van de aanleg van de glasvezelverbinding (de zogenaamde zeekabel) in Caribisch Nederland. Onlangs heb ik bijgevoegde brief van de Rekenkamer ontvangen waarin enkele vragen over het proces en de stand van zaken worden gesteld1. Met deze brief geef ik een reactie hierop en licht ik het proces en de stand van zaken rond de zeekabel en Saba Statia Cable System (SSCS BV) dat de zeekabel beheert en exploiteert nader toe.

Achtergrond en stand van zaken

In een bestuurlijk akkoord van november 2008 is de totstandkoming van de zeekabel internetverbinding op de bovenwinden vastgelegd. Op 18 augustus 2010 is vervolgens een protocol gesloten tussen Nederland, Saba en Sint Eustatius waarin onder meer is opgenomen dat Nederland de initiële aanlegkosten zou financieren en de principe afspraak is gemaakt dat het eigendom en exploitatie van de kabel bij de eilanden zou komen. De directeur van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN), heeft de regie over de aanleg.

Met de aanleg van de zeekabel worden Saba en Sint Eustatius verbonden met de internationale telecommunicatie-infrastructuur. Hiermee wordt beoogd een veilige, betrouwbare en betaalbare telecommunicatie infrastructuur te creëren. Daarbij wordt tevens een strategische en fundamentele impuls gegeven aan de maatschappelijke, sociale en economische ontwikkeling van Saba en Sint Eustatius.

De zeekabel zal Saba en Sint Eustatius verbinden met St. Kitts en Sint Maarten. De aanleg tussen Saba, Sint Eustatius en St. Kitts is inmiddels voltooid. Onlangs heeft Sint Maarten toestemming gegeven voor de aanleg en toegezegd de vergunning voor de aanlanding te verstrekken. De laatste fase van de aanleg kan daarmee starten. Als extra alternatief landt de zeekabel naast Sint Maarten ook aan op St. Barths. Hiermee kan voor Saba en Sint Eustatius op drie separate locaties de zeekabel worden verbonden met de internationale zeekabel infrastructuur. Zo wordt niet alleen geborgd dat de kabel redundant is uitgevoerd ter vergroting van de betrouwbaarheid, maar ook dat er kan worden ingekocht bij verschillende marktpartijen. Hierdoor wordt de inkoopkracht en marktwerking versterkt. De verwachting is dat de aanleg medio 2014 gerealiseerd is.

De aanleg van de zeekabel tussen Saba, Sint Eustatius en St. Kitts is voltooid en de belangrijkste operators op Saba (Satel NV) en Sint Eustatius (Eutel NV) gebruiken capaciteit op de zeekabel (zogenaamde IP transit). Het internetgebruik gemeten in volume verkeer is sindsdien verdrievoudigd. Het prijsniveau per eenheid verkeer is daarbij tot een derde van het oorspronkelijke niveau teruggebracht. Verdere groei is mede afhankelijk van de verbetering van de lokale infrastructuur op de eilanden.

Uitgaven

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft in 2011 € 4.152.823 euro beschikbaar gesteld voor het ontwerp en de aanleg van het kabelsysteem. In 2012 is € 1.200.000 en in 2013 € 1.000.000 extra beschikbaar gesteld. Met deze middelen is onder meer een dubbele aanlanding gerealiseerd op ieder eiland. Verder is met de middelen de besloten vennootschap dat de kabel beheert en exploiteert opgericht en is geïnvesteerd in de bescherming van de kabel. Ook is de route van de kabel gewijzigd om de impact op het milieu te minimaliseren.

