26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

Nr. 1570 BRIEF VAN HET PRESIDIUM

Aan de Leden

Den Haag, 28 oktober 2026

Het Presidium legt hierbij, conform artikel 7.35 lid 2 van het Reglement van Orde, aan u voor een verzoek van de vaste commissie voor Digitale Zaken d.d. 30 september 2026 om een onderzoek te laten verrichten door de Algemene Rekenkamer naar uitgaven aan digitalisering en digitaliseringsbeleid.

De brief van 30 september 2026 en het daarin nader uitgewerkte voorstel treft u als bijlage bij deze brief aan.

Het Presidium stelt u voor om met dit voorstel in te stemmen.

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Van Campen

BIJLAGE 1 BRIEF VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR DIGITALE ZAKEN

Den Haag, 30 september 2026

Geachte leden van het Presidium,

De vaste commissie voor Digitale Zaken heeft op 30 september 2026 ingestemd met een aan de Kamer voor te leggen verzoek aan de Algemene Rekenkamer tot een onderzoek naar de vraag hoeveel het kabinet uitgeeft aan digitalisering en digitaliseringsbeleid. Het voorleggen van de wens voor dit verzoekonderzoek ziet de commissie als belangrijke stap binnen de huidige ontwikkeling van en de verantwoording over het digitaliseringsbeleid en over de kosten van digitalisering door de overheid. Het onderzoeksvoorstel treft u aan als bijlage bij deze brief.

Het Reglement van Orde van de Tweede Kamer, artikel 7.4, vierde lid, bepaalt dat de Kamer een dergelijk verzoek alleen kan doen na advies van de commissie voor de Rijksuitgaven. Op 16 september 2026 heeft de commissie voor de Rijksuitgaven een positief advies uitgebracht over het conceptverzoek (2026Z18970).

In haar advies schrijft de commissie dat onderzoek door de Algemene Rekenkamer meerwaarde kan hebben omdat de Rekenkamer bij uitstek goed gepositioneerd is om onderzoek te doen naar het totaal aan uitgaven aan digitalisering en digitaliseringsbeleid dat over de verschillende departementale begrotingen en jaarverslagen is verspreid.

Omdat de commissie voor de Rijksuitgaven inschat dat achter deze onderzoeksvraag een complexe wereld schuilt, onderschrijft zij de voorgestelde deelvragen naar 1) wat het kabinet verstaat onder digitalisering en digitaliseringsbeleid en 2) wat het kabinet nu doet om inzicht in de uitgaven voor digitalisering en digitaliseringsbeleid te geven. De commissie voor de Rijksuitgaven verwacht dat de Algemene Rekenkamer vanwege haar kennis en expertise concrete aanbevelingen kan doen over de mogelijkheden om de verantwoording aan het parlement te verbeteren.

Namens de leden van de vaste commissie voor Digitale Zaken verzoek ik u aan de Kamer voor te stellen, de Algemene Rekenkamer te verzoeken onderzoek te doen naar uitgaven aan digitalisering en digitaliseringsbeleid. Ik verzoek u te bevorderen dat de Kamer hierover zo spoedig mogelijk een beslissing neemt.

Hoogachtend,

De voorzitter van de vaste commissie voor Digitale Zaken, Dekker

De griffier van de vaste commissie voor Digitale Zaken, Boeve

BIJLAGE 2 ONDERZOEKSVOORSTEL

De vaste commissie voor Digitale Zaken (hierna: DiZa) wenst meer inzicht te krijgen in de budgetten voor digitalisering van de overheid. De commissie heeft daartoe een begrotingsrapporteurschap ingesteld met als opdracht een verzoekonderzoek voor te bereiden aan de Algemene Rekenkamer met als hoofdvraag: hoeveel geeft het kabinet uit aan digitalisering en digitaliseringsbeleid? Het voorleggen van de wens voor dit verzoekonderzoek ziet de commissie als belangrijke stap binnen de huidige ontwikkeling van en de verantwoording over het digitaliseringsbeleid en over de kosten van digitalisering door de overheid.

Versnippering budgetten maakt controle op verantwoording complex

De Kamer zet zich sinds de oprichting van de vaste commissie voor Digitale Zaken in 2021 in voor een coherente behandeling van digitale onderwerpen. Dat is nodig om grip op de impact van digitalisering op de samenleving te versterken en om het budgetrecht van de Kamer in het volgen van de doelen en voortgang van het digitaliseringsbeleid en digitaliseringsuitgaven zo goed mogelijk uit te kunnen voeren. De commissie DiZa voert sinds Prinsjesdag 2022 wetgevingsoverleggen over ontwerpbegrotingen en jaarverslagen. De commissie DiZa behandelt daarin de departementale begrotingsonderdelen van Binnenlandse Zaken (BZK), Justitie en Veiligheid (JenV) en Economische Zaken en Klimaat (EZK) die digitalisering betreffen en waarop de commissie DiZa het voortouw heeft. De commissie heeft geen «eigen» begrotingshoofdstuk, maar door deze aanpak worden digitaliseringsonderwerpen wel in samenhang behandeld.

