26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

31 477 Bestrijden witwassen en terrorismefinanciering

Nr. 1511 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 mei 2026

Op 25 maart 2026 heeft uw Kamer verzocht om een reactie op de brandbrief van Privacy First over verplichtstelling Europese digitale identiteit bij banken en daarbij in te gaan op eerdere kabinetsantwoorden1 en de aangenomen motie van het lid Drost2. Mede namens de staatsecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit voldoe ik met deze brief aan dit verzoek.

In zijn brief schrijft Privacy First over een recentelijk gepubliceerd consultatiedocument van de Europese antiwitwasautoriteit (AMLA). AMLA heeft nadere regels (Regulatory Technical Standards (RTS)) geconsulteerd over de wijze van identificatie in het kader van de aankomende Europese antiwitwasverordening.3 Privacy First stelt dat in dit consultatiedocument wordt voorgesteld dat meldingsplichtige entiteiten (ook wel: poortwachters) natuurlijke personen moeten identificeren door middel van een Europese digitale identiteitswallet («EUDI-wallet»). Daarbij stelt Privacy First dat dit in strijd is met de eIDAS-verordening4, die bepaalt dat het gebruik van een EUDI-wallet volledig vrijwillig is. Hierbij noemt Privacy First de risico’s die gepaard gaan met de verificatie van identificatie van mensen en stelt voor dat er altijd een vorm van alternatieve, fysieke identificatie moet worden aangeboden. Ik begrijp deze zorgen, en ga daar hieronder op in.

Het Ministerie van Financiën is direct betrokken bij het opstellen van de RTS door AMLA. Op grond van de oprichtingsverordening van AMLA5 vindt besluitvorming in de Algemene Raad plaats zonder beïnvloeding van de lidstaten. De Nederlandsche Bank (DNB) vertegenwoordigt de Nederlandse toezichthouders binnen de Algemene Raad van AMLA, waar deze RTS worden voorgelegd ter goedkeuring.

Op basis van de beschikbare conceptregelgeving, die openbaar is geconsulteerd,6 leid ik niet af dat het gebruik van een EUDI-wallet verplicht wordt gesteld. De betreffende concept-RTS schrijven voor dat in non-face-to-face situaties een elektronisch identificatiemiddel met een substantieel of hoog veiligheidsniveau (conform eIDAS) dient te worden gebruikt, hetgeen reeds rechtstreeks volgt uit de antiwitwasverordening.7 De term «electronic identification means» betreft een bredere categorie dan alleen EUDI-wallets. Dat betekent dus dat er, in het geval van digitaal contact, ook andere elektronische identificatiemiddelen mogelijk zijn, zolang deze maar aan de juiste veiligheidswaarborgen, zoals bepaald binnen de eIDAS-verordening, voldoen.

Daarnaast bevatten de concept-RTS een uitwijkmogelijkheid voor situaties waarin een eIDAS-oplossing niet beschikbaar of niet redelijkerwijs te verwachten is. Dit biedt aanvullende ruimte voor andere vormen van (niet-digitale) identificatie. Hiermee wordt de mogelijkheid gecreëerd voor andere identificatievormen voor mensen die niet mee kunnen doen op het gebied van digitalisering, conform de motie-Drost.8 Deze hierboven beschreven mogelijkheden ter identificatie op afstand bestaan naast de reguliere methodes voor identificatie, zoals het ter plaatse tonen van een identiteitsbewijs. Fysieke identificatie ter plaatse blijft gewoon toegestaan op basis van de antiwitwasverordening en wordt op geen enkele wijze ingeperkt door de verordening of de RTS.

Het gebruik van elektronische identificatiemiddelen, en specifieker een EUDI-wallet, wordt dus niet verplicht gesteld. Dit is in lijn met de eIDAS-verordening. Uw kamer is eerder over deze vrijwilligheid van gebruik geïnformeerd.9

De Minister van Financiën, E. Heinen


X Noot
1

Kamerstuk 26 643, nr. 1145.

X Noot
2

Kamerstuk 36 305, nr. 3.

X Noot
3

AMLA, 2026, Consultation Paper Draft RTS under Article 28(1), te raadplegen op: https://www.amla.europa.eu/policy/public-consultations/consultation-draft-rts-customer-due-diligence_en.

X Noot
4

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 betreffende een Europees kader voor een digitale identiteit.

X Noot
5

Artikel 59 van Verordening 2024/1620 tot oprichting van de Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering.

X Noot
6

Zie voetnoot 3.

X Noot
7

Artikel 22, zesde lid, onder 5 van de Verordening 1624/2024 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering.

X Noot
8

Kamerstukken II, 2023/24, 36 304, nr. 3.

X Noot
9

Kamerstukken II, 2023/24, 21 501-33, nr. 1042, Kamerstukken II, 2023/24, 26 643, nr. 1145 & Verslag van Wetgevingsoverleg commissie Digitale Zaken ter behandeling van de ontwerpbegrotingen BZK, EZ en J&V d.d. 2 maart 2026, voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitale zaken (Kamerstuk 36 800 VII, nr. 96).


X Noot
1

Kamerstuk 26 643, nr. 1145.

X Noot
2

Kamerstuk 36 305, nr. 3.

X Noot
3

AMLA, 2026, Consultation Paper Draft RTS under Article 28(1), te raadplegen op: https://www.amla.europa.eu/policy/public-consultations/consultation-draft-rts-customer-due-diligence_en.

X Noot
4

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 betreffende een Europees kader voor een digitale identiteit.

X Noot
5

Artikel 59 van Verordening 2024/1620 tot oprichting van de Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering.

X Noot
6

Zie voetnoot 3.

X Noot
7

Artikel 22, zesde lid, onder 5 van de Verordening 1624/2024 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering.

X Noot
8

Kamerstukken II, 2023/24, 36 304, nr. 3.

X Noot
9

Kamerstukken II, 2023/24, 21 501-33, nr. 1042, Kamerstukken II, 2023/24, 26 643, nr. 1145 & Verslag van Wetgevingsoverleg commissie Digitale Zaken ter behandeling van de ontwerpbegrotingen BZK, EZ en J&V d.d. 2 maart 2026, voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitale zaken (Kamerstuk 36 800 VII, nr. 96).

Naar boven