De uiteindelijke kosten liggen hoger dan deze initiële aanlegkosten waarover u eerder bent geïnformeerd. Dit komt omdat BZK tevens middelen beschikbaar heeft gesteld voor de zekerstelling van de kabel en het operationeel werkend opleveren van de kabelinfrastructuur. In 2012 heeft BZK daarvoor € 2.555.850 extra beschikbaar gesteld. Met deze middelen zijn onder meer reserveonderdelen aangeschaft en is een alternatieve aanlandingsmogelijkheid gerealiseerd met het oog op redundantie van het kabelsysteem. Verder zijn enkele noodzakelijke aanpassingen bekostigd in de infrastructuur op de eilanden zelf om de lokale verbindingen tussen de zeekabel en betrokken operators tot stand te brengen. Tot slot is met de extra middelen het lidmaatschap van een consortium bekostigd waardoor in de toekomst, indien nodig, gebruik kan worden gemaakt van de diensten van een kabelreparatieschip.

De totale uitgaven komen neer op € 8.908.673 (omgerekend $ 12.408.000). Deze uitgaven zijn ten laste gekomen van begrotingsartikel 2.2 (bevorderen autonomie) van Hoofdstuk IV Koninkrijksrelaties. De exploitatie van de kabel wordt vanaf heden middels de tarieven bekostigd.

Opbrengsten

Het belang van de glasvezelverbinding is veelzijdig. Deze draagt bij aan een verbetering van de sociale, economische en culturele ontwikkelingen van de eilanden en vergroot de betrouwbaarheid van de communicatieverbindingen (ook van belang voor zorg en veiligheid). Hierbij zijn tevens de eilandelijke en rijksoverheid gebaat. De betere bereikbaarheid resulteert in een efficiëntere manier van werken, ook voor de rijksdienst aldaar. De rijksoverheid zal in de komende jaren kosten kunnen besparen (oplopend naar circa $ 2,5 mln per jaar) door gebruik te maken van de zeekabel.

Het grootste belang is echter de vergroting van de mogelijkheden voor gebruik van internet door de bevolking en instellingen zoals de scholen, het ziekenhuis en de bibliotheken. Het internetgebruik gemeten in volume verkeer is, zoals eerder beschreven, inmiddels verdrievoudigd. In de oude situatie was de gemiddelde internetaansluiting op Saba en Statia een 256Kb tot 512Kb verbinding. Inmiddels hebben de inwoners na de aanleg van de zeekabel gemiddeld een 1Mb aansluiting. De Breedband commissie Verenigde Naties (ITU) stelt een minimale snelheid van 1,5Mb voor een breedbandverbinding. In Nederland kent een gemiddelde internet verbinding een snelheid van 10 Mb (voor consumenten). Verder is het prijsniveau per eenheid verkeer tot een derde van het oorspronkelijke niveau teruggebracht.

De zeekabel draagt daarom bij aan de realisatie van de doelstellingen voor 2015 zoals geformuleerd door de Breedband Commissie van de Verenigde Naties op het terrein van breedband internet beleid, beschikbaarheid en betaalbaarheid.2

Saba Statia Cable System (SSCS BV)

Op 17 september 2012 is in opdracht van de RCN de besloten vennootschap SSCS BV opgericht ten behoeve van het beheer en de exploitatie van het kabelsysteem. In afstemming met onder andere het bureau van de Landsadvocaat is destijds besloten om een separate juridische entiteit op de te richten.

De zeekabel is op dit moment eigendom van de staat. De SSCS BV is in opdracht van de RCN opgericht door het advocatenkantoor HBN Law, dat een samenwerkingsrelatie heeft met het Nederlandse advocatenkantoor Pels Rijcken Drooglever Fortuijn3. De aandelen van de SSCS BV zijn inmiddels door HBN Law overgedragen aan de Staat der Nederlanden (in casu RCN).

Het is de bedoeling dat het eigendom van de zeekabel wordt ingebracht in de SSCS BV en dat de aandelen op termijn worden overgedragen aan de openbare lichamen Saba en Sint Eustatius. In de loop van 2014 wordt samen met de openbare lichamen gewerkt aan een overeenkomst waarin wordt bepaald aan welke voorwaarden de openbare lichamen moeten voldoen voordat de aandelen (om niet) worden overgedragen. De voorwaarden hebben onder andere betrekking op de continuïteit van het bestuur, het borgen van het «open access» karakter van de kabel, de prijzen van internettoegang en de penetratie targets per eiland, conform de eerder genoemde ITU 2015 -targets.