De spreiding van digitaliseringsonderwerpen over de begrotingen maakt het moeilijk de digitaliseringsagenda van het kabinet in samenhang te zien en als zodanig ook te controleren. Bovendien is de mate waarin de commissie inzicht kan krijgen beperkt tot de verantwoording die het kabinet communiceert in zijn verschillende departementale begrotingen. Uit deze begrotingscijfers is geen compleet beeld te compileren van hoeveel het kabinet uitgeeft aan digitalisering, zoals IT-budgetten. Noch bieden de departementale begrotingen overzicht van hoeveel het kabinet uitgeeft aan digitaliseringsbeleid.

Onder «budgetten voor digitale zaken» verstaat de commissie enerzijds de rijksbrede uitgave aan informatietechnologie, oftewel IT (waaronder ICT: informatie- en communicatietechnologie). Hiermee bedoelt de commissie de uitgaven aan alle hardware, software(-licenties), randapparatuur en netwerken. Anderzijds gaat het om middelen die door het kabinet worden ingezet voor de uitvoering van acties en programma’s op het beleidsterrein van de commissie Digitale Zaken. Dit zijn bijvoorbeeld de acties die voortvloeien uit de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS), de Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLSC) en de Strategie Digitale Economie (SDE). Oftewel de budgetten voor beleidsprogramma’s. Volgens de commissie ligt uniformering van de financiële verantwoording van in ieder geval de drie belangrijkste digitaliseringsstrategieën voor de hand om grip te vergroten op de verantwoording van digitaliseringsonderwerpen in de rijksbegrotingen.

Waarom een verzoek aan de Algemene Rekenkamer?

DiZa wenst een verzoekonderzoek te laten uitvoeren door de Algemene Rekenkamer met als hoofdvraag hoeveel het kabinet uitgeeft aan digitalisering en digitaliseringsbeleid. De Algemene Rekenkamer onderzoekt de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het gevoerde beleid van het Rijk, zoals vastgelegd in de comptabiliteitswet. De Rekenkamer heeft unieke en speciale bevoegdheden om onderzoek te doen naar de inkomsten, uitgaven en inzet van wettelijke bevoegdheden van de rijksoverheid, die de Rekenkamer in staat stelt diepgaander verantwoordingsonderzoek te doen dan waartoe de commissie of externe onderzoekers bevoegd zijn. In 2023 zette de Rekenkamer haar bevoegdheden bijvoorbeeld in voor een vergelijkbaar onderzoek naar de uitgaven van klimaatbeleid.

Al sinds 1991 doet de Rekenkamer onderzoek naar digitalisering en de inzet van ICT bij de overheid. Door dit palet aan onderzoek naar digitale onderwerpen heeft de Rekenkamer brede expertise opgebouwd over waar digitaliseringsuitgaven bij de overheid gezocht moeten worden. De commissie DiZa wenst daarom de Rekenkamer te verzoeken om bij te dragen aan het verbeteren van het functioneren en presteren van de rijksoverheid op digitaliseringsonderwerpen, door haar unieke onderzoeksbevoegdheden in te zetten om de Kamer in de effectieve uitvoering van haar budgetrecht te versterken.

Inzicht in budgetten én aanbevelingen verbeteren verantwoording

In de uitwerking van het onderzoek denkt de commissie aan een vergelijkbare insteek als het onderzoek dat de Rekenkamer in 2023 uitvoerde naar hoeveel het kabinet uitgeeft aan klimaatuitgaven. Naast inzicht in de budgetten ziet de commissie dat het nuttig kan zijn, vergelijkbaar met klimaatbeleid, te onderzoeken wat het kabinet verstaat onder digitalisering en digitaliseringsbeleid en welke werkwijze door het kabinet wordt gehanteerd om inzicht in deze uitgaven te geven. Op deze manier kan onderzoek door de Rekenkamer enerzijds bijdragen aan inzicht in de budgetten voor digitalisering en digitaliseringsbeleid en anderzijds aanbevelingen opleveren om de verantwoording beter in te richten. Een dergelijk onderzoek komt daarmee ten gunste van kabinet én Kamer, en daarmee van de samenleving waarin digitalisering aan de orde van de dag is.

Naar boven