Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 juni 2013
In het Algemeen Overleg Informatie- en Communicatietechnologie van 3 april jl. (Kamerstuk
26 643, nr. 276) met de Vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en de Algemene Commissie voor Wonen
en Rijksdienst heb ik gezegd uw Kamer vóór de zomer het toepassingskader voor de Webrichtlijnen
toe te sturen.
Hierbij bied ik het toepassingskader aan, getiteld «Toegankelijkheid voor Iedereen»1. Deze titel weerspiegelt het doel van het toepassingskader, namelijk zoveel mogelijk
in begrijpelijke taal duidelijk maken hoe overheden in de praktijk zo goed mogelijk
kunnen voldoen aan de richtlijnen voor toegankelijke websites. Het kader geeft concrete
handvatten voor een goede toepassing op overheidswebsites van «de Webrichtlijnen».
Deze zijn geschreven met het doel om de beschikbaarheid van digitale informatie voor
zoveel mogelijk gebruikers te borgen. De Webrichtlijnen ondersteunen bezoekers van
websites met een functiebeperking, maar ook in geval van bijvoorbeeld trage internetverbindingen,
kleine beeldschermen of verouderde software.
Inhoud Toepassingskader
Hoofdstuk 1 beschrijft het geldende regime voor overheden. De Webrichtlijnen zijn
gebaseerd op internationale open standaarden en geplaatst op de zogenaamde «pas toe
of leg uit lijst» van het College en het Forum Standaardisatie. Dit betekent dat overheden
de webrichtlijnen moeten toepassen, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om één of
meer elementen niet toe te passen. Hebben overheden zwaarwegende redenen om één of
meer webrichtlijnen niet toe te passen, dan leggen ze daarover transparant verantwoording
af.
Dit model stimuleert overheden tot het nemen van verantwoordelijkheid voor een eigen
toegankelijkheidsbeleid en maakt ze daarop aanspreekbaar, allereerst binnen hun eigen
politieke en bestuurlijke context en daarnaast ook tegenover burgers die hinder ondervinden
van een niet goed toegankelijke website. In zulke gevallen zal een voorziening moeten
worden getroffen om burgers niet uit te sluiten van bepaalde informatie of diensten
van de overheid.
Hoofdstuk 2 gaat in algemene zin in op veel gehoorde argumenten om niet aan de Webrichtlijnen
te voldoen. Het beschrijft welke factoren mogelijk wel en welke niet als zwaarwegende
redenen kunnen gelden om de Webrichtlijnen niet volledig toe te passen. En meldt hoe
met het beperkt aantal mogelijke uitzonderingen moet worden omgegaan.
Hoofdstuk 3 staat stil bij een beperkt aantal complexe toepassingen en complexe content,
die in sommige situaties voor knelpunten kunnen zorgen. Complexe toepassingen en complexe
content mogen worden geplaatst op websites, mits er op goede wijze een toegankelijk
alternatief wordt geboden. Toepassingen die het moeilijk kunnen maken aan bepaalde
webrichtlijnen te kunnen voldoen zijn geo-informatie, met name kaartmateriaal, en
infographics, audio- en videobestanden, sociale media, specifieke bestanden als PDF
en verouderde of ongewenste technieken. De complexe content betreft archieven en oude
content, specialistische content voor een kleine groep gebruikers, verplicht te publiceren
content van derden en realtime informatie.
Het uitgebreide hoofdstuk 4 beschrijft ten slotte van elk van de verplichte 51 succescriteria
waaruit de Webrichtlijnen bestaan, de complexiteit, het nut en de functie en de gangbare
mogelijkheden om deze goed toe te passen op basis van veel voorkomende situaties.
Proces Toepassingskader
Het toepassingskader is tot stand gekomen na mondelinge consultatie van departementen,
zelfstandig bestuursorganen, medeoverheden en belanghebbende organisaties. Het is
dynamisch van aard en kan dus steeds aangepast worden aan nieuwe inzichten. Op dit
moment ligt het bij deze partijen voor een schriftelijke reactie. Voorgestelde aanpassingen
en aanvullingen op het toepassingskader worden online openbaar gemaakt, waarbij wordt
gemeld of en op welke wijze reacties zijn verwerkt in een nieuwe versie.
Onder mijn beheer wordt het toepassingskader, mits relevant, iedere 3 maanden aangepast
aan de ontwikkelingen in de markt en op basis van reacties van derden. Dit is passend
voor kaderstelling ten aanzien van elektronische gegevensuitwisseling, waarbij steeds
nieuwe technieken opkomen en nieuwe (invulling van) open standaarden binnen vooral
internationale gremia tot ontwikkeling kunnen worden gebracht.
De bijlagen bij het toepassingskader die gebruikers kunnen helpen bij goede toepassing
van de Webrichtlijnen zijn nog niet beschikbaar. Ook andere onderdelen van het beheer-
en verantwoordingsmodel zijn op dit moment in ontwikkeling. Na de zomer zal ik uw
Kamer nader kunnen informeren over de vervolgstappen en -producten inzake de inrichting
van het beheer van de Webrichtlijnen in het algemeen en de uitwerking in het toepassingskader
en het verantwoordingsmodel in het bijzonder.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
R.H.A. Plasterk