De overdracht van aandelen vindt waarschijnlijk gefaseerd plaats. Bij elke stap wordt bezien of aan de voorwaarden is voldaan.De verwachting is dat dit proces in 2015 start. Mogelijk houdt de Staat in de toekomst een deel van het geplaatste aandelenkapitaal. De RCN is voor een belangrijk deel voor haar dienstverlening afhankelijk van de zeekabel. Daarom zou de RCN, al dan niet tijdelijk, een deel van de aandelen kunnen houden als waarborg voor een goede dienstverlening.

Zolang de Staat aandeelhouder is, kan ze als eigenaar via de aandeelhoudersvergadering (AVA) haar invloed uitoefenen op de SSCS BV, het management, haar activiteiten en de prijsstelling. In de statuten en directiereglement wordt de Code Corporate Governance onderschreven. Hierin is onder meer vastgelegd dat de jaarrekening door een externe accountant dient te worden gecontroleerd.

De SSCS BV heeft geen winstoogmerk. Op basis van de kosten zullen jaarlijks de verrekentarieven voor IP transit worden aangepast. Het voorziene kostenniveau tot en met 2015 zal worden gedekt met de geplande inkomsten uit het leveren van IP transit aan de gebruikers. Eventuele winsten of verliezen zullen (half)jaarlijks kunnen leiden tot aanpassing van de verrekentarieven, dan wel de vorming van een reserve voor onderhoud en bijzondere kabelbeheersmaatregelen.

Een deel van het kabelsysteem is reeds operationeel. Hiervoor worden inmiddels operationele kosten gemaakt. Deze kosten worden momenteel via de administratie van RCN verrekend. Inschatting van deze kosten over 2013 is circa € 365.000. De geplande inkomsten zijn de vergoedingen van de gebruikers van de kabel en die zijn geraamd op eveneens € 365.000 over 2013. De administratie hiervan zal worden overgedragen aan de SSCS BV.

Vervolg

Op dit moment worden gesprekken gevoerd over de voorwaarden en kosten voor het gebruik van de kabel, de voorzieningen bij de aanlandingspartners en overige gebruikers. Na afloop van deze gesprekken en een periode van daadwerkelijk gebruik van het gehele kabelsysteem is een exacter beeld te geven van kosten en inkomsten als ook van de planning voor de overdracht van de aandelen. Daarbij is een verdere planning voor de komende jaren is op dit moment lastig te geven, aangezien een deel van de aanleg nog moet plaatsvinden. Ik zal u blijven informeren over de voortgang.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
2

De ITU 2015 targets (UN) luiden als volgt:

The UN's Broadband Commission for Digital Development has agreed on a set of four «ambitious but achievable» new targets for countries to target in broadband policy, affordability and uptake. The first aims to make broadband policy universal and targets a national broadband plan or strategy in all countries by 2015. This can also mean the inclusion of broadband in their universal access/service definitions. To make broadband affordable, the commission called for developing countries to take steps to ensure regulation and market forces provide for entry-level broadband services, for example, at a cost of less than 5 percent of average monthly income. This should support the third goal of 40 percent of households in developing countries with internet access by 2015. The final goal is 60 percent worldwide internet user penetration by 2015, including 50 percent in developing countries and 15 percent in the Least Developed Countries (LDCs).

X Noot
3

HBN Law is een advocatenkantoor met vestigingen op Aruba, Bonaire, Curaçao en Sint Maarten. HBN Law vertegenwoordigt onder andere de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. HBN werkt samen met de landsadvocaat Pels Rijcken & Drooglever Fortuijn.